Naar de inhoud

WAT JE AAN JEZUS GEEFT,BEN JE NIET KWIJT

IK BEN DE ALFA EN DE OMEGA
akke.beakke.be
GEBED IS DE SLEUTEL VAN DE OCHTEND EN DE GRENDEL VAN DE AVOND.
Reageer op dit bericht

Reageer op dit bericht

Een titel of je eigen website toevoegen

Uit de brief van Jokobus

Uit de brief van Jokobus
1, 19-27

Geliefde broeders en zusters,
onthoud dit goed: ieder mens moet zich haasten om te luisteren, maar traag zijn om te spreken, traag ook in het kwaad worden. Want de woede van een mens brengt niets voort dat in Gods ogen rechtvaardig is. Wees daarom zachtmoedig en leg alle verdorvenheid en elk denkbaar wangedrag af. En aanvaard zo de boodschap die in u is geplant en die u kan redden.
Vergis u niet: alleen horen is niet genoeg, u moet wat u gehoord hebt ook doen. Want wie de boodschap hoort maar er niets mee doet, is net als iemand die het gezicht waarmee hij is geboren in de spiegel bekijkt: hij ziet zichzelf, maar zodra hij wegloopt is hij vergeten hoe hij eruitzag. Wie zich daarentegen spiegelt in de volmaakte wet die vrijheid brengt, en dat blijft doen, niet als iemand die hoort en vergeet, maar als iemand die ernaar handelt; hem valt geluk ten deel, juist om wat hij doet.
Wie meent dat hij God dient, terwijl hij zijn tong niet kan beteugelen, zit op een dwaalspoor, en heel zijn godsdienst is vergeefse moeite.
Voor God, de Vader, is alleen dit reine, zuivere godsdienst: weduwen en wezen bijstaan in hun nood, en je in acht nemen voor de wereld en onberispelijk blijven

Het woord van God ligt aan de grondslag van ons christelijk bestaan. Ons antwoord zal er in bestaan overeenkomstig die roeping te leven. Wij moeten onze eigen woorden hiermee in overeenstemming brengen en metterdaad het evangelie beleven.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 06:22 Reageer op dit bericht Stuur door

Uit het evangelie volgens Lucas

Uit het evangelie volgens Lucas
10, 1-9

De Heer stelde tweeënzeventig anderen aan, die Hij twee aan twee voor zich uit zond naar iedere stad en plaats waar Hij van plan was heen te gaan. Hij zei tegen hen:
'De oogst is groot, maar arbeiders zijn er weinig; vraag dus de eigenaar van de oogst of Hij arbeiders wil sturen om de oogst binnen te halen.
Ga op weg, en bedenk wel: Ik zend jullie als lammeren onder de wolven.
Neem geen geldbuidel, geen reistas en geen sandalen mee, en groet onderweg niemand.
Als jullie een huis binnengaan, zeg dan eerst: “Vrede voor dit huis!” Als er een vredelievend mens woont, zal jullie vrede met hem zijn; zo niet, dan zal die vrede bij je terugkeren.
Blijf in dat huis, en eet en drink wat men je aanbiedt, want de arbeider is zijn loon waard.
Ga niet van het ene huis naar het andere.
En als jullie een stad binnengaan en daar welkom zijn, eet dan wat je wordt voorgezet, genees de zieken die er zijn en zeg tegen hen: “Het koninkrijk van God heeft jullie bereikt.”

De oogst is groot.

Uit de Handelingen van de Apostelen
13, 46-49

Paulus en Barnabas zeiden onomwonden:
‘De boodschap van God moest het eerst onder u worden bekendgemaakt, maar aangezien u die afwijst en uzelf het eeuwige leven niet waardig acht, zullen we ons tot de heidenen wenden. Want de Heer heeft ons het volgende opgedragen: “Ik heb je bestemd tot een licht voor alle volken om redding te brengen, tot aan de uiteinden van de aarde.”’
Toen de heidenen dit hoorden, verheugden ze zich en spraken ze vol lof over het woord van de Heer, en allen die voor het eeuwige leven bestemd waren aanvaardden het geloof.
Het woord van de Heer verspreidde zich over de hele streek.

Gods woord ook voor de heidenen

Vandaag zegt Jezus ons: 'Als jullie een huis binnengaan, zeg dan eerst: “Vrede voor dit huis!”'

Wie de Vrede van God wil uitdragen zal eerst deze Vrede zelf moeten dragen, wat wil zeggen: de Heer dragen.
Wie leeft vanuit de aanwezigheid van Christus, zal een vrede-vol iemand zijn.
Wie zich verwijdert van Christus, verwijdert zich ook van de in hem gelegde Vrede, en zal nog moeilijk in staat zijn die Vrede uit te dragen.
Laten we ons daarom niet uit Hem verwijderen, maar in Hem blijven, zoals Hij in ons is.
Laten we het samen-zijn met de Heer koesteren, opdat we zijn Vrede zelf mogen zijn en kunnen doorgeven

 

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 06:20 Reageer op dit bericht Stuur door

Uit het evangelie volgens Marcus

Uit het evangelie volgens Marcus
8, 11-13

Enkele Farizeeën kwamen op Jezus af en begonnen met Hem te discussiëren.
Om Hem op de proef te stellen, verlangden ze van Hem een teken uit de hemel.
Jezus slaakte een diepe zucht en zei: ‘Waarom verlangt uw soort mensen een teken? Ik verzeker u: aan mensen als u zal zeker geen teken gegeven worden!’
Hij liet hen staan waar ze stonden, stapte weer in de boot en voer naar de overkant

Zoals de Farizeeën vragen ook wij dikwijls om een teken als bewijs voor de zending van Jezus. Toch had Hij pas twee wonderen verricht: de broodvermenigvuldiging en de genezing van een stomme. Nu dit nog niet voldoende blijkt, weigert Jezus nog langer op hun hardnekkigheid in te gaan..

Bij een wonder denken wij al vlug aan een of andere lichamelijke genezing.
En natuurlijk zijn dat ook wonderen, die - waarom niet - aan ieder van ons kunnen gebeuren.
Maar het gevaar bestaat er in dat we ons blind staren op dat soort wonderen, en daarin, en enkel daarin, Jezus' kracht gaan zoeken.

Alle lichamelijke wonderen die ooit gebeurd zijn en nog zullen gebeuren verwijzen naar een veel dieper wonder, namelijk het wonder van Gods bestaan, én de wijze waarop Hij bestaat. Hij bestaat als een Drie-ene God van liefde die liefheeft zoals enkel Hij dat kan. Zijn naam is 'barmhartigheid', 'vrede', 'trouw', 'kruisdood', 'Pasen'. Dat is het wonder van zijn bestaan.

Het is goed om verwonderd te blijven om Gods bestaan. Dit houdt ons in het 'gebed zonder ophouden' en het waakt over ons hart dat op deze wijze niet naar zichzelf gekeerd zal zijn, maar steeds gericht naar Hem waarvan alle leven komt.

Laten we dragers en uitdragers zijn van Gods wonderlijk bestaan

 

 

 

 

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 06:52 Reageer op dit bericht Stuur door

Uit het boek Leviticus

Uit het boek Leviticus
13, 1-2 + 45-46

De Heer zei tegen Mozes en Aäron: ‘Als iemand een zwelling, uitslag of een lichte plek op zijn huid heeft die aan huidvraat doet denken, moet hij naar de priester worden gebracht, naar Aäron of een van diens nakomelingen. Wie door huidvraat aangetast is, moet zijn kleren scheuren, zijn haar los laten hangen, baard en snor bedekken en “Onrein, onrein!” roepen. Zo iemand blijft onrein zolang de aandoening duurt. Als onreine moet hij apart wonen en buiten het kamp verblijven.'

Melaatsheid, of huidvraat, schrikt af; haar verwoestingen zijn afstoteljik. De maatschappij heeft lange tijd geen ander middel gevonden om haar te bestrijden dan aan melaatsen elk contact met de levenden te verbieden. Om het sociale verbod te versterken, heeft Israël er nog een godsdienstig verbod aan toegevoegd: melaatsheid werd aanzien als de straf bij uitnemendheid voor de zonde

Uit het evangelie volgens Marcus
1, 40-45

In die tijd kwam iemand naar Jezus toe die aan huidvraat leed; hij smeekte Hem om hulp en zei, terwijl hij op zijn knieën viel: ‘Als U wilt, kunt U mij rein maken.’
Jezus kreeg medelijden, stak zijn hand uit, raakte hem aan en zei: ‘Ik wil het, word rein.’ En meteen verdween zijn huidvraat en hij was rein.
Jezus stuurde hem weg met de ernstige waarschuwing: ‘Denk erom dat u tegen niemand iets zegt, maar ga u aan de priester laten zien en breng het reinigingsoffer dat Mozes heeft voorgeschreven, als getuigenis voor de mensen.’
Maar toen de man vertrokken was, ging hij overal breeduit rondvertellen wat er gebeurd was, met als gevolg dat Jezus niet langer openlijk in een stad kon verschijnen, maar op eenzame plaatsen buiten de steden moest blijven.
Toch bleven de mensen van alle kanten naar Hem toe komen.

De manier waarop Jezus met een melaatse omgaat, verschilt danig van de primitieve 'wettische' godsdienstbeleving van de Joden. Hij aarzelde niet de traditionele reinheidsvoorschriften te overtreden door de melaatse aan te raken om hem te genezen.

Een melaatse! Melaatsheid was in Jezus' tijd wat vroeger bij ons tbc (tuberculose) was en wat tegenwoordig kanker is. Het erge van melaatsheid was dat het besmettelijk was, waardoor degenen die die ziekte hadden, in een isolement verkeerden, en bijvoorbeeld in gescheurde kleren rondliepen, zodat iedereen het aan hen kon zien. En als het niet te zien was, moesten ze het laten weten door hardop te roepen: 'Onrein, onrein!' Zo lang de ziekte duurde, was zo iemand onrein en moest hij apart wonen, hoorde hij er niet bij. Dat was toen nog veel erger dan nu. Onze maatschappij is geïndividualiseerd, de mensen leven als enkeling. Maar toen was de samenleving nog hecht, ze leefden niet volgens het 'ik-patroon', maar als 'wij', wij samen. Het was dus heel erg voor een melaatse dat hij zich uit de gemeenschap moest terugtrekken, om een solitair leven te beginnen.

Wij hoeven niet beslist melaats te zijn om ons een melaatse te voelen, of om anderen als melaatsen te behandelen. Mensen zeggen wel eens: 'Het lijkt wel of ik een melaatse voor hem ben.' Of ik ga anderen uit de weg, zij zijn als melaats voor mij, ik sluit ze buiten. En dan is er nog een soort melaatsheid waarbij mensen zichzelf buitensluiten. Dat is gewoonlijk een gevolg van een zichzelf niet kunnen aannemen zoals ze zijn, of bepaalde eigenschappen niet kunnen aannemen. Als ze een paar mensen zien praten, denken ze al snel: 'Die hebben het over mij', of als ze iemand zien lachen als ze eraan komen: 'Ze lachen me uit', of als iemand zijn gezicht vertrekt, zoeken ze de reden meteen bij zichzelf. Het is niet eenvoudig uit zo'n duivelskring van zelfverwerping en uitgesloten worden, los te komen. Wie zichzelf afwijst, maakt zichzelf tot een melaatse.

Zo'n melaatse komt nu bij Jezus. Eigenlijk mag een melaatse helemaal niet bij een gezond iemand komen, maar de man kán gewoon niet anders. Hij overtreedt alle regels die hem zijn opgelegd en hij komt bij Jezus. Eindelijk wil hij wel eens uit die duivelskring verlost worden. Hoe? Dat had hij zich waarschijnlijk al menig maal afgevraagd. Opeens schiet het hem te binnen dat Jezus hem kan redden. Hij, die van top tot teen ziek is, dodelijk ziek, uitzichtloos ziek, heeft één gave plek: zijn geloof. "Als Gij wilt, kunt Gij mij reinigen."

Hoe doet Jezus dat, hem genezen? De evangelist beschrijft Jezus' therapie in vier stappen: medelijden - hand uitstrekken - aanraken - het genezende woord spreken. Hij had mede-lijden met de man. Nu staat er in de oorspronkelijke tekst voor dat woord 'medelijden' een woord dat zoveel betekent als: tot in het diepst van zijn innerlijk geraakt, uit de grond van zijn hart. Hij reageert niet zo van: die man is ziek, die heeft een probleem, en omdat Ik God ben en de macht heb, kan Ik hem genezen. Nee, Hij handelt vanuit zijn medelijden. De macht van Jezus bestaat uit zijn barmhartigheid. Hij laat het leed van de melaatse diep in zijn Hart binnenkomen, Hij voelt zijn verbittering, zijn eenzaamheid en vertwijfeling, Hij neemt er deel aan, Hij lijdt er aan.

Laat God Zich op deze wijze ook niet als eerste kennen in de heilsgeschiedenis? Is zijn eerste Woord niet: "Ik heb het schreien van mijn volk in Egypte gehoord. Ik ken zijn lijden" (Ex 3,7)? En daar wordt niet een abstract kennen mee bedoeld, een theoretische kennen, maar een hartelijk kennen: Ik vóel zijn lijden.
Eigenlijk bestaat daarin de gehele genezing van de mens, ons gekend zijn door God. Alleen al weten van Gods medelijden, dat je in je hart mag voelen hoe je door God wordt aangevoeld, is voldoende om te genezen. Zegt Jezus ook niet dat wij dat van Hem moeten leren? "Leert van Mij: Ik ben zachtmoedig en nederig van hart" (Mt 11,29). Zijn werkelijk mee-voelen: dát is de bron, daar gaat het van uit, van zijn Hart.

Vanuit zijn Hart komt er beweging in zijn hand. "Hij stak zijn hand uit", Hij biedt de melaatse zijn hand aan, steekt hem die toe; Hij biedt hem relatie aan, Hij overbrugt de grote afstand die er is tussen de gezonde en de zieke wereld, waarin de melaats door religieuze regels werd vastgehouden. En nadat Hij dat gedaan heeft, raakte Hij hem aan.

Een melaatse heeft iets walgelijks, boezemt iemand afschuw in, tot misselijk makend toe. Franciscus van Assisi heeft eens beschreven hoe hij zich voelde toen hij een melaatse zag. Hij werd door Jezus, door zijn Geest, uitgenodigd, om hem niet alleen aan te raken, maar zelfs te omhelzen. Wat hij toen in zich voelde, was alsof zijn maag in zijn lijf omdraaide. (Wat eerst bitter was, werd zoet... zo schreef hij later over deze ervaring)
Maar ook een mens die in zichzelf verbitterd is, doet ons terugwijken, terugdeinzen, want we hebben angst voor die innerlijke radeloosheid waardoor mensen kunnen worden bevangen. Bang om, door daarmee in aanraking te komen, ook zelf wanhopig te worden. Bang om niet alleen onze handen te verontreinigen, maar ook onze ziel. Een soort troosteloos worden door de troosteloosheid van de ander. We zijn bang dat als we een geestelijk zieke naderen, al het vuil in zijn binnenste naar buiten zal breken, zijn haat, zijn verziekt zijn, zijn verbitterdheid, zijn zelfontkenning.

Maar Jezus kent geen aanrakingsangst. Hij weet Zichzelf zo vast verankerd in zijn eigen Hart, in zijn betrekking tot zijn Vader, want die gevoelens van medelijden worden door de Vader in Jezus' Hart opgewekt. Hij werd door medelijden bewogen, door de Vader, door de heilige Geest van de Vader. Dat is dan ook van waaruit Jezus het genezende woord spreekt: "Ik wil, word rein.” Jezus doet in alles alleen maar de wil van de Vader. “Niet mijn wil, maar Uw wil geschiede" (Lc 22,42).

Wat betekent dat alles nu voor ons? Jezus' wil is een barmhartige wil. "Ik wil liever barmhartigheid dan offers” (Mt 9,13; 12,7).
Op die barmhartige wil kunnen wij nog steeds een beroep doen. De Jezus van tweeduizend jaar geleden is nu onder ons met zijn wilsbeschikking, met zijn testament, zijn nieuwe testament.

Laten we Hem welkom heten in onze samenleving, is al wat melaats is, rondom ons en in ons. En laat ons geloven, laten we ons schenken aan Hem om zijn genezing ten volle te kunnen ontvangen.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 07:08 Reageer op dit bericht Stuur door

Uit het boek Spreuken

Uit het boek Spreuken

        18, 4

De woorden van een goed mens

        zijn als diepe wateren,

        ze zijn een sprankelende beek,

        een bron van wijsheid.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 06:25 Reageer op dit bericht Stuur door

Uit het evangelie volgens Marcus

Uit het evangelie volgens Marcus
7, 31-37

Jezus vertrok weer uit de omgeving van Tyrus en ging via Sidon naar het Meer van Galilea, dwars door het gebied van Dekapolis.
Daar werd iemand bij Hem gebracht die doof was en gebrekkig sprak, en men smeekte Hem om deze man de hand op te leggen.
Hij nam de man apart, weg van de menigte, stak zijn vingers in diens oren en raakte met speeksel zijn tong aan. Hij sloeg zijn blik op naar de hemel, zuchtte diep en zei tegen hem: ‘Effata!‘, wat betekent: ‘Ga open!’
Meteen gingen zijn oren open, zijn tong kwam los en hij kon normaal spreken.
Hij beval de omstanders om aan niemand te vertellen wat er gebeurd was; maar hoe strenger Hij het hun verbood, hoe meer ze het rondvertelden.
De mensen waren geweldig onder de indruk en zeiden: ‘Alles wat Hij doet is goed: zelfs doven laat Hij horen en stommen laat Hij spreken.’

Marcus ziet de doofstomme als een beeld van de mensheid die zich afsluit voor de stem van God en niet meer in staat is Hem te loven. Zo gezien is het betekenisvol dat juist een heiden wordt genezen. Het uitverkoren volk weigert te zien en te luisteren. De nauwkeurige beschrijving van het ritueel dat Jezus hierbij gebruikte, roept voor ons het doopritueel op. Bij de nieuwe schepping, die bij de messiaanse tijden begint, zullen de mensen weer luisteren in geloof. De tongen zullen loskomen om voor de wereld te getuigen van de waarheid

In het evangelie van vandaag zien wij aan de doofstomme hoe de verlossing geschiedt. De doofstomme is het beeld van de mens in zonde. Doordat de mens niet wilde luisteren, niet wilde gehoorzamen, raakte hij in zichzelf opgesloten. Het innerlijk gesprek met God staakt: "de mens en zijn vrouw verborgen zich voor God.", lezen we in Genesis.
Jezus leidt de doofstomme buiten de kring van het volk, waar Hij alleen met hem is, en met Jezus alleen wordt de doofstomme opgenomen in Jezus' verhouding met zijn Vader: "Hij sloeg zijn blik op naar de hemel". Hij herstelt de zonde door het herstel van de ongezonde verhoudingen: Hij verricht het wonder in afhankelijkheid. Jezus geeft door deze hemelse oogopslag te kennen dat Hij het leven niet uit zichzelf heeft en dat Hij het verlossende woord niet uit zichzelf spreekt. Vanuit deze fundamentele nederigheid, vanuit deze waarachtigheid klinkt het machtswoord: "Effeta, ga open," word vrij van de machten die een ban leggen op je bestaan, die je opsluiten in jezelf.

En toch een spreekverbod? Ja, want wat het wonder deed geschieden, was niet de eigen kracht van Jezus, maar die van zijn Vader: het was ontvangen kracht. Die dimensie zou in het doorvertellen verloren gaan; Jezus zou een mirakeldoener geworden zijn, een God zonder nederigheid, geen Zoon van God.

 

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 06:20 Reageer op dit bericht Stuur door

Uit het eerste boek Koningen

Uit het eerste boek Koningen
11, 4-13

Op zijn oude dag verleidden de vrouwen Salomo ertoe andere goden te gaan dienen en was hij de Heer, zijn God, niet meer met hart en ziel toegedaan zoals zijn vader David dat was geweest. Salomo zocht zijn heil bij Astarte, de godin van de Sidoniërs, en Milkom, de gruwelijke god van de Ammonieten. Hij deed wat slecht is in de ogen van de Heer en was de Heer niet zo trouw als zijn vader David. Zo liet hij op een heuvel in de buurt van Jeruzalem een offerplaats maken ter ere van Kemos, de gruwelijke god van Moab, en ter ere van Moloch, de gruwelijke god van de Ammonieten. Voor al zijn buitenlandse vrouwen maakte hij eigen offerplaatsen, zodat zij wierook konden branden en offers konden brengen voor hun goden.
De Heer werd woedend op Salomo, omdat hij ontrouw was geworden aan Hem, de God van Israël, die hem tot tweemaal toe was verschenen en hem uitdrukkelijk had verboden zich met andere goden in te laten. Omdat Salomo zich niet hield aan wat de Heer hem bevolen had, zei de Heer tegen hem: ‘Het is met jou zo ver gekomen dat je het verbond met mij niet in acht neemt en je niet houdt aan de bepalingen die Ik je heb opgelegd. Daarom zal Ik het koningschap van je losscheuren en het aan een van je ondergeschikten geven. Maar omwille van je vader David zal Ik wachten tot na je dood, en pas je zoon het koningschap ontnemen. En omwille van mijn dienaar David en omwille van Jeruzalem, de stad die Ik heb uitgekozen, zal Ik je zoon niet het hele koninkrijk ontnemen; één stam zal Ik hem laten houden.’

De vele contacten van koning Salomo met andere werelden brachten allerlei mannen en vrouwen naar Jeruzalem. Door sommige vrouwen werd Salomo verleid ook andere godsdiensten binnen te laten. Zo bracht hij het Verbond met de éne, ware God in het gedrang

Uit het evangelie volgens Marcus
7, 24-30

Jezus vertrok naar de omgeving van Tyrus. Daar nam Hij zijn intrek in een huis, en hoewel Hij niet wilde dat iemand dat te weten zou komen, lukte het Hem niet onopgemerkt te blijven.
Integendeel, er kwam al meteen een vrouw die over Hem gehoord had naar Hem toe, en zij viel voor zijn voeten neer. Ze had een dochter die door een onreine geest bezeten was.
Deze vrouw was van Syro–Fenicische afkomst en geen Jodin; ze smeekte Hem om bij haar dochter de demon uit te drijven.
Hij zei tegen haar: ‘Eerst moeten de kinderen genoeg te eten krijgen; het is niet goed om de kinderen hun brood af te pakken en het aan de honden te voeren.’
De vrouw antwoordde: ‘Heer, de honden onder de tafel eten toch de kruimels op die de kinderen laten vallen.’
Hij zei tegen haar: ‘Dat hebt u goed gezegd. Ga naar huis, de demon heeft uw dochter al verlaten.’
En toen ze thuiskwam, lag haar kind op bed en bleek de demon verdwenen te zijn.

Jezus is er voor allen. Ook andere volkeren kunnen op Hem rekenen. Al namen sommige Joden dit niet, Hij is goed voor allen. De genezing van de dochter van de heidense vrouw wil dit ook onderlijnen. Durven wij goed zijn voor iedereen? Ook voor uitgestotenen?

"Op zijn oude dag verleidden de vrouwen Salomo ertoe andere goden te gaan dienen."... "Het is met jou zo ver gekomen dat je het verbond met mij niet in acht neemt en je niet houdt aan de bepalingen die Ik je heb opgelegd. Daarom zal Ik het koningschap van je losscheuren." Dat zal pas na Salomo's dood gebeuren, maar het wordt hém aangerekend. Een goede inzet garandeert nog geen goede afloop. Loopt je leven fatsoenlijk af, dan wil dit nog niet zeggen, dat je geen verantwoordelijkheid draagt voor de chaos die na jou losbreekt.

Maar een slechte start leidt nog niet noodzakelijk tot een slechte finish. Dat bewijst de Kananese vrouw. Haar start was in elk opzicht ongelukkig: zij was een vrouw, een heidense, zij had een dochter die door de duivel bezeten was, zij werd door Jezus afgewezen en werd zelfs een hond genoemd: "Eerst moeten de kinderen (de Joden) genoeg te eten krijgen; het is niet goed om de kinderen hun brood af te pakken en het aan de honden (de heidenhonden) te voeren."
Met dit woord heeft Jezus het hart van deze vrouw tot op de grond willen omwoelen, zodat zij uit het diepst van haar hart haar geloof uitschreeuwt: "Heer, de honden onder de tafel eten toch de kruimels op die de kinderen laten vallen." Jezus wil geloof, een ontmoeting met een gelovige. Hij wil geen wonderdaden verrichten. Hij wil geen geschenken uitdelen, los van zichzelf. In het wonder wil Hij zichzelf geven. Het gaat niet om de gave alleen, het gaat in de gave om de Gever.

Daarom beproeft Hij ons geloof, zodat onze omgang met Hem niet zakelijk zou worden, zaakgericht, omwille van het eigenbelang, maar persoonlijk, persoonsgericht en belangeloos. Het gaat Hem niet om een mooie, ordelijke wereld, maar het gaat Hem erom dat Hij met elke mens, of die nu in een toestand van orde of chaos verkeert, een goede verstandhouding krijgt. Dat gaat doorgaans beter wanneer in een mensenleven eerst de chaos de overhand heeft gekregen op de orde.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 06:22 Reageer op dit bericht Stuur door

bidden

Bidden is buiten- en binnenkant.

 

De buitenkant helpt ons hart in ontmoeting te treden met God.

Maar wie enkel de buitenkant dient, zal zijn ontmoeting met God ontlopen. Hij zal zichzelf ontmoeten als inpakpapier zonder geschenk.

Laat ons God ontmoeten met het hart

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 06:35 Reageer op dit bericht Stuur door

Uit het evangelie volgens Marcus
6, 53-56

Nadat Jezus en zijn leerlingen waren overgestoken, kwamen ze bij Gennesaret aan land en daar legden ze aan.
Toen ze uit de boot stapten, werd Hij meteen herkend.
In het hele gebied ontstond een druk komen en gaan van mensen, die zieken op draagbedden meenamen naar elke plaats waarvan ze hoorden dat Hij daar was.
Overal waar Hij kwam, in dorpen, steden en gehuchten, legden ze de zieken op het plein. Ze smeekten Hem of ze ten minste de zoom van zijn kleed mochten aanraken. En iedereen die Hem aanraakte, werd gered en genas.

Ook in het land van Gennesaret dreigt Jezus slachtoffer te worden van zijn wonderdaden. Ook in het land van de heidenen trok Jezus van dorp tot dorp, van mens tot mens. Het heil is voor iedereen bestemd en zelfs op onvolkomen geloof geeft God antwoord.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 06:40 Reageer op dit bericht Stuur door

Uit de eerste brief van Paulus aan de Korintiërs

Uit de eerste brief van Paulus aan de Korintiërs
9, 16-19 + 22-23

Dat ik het evangelie verkondig is voor mij geen reden om te roemen; ik kan niet anders, en het zou me slecht vergaan als ik het niet zou doen. Als ik het uit eigen beweging zou doen, zou ik recht op betaling hebben. Maar ik doe het niet uit vrije wil; deze opdracht is mij toevertrouwd.
Wat is nu mijn loon? Dat ik het evangelie verkondig zonder er iets voor terug te vragen en dus geen gebruik maak van de rechten die de verkondiging mij geeft.
Vrij als ik ben ten opzichte van iedereen, ben ik de slaaf van iedereen geworden om zo veel mogelijk mensen te winnen.
Voor de zwakken ben ik zwak geworden om hen te winnen. Ik ben voor iedereen wel íets geworden, om in elke situatie althans enkelen te redden.
Ik doe alles voor het evangelie om ook zelf aan de beloften ervan deel te krijgen.

Paulus verkondigt het evangelie van Christus niet om er loon mee te verdienen of om geëerd te worden, maar omdat God hem daartoe geroepen en gezonden heeft. Hij gaat ervan uit dat de overtuigingskracht van een onthechte verkondiger er des te groter om zal zijn.

Uit het evangelie volgens Marcus
1, 29-39

In die tijd, toen ze uit de synagoge kwamen, ging Jezus met Jakobus en Johannes rechtstreeks naar het huis van Simon en Andreas. Simons schoonmoeder lag met koorts in bed, en ze spraken met Jezus over haar. Hij ging naar haar toe, pakte haar hand vast en hielp haar overeind. Toen verliet de koorts haar, en ze begon voor hen te zorgen.
’s Avonds laat, toen de zon al was ondergegaan, brachten de mensen alle zieken en bezetenen naar Hem toe; alle inwoners van de stad hadden zich bij de deur van het huis verzameld. Hij genas vele zieken van allerlei kwalen en Hij dreef veel demonen uit, maar stond ze niet toe om iets te zeggen, want ze wisten wie Hij was.
Vroeg in de ochtend, toen het nog helemaal donker was, stond Hij op, ging naar buiten en liep naar een eenzame plek om daar te bidden. Maar Simon en de anderen die bij Hem waren, gingen Hem vlug achterna, en toen ze Hem gevonden hadden zeiden ze tegen Hem: ‘Iedereen is naar u op zoek!’ Toen zei Hij: ‘Laten we ergens anders heen gaan, naar de dorpen hier in de omtrek, zodat Ik ook daar het goede nieuws kan brengen. Daarvoor ben Ik immers op weg gegaan.’
In heel Galilea bracht hij het nieuws in de synagogen en dreef Hij demonen uit

Simons schoonmoeder lag met koorts in bed, en ze spraken met Jezus over haar. Wat is Jezus, de onbenaderbare, benaderbaar voor de kleinen en de zwakken! Wat gaan ze vertrouwelijk met Hem om! Hij láát zich ook door hen benaderen, niet om zich te laten verheerlijken, maar om hun zijn barmhartigheid bewijzen en in zijn verrijzeniskracht te laten delen. Hij ging naar haar toe, pakte haar hand vast en hielp haar overeind, deed haar verrijzen. ’s Avonds laat, toen de zon al was ondergegaan, brachten de mensen alle zieken en bezetenen naar Hem toe; alle inwoners van de stad hadden zich bij de deur van het huis verzameld. Hij genas vele zieken. Wat een overvloed van barmhartigheid!

Paulus lijkt wel een andere Jezus. Vrij als ik ben ten opzichte van iedereen, ben ik de slaaf van iedereen geworden om zo veel mogelijk mensen te winnen. Voor de zwakken ben ik zwak geworden om hen te winnen. Ik ben voor iedereen wel íets geworden, om in elke situatie althans enkelen te redden. Waar haalt Paulus de motivatie vandaan? Waar halen wij de motivatie vandaan om onszelf te geven zonder te ontvangen, zó te geven dat je er zelf niet beter van wordt, dat je er zelfs niet beter van wordt in je eigen ogen, dat je linkerhand niet weet wat je rechter doet? Paulus zegt: Deze opdracht is mij toevertrouwd, door God. Ik doe het niet uit eigen beweging. De beweegreden of de beweegkracht ligt niet in mij, maar buiten mij, die ligt bij God. En als God iemand ergens toe roept, wordt dat waartoe Hij hem roept hem zo eigen, dat hij niet anders kan. Dat ik het evangelie verkondig is voor mij geen reden om te roemen; ik kan niet anders.
Hier ligt het geheim van het evangelie, het geheim van het Rijk Gods. Het is het geheim van Jezus. Ik doe alles voor het evangelie, ik doe alles voor Jezus, om ook zelf deel te krijgen aan Jezus, aan het andere leven. Het is delen, uitdelen, jezelf wegschenken en je daardoor verrijken. Het is je leven verliezen om het te winnen; vermenigvuldigen door te delen. Je geeft weg, je houdt niets over, en je wordt er toch beter van. Als je weggeeft, krijg je!

Waar haal je dat vandaan? Waar haalt Jezus het vandaan? Het evangelie begon met te zeggen dat Jezus uit de synagoge kwam, Hij doet het dus vanuit het gemeenschappelijke gebed. En aan het einde van de lange werkdag, vroeg in de ochtend, toen het nog helemaal donker was, stond Hij op, ging naar buiten en liep naar een eenzame plek om daar te bidden. Aan het einde van de lange dag gaat Hij weer terug naar het gebed, terug naar zijn Vader, naar zijn oorsprong, naar zijn roeping, zijn zending.

Als de leerlingen Hem achterop komen en willen dat Hij mee teruggaat, omdat iedereen Hem zoekt, antwoordt Hij: Laten we ergens anders heen gaan, naar de dorpen hier in de omtrek, zodat Ik ook daar het goede nieuws kan brengen. Daarvoor ben Ik immers op weg gegaan. Het is dus in het gebed dat Jezus zich zijn oorsprong te binnen brengt. Hij herbront zijn zending, zijn roeping, zijn motivatie, zijn beweegreden en zijn beweegkracht en zo blijft Hij vrij van de vangnetten van de mensen, zo raakt Hij niet in het drijfzand van het succes. Iedereen is naar U op zoek! Ze willen U. Ze willen U vasthouden.
Bij Paulus is het niet anders. Ook hij handelt vanuit dat zendingsbewustzijn, vanuit de taak die hem is toevertrouwd door God. Niet om zich vrij te maken voor zichzelf, maar om zich vrij te maken vóór en zich meer te binden áán anderen.

 

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 07:15 Reageer op dit bericht Stuur door

Meer van WAT JE AAN JEZUS GEEFT,BEN JE NIET KWIJT

↑ Terug naar de berichten