Tot U komt al wat leeft.
Tot U komt al wat leeft.
Mensen kunnen wel eens trots zijn op de dingen die ze in hun leven bereikt hebben. Een directeur kan trots zijn op de positie die hij heeft verworven. De therapeute kan trots zijn omdat haar patiëntje nu al zo goed kan lopen. De hardloper vindt het geweldig dat hij nationaal kampioen is geworden. De schrijfster is trots omdat haar boek een bestseller is geworden.
Maar het hoogst bereikbare is toch wat anders. Daar kun je niet naar toeklimmen. Het ligt veel hoger dan de top van de Mount Everest, de hoogste berg op aarde. Het hoogst bereikbare is een plek bij God. Niet door eigen inspanning, maar door genade. Nee, het hoogst bereikbare in het leven is geen berg, een goede baan of succes. Zelfs niet het lopen op de maan of een andere planeet. Het hoogste wat een mens bereiken kan is God Zelf. God, de Schepper van hemel en aarde. Er is een tijd geweest dat Hij voor iedereen onbereikbaar was. De mensen waren zondig, ofwel: 'ongerechtigheden hadden de overhand over hen'. Door de zonde is contact met God, die heilig is, onmogelijk.
Wij mogen dankbaar zijn dat God Zelf hier iets aan gedaan heeft: Hij heeft onze overtredingen verzoend. Nu kunnen mensen die dat willen tot Hem naderen, en zelfs bij Hem wonen. Als je bij Hem woont, ben je ver gekomen!
Het lijkt in deze Psalm alsof al het goede dat God aan mensen kan geven, losbarst en het onmogelijke mogelijk wordt. God doet grote dingen, Hij brengt gejuich, zijn beek is vol water (als Hij ons iets geeft, is dat overvloedig), de heuvels en de dalen juichen en jubelen. Het kan gewoon niet op; nauwelijks voor te stellen, maar dat kan alleen onze God doen. Niemand anders! Wie gelooft in Jezus, heeft vrije toegang tot de eeuwige God.


