Psalm 118, 1 + 8 + 9 + 19 + 20 + 21 + 25 + 26
Psalm 118, 1 + 8 + 9 + 19 + 20 + 21 + 25 + 26
loof de Heer, want Hij is goed,
eeuwig duurt zijn trouw.
Beter te schuilen bij de Heer,
dan te vertrouwen op mensen.
Beter te schuilen bij de Heer,
dan te vertrouwen op mannen met macht.
Open voor mij de poorten van de gerechtigheid,
.hier gaan de rechtvaardigen binnen.
Ik wil U loven omdat U antwoordde,
en mij de overwinning gaf.
Heer, geef ons de overwinning,
Heer, geef ons voorspoed.
Gezegend wie komt met de Naam van de Heer.
Wij zegenen u vanuit het huis van de Heer.
Uit het evangelie volgens Matteüs
7, 21 + 24-27
Jezus sprak tot zijn leerlingen:
'Niet iedereen die “Heer, Heer” tegen mij zegt, zal het Koninkrijk van de hemel
binnengaan, alleen wie handelt naar de wil van mijn hemelse Vader.
Wie deze woorden van mij hoort en ernaar handelt, kan vergeleken worden met een
verstandig man, die zijn huis bouwde op een rots. Toen het begon te regenen en
de bergstromen zwollen, en er stormen opstaken en het huis van alle kanten
belaagd werd, stortte het niet in, want het was gefundeerd op een rots. En wie
deze woorden van mij hoort en er niet naar handelt, kan vergeleken worden met
een onnadenkend man, die zijn huis bouwde op zand. Toen het begon te regenen en
de bergstromen zwollen, en er stormen opstaken en er van alle kanten op het
huis werd ingebeukt, stortte het in, en er bleef alleen een ruïne over.'
Jezus' woorden beluisteren en ze ook in praktijk brengen helpt ons vooruit. Dan bouwen wij op stevige rotsgrond. Als wij ons leven bouwen op zijn woord, dan worden wij gered op de dag van het oordeel. Voorwaarde is: zijn woorden beluisteren en ernaar handelen.
De rots waarover het evangelie spreekt, is Christus zelf. Bedoeling en roeping is ons 'huis' te bouwen op Hem. Dit 'huis' zal niet instorten, opdat Christus het fundament zal zijn van ons bestaan. De lichten in het huis kunnen misschien doven, of het kan erg bewolkt zijn, maar niets zal het huis kunnen doen instorten.
Wat
niet wilt zeggen dat er tegen het huis niet gebeukt zal worden. Dat zal het
zeer zeker wel. Maar het huis, de bewoners, zullen steeds de ondergrond, de
rots, Christus, in herinnering houden. Op Hem mogen ze vertrouwen dat dat wat
tracht in te beuken niet de macht heeft de ziel te schaden.
Oh ja, misschien wel het lichaam, en vele andere dingen. Maar niet de ziel.
Want die is bewoond, en wie zich toevertrouwt aan zijn Bewoner, mag zich veilig
weten.
Veilig... niet door ons te verbergen voor de wereld, met een boekske in een hoekske. Nee, door de wil te doen van de Vader, zoals het evangelie van vandaag ons voorhoudt. Uiteraard uit keuze, maar niet door eigen krachtpatserij. Christus zelf zal ons de genade velenen gehoor te kunnen geven aan Gods wil.
Dit vraagt een groei, die we allen doorgaan, met vallen en opstaan. Je verlaten op de Heer is immers geen vanzelfsprekendheid. En toch mag dit laatste geen reden zijn om niet te willen groeien. Van belang is dat we deze groei niet al te veel in eigen handen nemen. Christus weet van ons vallen en opstaan, en in zijn grote barmhartigheid en vergevingsgezindheid zal Hij ons steeds bij de hand nemen op onze weg, om ons te leren dat de ware groei in Hem te vinden is, en niet in onszelf.
Wat we moeten doen is kiezen, heel persoonlijk kiezen. Kiezen voor Hem. En dan bidden om genade ons te kunnen schenken aan zijn aanwezigheid. Het zal niet makkelijk zijn, maar wel mogelijk. En Gods wegen zijn de onze niet !









