Aan de vrucht wordt de boom gekend.
Aan de vrucht wordt de boom gekend.
De farizeeën waren bomen die slechte vruchten voortbrachten. Zij wezen de mensen, toen die de Heer Jezus een demon zagen uitdrijven, er niet op dat dit slechts in de kracht van de Heilige Geest mogelijk was. In plaats daarvan durfden deze geestelijke (mis)leiders te zeggen dat Jezus de demonen uitdreef door de duivel. Door zo te spreken lasterden zij de Heilige Geest. Let op dat er niet staat dat zij 'de zonde tegen de Heilige Geest' bedreven. Die aanduiding komt niet in de Bijbel voor, want elke zonde is een zonde tegen God, dus ook tegen God de Heilige Geest. Maar wie de werking van de Heilige Geest waarneemt en deze welbewust toeschrijft aan de duivel - en dat kan slechts een ongelovige doen - lastert de Geest, en dat is een onvergefelijke zonde.
22 Toen bracht men een blinde bij hem die bezeten was en niet kon spreken, en hij genas hem, zodat hij weer kon spreken en zien. 23 Alle omstanders stonden versteld en zeiden: ‘Zou hij de Zoon van David zijn?’ 24 Maar de farizeeën die dit hoorden, zeiden tegen elkaar: ‘Hij kan die demonen alleen maar uitdrijven dankzij Beëlzebul, de vorst der demonen.’ 25 Jezus wist wat ze dachten en zei tegen hen: ‘Elk koninkrijk dat innerlijk verdeeld is wordt verwoest, en geen enkele stad of gemeenschap die innerlijk verdeeld is zal standhouden. 26 Als Satan Satan uitdrijft, keert hij zich tegen zichzelf. Hoe kan zijn koninkrijk dan standhouden? 27 En als ik inderdaad door Beëlzebul demonen uitdrijf, door wie drijven uw eigen mensen ze dan uit? Zij zullen dan ook uw rechters zijn! 28 Maar als ik door de Geest van God demonen uitdrijf, dan is het koninkrijk van God bij jullie gekomen. 29 Trouwens, hoe kan iemand het huis van een sterkere binnengaan en zijn inboedel roven, als hij die sterkere niet eerst heeft vastgebonden? Pas dan zal hij zijn huis kunnen leegroven. 30 Wie niet met mij is, is tegen mij, en wie niet met mij samenbrengt, drijft uiteen. 31 Daarom zeg ik u: elke zonde en elke godslastering kan de mensen worden vergeven, maar wie de Geest lastert kan niet worden vergeven. 32 En iedereen die iets ten nadele van de Mensenzoon zegt, zal worden vergeven. Maar wie kwaadspreekt van de heilige Geest zal niet worden vergeven, noch in deze wereld, noch in de komende.
33 Wanneer een boom goed is, dan zijn ook zijn vruchten goed. Is een boom daarentegen slecht, dan zijn ook zijn vruchten slecht. Want aan de vruchten herkent men de boom. 34 Addergebroed! Hoe kunt u iets goeds zeggen terwijl u zelf slecht bent? Waar het hart vol van is, daar loopt de mond van over. 35 Een goed mens haalt uit zijn schatkamer met goede dingen het goede tevoorschijn, terwijl een slecht mens uit zijn schatkamer met slechte dingen het slechte tevoorschijn haalt. 36 Ik zeg u: van elk nutteloos woord dat mensen spreken, zullen ze op de dag van het oordeel rekenschap moeten afleggen. 37 Want op grond van je woorden zul je worden vrijgesproken, en op grond van je woorden zul je worden veroordeeld.’
Mat:12.22-37


