Ik heb de HERE lief.
Ik heb de HERE lief.
U herinnert zich nog dat Petrus rustig lag te slapen zonder bang te zijn, terwijl hij met twee ketenen aan twee soldaten geboeid was? De dichter van deze psalm heeft wél angst gekend. Vanwege de druk van de omstandigheden heeft hij het uitgeschreeuwd: alle mensen zijn leugenaars. Zo zie je maar dat gelovigen heel verschillend kunnen reageren op de omstandigheden. We kunnen van iedereen wat leren. De gelovige in deze psalm schreeuwt zijn hartenkreet niet alleen naar 'de leugenaars', maar hij richt zich ook doelbewust tot de Heer. Hij maakt Hem bekend met zijn nood en smeekt Hem om uitredding. Hoe loopt dat af?
De dichter begint met de uitroep: 'Ik heb de Heer lief.' Waarom? Omdat Hij naar mij luistert. Maar God luistert niet alleen, Hij redt zijn leven, Hij bewaart hem als hij zwak is. Dat doet God voor ons.
Ondanks al deze ervaringen kan de onrust in zijn (en ons!) hart toch kennelijk telkens weer toeslaan. Dit blijkt uit de woorden: 'Keer weder, mijn ziel, tot uw rust.' Dat herkennen wij toch wel?
Het is heel bemoedigend om ons de ervaringen uit het verleden te herinneren. Want God die zijn hulp in het verleden geboden heeft, zal u zijn hulp in de toekomst echt niet niet onthouden. Hij blijft immers Dezelfde.
De uitreddingen uit het verleden en de zekerheid voor de toekomst vervullen de dichter hier met diepe dankbaarheid. 'Hoe zal ik de Heer vergelden al zijn weldaden tegenover mij,' roept hij daarom uit, terwijl zijn handen zich uitstrekken om de beker van de verlossing op te heffen. Deze beker verwijst naar de bittere beker die Christus dronk, toen Hij voor ons leed en stierf. Maar ook naar de (avondmaal)beker, die wij drinken ter herinnering aan onze Verlosser.


