Naar de inhoud

Poëzie en gedichten

akke.beakke.be
HOU VAN DE MENSEN ZOALS ZE ZIJN , ER ZIJN GEEN ANDERE

Archief

Als je slaapt

XXVIII                      Nic van Bruggen

 

Als je slaapt , lieve jij , zal ik luisteren

Naar je adem , en naar je kijken met mijn

Grootste stilte . Ik zal van mijn begeerte

Een vuur maken , met zachte vlammen zal ik

Je wekken en met mijn warmte een dag voor

Je openen van een eeuw . Langsheen bramen

En oude eiken , over ’t prinsenpad , zal ik

Je leiden naar de schuren van ons samenzijn .

Met stemmen van vogels zal ik de avond voor

Ons roepen , met je lijf elke hoop ontheiligen

En als je slaapt , lieve jij zal ik luisteren

Naar je adem . Een etmaal zal ik zijn .

Geschreven door Joanna om 19:32 Reageer op dit bericht

Ik heb je lief

Thuiskomst                      Bernard Dewulf

 

Ik heb je lief , al kan ik het niet weten .

Ik bedenk het als je thuiskomt van een dag

in je leven . Maar het is geen gedachte .

Je streelt mijn wang en wie weet ,

dat gebaar . Het wordt duizend keer gemaakt

voor het bestaat . Hangt je jas aan de kapstok ,

iets van niets , maar morgen ontbreekt het

misschien . Of schudt de dag uit je haar .

Wat ik dan daarin zie , is het begin .

Het huis ontstaat , de tafel neemt plaats ,

Wij veroorzaken elkaar . Het is toch niet

denkbaar dat iemand dit alles verzint .

Geschreven door Joanna om 15:53 Reageer op dit bericht

De liefde

Over de liefde              Rudger Kopland

 

Het is dus gezien alle voorafgaande

Argumenten onmogelijk zonder de

Liefde te kennen de liefde te

Herkennen als het over de

Liefde gaat tenminste

Zijn wij zo verdomd voorzichtig

En toch nog zijn er altijd wel

Beesten die toekijken als je

Dan eindelijk in het gras

Ligt is het dus gezien de

Menselijke natuur onmogelijk zonder .
Geschreven door Joanna om 23:02 Reageer op dit bericht

Donker is het in mijn hart                George Gordon Byron

 

Donker is het in mijn hart ,-

Stem de harp en streel mijn oren ;

Want ik wil , bij zoveel smart ,

Anders niet dan toonval horen .

Klinke uw speeltuig zacht en zoet !

Zo er dan in mijn gemoed

Nog één vonk van hoop mag blaken ,

O , gij zult die neer doen vloeien ,

Tot mijn pijn en leed vergaan .

 

Maar dat eerst uw melodie –

Wilt ge mij niet troostloos laten –

Droef en stroef en somber zij ,

O , geen vrolijk lied zou baten !

Wenen wil ik in mijn smart ,

Harpnaar ! anders breekt mijn ’t hart ;

Lang verdriet verteert mijn krachten ,

Zorg en slapeloze nachten

Ondermijnen mij sinds lang,-

Kom en klinke uwe snarenklang !

Laat mij ’t hart op eenmaal breken ,

Of mijn trage tranen leken ,

En ‘k hersteld zijn door uw zang .

 

 

Geschreven door Joanna om 15:00 Reageer op dit bericht

Ode aan de merel

Ode aan de merel                   C.Buddingh

In mijn jonge jaren was je een rara avis ,
dat wil zeggen ; men zag je weinig , misschien
dat je meer huisde in al dat vanzelfsprekend groen
waarin stadjes en dorpen maar stippen waren ,
enkel bij regenweer strooide je soms uit de top
van een iep of de rand van een villa-dakgoot
je fonkelende kraaltjes geluid over de klinkers
en kolen-geruis neer .

\"Hoor je de merel ?\" zeiden we tegen elkaar ,
zoals we naar buiten stormden wanneer er
een vliegtuig boven de stad kwam : \"kijk ,
kijk , daar gaat het !\" En jou fluiten had zoiets 
feestelijks , als het bruisen van de gazeuse 
in een kogelflesje , maar ook iets heel triests 
en melancholieks als een zondagmiddag 
wanneer het voetballen afgelast was .

Nu , een halve eeuw later , hebben snelwegen , 
fabriekscomplexen , woonwijk na woonwijk na 
woonwijk in al dat groen huisgehouden , als
eertijds de Inquisitie in Mexico ,
maar jij hebt , merkwaardig genoeg , niet 
de wijk genomen , maar juist bij de mens 
je toevlucht gezocht : jij schijnt te floreren 
bij staal en beton , uitlaatgassen en insecticiden .

Ik kom je wel honderd keer per week tegen : in bosjes , in struiken , op televisie-antennes , in tuintjes ,waar ik soms bijna op je trap - O , natuurlijk schiet je toch op het allerlaatst weg , maar soms denk ik : nog eventjes en je nestelt (bij wijze van spreken dan)in mijn haar ! En hoe moet dat dan , vriend - ik bedoel : je bent altijd welkom natuurlijk , maar toch niet op de badkamerkraan ?

En daar komt de aap dan weer levensgroot uit
de mouw : we noemen je vriend , zo lang jij je 
op een afstandje houdt - O , er is best een plekje voor je , maar dan in ons hart , niet aan onze 
tafel : neen stel je voor : misschien kak je wel 
in onze soep - heus , laten we eerlijk blijven : wij 
zijn de vorsten en jij wordt getolereerd om je trillers , maar daar blijft het dan ook bij .

De mens is , helaas , niet romantisch : ook al 
zong jij nog tien keer zo fraai als je doet , als je vier of vijfmaal zoveel vlees aan je lijf had , was je waarschijnlijk al uitgestorven , of werd je bij miljoenen vetgemest op een merel-farm : zo zie je maar weer : een zanger kan \'t best vel over been  
zijn - misschien dat er dan ook voor hem hier en 
daar een paar kruimeltjes overschieten .
  
 
Geschreven door Joanna om 15:43 Reageer op dit bericht

het zelfde anders

Het zelfde anders                           J Bernlef 1988

 

In het vruchtvlees van het vergeten

Rust de pit van de herinnering

Een harde kern die eenmaal zelf

Op het dode punt in aarde teruggevallen

Ongeweten al het vergetene naar

Boven roept totdat opnieuw

Wortel geschoten , tak vertakt

Het blad zich aarzelend openvouwt

Waarop hetzelfde anders staat geschreven .

 

Geschreven door Joanna om 20:43 Reageer op dit bericht

Cinque                   Anna Achmatova

 

Autant que toi ,il te sera fidéle

Et constant jusques à la mort . Baudelaire

 

Als vanachter een wolk staan mij

Jouw woorden en spreekwijze bij .

 

En de mijne hebben jou nacht

Feller licht dan de dag gebracht .

 

Zo , ontrukt aan het aards bestaan ,

Zijn wij hoog , als sterren , gegaan ,

 

Hebben wanhoop noch schaamte gekend ,

Die noch dat , noch enig moment .

 

Maar mijn roep wordt door jou gehoord

Die de droom noch de dood behoord

 

En de deur op een kier liet staan –

‘k Ben te zwak om hen dicht te slaan .

 

Geschreven door Joanna om 20:52 Reageer op dit bericht

Einde maart ...

De kinimatopuk        c.buddingh

 

Als maart zijn staart roert en april

Wenkt met zijn witte hoed ,

Dan krijgt de kinimatopuk 

de kriebels in zijn bloed .

 

Vier maanden lang was hij gedoemd

Tot doffe hibernatie ,

Maar nu daagt weer een blij seizoen

Van re_en procreatie .

 

Zo valt in ieders aards bestaan

Wel een een muf hiaat ,

Zo’n tijd dat lijkt of het geluk

Jou deur steeds overslaat .

 

Maar als je maar blijft denken aan

Het Grieks beleg van Troje ,

Moet je , als de kinimatopuk

(en wens jezelf daarmee geluk !)

Het leven kunnen rooien .

Geschreven door Joanna om 20:40 Reageer op dit bericht

Vrouwenliefde .

Vrouwenliefde            Adelbert von Chamisso

 

Sinds ik hem gezien heb ,weet ik niet waarheen ;

Waar mijn blikken waren zie ik hem alleen .

Of ik wakend droomde , zweeft zijn beeld mij voor ,

Uit de donker straalt het met te heller gloor .

 

Zonder dat is alles kleurloos als weleer ,

Naar der zustren spelen taalt mijn hart niet meer .

‘k Zoek een eenzaam plekje waar ik zit en ween
Sinds ik hem gezien heb zie ik hem alleen

     

Geschreven door Joanna om 13:09 Reageer op dit bericht

een aardig ventje .

Een aardig ventje                   J. Van Lennep

 

Daar ging eens een ventje al over de straat ,

En hij droeg op zijn borst een ruiker .

Hij had er een hoedje van chocolade ,

En zijn haar was gespoten suiker .

En zijn wangen die waren van appelmoes ,

Zijn lippen morellen , zijn neus een soes ,

Elke tand een pepermuntje .

Zijn ogen sukaden , in ijs gevat .

O ! wat een aardig ventje was dat ,

O ! wat een aardig ventje .

 

Wel kinderen ! was ‘t niet de pijne waard,

Dat ventje eens op te zoeken ?

Zijn hals was een abrikozentaart ,

Zijn armen twee deventerkoeken .

En halletjes waren zijn handjes zo fraai ,

En hij liep op twee benen van taai , taai .

Voorzeker ik wed om een centje ,

Je mocht er om lopen door dorp of stad ,

Nooit zag je zo’n aardig ventje als dat ,

Nooit zag je zo’n aardig ventje .

 

Hij wandelde voort op zijn dooie gemak ,

Al met zijn bijzondere gratie :

Hij droeg een rokje van wafelgebak ,

Met knopen van speculaas .

Zijn schoenen die waren van witte drop ,

En er blonken zwarte knoopjes op ,

En elke knoop was een krentje .

‘k Wou , ik zijn adres maar geweten had .

Want nooit zag ik ’n aardiger ventje dan dat ,

Neen , nooit zag ik ’n aardiger ventje .

 

Geschreven door Joanna om 19:28 Reageer op dit bericht

Meer van Poëzie en gedichten

↑ Terug naar de berichten