Voor de liefste onbekende


Ingmar Heytze
Wat ben ik blij dat ik je nog niet ken .
Ik dank de sterren en de maan
dat iedereen die komt en gaat
de diepste sporen achterlaat , behalve jij ,
dat jij mijn deuren , dicht of open ,
steeds voorbij gelopen bent .
Het is maar goed dat je me niet herkent .
Kussen onder straat lantaarns
en samen dwalen door de regen ,
wéér verliefd zijn , wéér verliezen ,
bijna sterven van verdriet –
dat hoeft nu allemaal nog niet .
Ik ben nog niet aan ons gehecht .
Ik kijk bepaald niet naar je uit .
Neem de tijd , als je dat wilt .
Wacht een maand , een jaar ,
de eeuwigheid en één seconde meer –
maar kom , voor ik mijn ogen sluit .

















