Naar de inhoud

Poëzie en gedichten

akke.beakke.be
HOU VAN DE MENSEN ZOALS ZE ZIJN , ER ZIJN GEEN ANDERE

Archief

De kranige koekenman .

De kranige koekenman              tante lize

 

Er was eens een bakker , hij hete Jan Klaas ,

Die bakte veel poppen van broos speculaas ;

En toen , nu zijn oven eens open stond

Wipte één van de poppen vlug op de grond

En sprong in de winkel en riep tot de baas :

“Zeg , pak ‘m als je kunt nu , meneer speculaas .

Loop , loop , oude jongen , zo hard als je kan ;

Nooit , nooit vang je een kranige koekenman !”

 

De bakker werd boos en hij liep als een haas .

Zijn vrouw liep hem na en hun kleine Jan-klaas ,

De poes roept ‘miauw’ en de hond ‘waf , waf !’

En zo galoppeerden ze voort op een draf .

En de zwart bonte koe en het oude paard

Ijlden weg uit de stal in een dolle vaart .

En zo renden ze voort onder veel geraas

Achter ’t vluchtende ventje van speculaas ,

Dat lachte en riep luid :”loop zo hart als je kan …

Nooit , nooit ,vang je een kranige koekenman .”

 

Toen kwam er een wolf uit het dichtst van ’t bos

En snelde op de pochende vluchteling los ,

En hapte pardoes , zo maar één , twee , drie ,

Een verbazend stuk uit zijn linkerknie .

Toen greep hij op eenmaal zijn rechterbeen

En slokte dat in , plus zijn kleine teen .

En de rest volgde spoedig , en nimmermeer

Zag Jan Klaas zijn kranige koekenman weer .

 

Geschreven door Joanna om 20:49 Reageer op dit bericht

Moeder

Ik ken een vrouw , een brave vrouw;

Ze is altijd om me heen:

Ze is vrolijk als ik vrolijk ben,

En treurig als ik ween.

 

Ze zorgt; ze slaaft; ze werkt; ze zwoegt;

En rust soms dag noch nacht ;

Ze geeft me al wat ik nodig heb;

Ze schud mijn bedje zacht.

 

Het eerste kusje geeft ze mij

Vroeg in de morgenstond;

De laatste zoen die ’s avonds krijg,

Drukt ze mij op de mond.

 

En ben ik ziek , dan zie ik wel

In ieder oog een traan,

En haar, trouw zorgend, vroeg en laat

Vlak bij mijn bedje staan.

 

Wie kent die vrouw, die lieve vrouw,

Die mij zo teer bemint?

Dat is mijn allerbeste Moe ,

En ik, ik ben haar kind! 

 

 

Geschreven door Joanna om 13:37 Reageer op dit bericht

Ik ben …                 Jhon Clare

 

Ik ben ; maar wat , wie die het vraagt , of weet ?

Verloren heugnis , ként geen vriend mij meer .

Ik ben de alleen verbruiker van mijn leed .

’t Verrijst , ’t verdwijnt , een dwaalzieke schaduw-hier ,

In liefde en doods vergetelheid teloor.

En toch , ik ben , en leef in schimmen door ,

 

In ’t niets geslingerd van rumoer en smaad ,

De branding in van schijngedroom bij dag ,

Waar noch gevoel van zijn , noch vreugd bestaat ,

Maar schipbreuk leed àl wat ik ’t liefste zag ;

En zelfs het dierste – wat ik ‘t meest en ’t best

Liefhad – vreemd is , ja vreemder dan de rest .

 

Ik haak naar landen waar geen man ooit liep ,

Geen vrouw ooit heeft geglimlacht of geschreid :

Om daar met God te wonen die mij schiep ,

Te slapen , zacht , als in mijn kindertijd :

Waar ik neerlig , niet gestoord , niet storend zelf ,

Onder mij ’t gras – omhoog het lucht – gewelf .

 

 

Geschreven door Joanna om 21:39 Reageer op dit bericht

eee

Wanneer je een beetje anders bent,
krijg je van de mensen al gauw
een stempel, ze steken je in een
gekooide tempel.
Maar wat is goed en wat is slecht,
die vraag houd me bezig echt.
Je bent te dik, te dun, te groot, te oud,
alles in dit wereldje loopt
grondig fout.
Een zichtbare handicap, die mensen
krijgen het nog harder te verduren,
de meeste verschuilen zich
dan ook tussen hun vier muren.
Een beetje begrip en respect
was hier wel op zijn plaats,
Die plagerijen zijn zo ondermaats.
mensen kunnen elkaar hard raken,
botten laten kraken.
Leer toch aanvaarden, de persoon
zoals ze zijn,
kan alles zo veel beter zijn.
als de mens dat eens zou willen,
beseffen, zonder elkaar steeds,
te kwetsen.
Geschreven door Joanna om 00:00 Reageer op dit bericht

Het verstandige kind                 K.W.Bilderdijk

 

Eens viel Jan ,door wilt te lopen

Op een grote steenklomp neer :

Hoe bloedde Jantjes hoofdje ,

En wat deed zijn knietje zeer !

 

Gauw kwam Willem aangelopen ,

En hij hielp hem spoedig op ;

“daar ,daar,(riep hij )is een stokje ,

Geef die stoute steen een klop”.

 

Kleine Willem wist niet beter ,

Daarom deed hij zo verkeerd :

Want , met langs de straat te spelen

Had hij niets dan kwaad geleerd .

 

“Foei ! dat ik zo dwaas zou wezen”,

Zei de zoete , brave Jan :

“Immers weet ik , lieve Willem ,

Dat die steen ’t niet helpen kan .

 

En zo hij al schuld kon hebben ,

Weet je niet wat vader zegt ?

Kwaad met kwaad te willen lonen ,

Is ondeugend ; ja is slecht !

 

Neen , ik zal voortaan in ’t lopen

Liever meer voorzichtig zijn ,

En , daar dit mijn eigen schuld is ,

Ook niet klagen over pijn”.

 

Geschreven door Joanna om 20:52 Reageer op dit bericht

Het kinderlijk geluk.

Het kinderlijk geluk      Heromynus van Alphen

 

Ik ben een kind ,

Van God bemind ,

En tot geluk geschapen .

Zijn liefde is groot ;

‘k Heb speelgoed , kleed’ren , melk en brood ,

Een wieg om in te slapen .

 

Ik leef gerust ;

Ik leer met lust ;

Ik weet nog van geen zorgen .

Van ’t spelen moe ,

Sluit ik mijn oogjes ’s avonds toe ,

En slaap tot aan de morgen .

 

Geschreven door Joanna om 20:57 Reageer op dit bericht

het nieuwe leven .

Het nieuwe leven                     Gottfried August Bürger

 

Ha! Nu ken ik zorg noch druk ,

‘k smaak een nieuw en vrolijk leven !

Welk een zonne van geluk

heeft de droeve nacht verdreven !

Welk een blijde morgengroet

voert mij de ochtend tegemoet !..

 

Hoe ! ziet mijn verheldert oog

paradijse dreven bloeien !

Welke tonen !...’k hoor omhoog ,

Hemelmelodieën vloeien !

In elk koeltje , dat hier zucht ,

streelt mij Edens balsemlucht .

 

Wijngod ! zijt ge mij zo na

met uw schuimende pokale ?

Vult ge met ambrosia

en met nectar ied’re schale ?

Nectar en ambrosia !...

Wijngod ! zijt ge mij zo na ?

 

Liefde schenkt uw toverkracht

mij een nieuw en vrolijk leven ?

Wilt ge in ’s aardrijks duistre nacht

mij reeds hemelwellust geven ?

Eeuwig jong en eeuwig blij !...

O verrukking ! blijf me bij .

 

Geschreven door Joanna om 23:38 Reageer op dit bericht

Een tuin in de avond .

Een tuin in de avond            Rudger Kopland

 

Er gebeuren dingen hier en ik ben

De enige die weet welke ,

 

Ik zal ze noemen en ook zeggen waarom

 

Er staat een oude tuinbank onder de

Appelboom er ligt een oude voetbal

In het gras er komen oude geluiden

Uit het huis er is oud licht in de lucht

 

Dit gebeurt hier : een tuin in de avond

 

En wat je niet ziet hoort en niet ziet –

De plekken waar we kuilen groeven en

Die huilend dichtgooiden

 

Ik vertel dit omdat ik niet alleen

Wil zijn voordat ik het ben .

 

 

 

 

Geschreven door Joanna om 22:26 Reageer op dit bericht

De verschijning

De verschijning          Alfred de Musset

 

Mijn vriend , uw vader hoort ook mij ,

Ik ben geen engel aan uw zij ,

Geen kwade geest die u zal deren ,

‘k Weet niet waarheen uw leven leidt ,

Ik heb nog kwaad noch goed bereid

Op ’t glibbrig pad , waar wij verkeren ;

 

Ik ben noch God noch duivel , neen !

‘k Verhoor uw klachten noch gebeên ,

Toch broeder kunt ge mij wel noemen ,

Waar gij zijt zal ik bij u zijn,

Ook als gij rust van zorg en pijn

Te midden van de kerkhofbloemen .

 

God zelf vertrouwde mij uw hart ,

En , voelt ge u neergedrukt door smart ,

Ik zal als gij uw zorgen weten

Ik volg u over zee en land ,

Toch grijp ik nimmer uwe hand ,

Vriend , ik ben eenzaamheid geheten !

 

Geschreven door Joanna om 20:38 Reageer op dit bericht

De ratelsnoek      c. Buddingh

 

Wanneer je aan een beekje woont ,

Een sloot , een plas , een ven ,

Hoor je soms ‘s nachts , heel onverwachts ,

Zachtjes iets ratelen .

 

Het klinkt niet blij en niet echt droef

Niet dreigend of dramatisch ,

Niet nijdig ,niet rebels , nee , eer 

Wat tobberig , wat apathisch .

 

Maar stel je ’t ook eens even voor

Zo’n ratelsnoekbestaan .

Ben ik blij dat ‘k niet elke nacht

uit ratelen hoef te gaan .

Geschreven door Joanna om 20:14 Reageer op dit bericht

Meer van Poëzie en gedichten

↑ Terug naar de berichten