ONZE VADER DRAAGT ONS
ONZE VADER DRAAGT ONS
De jonge vader die op het strand wandelde, tilde zijn zoontje op om hem op zijn schouders te zetten. De jongen zat vrolijk rond te kijken, elk beentje stevig vastgehouden door de handen van zijn vader. Hij had een mooi uitzicht dat hij anders nooit gehad had. En hij was veilig voor het blinkende hete zand op het strand, de woelige golven, de scherpe schelpen of glasscherfjes in het zand. Hij kon eindeloos verder gaan zonder moe te worden. Zittend op de brede schouders van zijn vader, hoefde hij niet te hollen om hem bij te houden.
Toen ik naar hen keek, moest ik denken aan Mozes die tegen de Israëlieten zei: 'De Here God droeg u, zoals een man zijn kind draagt' (Deut. 1:31). En God verzekert ons: 'Tot de ouderdom ben Ik dezelfde en tot de grijsheid toe zal Ik u torsen; Ik heb het gedaan en Ik zal dragen, Ik zal torsen en redden' (Jes. 46:4). Opgetild worden en veilig gedragen worden is niet alleen voor kleine jongens op het strand; het geldt ook voor oude mensen met grijze haren. De vader op het strand herinnerde me eraan dat er Eén is die ons optilt en draagt. Het is onze hemelse Vader Zelf.



