Uit het boek Openbaring
Uit het boek Openbaring
3, 20
Ik sta voor de deur en klop aan. Als iemand mijn
stem hoort en de deur opent, zal Ik binnenkomen,
en we zullen samen eten, Ik met hem en hij met mij.
Uit
het evangelie volgens Mattëus
7, 7-12
Jezus sprak tot zijn
leerlingen:
'Vraag en er zal je gegeven worden, zoek en je zult vinden, klop en er zal voor
je worden opengedaan. Want ieder die vraagt ontvangt, en wie zoekt vindt, en
voor wie klopt zal worden opengedaan.
Is er iemand onder jullie die zijn kind, als het om een brood vraagt, een steen
zou geven? Of een slang, als het om een vis vraagt?
Als jullie dus, ook al zijn jullie slecht, je kinderen al goede gaven schenken,
hoeveel te meer zal jullie Vader in de hemel dan het goede geven aan wie hem daarom
vragen.
Behandel anderen dus steeds zoals je zou willen dat ze jullie behandelen. Dat
is het hart van de Wet en de Profeten.'
Uit Jezus' eigen mond vernemen we de waarde van elk nederig gebed. God is niet ver weg. Hij luistert naar ons. God is bereidwilliger dan een vader, die zijn eigen zoon geen steen zal geven als hij brood vraagt. Bidden met vertrouwen en volharding is de opdracht van elke christen
Vraag, zoek, klop. Dat is wat wij moeten doen. Dan komt wat God zal doen. Er zal gegeven worden, je zult vinden en er zal worden opengedaan. De nadruk ligt dus op de vervulling van de wensen, van de wensen van het menselijk hart. Maar juist omdat de nadruk ligt op het hart ligt de nadruk evenzeer op de voorwaarden waaraan deze vervulling is gebonden.
Niet het verlangen op zichzelf is voldoende. Er staat niet: 'verlangt en je zal gegeven worden.' Er staat niet: 'als je je bewustzijn maar flink oefent en masseert in de richting van wat je verlangt, dan zal het je gegeven worden.' Er staat ook niet: 'geloof in jezelf, vertrouw op jezelf. Dan zullen de gebraden eenden van het geluk je zomaar in de mond vliegen.'
Nee, je moet uit jezelf weg, je moet juist niet vertrouwen op jezelf. Je moet zoeken, je moet uit je huisje, en je moet kloppen aan een deur waar iemand woont. En die deur kan worden opengedaan door iemand die zijn hart voor je opent. Dus je moet bij iemand aankloppen.
Die Iemand is Jezus zelf. Bij Hem mogen we
aankloppen, van Hem mogen we ontvangen, aan Hem mogen we vragen.
Maar een gelovige vraagt vanuit zijn ontmoeting met de Heer. Hij vraagt wat
thuis hoort in Gods wil. Al het andere is uit den boze.
God is geen frisdrank-automaat waarin we wat
gebedjes moeten steken om onze verlangens ingewilligd te zien.
Nee, God wil ons in ontmoeting brengen met Hem. Hij wil ons vanuit deze
ontmoeting tot mensen maken die ‘ja’ zeggen op zijn Liefde.
Laten ons bidden, laat ons aankloppen, laat ons vragen… maar altijd in Gods wil.
Kom heilige Geest.








