DE LIEFDE VAN MIJN BROER
DE LIEFDE VAN MIJN BROER
Ik was een opstandige tiener. Ik gebruikte drugs en alcohol en was onverschillig. In die tijd nam mijn broer Ton de Heer Jezus aan als zijn persoonlijke Redder en hij begon met mij te praten over Jezus Christus. Ik dacht dat het een godsdienstige bevlieging van Ton was en dat hij over enkele dagen wel weer normaal zou zijn. De maanden gingen voorbij en ik zag hoe zijn toewijding tot de Heer Jezus zich verdiepte. Ton bleef met mij over Jezus praten en voor mij bidden. Een paar dagen na Kerstmis werkte Ton bij een supermarkt. Twee mannen die bij de kassa stonden, bedreigden de caissières en dwongen met een revolver mijn broer om de safe te openen. Toen namen ze hem mee achter in de winkel en schoten hem neer. De kogel drong door in zijn ruggengraat; hij was verlamd vanaf zijn middel. Twee weken lang waren mijn moeder en ik dag en nacht in het ziekenhuis. Eindelijk begon ik aan God te denken. Ik dacht na over alles wat Ton me verteld had over de Heer Jezus. Ik dacht aan alle zonden die ik gedaan had en voelde een diep berouw. Op Nieuwjaarsdag kwam er in de gebedsruimte van het ziekenhuis een aantal christelijke vrienden van mijn moeder samen om te bidden. Die avond bad ik: 'God, ik weet dat ik veel verkeerde dingen gedaan heb. Ik heb berouw over mijn zonden en ik wil de Heer Jezus aannemen als mijn Redder.' Ik vertelde Ton van mijn beslissing en zei toen ik naast zijn bed zat: 'Ton, wat er met jou gebeurd is, heeft God willen gebruiken om tot mijn hart te spreken. Ik heb de Heer Jezus aangenomen en ik wil van nu aan voor Hem leven.' Ton kon niet meer spreken, maar aan zijn glimlach zag ik hoe blij hij was met mijn beslissing. Een paar dagen later overleed hij. Een half jaar na Tons heengaan werkte ik bij dezelfde supermarkt waar Ton neergeschoten was. Op een dag sprak ik met een van de jongens die daar werkten over de Heer Jezus. Hij zei: 'Je broer vertelde me altijd hetzelfde over Jezus.' Ik vroeg: 'Wat was jouw reactie op wat hij zei?'De jongen antwoordde: 'Ik zei hem dat hij dat tegen jou moest zeggen. Ik zei hem dat zijn eigen broer Christus meer nodig had dan ieder ander die ik kende.' Geïnteresseerd vroeg ik: 'En wat zei Ton toen?' De jongen antwoordde: 'Je broer zei dat hij zijn leven wilde geven als jij de Heer Jezus wilde aannemen.' Tons liefde en zorg voor mij was precies dat wat mij tot Christus leidde. Hij hield zoveel van me dat hij bereid was om te sterven zodat ik echt leven in Christus zou vinden. Tons opofferende liefde is altijd een blijvende herinnering geweest aan een nog grotere liefde en opoffering. Jezus heeft ons lief en Hij bewees het door voor ons allen te sterven. Mijn grootste vreugde is anderen te vertellen van zijn liefde voor hen.


