Naar de inhoud

Louis Thevenet (1874-1930)

over de Halse kunstschilder die al dan niet terecht een Brabants fauvist genoemd wordt
akke.beakke.be
Gebleken is dat Thevenet in Halle waar hij 16 jaren gewoond heeft, zo goed als onbekend is. Het Stadsbestuur, noch het Zuidwestbrabants Museum bezitten ook maar één werk. Tijdens zijn verblijf in Halle heeft het Stadsbestuur zelfs geen tentoonstelling aan zijn werk gewijd. Een initiatief van de literaire en kunstvereniging "Xarnego" uit Halle, waarvan letterkundige Rik Wouters voorzitter is. De bijdragen zijn van Rik Wouters, tenzij anders vermeld. Een aanvulling op dit blog is "https://blog.seniorennet.be/louis_thevenet2" of "Louis Thevenet (1874-1930): onvolledige catalogus".

Archief

EEN BOEK OVER THEVENET DOOR RIK WOUTERS GESCHONKEN AAN DE BIBLIOTHEEK VAN HALLE SPOORLOOS? (1)


Eind mei of begin juni van 2007 schonk ik een exemplaar van mijn eindejaarswerk voor mijn studie Toeristische Gids aan het Elishout te Anderlecht met als titel "L. Thevenet een onbegrepen schilder van een oeuvre vol dagdagelijkse voorwerpen" en als ondertitel "over zijn vrijwillige ballingschap in Halle van 1916 tot 1930" aan de bibliotheek van Halle. 
De redenen van de keuze waren legio:
-(1) de schilder heeft in Halle gewoond van 1916 tot zijn dood in 1930;
-(2) de schilder heeft Halle in een aantal werken verbeeld;
-(3) de schilder was tijdens zijn verblijf in Halle niet onbekend;
-(4) de schilder is vandaag de dag in Halle zo goed als onbekend:
-(4, 1) Stad, noch het lokale Zuidwestbrabants Museum hebben ook maar één werk van hem;
-(4, 2) de oogst aan publicaties in de plaatselijke bibliotheek waarin de schilder en/of zijn werk meer dan gewoon maar aan bod komen, is klein;
-(4, 3)  het straatnaambord van de naar de schilder genoemde laan is bijna onleesbaar;
-(4, 4) de lokale VVV heeft geen Thevenetwandeling;
-(5) het werk was op slechts 10 exemplaren gedrukt en niet in de handel te verkrijgen. De schenking zou er dan ook voor zorgen dat de Hallenaar het kon lezen;
-(6) ik houd van mijn geboortestadje en vooral dan van al wat met kunst te maken heeft.
De schenking werd, zoals bleek uit e-mails van de bibliotheek en de burgemeester, positief ontvangen. 

Op 24 oktober 2007 controleerde ik via http://bib.vlaamsbrabant.be in de catalogus van de plaatselijke bibliotheek welke werken van mij in die bibliotheek voorhanden waren. Gezocht op "Wouters" en "Rik Wouters". Los van het feit dat een aantal van mijn dichtbundels en literaire essays geen deel van de collectie uitmaken, viel de afwezigheid van mijn werk "L. Thevenet een onbegrepen schilder van een oeuvre vol dagdagelijkse voorwerpen" op. Voor alle zekerheid heb ik ook gezocht op "Thevenet" en "Louis Thevenet". Resultaat: nihil. 
Daarom heb ik op donderdag 25 oktober 2007 om 6.52 volgende e-mail met als onderwerp "geschonken boek spoorloos" en met CC naar dirk.pieters@halle.be, burgemeester, gezonden naar info@halle.be: "Vele maanden geleden heb ik een exemplaar van mijn boek  "L. Thevenet een onbegrepen schilder van een oeuvre vol dagdagelijkse voorwerpen" aan de bibliotheek geschonken. Bij controle van de catalogus van de bibliotheek op http://bib.vlaamsbrabant.be is van dat boek geen spoor terug te vinden. Kunt u me zeggen wat ermee gebeurd is?" Diezelfde dag nog ontving ik om 9.34 volgende e-mail met CC naar Monik.GHYSSELS@halle.be, bibliothecaris: "Uw vraag is voor een antwoord doorgestuurd aan de bibliotheek."
Het spreekt dat ik met de snelle reactie tevreden was: ik zou te weten komen waar mijn schenking gebleven was. Wel stelde ik me vragen bij de formulering van de reactie: ik zou "een antwoord" krijgen. Een antwoord? Waarom niet gewoon maar: "Uw vraag is voor antwoord" -Merk op: zonder onbepaald lidwoord!- "doorgestuurd aan de bibliotheek." Ik dacht dat er slechts één antwoord mogelijk was. Ik dacht aan iets in de aard van: "Uw boek werd om ... (opgave van de reden) nog niet ingebracht. Het is op ... (datum) ingebracht en voor het publiek beschikbaar." Of moest ik bang worden? Zou het antwoord kunnen luiden: "Er is geen spoor gevonden van uw boek."?

Vandaag is het maandag 29 oktober 2007. Sinds donderdag 25 oktober 2007 is de bibliotheek 4 dagen open geweest: 2 normale werkdagen waarop ook boeken kunnen uitgeleend worden, en 2 dagen waarop enkel boeken kunnen uitgeleend worden. Een antwoord heb ik nog niet gekregen. Mijn vragen blijven en nemen zelfs toe:
-wat is er met mijn boek dat ik -ik benadruk het- aan de Stad geschonken heb, gebeurd?;
-waarom is het na maanden nog niet ingebracht?;
-is het toevallig niet ingebracht?
-is het 'toevallig' niet ingebracht?;
-is het verloren?;
-is het bewust verloren gelegd?;
-is het 'bewust' verloren gelegd'?;
-is het de gewoonte dat de Stad Halle onzorgvuldig met schenkingen omspringt?;
-waarom  krijg ik binnen een redelijke tijd -zeg nu zelf: 2 dagen om een boek te zoeken, is toch meer dan voldoende- geen antwoord?
Vragen die beklijven. Vragen die knagen. Vragen waarop ik dringend een antwoord wil: toch niet overdreven nadat een boek na enkele maanden nog steeds niet kan ontleend worden, erger zelfs nog niet ingebracht is?! Daarom om 8.51 volgende e-mail met als onderwerp "geschonken boek spoorloos, stand onderzoek" en met CC naar dirk.pieters@halle.be, burgemeester, gezonden naar info@halle.be: "Ik herinner u aan mijn mail van donderdag 25 oktober 2007 , 6.53, waarop u me dezelfde dag nog om 9.34 antwoordde dat hij voor gevolg overgemaakt is aan de bibliotheek. Ik heb nog steeds geen antwoord ontvangen. Kunt u me de stand van het onderzoek meedelen?"


Ik zal niet nalaten verslag van het vervolg uit te brengen.

MISLEIDENDE RECLAME WAARIN LOUIS THEVENET VOORKOMT? (1)


Tijdens mijn niet-aflatende zoektocht in en naar het leven van Thevenet vond ik op internet gegevens over Hotel Thevenet, Koningstraat 61 te Oostende. Dit hotel prees zich aan door te vermelden dat het "ooit eigendom van kunstenaar Louis Thevenet", "anciennement maison de l'artiste Thevenet", "das ehemalige Haus des künstlers Louis Thevenet", "old house Louis Thevenet, artist" en "antigua casa del artista Louis Thevenet" was. Ik kon er niet omheen: in verscheidene talen prees het hotel zich in de eerste zin aan als vroeger eigendom van Louis Thevenet. Meer zelfs, het werd bijna uitgeschreeuwd.
Groot was mijn verwondering. Uit mijn diepgaand onderzoek heb ik kunnen achterhalen dat Thevenet 2 eigendommen heeft bezeten:
-een grond in de Hendrik Consciencestraat 58, vroeger 41, te Halle van 1925;
-een huis op dezelfde plaats vanaf 1927.
Over een huis te Oostende waarvan de schilder eigenaar zou geweest zijn, heb ik nergens iets gelezen of gevonden.

Toch mocht ik niet a priori het bezit van een huis te Oostende verwerpen. 2 redenen speelden hierbij een rol:
-(1) Thevenet's familie is afkomstig uit Brugge waar hijzelf van zijn geboorte in 1874 tot 1876 geleefd heeft. Vermeld huis kan door hem van zijn ouders geërfd zijn;  
-(2) Thevenet kan het huis tijdens zijn verblijf in Nieuwpoort van 1897 tot 1903 gekocht hebben.
Onmiddellijk echter stelde ik me vragen bij mijn eigen veronderstellingen:
-(1) Vreemd is dat Thevenet die van 1897 tot 1903 met Oleffe aan de kust verbleef, in Nieuwpoort en niet in Oostende gewoond heeft. Hij zat zijn hele leven krap bij kas. Zou het dan niet logisch zijn dat hij in zijn eigen huis ging wonen in plaats van met Oleffe iets te huren?;
-(2) Zou iemand die krap bij kas zat, zich een huis in het mondaine Oostende hebben kunnen kopen?

Toch wou ik geen vraagtekens plaatsen op de commerciële ingreep van Hotel Thevenet. Het is immers niet denkbeeldig dat ik iets over het hoofd gezien heb. 
Daarom mailde ik op 28 september 2007 om 12.31 volgend bericht met vraag om leesbevestiging naar het hotel: "Ik zoek informatie over kunstschilder Louis Thevenet (1874-1930) die in mijn geboortestad Halle gewoond heeft van 1916 tot en met zijn dood in 1930. Via Internet heb ik vernomen dat hij ooit eigenaar geweest is van het hotel (of een gebouw dat eraan voorafging) met zijn naam. Kunt u me meedelen van en tot wanneer hij eigenaar was? Dezelfde dag nog kreeg ik antwoord. Het bleek echter om een leebevestiging te gaan: mijn mail "is gelezen op 1/10/1007 27:45."
Ik laat me echter niet snel van de wijs brengen en mailde opnieuw dezelfde tekst: op 1 oktober 2007 om 15.58 en op 8 oktober 2007 om 11.44. Opnieuw kreeg ik snel antwoord, weliswaar opnieuw in de vorm van leesbevestigingen, respectievelijk op 1 oktober 2007 om 17.47 en op 8 oktober 2007 om 14.14.
3 keer mailen vond ik meer dan voldoende. Hoewel het mailadres me door de de toeristische dienst van Oostende bezorgd werd en daardoor als juist kan beschouwd worden en hoewel ik tot 3 keer toe leesbevestiging ontvangen heb waaruit ik afleid dat het hotel nog bestaat en dat inkomende mails er gelezen worden, kreeg ik geen antwoord in de echte zin van het woord op de in mijn mails gestelde vraag: "Kunt u me meedelen van en tot wanneer hij eigenaar was?"

U begrijpt dan ook dat ik me vragen stel bij de juistheid van het in de internetreclame van Hotel Thevenet, Koningstraat 61 te Oostende vermelde gegevens dat het hotel "ooit eigendom van kunstenaar Louis Thevenet" was. 
Ik heb de zaak aangekaart bij Toerisme Vlaanderen dat me op 10 oktober 2007 om 14.13 meedeelde: "Reklame of misleidende concurrentie is de bovoegdheid van het ministerie van economische zaken. Ik geef u hierbij de cooördinaten van de informatie - ambtenaar". Betrokken dienst heb ik op 15 oktober 2007 om 12.35 gemaild.

Wordt zeker en vast vervolgd. 

THEVENET-GEDENKPLAAT AAN DE CONSCIENCESTRAAT 58 TE HALLE (+ illustratie)


Sinds de zeventiger jaren van de twintigste eeuw bevindt zich een Thevenet-gedenkplaat links van de toegangsdeur van de Consciencestraat 58 te 1500 Halle waar de schilder van 1927 tot 1930 woonde en werkte. Het ontwerp is van de Halse kunstenaar Camille Colruyt.
De gedenkplaat is, net als het straatnaambord van de Thevenetlaan, dringend aan een oppoetsbeurt toe. Een verklarend onderschrift dat onder meer vermeldt wie Thevenet was, zou zeer nuttig zijn, net als de inkadering van de gedenkplaat in een 'officiële' Thevenetwandeling.

THEVENET EREBURGER VAN HALLE? (3)


Onderstaande brief van de Stad Halle heb ik op donderdag 27 september 2007 ontvangen. Reeds gestelde vraag, "Thevenet ereburger van Halle?" blijft; toch meen ik uit onderstaande brief te mogen besluiten dat de mogelijkheid bestaat en dat mijn en "Xarnego"'s voorstel zal onderzocht worden. 

          De Heer Rik WOUTERS
          Voorzitter "Xarnego"
          [adres]

[adminstratieve gegevens]

          Halle, 26 sep. 2007

Titel "Ereburger van de Stad Halle"

Geachte Heer Voorzitter,

Uw voorstel van 17.09.'07 om de mogelijkheid te onderzoeken om kunstschilder Lous Thevenet postuum de titel van "Ereburer van de Stad Halle" toe te kennen, weerhield onze aandacht.

De toekenning gebeurt door de gemeenteraad, op voorstel van een commissie.

In het reglement Toekenning Ereplaket en titel Ereburger van de stad Halle werden de voorwaarden hiertoe vastgelegd. Eén van deze voorwaarden bepaalt dat de titel "ereburger van de stad Halle" slechts 2-jaarlijks kan worden toegekend.

In de zitting van 22 mei 2007 werd de titel toekend aan de musicus Adrien François Servais.

Bijgevolg zal de eerstvolgende onderscheiding ten vroegste in 2009 kunnen plaatsvinden.

Uw voorstel zal bij de volgende samenkomst van de commissie worden besproken.

Inmiddels verblijven wij,

Met bijzondere hoogachting

De stadssecretaris          De burgemeester

G. Van Belle                   D. Pieters

Bijlage: reglement Toekenning ereplaket en titel Ereburger van de stad Halle 

THEVENET EREBURGER VAN HALLE? (2)


De tweede stap naar een mogelijke erkenning van Thevenet als ereburger van Halle is gezet.
Op 17 september 2007 nog heb ik in verband met de 2 op dezelfde dag verzonden e-mails volgende berichten ontvangen:
-per e-mail van Marion.jansen@halle.be, meer dan waarschijnlijk als gevolg op mijn e-mail aan : "was read on Mon, 17 Sep 2007 8:40:13";
-per e-mail van dirk.pieters@halle.be
: "was read on Mon, 17 Sep 2007 10:46:45".
Dé vraag blijft uiteraard:
Thevenet ereburger van Halle?

THEVENET EREBURGER VAN HALLE? (1)


Onderstaande brief werd op maandag 17 september op 3 wijzen aan het College van Burgemeester en Schepenen van de Stad Halle overgemaakt:
-per e-mail aan dirk.pieters@pandora.be, e-mailadres van de burgemeester, om 8.34;
-per e-mail aan info@halle.be om 8.36;
-gepost in de brievenbus van het stadhuis, Oudstrijdersplein 45 te 1500 Halle tussen 9.00 en 9.30.
Ik zal niet nalaten om u van het gevolg dat aan de brief gegeven wordt, op de hoogte te brengen en hoop dat de titel van één van de vervolgen op deze bijdrage zal mogen luiden: "Thevenet ereburger van Halle" of zelfs "Thevenet ereburger van Halle!".

          Halle, 17 september 2007

          Aan het College van Burgemeester 
         
en Schepenen van de Stad Halle
          Oudstrijdersplein 45
          1500 Halle

Betreft: verlening titel "Ereburger van de Stad Halle" aan Louis Thevenet

Mijne heren,

Als kunstenaar, burger van de Stad Halle en voorzitter van de Halse literaire en kunstvereniging "xarnego" vraag ik u om de mogelijkheid te onderzoeken om kunstschilder Louis Thevenet, te Halle overleden op 16 augustus 1930, de titel van "Ereburger van de Stad Halle" toe te kennen.

Ik ben van oordeel dat hij daarop wegens verscheidene redenen recht heeft:
-hij heeft 16 jaren van zijn leven in Halle gewoond;
-hij heeft door zijn bijzondere verdiensten als kunstschilder bijgedragen tot het Halse culturele en vooral kunstleven;
-hij heeft door zijn kunst en verbondenheid met Halle de nationale en internationale uitstraling van zijn ‘adoptiestad’ Halle verspreid.

U vindt in bijlagen documenten die tot uw onderzoek kunnen bijdragen:
-bijlage 1: links tussen Thevenet en Halle en herinneringen aan zijn verblijf in Halle;
-bijlage 2: individuele en collectieve tentoonstellingen;
-bijlage 3: werken in het bezit van Belgische musea.
Meer gegevens over Thevenet en zijn kunst vindt u op

https://blog.seniorennet.be/louis_thevenet, een initiatief van mezelf en "xarnego".

Voor meer informatie kunt u me steeds contacteren.

In de hoop op een gunstige reactie groet ik u,

Vriendelijk,

          Rik Wouters
          [contactgegevens]

THEVENET IN DE POËZIE VAN RENÉ LYR


In 1982 verscheen postuum René Lyrs verzamelde L’Oeuvre Poétique. Dit werk is verschenen op mille exemplaires dont neuf cent cinquante sur vélin bouffant et cinquante sur papier de Hollande Van Gelder numérotés de 1 à 50 constituant l’édition oirginale [1]. Het bevat alle gedichten van Lyr, verschenen in dichtbundels, met uitzondering van de eerste 4 dichtbundels, "Chant du Rêve", "Dans le Silence", "Brises" en "Rimes Fanées", waaruit selecties opgenomen zijn. Ook de onuitgegeven dichtbundels "Chansons de l’aube et du soir" (1902-1948), "Voyage au bout de toi" (1949-1951) en "Rosace de mes nuits" (1957) werden opgenomen.
"Rétrospectieve", uit 1954, bevat talrijke verzen waarin ‘Thevenet’ de hoofdrol speelt. "Fleur de mon jardin", uit 1957, bevat een gedicht waarin Thevenet terloops opduikt.
"Rétrospective" -Daarom ook gebruikte ik hierboven het algemene ‘verzen’.- stelt problemen. Gaat het om 1 gedicht waarin weinig om de lay-out gegeven werd? Gaat het om 1 gedicht waarin de onderdelen of ‘hoofdstukken’ door grotere ruimtes wit dan tussen strofes van elkaar gescheiden zijn? Gaat het om verscheidene gedichten die door grotere ruimtes wit dan tussen strofes van elkaar gescheiden zijn, in plaats van de stervorm gebruikt in andere bundels? Ik heb voor het laatste geopteerd.
Hieronder vind je de originele teksten en een vertalingen ervan van mezelf. De ongetitelde gedichten van "Rétrospective" heb ik tussen vierkante haakjes als volgt van en ‘titel’ voorzien: gedicht gevolgd door een volgnummer. Ik heb vorm en interpunctie zoveel mogelijk gerespecteerd. Titels van werken werden, wanneer er een Nederlandse titel bestaat, in het Nederlands én cursief afgedrukt: onder het gedicht geef ik in de mate van het mogelijke informatie over de vermelde of beschreven schilderij. Lyrs foutieve ‘Thévenet’ wordt als Thevenet geschreven.



"RÉTROSPECTIEVE"

[gedicht 1, pagina 181]

Oleffe Auderghem – le jardin
des conciles dans la clairière
Oleffe le Maître le Père
comme le nommaient les dauphins
Louis Thévenet Brusselmans
Philibert Cockx Rik Wouters
les en-allés les mil neuf cents.
Ils ont combattu sous son nom
ceux qu’on dira "Les Brabançons".
Aujourd’hui tout l’oubli l’assiège
mais nos vigiles le protègent
dans la nuit et dans le brouillard
comme jadis L’Homme du Phare. 

     Oleffe Oudergem – de tuin
     de samenkomsten op de open plek in het bos
     Oleffe de Meester de Vader
     zoals zijn kroonprinsen hem noemden:   
     Louis Thévenet Brusselmans 
     Philibert Cockx Rik Wouters,
     de gestorvenen die van negentienhonderd. 
     Onder zijn naam hebben zij die men
     "De Brabanders" zal noemen, gevochten. 
     Vandaag lijdt hij aan algehele vergetelheid 
     maar onze wakers beschermers hem
     tijdens de nacht en in de mist
     zoals vroeger L’Homme du Phare. 
    
"L’Homme du Phare" is een werk van Oleffe.



[gedicht 2, pagina’s 186-187]

La grâce habite Solembempt
et chaque matin c’est dimanche
sur la toile Louis se penche
tel Balthasar à Bethléem

     gratie woont in het Sollenbeemd
     waar het elke dag zondag is
     Louis bestudeert het doek
    zoals Bathasar Bethlehem

bergers s’en viennent des vallons
rois mages par plaines et monts
chemineau par chemins chemine
le coeur prie la main dessine

     herders komen uit dalen
     koningen over vlaktes en bergen
     een zwerver loopt over wegen
     de ziel bidt terwijl de hand tekent

Entre dans la nature écoute le matin
les paroles sont des corolles au jardin
toutes neuves et la fillette en robe blanche
et la lumière essaim d’abeilles dans les branches

     Aanschouw de natuur luister naar de morgen
     woorden zijn als nieuwe bloemkronen 
     in de tuin het meisje in het witte kleed
     het licht is als een zwerm bijen in de takken

il suffit de tremper le pinceau dans l’air bleu
le chant répond de la bouche des mains des yeux
de tout ce jeune corps pétri de sa clarté
qu’à la basse soutient le noir en pédalier

     het volstaat om het penseel in blauwe lucht te doppen
     gezang beantwoordt met mond handen ogen
     dat jeugdige lichaam gevormd door licht
     terwijl de bas het zwart als een voetklavier ondersteunt

un amoureux émoi soulève le corsage
et l’on voit battre doucement dans les barreaux
la fleur du géranium fluidique coeur d’oiseau
pris par la Chaise Rouge ainsi qu’en une cage.

     een ontroerde minnaar tilt het lijfje op
     men ziet zachtjes tussen tralies de bloem bonken
     van de geranium als het vloeibare hart van de vogel
     genomen door de Chaise Rouge in een kooi.

Over "Chaise Rouge" heb ik niets kunnen achterhalen.



[gedicht 3, pagina 188]

Interrogé le vide énorme de la chambre
un poème raconte et la vie et l’amour
il est ce livre sur la table où se rassemblent
les objets les reflets les musiques du jour.

     Een dichter die de enorme stilte ondervraagd
     heeft, vertelt over leven én liefde 
     hij is dat boek op tafel waar voorwerpen
     muzieken van de dag weerkaatsen.

L’Harmonium absents les doigts ses touches noires
comme des barres sur le blanc d’ivoire pur.
Le violon au bois tendre suspend au mur
les frémissants répons de la muette histoire

     Het Harmonium afwezig de vingers de zwarte toetsen
     zoals muziekstrepen op het maagdelijk-witte ivoor.
     De viool van zacht hout hangt op aan de muur
     sidderende responsaria van de zwijgende geschiedenis

et dans le cadre d’or aux cercles enchantés
le vieux portrait pâlit au colloque profane
du couple en ces atours d’Orient inventé
masques trop ressemblants de l’estampe persane.

     in de gouden kader vol betoverde cirkels
     verbleekt het oude portret de wereldlijke samenspraak
     van het koppel verzonnen in een oosterse omgeving
     verbergt het te gelijkend op een Perzische plaat.

"Het Harmonium" verwijst naar het gelijknamige schilderij uit 1924 waarop verzen 3-4 van strofe 3 onmiskenbaar alluderen.



[gedicht 4, pagina 188]

Toutes les portes sont ouvertes
les murs ne sont plus que des trous
de lumière nette par où
les Pespectives sont ouvertes

     Alle deuren zijn open 
     muren zijn niets meer 
     dan heldere lichtgaten
     langswaar Pespectives open zijn.

les plans chevauchant l’accord
des angles des carrés des lignes
au prisonnier des gris des ors
et des blues d’Oleffe font signe.

     de harmonie van hoeken vierkanten
     lijnen die tekeningen overlappen
     grijzen goudgelen en blauwen 
     van Oleffe geven aan de gevangene teken

Trois cadences les tons posés
comme des notes musicales
et pour combler les intervalles
les silences accumulés.

     Drie maten van aangebrachte kleuren
     als muzikale tonen 
     vullen intervallen
     verzamelde stiltes.

La route et le bourdon sont prêts
Louis s’évade dans l’abstrait.

     Weg en pelgrimsstaf zijn klaar
     Louis vlucht weg in het abstracte.

Over "Pespectives" heb ik niets kunnen achterhalen. Het gedicht is alleszins gebaseerd op "Mijnheer gaat uit" uit 1916 en "Le violoncelle" uit 1923.



[gedicht 5, pagina 189]

Plus d’ombre
le point détaché le jeu clair
des lumières et des matières
dans l’ordre muet et le nombre

     Geen schaduw meer
     afgesplitst ogenblik helder spel
     van kennis en aanleidingen
     in sprakeloze orde en harmonie

un style d’espace et de rythme
en contrepoint de son thème banal
libre l’esprit un élan cathédral
au moindre accent de som hymne.

     een stijl van ruimte en ritme
     in het contrapunt van zijn alledaagse thema
     vrije geest opwelling kathedraal
     in het minste accent van zijn lofzang.

Peinture pure heure biblique
au balancier entre les poids
mesure orphique l’on perçoit
l’exactitude des répliques.

     Zuivere schilderkunst bijbels uur
     op de slinger tussen de gewichten
     orfeïsche maat men neemt 
     de nauwkeurigheid van weerwoorden waar.

Triangle timbre de la nappe
chaise avec ses trois pieds valseurs
sonnantes monnaies du Pape
et cloche de Chapeau à fleurs.

     Driehoek kleurklank van het tafellaken
     stoel met haar drie walsende poten
     slaande Judaspenningen
     en de klok van de Hoed met bloemen.

"Hoed met bloemen" verwijst naar het gelijknamige schilderij uit 1928.
Vers 1 van strofe 1 kan het tweede deel van Thevenet’s carrière waar closionisme meer en meer naar de achtergrond verdween, aanduiden.



"FLEURS DE MON JARDIN"

ANCOLIE [pagina 222]
     AKELEI

Soeur de la tristesse, ancolie,
en ton humilité tapie
à l’ombre des glaïeuls vainqueurs…
et pourtant tu ris, tendre fleur

     Akelei, zuster van droefheid,
     in jouw nederigheid berust de schaduw 
     van overwinnende zwaardlelies.
     En toch lach je, gevoelige bloem 

tu ris d’un ton frais, sans mélange
ainsi que l’éclat d’ocre clair,
si simple, si vive, si franche,
dont Thévenet chantait son air.
Et se prolonge la cadence
au pli de ta corolle d’or
avec la chère résonance
de ses mots, par-delà la mort.

     je lacht met een frisse kracht, zonder mengsel, 
     als een uitbarsting van helder oker, 
     zo gewoon, zo hevig, zo openhartig,
     die Thevenet zangerig verheerlijkte.
     En het tempo verlengt zich 
     in de vouw van je gouden bloemkroon
     met de kostbare weerklank 
     van haar woorden, verder dan de dood.
    
Tu les rappelles à ma peine
en notre jardin de printemps
si bien que c’est sa joie sereine
à te regarder, que j’entends.

     Je herinnert hen aan mijn werk,
     in onze tuin in de lente
     zo goed dat het haar rustige genot
     is om je te bekijken dat ik hoor.
   

[1] LYR, René. L’Oeuvre Poétique. Unimuse, Tournai. 1982.

ZAGEN THEVENET EN MENET ELKAAR NOG NA 1907?


In mijn bijdrage "René Lyr, "Mon ami Louis Thévenet" en het ‘mysterie’ Thevenet (+ illustratie)", elders op deze site, had ik het over Menet wiens Thevenet-portret uit 1907 de kaft van Lyrs "Mon ami Louis Thévenet" siert. In vermeld boek had Lyr het terloops over Menet die quitta Bruxelles un beau jour et personne n’entendit plus parler de lui. [1]. Ik ben naar Menet op zoek geweest: veel heb ik, zoals uit vermelde bijdrage blijkt, niet gevonden.

Lyr blijft vaag over Menet’s ‘verdwijning’. Hij weet dat hij Bruxelles op un beau jour verlaten heeft en dat sindsdien personne n’entendit plus parler de lui [1]. Wist Lyr zelf niets meer? Vond hij Menet niet boeiend genoeg om meer over te schrijven? Lyr heeft me met vragen opgezadeld.
En er komen er nog meer. Wanneer is die beau jour geweest? Kort na het schilderen van Thevenet’s portret? Jaren later? Is het waar dat personne n’entendit pus parler de lui [1]? Veralgemeent Lyr? Waarom zou hij dat doen? Misschien omdat híjzelf niets meer van Menet gehoord heeft?
Walschot veronderstelt dat Menet nog in 1913 in wat België genoemd wordt, was of geweest is. In zijn transcriptie van "de reekening van Emma" vermeldt hij dat in het jaar 1913 op 15 Maarte een zekere Mr Minet een paiza matin waarin paiza staat voor paysage, gekocht heeft voor 200 frank. Hij voegt er in zijn commentaren bij Emma’s boekhouding, die uitvoerig en verhelderend werken, aan toe dat de koper was, D.i. waarschijnlijk, Menet die het portret van Louis Thévenet schilderde. [2].
Heeft Walschot het bij het rechte eind? Is Minet inderdaad een verschrijving van Menet? Verwonderlijk is dit niet, zoals uit mijn bijdrage ""de reekening van Emma" of een onmogelijke zoektocht in het kunstenaarsverleden", elders op deze site, blijkt. Toch heeft zelfs Walschot er zijn twijfels over. Niet voor niets gebruikte hij waarschijnlijk [2]. Zijn gereserveerdheid lijkt terecht. Het kan niet anders dan dat Hallenaar Walschot die geschiedenis en leven van zijn stad door en door kende, weet had van Minet’s die in Halle woonden. Ook nu wonen er nog.
Thevenet verbleef in 1913 echter in het Brusselse. Woonden daar toen Minet’s? Ik zou het niet weten. Bladeren in de "Witte Gids" voor 2007-2008 leverde me voor Brussel 43 Minet’s op. Is het verwonderlijk dat er ook in 1913 Minet’s zouden gewoond hebben? Ik denk het niet. In dit geval kan het zeer goed zijn dat een Minet werk van Thevenet gekocht heeft. In dit geval is Walschot het te ver gaan zoeken en was zijn lichte twijfel terecht.
Ik had vorige zin als slot van deze bijdrage willen beschouwen. Ik ben in vermelde telefoongids echter ook op zoek gegaan naar 'Brusselse' Menet's. Ik heb er één gevonden. Leefden er in 1913 ook Menet’s in Brussel? Het lijkt me zeer goed mogelijk dat ‘Thevenet’s’ Menet er nog rondhing, Thevenet nu en dan of zelfs geregeld zag en in 1913 de paiza matin [2] gekocht heeft.
Vragen blijven echter: 
-zagen Thevenet en Menet elkaar nog na 1907?;
-wie heeft in 1913 de paiza matin [2] gekocht? Een Minet of een Menet?

Je beweert dat het niet belangrijk is om te weten of de koper van Thevenet’s schilderij een Minet of een Menet, en in het laatste geval misschien wel dé of Thevenet’s Menet, was. Je hebt ongetwijfeld gelijk.
Maar zijn het niet de schijnbaar ‘overbodige’ en over gewone mensen handelende details die de al te vaak saaie en daardoor niet tot lezen en bestuderen  uitnodigende geschiedenis van data en belangrijke gebeurtenissen boeiend en menselijk maken?!

[1] LYR, René. Mon ami Louis Thévenet. Editions Nationales, Uccle. 1945.
[2] WALSCHOT, L. De "reekening van Emma". In: Hallensia, jg. 24, nr. 1, januari-maart 2002, p. 26-29.

SERGE GOYENS DE HEUSCH, CLAUDE LYR EN "RETROSPECTIEVE LOUIS THÉVENET" (+ illustratie)


In 1990 verscheen "Retrospectieve Louis Thévenet" dat werd uitgegeven naar aanleiding van de retrospectieve tentoonstelling Louis Thévenet, georganiseerd door de Stad Halle met de medewerking van het Gemeentekrediet, in het Oud-Jezuïetencollege van 6 oktober tot 30 november 1999. [1].

Het boek bevat 7 teksten:
-een "Woord vooraf" van François Narmon, toen voorzitter van het directiecomité van het Gemeentekrediet;
-een "Ten geleide" van Tom Severs, toen schepen van cultuur van de stad Halle;
-niet-ondertekende "Biografische gegevens";
-een Nederlandstalige vertaling van een tekst van Serge Goyens de Heusch;
-een Nederlandstalige vertaling van een tekst van Claude Lyr, zoon van René Lyr, Thevenet’s biograaf;
-een niet-ondertekende "Catalogus";
-het Franse origineel van hierboven vermelde tekst van Goyens de Heusch;
-het Franse origineel van hierboven vermelde tekst van Lyr;
"een niet-ondertekende en erg selectieve "Bibliografie" die dan ook onvolledig en, wat erger is, niet representatief is.
Het boek bevat ook en vooral een rijke schat aan iconografisch materiaal:
-"Mijnheer gaat uit" van 65 cm bij 55 cm uit 1916 in kleur en de ondertekening van één van zijn werken, L

THEVENET, op de kaft;
-6 zwart-wit-foto’s van Thevenet en 1 zwart-wit-foto van Thevenet met vriend-schilder Crétin-Georges [1];
-16 kleurenafbeeldingen van tentoonstelde schilderijen waarvan 10 uit zijn Halse periode dateren;
-Frans-Nederlandse toegangskaart tot de Wereldtentoonstelling te Gent in 1913 met daarop de foto die jaren later op zijn zerk op de begraafplaats van Halle zal prijken;
-postkaart aan René Lyr, geschreven op 7 juli 1925;
-zwart-wit-afbeeldingen van 87 van de 88 tentoonstelde schilderijen waarvan 61 uit zijn Halse periode dateren;
-Thevenet’s Franstalige doodsbrief waarop Thévenet [1] staat;
-een foto van het borstbeeld van Thevenet door G. Van Goolen.
Kortom, een gedenkwaardige en verzorgd-uitgegeven catalogus naar aanleiding van een memorabele tentoonstelling.

Als tekstschrijvers van de kritische bijdragen werd gekozen voor Goyens de Heusch en zoon Lyr. Goyens de Heusch is schrijver van één van dé magistrale, verhelderende en verrijkende naslagwerken over "L’Impressionisme et le Fauvisme en Belgique" [2] dat overvloedig van illustratieve schilderijen voorzien is, en van "De Brabantse fauvisten" [3]. Zoon Lyr is opgegroeid tussen de vele Thevenet’s die deel uitmaakten van zijn vaders kunstverzameling. De keuze aanvechten zou onrechtvaardig zijn.
Toch komen een aantal zaken vreemd over.
Waren er geen andere kunstkenners die evengoed, misschien zelfs beter zouden gedaan hebben? Goyens de Heusch heeft Thevenet immers niet gekend en heeft het in zijn publicaties slechts met mondjesmaat over Thevenet sinds hij in Halle is komen wonen. Op die manier laat hij meer dan de helft van Thevenet’s oeuvre grotendeels buiten beschouwing. Zoon Lyr heeft Thevenet in zijn jeugd enkele keren ontmoet en gekend tussen 1925 en 1930 [4] zodat zijn kennis grotendeels komt van wat hij zijn vader heeft horen vertellen en uit de al dan niet uitgegeven geschriften van zijn vader.
Waarom werd gekozen voor Franstaligen? Er zijn toch genoeg Nederlandstalige kunstkenners die evengoed, misschien zelfs beter zouden gedaan hebben. Ik heb a priori niets tegen Franstaligen. Ik zou echter geopteerd hebben voor een vertaling van René Lyrs "Mon ami Louis Thévenet" [5] uit 1945 omdat het het enige ‘volledige’ verslag van Thevenet’s leven, waarop de meeste latere schrijvers zich gebaseerd hebben, bevat. Het zou wel een vertaling moeten geweest zijn met tal van voetnoten die verduidelijkten, aanpasten of verbeterden.
Bij de keuze van zoon Lyr plaats ik een groot vraagteken. Kan iemand die bewust aan vervalsing meegewerkt heeft en ze zelfs in stand gehouden heeft door zijn vaders ongepaste ingreep in de kunstgeschiedenis zelf te gebruiken, ‘objectief’ zijn? Vader en zoon Lyr hebben het steeds over Thévenet gehad omdat dat Franser en welluidender klonk -Kan Franstalige arrogantie in wat België genoemd wordt, echt zó ver gaan?!-, zo vond René. Dit laatste heeft Claude Lyr van der Eeckt persoonlijk bevestigd toen ik hem die vraag stelde tijdens het gesprek dat ik bij hem thuis met hem had. [6]. Zoon Lyr heeft de ‘uitvinding’ van zijn vader gebruikt en de ingreep van die vader nooit veroordeeld. Hij heeft, net als zijn vader, zonder toestemming van Thevenet en, wat erger is, zonder scrupules ingegrepen in Thevenet’s leven en het op een arrogante, denigrerende en hautaine wijze gedeeltelijk vervalst.

Waarom werden Franstalige teksten opgenomen? Halle maakt immers deel uit van het Vlaams Gewest waar Nederlands de enige erkende en officiële taal is. Je zou natuurlijk kunnen stellen dat het Gemeentekrediet als uitgever doet en laat wat het wil en als Belgische bank de officiële talen van wat België genoemd wordt, gebruikt. Waar is het Duits dan echter gebleven?! 
Probleem is wel dat de stad Halle nauw, erg nauw bij de publicatie betrokken was. De tentoonstelling werd georganiseerd door de Stad Halle, weliswaar met de medewerking van het Gemeentekrediet [1]. Overdrijf ik door te stellen dat de stad Halle hoofdorganisator en het Gemeentekrediet nevenorganisator was? Overdrijf ik door te stellen dat de stad Halle het Gemeentekrediet de toestemming gegeven heeft om de uitgave van de catalogus van een door de stad Halle georganiseerde tentoonstelling op zich te nemen? Dat de stad Halle actief meegewerkt heeft aan de catalogus, blijkt meer dan duidelijk uit het voorwoord van Tom Severs, toen schepen van cultuur van de stad Halle.
Is het de taak van de Vlaamse stad Halle om een andere dan de enige gewesttaal te promoten?! Heeft de stad Halle überhaupt het recht om publicaties in een andere taal dan de enige gewesttaal te steunen en zelfs mee uit te geven?! Mijn antwoord dat niet korter kan: NEEN!

Ondanks hierboven vermelde negatieve punten kan er op de teksten van Goyens de Heusch en Lyr op het zuivere inhoudelijke vlak weinig opgemerkt worden.

Het "VVV-Toerisme Halle" op de Grote Markt van Halle heeft nog enkele exemplaren van "Retrospectieve Louis Thévenet". Het boek kost 7 € en kan er afgehaald worden. Het kan ook besteld worden en wordt na betaling opgezonden; de prijs wordt verhoogd met 3 € voor de verzendingskosten. Meer informatie:
toerisme@halle.be.

[1] DDAA. Retrospectieve Louis Thévenet. Brugge 1874 - Halle 1930. Gemeentekrediet, Brussel. 1990 [n.a.v. de tentoonstelling "Louis Thévenet", georganiseerd door de Stad Halle met de medewerking van het Gemeentekrediet in het Oud-Jezuïetencollege te Halle van 6 oktober tot 30 november 1990].
[2] GOYENS DE HEUSCH, Serge. L’Impressionisme et le Fauvisme en Belgique. Fonds Mercator, Anvers. 1988.
[3] GOYENS de HEUSCH, Serge. De Brabantse fauvisten. In: DDAA. De Brabantse fauvisten. Gemeentekrediet van België, Brussel, p. 11-99. 1979 [n.a.v. de tentoonstelling "De Brabantse fauvisten", georganiseerd door het Gemeentekrediet van Belgïë in de Passage 44 te Brussel].
[4] LYR, Claude. Het mysterie Thévenet. In: DDAA. Retrospectieve Louis Thévenet. Brugge 1874 - Halle 1930. Gemeentekrediet, Brussel, p. 45-53. 1990 [n.a.v. de tentoonstelling "Louis Thévenet", georganiseerd door de Stad Halle m.m.v. het Gemeentekrediet in het Oud- Jezuïetencollege van Halle van 6 oktober tot 30 november 1990].
[5] LYR, René. Mon ami Louis Thévenet. Editions Nationales, Uccle. 1945.
[6] VAN DER EECKT, Gabriëlla. Louis Thevenet: 1894-1930 Schilderij: "De Vierbunder". Eindwerk tot het bekomen van het diploma van antiekhandelaar. I.M.O.V. Gent, Gent. 1994 [Promotor: Lieve Compernolle].

THEVENET IN DE POËZIE VAN RIK WOUTERS (gedicht) (2)


Onderstaand gedicht is een vrije interpretatie van "En attendant la procession" van 70 cm bij 60 cm uit 1924. Het maakt deel uit van een dichtbundel in voorbereiding met als werktitel "Of hij ooit nog thuiskomen zal, ergens, en woordenloos bijven spreken". Er is nog geen verschijningsdatum voorzien.


"WACHTEND OP DE PROCESSIE" 

Zoals elk jaar bijna heeft een processie op zich laten
wachten. Parapluus kunnen overvloedige regen niet
bezweren. Vlaggen van Hal en la Belgique die gevels,
zelfs ruzies verbergen, kunnen overgewicht nauwelijks

nog dragen. Hij houdt zich in een geborgen deurgat
verborgen. Hij wil niet opvallen: hij spreekt de taal
amper. Hij heeft geleerd dat woordenloos spreken
beter is om te verbeelden waar hij heen wil. Hij kijkt

op en weet dat een kwajongen die hij heel goed kent,
een spandoek waarop "chrétien" staat, aan een gevel
van la maison du peuple gehangen heeft. Hij lacht,
lichtjes gegeneerd. Hij zal zichzelf nooit verraden.

Meer van Louis Thevenet (1874-1930)

↑ Terug naar de berichten