God heeft naar Zijn volk omgezien.
God heeft naar Zijn volk omgezien.
Wat moet de vrouw hier zich hopeloos hebben gevoeld. Ze was al weduwe. Nu heeft ze ook nog haar enige zoon verloren. Er is niemand meer om voor haar te zorgen. Ze heeft geen toekomst meer. Verblind door tranen loopt ze achter de baar aan. Gelukkig ontmoet ze de Here Jezus, die bewogen is met haar nood. Hij roept de troosteloosheid een halt toe en geeft haar nieuw perspectief. God kent ook ons verdriet, onze zorgen, onze nood. En in de Here Jezus steekt Hij de reddende en de helpende hand naar ons uit. Hij geeft ons nieuwe hoop en een nieuwe toekomst: moed voor nu en perspectief voor de eeuwigheid.
11 Niet lang daarna ging Jezus naar een stad die Naïn heet, en zijn leerlingen en een grote menigte gingen met hem mee. 12 Toen hij de poort van de stad naderde, werd er net een dode naar buiten gedragen, de enige zoon van een weduwe. Een groot aantal mensen vergezelde haar. 13 Toen de Heer haar zag, werd hij door medelijden bewogen en zei tegen haar: ‘Weeklaag niet meer.’ 14 Hij kwam dichterbij, raakte de lijkbaar aan – de dragers bleven stilstaan – en zei: ‘Jongeman, ik zeg je: sta op!’ 15 De dode richtte zich op en begon te spreken, en Jezus gaf hem terug aan zijn moeder. 16 Allen werden vervuld van ontzag en loofden God met de woorden: ‘Een groot profeet is onder ons opgestaan,’ en: ‘God heeft zich om zijn volk bekommerd!’ 17 Het nieuws over hem verspreidde zich in heel Judea en in de wijde omtrek


