De hemel en de aarde zullen voorbijgaan, maar Mijn woorden zullen geenszins voorbijgaan.
De Here Jezus besluit Zijn toekomstrede met een gelijkenis en een waarschuwing. De gelijkenis laat zien dat we moeten letten op de tekenen der tijden. Als we zien wat er in de wereld om ons heen gebeurt, kan Zijn komst niet meer ver weg zijn. De waarschuwing die hieraan gekoppeld wordt, houdt in dat wij moeten waken en bidden. Waken wil zeggen: de ogen open houden en uitzien naar Zijn komst. Dat zal ons leven reinigen van zondige dingen (zie 1 Joh. 3:3: 3 Jezus zei: ‘Waarachtig, ik verzeker u: alleen wie opnieuw wordt geboren, kan het koninkrijk van God zien.’ )Bidden is je gevoel van machteloosheid aan God vertellen en Hem vragen dat Hij je bewaart voor de gevaren die in vs. 34 worden genoemd.
29 Hij vertelde hun ook een gelijkenis: ‘Kijk naar de vijgenboom en al de andere bomen. 30 Als je ziet dat ze uitlopen, weet je dat de zomer in aantocht is. 31 Zo moeten jullie ook weten, wanneer je die dingen ziet gebeuren, dat het koninkrijk van God nabij is. 32 Ik verzeker jullie: deze generatie zal zeker niet verdwenen zijn wanneer dit alles gebeurt. 33 Hemel en aarde zullen verdwijnen, maar mijn woorden zullen nooit verdwijnen. 34 Pas op dat jullie hart niet afgestompt raakt door de roes en de dronkenschap en de zorgen van het dagelijks leven, zodat die dag jullie overvalt, 35 onvoorspelbaar als een val die dichtklapt. Want plotseling zal hij komen over allen die waar ook op aarde wonen. 36 Wees waakzaam en bid onophoudelijk om te ontkomen aan de dingen die gebeuren gaan en om voor de Mensenzoon te kunnen verschijnen.’
37 Overdag gaf hij onderricht in de tempel, maar ’s avonds vertrok hij om de nacht door te brengen op de Olijfberg. (Lucas:21.29-37
1 Juich niet over de dag van morgen,
je weet niet wat hij brengen zal.
2 Laat een ander je prijzen, doe het niet zelf,
laat het over aan een vreemde, zie er zelf van af.
3 Een steen is zwaar, het zand is een last,
zwaarder dan beide drukt de ergernis over een dwaas.
4 Woede is wreed, razernij is als een stortvloed,
maar wie is tegen jaloezie bestand?
5 Beter dat je openlijk terechtgewezen wordt
dan dat je uit liefde wordt gespaard.
6 Het verwijt van een vriend is oprecht,
de kus van een vijand al te hartelijk.
7 Wie genoeg te eten heeft, veracht de zoetste honing,
voor wie honger heeft, is al het bittere zoet.
8 Een man die wegvlucht van zijn huis
is als een vogel die zijn nest ontvlucht.
9 De geur van balsem en wierook maakt gelukkig,
maar zoeter voor het hart is ware vriendschap.
10 Houd een vriend in ere, ook die van je vader,
ga niet naar je broer als je problemen hebt;
een vriend in de buurt is beter dan een broer ver weg.
11 Mijn zoon, wees wijs, dan geef je mij vreugde,
en heb ik een weerwoord voor wie mij beschimpt.
12 Wie verstandig is, ziet het gevaar en hoedt zich ervoor,
wie onverstandig is, gaat eraan voorbij en wordt gestraft.
(spreuken:27.1-12