de schepping

mieke mantelWAT JE AAN JEZUS GEEFT,BEN JE NIET KWIJT
de schepping
mieke mantel
Uit de profeet JesajaUit
de profeet Jesaja
42, 1-4 + 6-7
Zo spreekt de Heer:
'Hier is mijn dienaar, hem zal Ik steunen, hij is mijn uitverkorene, in hem
vind ik vreugde, ik heb hem met mijn geest vervuld. Hij zal alle volken het
recht doen kennen.
Hij schreeuwt niet, hij verheft zijn stem niet, hij roept niet luidkeels in het
openbaar; het geknakte riet breekt hij niet af, de kwijnende vlam zal hij niet
doven. Het recht zal hij zuiver doen kennen.
Ongebroken en vol vuur zal hij het recht op aarde vestigen; de eilanden zien
naar zijn onderricht uit.
In gerechtigheid heb Ik, de Heer, jou geroepen. Ik zal je bij de hand nemen en
je behoeden, Ik neem je in dienst voor mijn verbond met de mensen en maak je
tot een licht voor alle volken, om blinden de ogen te openen, om gevangenen te
bevrijden uit de kerker, wie in het duister zitten uit de gevangenis.'
Zonder twijfel kende Jezus deze profetie van Jesaja. Zij verwees allereerst naar een uitgelezen deel van het volk: de heilige Rest, voorafbeelding van wat eens de Messias zal zijn. Deze uitverkoren Dienaar van God krijgt de opdracht het heil te brengen aan Israël en reeds aan alle naties de kracht en het licht van de ware God te laten aanvoelen
psalm 119:16
mieke mantel
Uit de profeet JesajaUit
de profeet Jesaja
60, 1-6
Sta
op en schitter, je licht is gekomen, over jou schijnt de luister van de Heer.
Duisternis bedekt de aarde en donkerte de naties, maar over jou schijnt de
Heer, zijn luister is boven jou zichtbaar.
Volken laten zich leiden door jouw licht, koningen door de glans van je
schijnsel.
Open je ogen, kijk om je heen: ze stromen in drommen naar je toe; je zonen
komen van ver, je dochters worden op de heup gedragen.
Je zult stralen van vreugde als je het ziet, je hart zal van blijdschap
overslaan.
De schatten van de zee zullen je toevallen, de rijkdom van vreemde volken valt
je in de schoot.
Een vloed van kamelen zal je land overspoelen, jonge kamelen uit Midjan en Efa.
Uit Seba komen ze in groten getale, beladen met wierook en goud.
Zij verkondigen de roemrijke daden van de Heer.
Wanneer de Joden terugkeren uit hun ballingschap, trekken zij op naar Jeruzalem. De stad is verlicht door de kandelaars van de heropgebouwde tempel. De profeet peilt verder dan het schouwspel dat hij voor ogen heeft. Alle volkeren zullen die stoet vervoegen. Zij zijn op weg naar de wereldstad die niet meer van deze aarde is, de volle openbaring van God zelf.
Uit
het evangelie volgens Matteüs
2, 1-12
Toen
Jezus geboren was in Betlehem in Judea, tijdens de regering van Herodes, kwamen
er magiërs uit het Oosten in Jeruzalem aan.
Ze vroegen: ‘Waar is de pasgeboren koning van de Joden? Wij hebben namelijk
zijn ster zien opgaan en zijn gekomen om Hem eer te bewijzen.’
Koning Herodes schrok hevig toen hij dit hoorde, en heel Jeruzalem met hem. Hij
riep alle hogepriesters en schriftgeleerden van het volk samen om aan hen te
vragen waar de Messias geboren zou worden.
‘In Betlehem in Judea’, zeiden ze tegen hem, ‘want zo staat het geschreven bij
de profeet: “En jij, Betlehem in het land van Juda, bent zeker niet de minste
onder de leiders van Juda, want uit jou komt een leider voort die mijn volk
Israël zal hoeden.”’
Daarop riep Herodes in het geheim de magiërs bij zich; hij wilde precies van
hen weten wanneer de ster zichtbaar geworden was, en stuurde hen vervolgens
naar Betlehem met de woorden: ‘Stel een nauwkeurig onderzoek in naar het kind.
Stuur mij bericht zodra u het gevonden hebt, zodat ook ik erheen kan gaan om
het eer te bewijzen.’
Nadat ze geluisterd hadden naar wat de koning hun opdroeg, gingen ze op weg, en
nu ging de ster die ze hadden zien opgaan voor hen uit, totdat hij stil bleef
staan boven de plaats waar het kind was. Toen ze dat zagen, werden ze vervuld
van diepe vreugde.
Ze gingen het huis binnen en vonden het kind met Maria, zijn moeder. Ze wierpen
zich neer om het eer te bewijzen. Daarna openden ze hun kistjes met
kostbaarheden en boden het kind geschenken aan: goud en wierook en mirre.
Nadat ze in een droom waren gewaarschuwd om niet naar Herodes terug te gaan,
reisden ze via een een andere route terug naar hun land.
.
In het midden van dit verhaal staat een citaat van de profeet Micha. Zij die deze profetische teksten zo goed kenden, zijn naar Betlehem gesneld. 'Vreemdelingen' waren het, die zonder hoogmoed hun bevindingen vergeleken met die van de wijzen van Israël, die zo de Messias konden vinden. In hen herkennen wij onszef en zovele anderen, die in de loop der tijden hun offerande aan de voeten leggen van de Koning van het Heelal. Wij zijn allen mensen die op zoek zijn naar het geluk. Wij hebben het dus eigenlijk niet zo moeilijk om ons aan te sluiten bij die "zoekers in de nacht", die van heel ver kwamen. Die Wijzen uit het Oosten, dat zijn eigenlijk de koplopers van een hele lange stoet mensen, die allemaal in het diepst van hun hart op zoek zijn naar het ware geluk... op zoek naar God, dus. Maar in het verhaal van vandaag hoorden wij dat sommigen Hem vinden, anderen echter helemaal niet, en vooral, dat dit afhangt van de manier waarop wij zoeken, van de ingesteldheid van ons hart.
De Wijzen keken in het Oosten naar de sterren. Het komt er eerst en vooral op aan dat ook wij "sterren zien", dwz. dat wij, ook als het donker is, de kleine tekens durven herkennen die zeggen dat er wel nog degelijk goedheid in onze wereld bestaat. Wij merken die sterren van goedheid niet altijd op. Want soms kijken wij teveel naar omlaag, naar onszelf. Die Wijzen keken breed, ver en naar omhoog. Zij nodigen ons uit onze ogen en ons hart wijduit open te zetten om, met bewondering en dankbaarheid, de tintelingen van Gods goedheid op te merken die in onze duistere aarde fonkelen. Als wij ons daarin dagelijks oefenen, dan zullen ook wij gereed zijn om Gods bijzondere ster te zien, diegene die ons de weg wijst naar de plaats waar de Liefde vandaag op onze aarde voor ons wordt geboren.
Het komt er vervolgens op aan die ster dan te "volgen". Wij worden dus uitgenodigd weg te trekken uit het land van onze eigen verworvenheden en zekerheden, om te durven op tocht gaan naar een nieuwe, ongekende horizon. Maar ach, wij, wij blijven dikwijls zo onwrikbaar vasthouden aan onze eigen ideeën. Voor wij het weten, geraken wij verstard, geïmmobiliseerd in onze kleine gewoonten. Dan groeien wij niet meer aan onze binnenkant. Wij blijven ter plaatse trappelen. Wel sturen wij soms anderen op pad om het werk te doen in onze plaats. Maar zelf komen wij zo moeilijk in beweging. Wij worden dan ook innerlijk niet meer bewogen en wij voelen geen bezieling meer. De Wijzen uit het Oosten leren ons dat wij ons beter niet opsluiten binnen de grenzen van onze eigen opvattingen en principes, maar dat wij - hoe oud wij ook zijn - het best met bewogenheid blijven "zoeken naar nieuw leven". Wel mogen wij dan niet verschrikt zijn als dat nieuwe leven ons op een totaal onverwachte en ongewone manier verschijnt: zoals een komeet aan een donkere hemel of zoals de geboorte van een Koningskind tussen eenvoudige mensen.
Het komt er vooral op aan te zoeken "op de goede manier". Want soms zoeken wij eerder zoals Herodes en zijn schriftgeleerden: bang en verontrust. Veel te bang voor allerlei kleinmenselijk opzicht en veel te verontrust over onze eigen macht. Wij beweren wel dat wij erop uit zijn hulde te brengen aan de Heer, maar in feite proberen wij dikwijls vooral onszelf groot te maken en ons eigen prestige te beveiligen. Zo zoeken wij met een bekrompen hart. En op die manier vinden wij het Kind en het echte geluk niet. Bang en verontrust, zo kunnen wij nochtans maanden, soms jaren, bezig zijn.
Maar gelukkig zijn er ook die andere periodes in ons leven, waarop wij namelijk aanvoelen te moeten zoeken op een heel andere manier, eerder zoals de Wijzen uit het Oosten. Het zijn de genadevolle ogenblikken waarop wij, ondanks onze duistere nacht, toch met bewondering en dankbaarheid durven kijken naar onze wereld en ons laten leiden door één of ander stralend teken van hoop. Het zijn de momenten waarop wij voelen, hoe oud wij ook zijn, dat wij zelf in beweging moeten komen, dat wij moeten durven wegtrekken uit het land van onze zekerheden en op ontdekking moeten gaan, zonder vooroordelen, zonder schrik voor het onbekende nieuwe. Het zijn de dagen waarop wij weer beginnen te zoeken met een ontvankelijk en nederig hart. En dan - na een lange en soms moeizame tocht, en ondanks de bekrompenheid van de kleine of de grote tirannen die ons tegenwerken in ons leven - dan vinden wij opnieuw de weg naar de eenvoud en de bescheidenheid. En die leidt ons naar het Kind dat ons het ware geluk en de diepe vrede kan schenken. Dan laten wij onze zelfgenoegzaamheid achter en durven weer in aanbidding neerknielen voor de Liefde, die wij voor onze ogen zien in het kleine. Dan durven wij onze handen openen om te geven... het beste van onszelf, gul en overvloedig.
Mensen, waar moeten wij dus het geluk gaan zoeken? Niet in Jeruzalem, in de versterkte stad van onze verharde standpunten, waar wij onszelf zo belangrijk achten. De ster en de Wijzen wenken ons vandaag om verder te trekken, voorbíj Jeruzalem, naar Bethlehem, naar het huis van bescheidenheid, waar de Liefde ons verwacht. Allen hebben wij in ons leven een Jeruzalem, een domein waar vooral onze hoogmoed overheerst, waar wij denken dat wij ons sterk moeten tonen, maar waar ons hart eigenlijk verstard is geraakt. Maar allemaal hebben wij in ons leven ook ergens een Bethlehem: ons gezin, onze verantwoordelijkheid of het engagement dat wij op ons hebben genomen. Het is de plaats waar wij onszelf heel concreet liefdevol kunnen geven aan diegenen die op ons rekenen. Daar moeten wij naartoe!
Alle mensen uit alle volkeren zijn op zoek naar het geluk. Welnu, voor ieder is het échte geluk uiteindelijk te vinden in het eigen, persoonlijke Bethlehem, dat is die kleine plek in ons leven waar de Liefde ons vandaag verwacht... en nodig heeft.
mieke mantel
mieke mantel
Uit de brief van Paulus aan de HebreeënUit de brief van Paulus aan de Hebreeën
4, 12
Levend en krachtig is het woord van God,
en scherper dan een tweesnijdend zwaard:
het dringt diep door tot waar ziel en geest,
been en merg elkaar raken, en het is in
staat de opvattingen en gedachten van het
hart te ontleden.
Uit de brief van Paulus aan de HebreeënUit de brief van Paulus aan de Hebreeën
13, 20-21
Moge de God van de vrede, die onze Heer Jezus,
de machtige herder van de schapen, door het bloed
van het eeuwig verbond uit de wereld van de doden
heeft weggeleid, u toerusten met al het goede, zodat
u zijn wil kunt doen. Moge Hij in ons datgene tot stand
brengen wat Hem welgevallig is, door Jezus Christus,
aan wie de eer toekomt, tot in alle eeuwigheid.
Amen.
vogel
Mieke Mantel
Uit de eerste brief van JohannesUit
de eerste brief van Johannes
3, 11-21
Dit is wat u vanaf het begin hebt horen verkondigen: dat we elkaar
moeten liefhebben en niet moeten doen zoals Kaïn, die voortkwam uit hem die het
kwaad zelf is, en zijn broer doodsloeg. En waarom sloeg hij hem dood? Omdat
zijn eigen daden slecht waren en die van zijn broer rechtvaardig.
Wees niet verbaasd, broeders en zusters, als de wereld u haat. Wij weten dat we
van de dood zijn overgegaan naar het leven omdat we elkaar liefhebben. Wie niet
liefheeft blijft in de dood.
Iedereen die zijn broeder of zuster haat, is een moordenaar, en u weet dat een
moordenaar het eeuwige leven niet blijvend in zich heeft.
Wat liefde is, hebben we geleerd van Hem die zijn leven voor ons gegeven heeft.
Daarom horen ook wij ons leven te geven voor onze broeders en zusters.
Hoe kan Gods liefde in iemand blijven die meer dan genoeg heeft om van te
bestaan, maar zijn hart sluit voor een broeder of zuster die hij gebrek ziet
lijden?
Kinderen, we moeten niet liefhebben met de mond, met woorden, maar waarachtig,
met daden. Dan weten we dat we voortkomen uit de waarheid en kunnen we met een
gerust hart voor God staan.
En zelfs als ons hart ons aanklaagt: God is groter dan ons hart, Hij weet
alles.
Geliefde broeders en zusters, als ons hart ons niet aanklaagt, kunnen we ons
vol vertrouwen tot God wenden.
Liefde is echt goddelijk leven, dat zich uit in concrete menselijke goedheid en genegenheid. Voor de christen is liefde een levensprogramma. Zij doet mensen naar God en naar elkaar toegroeien
. 'Iedereen die zijn broeder of zuster haat, is een moordenaar.'
Straffe uitspraak. En toch...
We kennen de tien geboden. Het zesde gebod luidt: 'Gij zult niet doden'. Dat mogen we gerust letterlijk verstaan. Niemand heeft het recht het leven van een ander zomaar te beëindigen. Een mens doden mag niet, punt.
Maar 'gij zult niet doden' mogen we ook in een meer geestelijke
betekenis verstaan.
Wanneer God de mogelijkheid schenkt om lief te hebben en we slaan die
mogelijkheid in de wind, dan doden we eigenlijk de kans om lief te hebben,
zowel voor onszelf als voor de ander. We ontnemen onszelf en die ander niet
enkel de mogelijkheid om lief te hebben, maar we ontnemen ons en de ander ook
een groei in het beminnen, want wie liefheeft (of dit tracht te doen) groeit.
We ontnemen ons en de ander in zekere zin ook het 'leven', want wie bemint
geeft leven, en ontvangt zelfs eeuwig leven.
Dus de woorden uit de brief van Johannes van vandaag 'Iedereen die zijn broeder of zuster haat, is een moordenaar.', mogen we in zekere zin heel letterlijk verstaan. Wie haat ontneemt zichzelf en de ander de mogelijkheid om te beminnen. In zekere zin is hij een moordenaar, want hij ontneemt het leven.

Uit het boek der psalmen
27, 4
Ik vraag aan de Heer één ding,
het enige wat ik verlang:
wonen in het huis van de Heer
alle dagen van mijn leven,
om de liefde van de Heer te aanschouwen,
Hem te ontmoeten in zijn tempel
Uit het evangelie volgens JohannesUit
het evangelie volgens Johannes
1, 29-34
Johannes zag
Jezus naar zich toe komen, en hij zei: ‘Daar is het Lam van God, dat de zonde
van de wereld wegneemt. Hij is het over wie ik zei: “Na mij komt iemand die
meer is dan ik, want Hij was er vóór mij.” Ook ik wist niet wie Hij was, maar
ik kwam met water dopen opdat Hij aan Israël geopenbaard zou worden.’
En Johannes getuigde: ‘Ik heb de Geest als een duif uit de hemel zien
neerdalen, en Hij bleef op Hem rusten. Nog wist ik niet wie Hij was, maar Hij
die mij gezonden heeft om met water te dopen, zei tegen mij: “Wanneer je ziet
dat de Geest op iemand neerdaalt en blijft rusten, dan is dat degene die doopt
met de heilige Geest.” En dat heb ik gezien, en ik getuig dat Hij de Zoon van
God is.’
Johannes
de Doper is een wegwijzer van Oud- naar Nieuw Testament. Als laatste profeet
kondigt hij niet alleen de komst van de Messias aan, maar hij mag Hem ook
letterlijk aanwijzen. Zijn zending bestaat erin te getuigen, en dan zelf te
verdwijnen naar de achtergrond. Hij moet het heilsinitiatief aan Jezus
overlaten.
Johannes droeg zijn zending, hij had zijn roeping, en beantwoordde daaraan.
Hij verwees naar Christus, naar het hart van ons bestaan.
Moeten
wij zijn zoals Johannes de Doper ?
Ja en nee.
Nee, opdat we Johannes niet zijn, en omdat de Heer niet moet worden aangewezen zoals toen aan de oevers van de Jordaan.
Maar ook
ja. Wij mogen zijn zoals Johannes. Want, zoals we gisteren zeiden, is Jezus op
onnoembare vele en verschillende wijzen onder ons terwijl velen Hem niet zien,
wat jammer is.
Moest Hij meer gezien worden, ontvangen en bemind,... de wereld zou dikwijls
bespaard zijn van veel leed waarmee het vandaag te kampen heeft. En dan gaat
het hier niet over het lijden dat ook liefde kan zijn, maar over het leed als
gevolg van de zonde.
De wereld van vandaag heeft meer dan ooit mensen nodig als Johannes; mensen die
Jezus aanwijzen, die Hem aanduiden waar Hij onder ons komt, en op welke manier
Hij dat doet. Velen zijn blind en hebben een vingerwijzing nodig naar het hart
van ons bestaan, naar Jezus.
Hoe dit
moet gebeuren... da's niet makkelijk, zeker niet in deze tijd hier in onze
streken.
En toch smacht onze samenleving naar mensen als Johannes de Doper die de vinger
durven leggen op wonden als gevolg van de zonde, én naar Hem verwijzen.
Laat ons nadenken en bidden om erachter te komen hoe wij Jezus' aanwezigheid kunnen duidelijk maken aan deze wereld
Uit het evangelie volgens JohannesUit
het evangelie volgens Johannes
1, 19-28
Dit is het getuigenis van Johannes. De
Joden hadden vanuit Jeruzalem priesters en Levieten naar hem toe gestuurd om
hem te vragen: ‘Wie bent u?’
Hij gaf zonder aarzelen antwoord en verklaarde ronduit: ‘Ik ben niet de
messias.’
Toen vroegen ze hem: ‘Wie dan? Bent u Elia?’
Hij zei: ‘Die ben ik ook niet.’
‘Bent u de profeet?’ ‘Nee’, antwoordde hij.
‘Maar wie bent u dan?’ vroegen ze hem. ‘Wij moeten antwoord kunnen geven aan
degenen die ons gestuurd hebben–wie zegt u zelf dat u bent?’
Hij zei: ‘Ik ben de stem die roept in de woestijn: “Maak recht de weg van de
Heer”, zoals de profeet Jesaja gezegd heeft.’
De afgevaardigden die uit de kring van de Farizeeën kwamen, vroegen verder:
‘Waarom doopt u dan, als u niet de Messias bent, en ook niet Elia of de
profeet?’
‘Ik doop met water’, antwoordde Johannes. ‘Maar in uw midden is iemand die u
niet kent, Hij die na mij komt; ik ben het niet eens waard om de riemen van
zijn sandalen los te maken.’
Dit gebeurde in Betanië, aan de overkant van de Jordaan, waar Johannes doopte.
Johannes de Doper wordt ondervraagd over zijn zending. Men vermoedde immers dat hij de Messias was. Maar Johannes blijft zichzelf en zijn roeping trouw. Hij wil geen populariteit en wijst bewust naar Hem die als onbekende reeds onder de mensen aanwezig is: Jezus, de ware MessiasVandaag hoorden we Johannes de Doper zeggen tot de Levieten en de priesters: 'In uw midden is iemand die u niet kent'.
Het
zijn woorden van toen, maar langs de andere kant zijn ze ook meer dan actueel.
We hebben immers amper een vermoeden van de vele wijzen waarop de Heer onder
ons aanwezig is en komt.
Voortdurend
biedt Hij dingen, mensen en situaties aan waarin Hij tot ons komt en ons
uitnodigt onze eigen wil los te laten en ons op Hem te verlaten.
Daarvoor moeten we kijken met de ogen van de geest, met de ogen van het geloof.
Wie dit klaarspeelt zal Hem daadwerkelijk in alles zien.
Hem zien is één ding, Hem ontvangen is nog een ander ding.
Wie Hem ziet én ontvangt, zal zich laten raken door Hem én de genade ontvangen
in te kunnen gaan op zijn uitnodiging. Dat is leven mét de Heer, dat is 'ja' zeggen
op de Blijde Boodschap
2012Uit het boek Numeri
6, 24-26
Moge de Heer u zegenen en u beschermen,
moge de Heer het licht van zijn gelaat
over u doen schijnen en u genadig zijn,
moge de Heer u zijn gelaat toewenden
en u vrede geven.
Een Vrede-vol 2012
Een Gezegend 2012Uit
het evangelie volgens Johannes
1, 1-18
In
het begin was het Woord, het Woord was bij God en het Woord was God. Het was in
het begin bij God. Alles is erdoor ontstaan en zonder dit is niets ontstaan van
wat bestaat.
In het Woord was leven en het leven was het licht voor de mensen. Het licht
schijnt in de duisternis en de duisternis heeft het niet in haar macht
gekregen.
Er kwam iemand die door God was gezonden; hij heette Johannes. Hij kwam als
getuige, om van het licht te getuigen, opdat iedereen door hem zou geloven. Hij
was niet zelf het licht, maar hij was er om te getuigen van het licht: het ware
licht, dat ieder mens verlicht en naar de wereld kwam.
Het Woord was in de wereld, de wereld is door Hem ontstaan en toch kende de
wereld Hem niet. Hij kwam naar wat van Hem was, maar wie van Hem waren hebben
Hem niet ontvangen. Wie hem wel ontvingen en in zijn naam geloven, heeft Hij
het voorrecht gegeven om kinderen van God te worden. Zij zijn niet op
natuurlijke wijze geboren, niet uit lichamelijk verlangen of uit de wil van een
man, maar uit God.
Het Woord is mens geworden en heeft bij ons gewoond, vol van goedheid en
waarheid, en wij hebben zijn grootheid gezien, de grootheid van de enige Zoon
van de Vader.
Van Hem getuigde Johannes toen hij uitriep: ‘Hij is het over wie ik zei: “Die
na mij komt is meer dan ik, want Hij was er vóór mij!”’
Uit zijn overvloed zijn wij allen met goedheid overstelpt. De wet is door Mozes
gegeven, maar goedheid en waarheid zijn met Jezus Christus gekomen.
Niemand heeft ooit God gezien, maar de enige Zoon, die zelf God is, die aan het
hart van de Vader rust, heeft Hem doen kennen.
Het evangelie dat je net las is een mooi evangelie voor
deze laatste dag van het jaar.
De laatste dag, die we vandaag beleven en straks dankbaar gaan uitwuiven, is de
laatste dag van een jaar in een geschiedenis van een doorlopende tijd. Maar
deze laatste dag is ook de eerste dag, het laatste uur het eerste uur, en wel
van een nieuwe geschiedenis, van een nieuwe tijd. Het is zoals Johannes de
Doper het zei: 'Hij is het over wie ik zei: “Die na mij komt is meer dan ik,
want Hij was er vóór mij!”’
In Christus is er geen vóór en na meer. In elk uur is de volheid der tijden aangebroken. Elk ogenblik is de volheid van de tijd, en wel in de zin van 'beslissend'. Het is geen voorbereidingstijd meer in de zin van voorbereiding op dat wat nog moet gebeuren. Nee, dat eigenlijke is al gebeurd. We kunnen nu al, op dit moment "vrijmoedig naderen tot de troon van Gods genade” (Hebr 4,16).
Maar ook in deze nieuwe geschiedenis kun je inwendig, geestelijk, volgens je hart, nog behoren tot de oude geschiedenis, de geschiedenis van het vlees, van de zelfzucht, van de zonde. Je kunt leven in het nu, en toch in het oude. Daarom is elk uur een uur van 'beslissing', de beslissing om uit jezelf te treden, uit de oude geschiedenis en te kiezen voor Christus: ik wil leven voor Hem, in Hem, door Hem. En steeds opnieuw deze beslissing nemen... dat is leven in de nieuwe geschiedenis.
Dat elke dag in 2012 een beslissing mag zijn voor de Heer.
Uit de brief van Paulus aan de KolossenzenUit
de brief van Paulus aan de Kolossenzen
3, 12-21.
Broeders en zusters,
omdat God u heeft uitgekozen, omdat u zijn heiligen bent en Hij u liefheeft,
moet u zich kleden in innig medeleven, in goedheid, bescheidenheid,
zachtmoedigheid en geduld.
Verdraag elkaar en vergeef elkaar als iemand een ander iets te verwijten heeft;
zoals de Heer u vergeven heeft, moet u elkaar vergeven.
En bovenal, kleed u in de liefde, dat is de band die u tot een volmaakte
eenheid maakt.
Laat in uw hart de vrede van Christus heersen, want daartoe bent u geroepen als
de leden van één lichaam.
Wees ook dankbaar.
Laat Christus’ woorden in al hun rijkdom in u wonen; onderricht en vermaan
elkaar in alle wijsheid, zing met heel uw hart psalmen en hymnen voor God en
liederen die de Geest u vol genade ingeeft.
Doe alles wat u zegt of doet in de naam van de Heer Jezus, terwijl u God, de
Vader, dankt door Hem.
Vrouwen, erken het gezag van uw man, zoals past bij uw verbondenheid met de
Heer.
Mannen, heb uw vrouw lief en wees niet bitter tegen haar.
Kinderen, gehoorzaam je ouders in alles, want dat is de wil van de Heer.
Vaders, vit niet op uw kinderen, want dat maakt ze moedeloos.
Wij kunnen Paulus niet verwijten dat hij een man van zijn tijd was. Hij heeft dan ook de verhoudingen tussen man en vrouw, ouders en kinderen anders voorgesteld, dan wij het vandaag doen. Wij moeten echter op de eerste plaats opmerken, hoe hij aandringt op de noodzakelijke wederzijdse vergeving, die pas mogelijk is in nederigheid en respect voor elkaar. Voor de tijdgenoten van Paulus was dit een verrassende taal. Maar het is zeker: waar vergeven wordt, daar ontstaat vrede en waar vrede heerst daar leeft er vreugde.
Uit de eerste brief van JohannesUit
de eerste brief van Johannes
2, 3-11
Vrienden,
dat wij God kennen weten we doordat we ons aan zijn geboden houden.
Wie zegt: 'Ik ken Hem', maar zich niet aan zijn geboden houdt, is een
leugenaar; de waarheid is niet in hem. In wie zich aan Gods woord houdt, is
zijn liefde ten volle werkelijkheid geworden; hierdoor weten we dat we in Hem
zijn. Wie zegt in Hem te blijven, behoort in de voetsporen van Jezus te treden.
Geliefde broeders en zusters, ik houd u in deze brief geen nieuw gebod voor
maar een oud, dat u vanaf het begin bekend is. Dat oude gebod is de boodschap
die u gehoord hebt. Toch is het ook een nieuw gebod, omdat de duisternis wijkt
en het ware licht al schijnt, en dit is werkelijkheid in Jezus’ leven en in uw
leven.
Wie zegt in het licht te zijn maar zijn broeder of zuster haat, bevindt zich
nog altijd in de duisternis. Wie de ander liefheeft, blijft in het licht en
komt niet ten val, maar wie de ander haat, bevindt zich in de duisternis. Hij
gaat zijn weg in het duister, zonder te weten waarheen die weg voert, want de
duisternis heeft hem blind gemaakt.
Niemand kan zeggen dat hij in God gelooft en van God houdt, als hij Gods geboden niet onderhoudt. Het eerste en voornaamste gebod is de liefde. Het is een oud gebod, en toch ook nieuw in zoverre Jezus het radikaal stelt als voorwaarde en als kenmerk van zijn navolgingVandaag schrijft Johannes in de eerste lezing: Geliefde broeders en zusters, ik houd u in deze brief geen nieuw gebod voor maar een oud, dat u vanaf het begin bekend is. Dat oude gebod is de boodschap die u gehoord hebt. Toch is het ook een nieuw gebod, omdat de duisternis wijkt en het ware licht al schijnt, en dit is werkelijkheid in Jezus’ leven en in uw leven.
Johannes heeft het hier over het gebod van de liefde; een gebod dat inderdaad geen nieuw gebod was, het was al eeuwen oud. Maar tegelijkertijd was het ook een nieuw gebod. En dat had natuurlijk alles te maken met de komst van Jezus. Hij, mensgeworden God, de Liefde zelf, zal de mensheid een genade schenken die zij voordien nooit op zo'n manier gekregen heeft. Die genade was en is namelijk Hijzelf. Wat zich daar afspeelde in die grot te Bethlehem, speelt zich sindsdien af in ieders mensenhart. Buiten het fysisch karakter wordt op geen andere wijze dan toen Jezus steeds opnieuw geboren in elke mens.
Maar
er bestaat geen liefde zonder vrijheid. Dus als een nederige dienaar klopt
Jezus aan de deur van ons hart en wacht tot wij opendoen om dan samen met ons
maaltijd te houden: Hij met ons, wij met Hem - zo lezen we in de Apocalyps. Hij
vraagt bij wijze van spreken toestemming om in ons leven in te treden. Maar Hij
wil dat wij
die beslissing nemen, ieder van ons, heel persoonlijk, én wij als gemeenschap.
Ons ja-woord wil Hij vervullen met zijn ja-woord tot de Vader, opdat zijn
liefde in ons werkelijkheid mag worden.
Ja, kerstmis is meer dan kalkoen eten en glaasjes heffen.
Uit de eerste brief van JohannesUit de eerste brief van Johannes
1, 5 - 2,2
Het bloed van Jezus Christus reinigt ons van elke zonde.
Vrienden,
dit is wat wij Jezus hebben horen verkondigen en wat we u verkondigen: God is
licht, er is in Hem geen spoor van duisternis.
Als we zeggen dat we met Hem verbonden zijn terwijl we onze weg in het duister
gaan, liegen we en leven we niet volgens de waarheid.
Maar gaan we onze weg in het licht, zoals Hijzelf in het licht is, dan zijn we
met elkaar verbonden en reinigt het bloed van Jezus, zijn Zoon, ons van alle
zonde.
Als we zeggen dat we de zonde niet kennen, misleiden we onszelf en is de
waarheid niet in ons. Belijden we onze zonden, dan zal Hij, die trouw en
rechtvaardig is, ons onze zonden vergeven en ons reinigen van alle kwaad.
Als we zeggen dat we nooit gezondigd hebben, maken we Hem tot een leugenaar en
is zijn woord niet in ons.
Kinderen, ik schrijf u dit opdat u niet zondigt. Mocht een van u echter toch
zondigen, dan hebben wij een pleitbezorger bij de Vader: Jezus Christus, de
rechtvaardige. Hij is het die verzoening brengt voor onze zonden, en niet
alleen voor die van ons, maar voor de zonden van de hele wereld.
Uit het evangelie volgens JohannesUit het evangelie volgens Johannes
1, 14
Het Woord is mens geworden
en heeft bij ons gewoond,
vol van goedheid en waarheid,
en wij hebben zijn grootheid gezien,
de grootheid van de enige Zoon van de Vader
Psalm 31, 3cd + 4 + 6 + 8 + 16 + 17Psalm 31, 3cd + 4 + 6 + 8 + 16 + 17
Refr.: In uw hand, Heer, leg ik mijn leven.
Heer, wees voor mij een rots, een toevlucht,
een vesting die mij redding biedt.
U bent mijn rots, mijn vesting,
U zult mijn gids zijn, mij leiden, tot eer van uw Naam.
In uw hand leg ik mijn leven,
Heer, trouwe God, U verlost mij.
Ik zal mij verblijden, juichen over uw trouw,
want U ziet mijn ellende, U kent de nood van mijn ziel.
In uw hand liggen mijn lot en mijn leven,
bevrijd mij uit de greep van mijn vijanden en vervolgers.
Laat
het licht van uw gelaat over mij schijnen,
toon uw trouw en red uw dienaar.
de heer
mieke mantel