De Geest Zelf pleit voor ons met onuitsprekelijke verzuchtingen.
De Geest Zelf pleit voor ons met onuitsprekelijke verzuchtingen.
Te midden van een zuchtende schepping leven en werken wij, voelen dikwijls onze eigen zwakheid en zuchten met de schepping mee. In onze kleinheid voelen we onze afhankelijkheid van God, die we tot uitdrukking brengen in ons gebed. Maar wat we moeten bidden is ons niet altijd duidelijk. Er is nog Iemand die meezucht: de Heilige Geest! Hij weet wel wat er gebeden moet worden. Hij kent ons door en door. Hij woont immers in ons en weet wat wij nodig hebben. En de Geest van God is in staat om te bidden in overeenstemming met de wil van God. De Heilige Geest behartigt de belangen van God en die van ons.
26 De Geest helpt ons in onze zwakheid; wij weten immers niet wat we in ons gebed tegen God moeten zeggen, maar de Geest zelf pleit voor ons met woordloze zuchten. 27 God, die ons doorgrondt, weet wat de Geest wil zeggen. Hij weet dat de Geest volgens zijn wil pleit voor allen die hem toebehoren. 28 En wij weten dat voor wie God liefhebben, voor wie volgens zijn voornemen geroepen zijn, alles bijdraagt aan het goede. 29 Wie hij al van tevoren heeft uitgekozen, heeft hij er ook van tevoren toe bestemd om het evenbeeld te worden van zijn Zoon, die de eerstgeborene moest zijn van talloze broeders en zusters. 30 Wie hij hiertoe heeft bestemd, heeft hij ook geroepen; en wie hij heeft geroepen, heeft hij ook vrijgesproken; en wie hij heeft vrijgesproken, heeft hij nu al laten delen in zijn luister.



