mieke mantel

mieke mantelWAT JE AAN JEZUS GEEFT,BEN JE NIET KWIJT
mieke mantel
mieke mantel
Uit de eerste brief van PetrusUit de eerste brief van Petrus
5, 5b-14
Dierbaren, in de
omgang met elkaar moet ieder van u altijd de minste willen zijn, want God keert
zich tegen hoogmoedigen, maar aan nederigen schenkt Hij zijn genade. Onderwerp
u dus nederig aan Gods hoge gezag, dan zal Hij u op de bestemde tijd een
eervolle plaats geven. U mag uw zorgen op Hem afwentelen, want u ligt Hem na
aan het hart.
Wees waakzaam, wees op uw hoede, want uw vijand, de duivel, zwerft rond als een
brullende leeuw, op zoek naar een prooi. Stel u tegen hem teweer, gesterkt door
uw geloof, in het besef dat uw broeders en zusters, waar ook ter wereld, onder
hetzelfde leed gebukt gaan.
Maar al moet u nog korte tijd lijden, God, de bron van alle genade, heeft u
geroepen om in Christus Jezus deel te krijgen aan zijn eeuwige luister. God zal
u sterk en krachtig maken, zodat u staande zult blijven en niet meer zult
wankelen. Hem komt de macht toe, voor eeuwig. Amen.
Met de hulp van Silvanus, die ik als een betrouwbare broeder beschouw, heb ik u
deze korte brief geschreven, om u moed in te spreken en om u er nadrukkelijk
van te verzekeren dat het werkelijk de genade van God is die u staande houdt.
De uitverkorenen in Babylon en mijn zoon Marcus groeten u.
Groet elkaar met een kus als teken van uw onderlinge liefde.
Vrede zij met u allen, die één bent in Christus.
Uit het evangelie volgens Johannes. 6, 51Uit het evangelie volgens Johannes. 6, 51
'Ik ben het levende brood dat uit de hemel is
neergedaald; wanneer iemand dit brood eet zal
hij eeuwig leven. En het brood dat Ik zal geven
voor het leven van de wereld, is mijn lichaam.'
mieke mantel
mieke mantel
Uit het evangelie volgens JohannesUit
het evangelie volgens Johannes
6, 22-29
De volgende dag stond de
menigte weer aan de oever van het meer. Ze hadden gezien dat er maar één boot
was en dat Jezus niet aan boord was gegaan, maar dat zijn leerlingen alleen
vertrokken waren.
Nu legden er andere boten uit Tiberias aan, dicht bij de plek waar ze het brood
gegeten hadden nadat de Heer het dankgebed had uitgesproken.
Toen de mensen zagen dat Jezus en zijn leerlingen er niet waren, stapten ze in
die boten en voeren ze naar Kafarnaüm om Hem te zoeken.
Ze vonden Hem aan de overkant van het meer en vroegen: ‘Rabbi, wanneer bent U
hier gekomen?’
Jezus zei: ‘Waarachtig, Ik verzeker u: u zoekt me niet omdat u tekenen hebt
gezien, maar omdat u brood gegeten hebt en verzadigd bent. U moet geen moeite
doen voor voedsel dat vergaat, maar voor voedsel dat niet vergaat en eeuwig
leven geeft; de Mensenzoon zal het u geven, want de Vader, God zelf, heeft Hem
die volmacht gegeven.’
Ze vroegen: ‘Wat moeten we doen? Hoe doen we wat God wil?’
‘Dit moet u voor God doen: geloven in Hem die Hij gezonden heeft’, antwoordde
Jezus
Na de broodvermenigvuldiging ontvlucht Christus de mensen: zij zijn meer op mirakelen en spektakel belust dan op zijn boodschap. Ze gaan Hem zoeken. Ze willen niet zozeer zijn persoon, maar meer voedsel en welvaart. Jezus geeft hen een harde les. Kunnen ook wij onze verwachtingen corrigeren, als ze verkeerd en te oppervlakkig zijn ?
Vandaag lezen we dat men op zoek was naar Jezus. Dat lezen we op meerdere plaatsen in de evangelies. Dat terugtrekken deed Hij heel dikwijls: 'naar de overkant, in het gebergte, geheel alleen'. Hij trok zich terug bij God.
Het goed om Jezus hierin te volgen. Niet voor de wonderen, maar voor het voedsel dat niet vergaat en dat enkel Hij alleen geven kan.
In het zich voortdurend terugtrekken mogen we een uitnodiging zien van Hem uit aan ons adres; een dringende uitnodiging tot gebed, met Hem, in de eenzaamheid, bij en met Hem.
Ja, enkel Hem. Om vanuit Hem weer op te staan, het leven tegemoet, het volle leven dragend, om verenigd met Hem onze dagtaken te doen, de anderen te ontmoeten, opdat Hij ‘al weldoende’ zou rondtrekken met ons, door ons, in ons.
mieke mantel
mieke mantel
Uit het evangelie volgens LucasUit
het evangelie volgens Lucas
24, 35-48
De twee leerlingen
vertelden wat er onderweg gebeurd was en hoe Hij zich aan hen kenbaar had
gemaakt door het breken van het brood.
Terwijl ze nog aan het vertellen waren, kwam Jezus zelf in hun midden staan en
zei: ‘Vrede zij met jullie.’ Verbijsterd en door angst overmand, meenden ze een
geestverschijning te zien. Maar Hij zei tegen hen: ‘Waarom zijn jullie zo
ontzet en waarom zijn jullie ten prooi aan twijfel? Kijk naar mijn handen en
voeten, Ik ben het zelf! Raak me aan en kijk goed, want een geest heeft geen
vlees en beenderen zoals jullie zien dat Ik heb.’
Daarna toonde Hij hun zijn handen en zijn voeten.
Omdat ze het van vreugde nog niet konden geloven en stomverbaasd waren, vroeg
Hij hun: ‘Hebben jullie hier iets te eten?’ Ze gaven Hem een stuk geroosterde
vis. Hij nam het aan en at het voor hun ogen op.
Hij zei tegen hen: ‘Toen Ik nog bij jullie was, heb Ik tegen jullie gezegd dat
alles wat in de Wet van Mozes, bij de Profeten en in de Psalmen over mij
geschreven staat in vervulling moest gaan.’
Daarop maakte Hij hun verstand ontvankelijk voor het begrijpen van de
Schriften. Hij zei tegen hen: ‘Er staat geschreven dat de messias zal lijden en
sterven, maar dat Hij op de derde dag zal opstaan uit de dood, en dat in zijn
naam alle volken opgeroepen zullen worden om tot inkeer te komen, opdat hun
zonden worden vergeven. Jullie zullen hiervan getuigenis afleggen, te beginnen
in Jeruzalem.'
De Verrezene houdt eraan te eten voor het oog van zijn leerlingen. Zij durven er niet in te geloven. Zijn verrijzenis betreft zowel het lichaam als de ziel. Wat een hoop wekt dit niet voor heel de mens, voor alle mensen en het heelal. Als getuigen van deze overweldigende ontmoeting en open voor het verstaan van de Schriften, zullen de apostelen er de vurige bedienaars van worden voor heel de wereld.
Van vreugde konden de
leerlingen niet geloven dat Jezus daar werkelijk was...
En wij, zo dikwijls verdeeld tussen twijfel en geloof, kunnen wij in Hem
geloven ? Kunnen wij vandaag nog de Levende ontmoeten ?
De zondagse samenkomst is de plaats waar wij Hem erkennen. Het samenkomen onder
zijn leiding, het in herinnering brengen van zijn woorden en van de hele
Schrift, het opnieuw verhalen van de getuigenissen van hen die gezien hebben,
het breken van het brood in vreugde en het dan weer vertrekken naar de wereld
om de kleine vlam, ontstoken met Pasen, door te geven van de een aan de ander:
dat zijn voortaan de tekens van de Verrijzenis.
Er zijn geen bewijzen van het leven buiten het leven zelf.
Uit het evangelie volgens JohannesUit het evangelie volgens Johannes
6, 16-21
Bij het vallen van de
avond daalden Jeuzs' leerlingen af naar het meer; ze stapten in een boot en
zetten koers naar de overkant, naar Kafarnaüm.
Het was al donker geworden, en Jezus was nog niet naar hen toe gekomen. Er stak
een hevige wind op en het meer werd onstuimig.
Toen ze vijfentwintig of dertig stadie geroeid hadden, zagen ze plotseling
Jezus over het meer lopen; Hij was dicht bij de boot en ze werden bang.
Maar hij zei: ‘Ik ben het, wees niet bang.’
Ze wilden Hem aan boord nemen, maar meteen kwam de boot aan land op de plaats
waar ze naartoe wilden
Zelfs een diep gelovig mens zal wel eens twijfelen als in zijn leven storm en verwarring woedt. 'Ik ben er, wees niet bang', klinkt Jezus' woord. De leerlingen maken zo'n krisis door. Geloof vraagt een zich volledig toevertrouwen, zonder reserves, zonder twijfel. Dit woord van Jezus zal hen opnieuw moed geven
We zijn bang ons eigen ik te verliezen,
bang om in Gods liefde te treden.
Jezus kent ons egoïsme en biedt ons de genade aan ontvankelijk te worden voor
zijn liefde om ons te genezen van onze die ik-gerichtheid.
In Hem zullen we onze meest ware identiteit vinden.
Laten we ons schenken aan Hem.
opendeur
opendeur iedereen welkom
Uit de eerste brief van Petrus 4.12Uit de eerste brief van Petrus 4.12
Laat ieder van u de gave die hij van God gekregen heeft,
gebruiken om de anderen daarmee te helpen, zoals het
goede beheerders van Gods veelsoortige gaven betaamt.
mieke mantel
mieke mantel
Uit het evangelie volgens JohannesUit
het evangelie volgens Johannes
3, 31-36
Jezus sprak tot
Nikodemus:
'Hij die van boven komt staat boven allen, wie uit de aarde voortkomt is aards
en spreekt de taal van de aarde. Hij die uit de hemel komt en boven allen
staat, getuigt van wat Hij gezien en gehoord heeft, en toch wordt zijn
getuigenis door niemand aanvaard. Wie zijn getuigenis wel aanvaardt, bevestigt
daarmee dat God betrouwbaar is.
Hij die door God gezonden is, spreekt de woorden van God, en God schenkt de
Geest in overvloed.
De Vader heeft de Zoon lief en heeft alle macht aan Hem overgedragen.
Wie in de Zoon gelooft heeft eeuwig leven, wie de Zoon niet wil gehoorzamen zal
dat leven niet kennen; integendeel, Gods toorn blijft op hem rusten.’
Wie gelooft in Gods Zoon heeft het eeuwig leven. Wie niet echt gelooft, kan dat leven niet zien. We hebben misschien ooit gemeend dat het eeuwig leven iets is voor na de dood. Jezus’ woorden zijn klaar genoeg: het eeuwig leven begint hier reeds voor wie gelooft. Eeuwig leven is God. Geloven is God liefhebben. Christen-zijn is het eeuwig leven in zich dragen en het reeds nu beleven.
Wie leeft in ontmoeting met de Heer, zal de Heer en zijn liefde steeds meer leren verstaan. Niet zozeer vanuit een louter menselijk denken dat steeds om bewijzen en ervaring vraagt, maar vanuit de warmte van de heilige Geest die ons geschonken is. Doorgaans hechten we aan dit laatste te weinig belang en daardoor geven veel mensen het op, of geraken in een twijfel waar ze niet meer uitgeraken. Het geloof is dan abstract geworden, misschien nog in stand gehouden door bepaalde rituelen of zelfs vormen van liefdadigheid, maar de levende overgave en de blijheid van het leven in Gods aanwezigheid zijn zoek geraakt…
Het gebed van en met het hart is mijn inziens de sleutel om weer tot een levendig geloof te komen; een geloof dat ons leven bevrucht en ons aanzet dragers en uitdragers te zijn van Gods Blijde Boodschap.
Laat ons bidden, er ons van bewust
zijnde dat de Heer ons bevrucht met zijn liefde.
Laat ons in het bidden veel stil zijn, met zeer veel geduld en discipline.
Uit het evangelie volgens JohannesUit
het evangelie volgens Johannes
3, 16-21
Jezus sprak tot Nikodemus:
'God had de wereld zo lief dat hij zijn enige Zoon heeft gegeven, opdat
iedereen die in Hem gelooft niet verloren gaat, maar eeuwig leven heeft.
God heeft zijn Zoon niet naar de wereld gestuurd om een oordeel over haar te
vellen, maar om de wereld door Hem te redden.
Over wie in Hem gelooft wordt geen oordeel uitgesproken, maar wie niet in Hem
gelooft is al veroordeeld, omdat hij niet wilde geloven in de naam van Gods
enige Zoon.
Dit is het oordeel: het licht kwam in de wereld en de mensen hielden meer van
de duisternis dan van het licht, want hun daden waren slecht.
Wie kwaad doet, haat het licht; hij schuwt het licht omdat anders zijn daden
bekend worden. Maar wie oprecht handelt zoekt het licht op, zodat zichtbaar
wordt dat God werkzaam is in alles wat hij doet.'
Geloven in Christus wil zeggen: geloven dat Hij midden ons ons werd gezonden uit pure liefde, omdat God liefde is. Zo een geloof geeft licht aan het leven dat soms zo duister is. Dat licht is God zelf. Wie leeft in dit licht wordt licht voor anderen.
'Wie kwaad doet, haat het licht; hij schuwt het licht omdat anders zijn daden bekend worden. Maar wie oprecht handelt zoekt het licht op, zodat zichtbaar wordt dat God werkzaam is in alles wat hij doet.'
Liefde en kwaad zijn tegengesteld,
zoals licht en duisternis dat zijn. Wie kwaad doet, leeft in tegenstelling met
de liefde en leeft in de duisternis.
Wie oprecht tracht te leven en daardoor het licht
opzoekt, zal getuigen van Gods Liefde, want hij leeft in de Liefde en de Liefde spreekt van God.
Uit de brief van Paulus aan de Galaten 6, 8-9aUit de brief van Paulus aan de Galaten 6, 8-9a
Wie op de akker van zijn zondige
natuur zaait oogst de dood,
maar wie op de akker van de Geest
zaait oogst het eeuwige leven.
Laten we daarom het goede doen,
zonder op te geven
Uit het evangelie volgens JohannesUit
het evangelie volgens Johannes
3, 1-8
Er was onder de
Farizeeën iemand die Nikodemus heette. Hij kwam in de nacht naar Jezus toe.
‘Rabbi’, ‘zei hij, ‘wij weten dat U een leraar bent die van God gekomen is,
want alleen met Gods hulp kan iemand de wondertekenen doen die U verricht.’
Jezus zei: ‘Waarachtig, Ik verzeker u: alleen wie opnieuw wordt geboren, kan
het koninkrijk van God zien.’
‘Hoe kan iemand geboren worden als hij al oud is?’ vroeg Nikodemus. ‘Hij kan
toch niet voor de tweede keer de moederschoot ingaan en weer geboren worden?’
Jezus antwoordde: ‘Waarachtig, Ik verzeker u: niemand kan het koninkrijk van
God binnengaan, tenzij hij geboren wordt uit water en geest. Wat geboren is uit
een mens is menselijk, en wat geboren is uit de Geest is geestelijk. Wees niet
verbaasd dat Ik zei dat jullie allemaal opnieuw geboren moeten worden. De wind
waait waarheen hij wil; je hoort zijn geluid, maar je weet niet waar hij
vandaan komt en waar hij heen gaat. Zo is het ook met iedereen die uit de Geest
geboren is.’
Het verhaal van de ontmoeting tussen Jezus en Nikodemus leert ons de diepere zin van het doopsel: herboren worden, nieuwe mens worden . De mens is meer dan vlees en bloed en stof. Hij is in het doopsel als het ware opnieuw geboren. Elke gedoopte is een kans voor Jezus om weer mens te worden onder de mensen. Het doopsel eist dat wij elke dag als gedoopten leven.
Biologisch gezien
zijn wij uiteraard uit een mens geboren. Een wonderlijk gebeuren dat haar
wortels vindt in God zelf !
De roeping van de christen echter is in zijn leven een diepere dimensie van
geboorte ontdekken, namelijk een geboren of herboren worden in de heilige
Geest.
Jezus zegt daarover vandaag: 'De wind waait waarheen hij wil;
je hoort zijn geluid, maar je weet niet waar hij vandaan komt en waar hij heen
gaat. Zo is het ook met iedereen die uit de Geest geboren is.'
Jezus spiegelt het leven van een gedoopte hier aan het bestaan van de wind: je
hoort zijn geluid maar je weet niet waar hij vandaan komt en waar hij heen
gaat.
Een christen valt doorgaans niet zo op. Men hoeft ook niet van elkaar de hele
voorgeschiedenis te kennen om een goed christen te zijn. Dikwijls is het zelfs
goed om je bedeesd te houden in het kenbaar maken van die voorgeschiedenis,
omdat dat in wezen een zaak is tussen God en jou.
Waar de christen zijn weg zal eindigen is al even onbekend voor de
buitenwereld, zelfs voor de mens in kwestie. En da's een goede zaak. Het gaat
om vandaag, om de wijze van ons christen-zijn op deze dag. En morgen... da's
voor morgen.
De diepere inhoud van dit 'niet-weten' is het geheimnisvol handelen van God in
ons leven. Wie leeft doorheen de Geest, laat zich leiden door het leven van
Christus in hem. Of om het met de woorden van Paulus te zeggen: 'Het is niet meer ik, maar het
is Christus die leeft in mij'.
Het gaat om een volledige beschikbaarheid jegens God, een overgave aan Christus' aanwezigheid in ons, een zich toevertrouwen aan zijn leven in ons bestaan. Zo zal Hij door ons heen al weldoende rondtrekken en zoals de wind waaien waar God ons naar toe zendt.
Uit het evangelie volgens JohannesUit
het evangelie volgens Johannes
20, 19-31
Op de avond van die
eerste dag van de week waren de leerlingen bij elkaar; ze hadden de deuren
afgesloten, omdat ze bang waren voor de Joden.
Jezus kwam in hun midden staan en zei: ‘Ik wens jullie vrede!’
Na deze woorden toonde Hij hun zijn handen en zijn zijde. De leerlingen waren
blij omdat ze de Heer zagen.
Nog eens zei Jezus: ‘Ik wens jullie vrede! Zoals de Vader mij heeft
uitgezonden, zo zend Ik jullie uit.’
Na deze woorden blies Hij over hen heen en zei: ‘Ontvang de heilige Geest. Als
jullie iemands zonden vergeven, dan zijn ze vergeven; vergeven jullie ze niet,
dan zijn ze niet vergeven.’
Een van de twaalf, Tomas (dat betekent ‘tweeling’), was er niet bij toen Jezus
kwam. Toen de andere leerlingen hem vertelden: ‘Wij hebben de Heer gezien!’ zei
hij: ‘Alleen als ik de wonden van de spijkers in zijn handen zie en met mijn
vingers kan voelen, en als ik mijn hand in zijn zij kan leggen, zal ik het
geloven.’
Een week later
waren de leerlingen weer bij elkaar en Tomas was er nu ook bij.
Terwijl de deuren gesloten waren, kwam Jezus in hun midden staan. ‘Ik wens
jullie vrede!’ zei Hij, en daarna richtte Hij zich tot Tomas: ‘Leg je vingers
hier en kijk naar mijn handen, en leg je hand in mijn zij. Wees niet langer
ongelovig, maar geloof.’
Tomas antwoordde: ‘Mijn Heer, mijn God!’
Jezus zei tegen hem: ‘Omdat je me gezien hebt, geloof je. Gelukkig zijn zij die
niet zien en toch geloven.’
Jezus heeft nog veel meer wondertekenen voor zijn leerlingen gedaan, die niet in dit boek staan, maar deze zijn opgeschreven opdat u gelooft dat Jezus de messias is, de Zoon van God, en opdat u door te geloven leeft door zijn naam.
Niets of niemand kan de Verrezene nog beletten de zijnen te bezoeken. Hij brengt hen zijn Geest met de vruchten ervan: vrede, vreugde en de macht om zonden te vergeven. In de persoon van Tomas, die de Heer wilde zien en Hem heeft aangeraakt, lijkt Hij aan de christenen van alle tijden te zeggen: wees er zeker van , Ik ben het werkelijk, geloof ook jij dan.
Uit het evangelie volgens MarcusUit
het evangelie volgens Marcus
16, 9-15
Nadat
Jezus vroeg op de eerste dag van de week uit de dood was opgestaan, verscheen
Hij eerst aan Maria uit Magdala, bij wie Hij zeven demonen had uitgedreven. Ze
ging het nieuws vertellen aan de mensen die Hem hadden vergezeld en die nu om
Hem treurden en rouwden. Toen ze hoorden dat Hij leefde en dat zij Hem had
gezien, geloofden ze het niet.
Daarna verscheen Hij in een andere gedaante aan twee van hen toen ze buiten de
stad aan het wandelen waren. Ze gingen terug en vertelden het aan de anderen;
maar ook zij werden niet geloofd.
Ten slotte verscheen Hij aan de elf terwijl ze aan het eten waren, en Hij
verweet hun hun ongeloof en halsstarrigheid, omdat ze geen geloof hadden
geschonken aan degenen die Hem hadden gezien nadat Hij uit de dood was
opgewekt.
En Hij zei tegen hen: 'Trek heel de wereld rond en maak aan ieder schepsel
het goede nieuws bekend.'
Zij die geloven kennen soms twijfel, zelfs de apostelen. Er zit tenslotte in elke mens een stuk geloof en een stuk ongeloof. Dit evangelie leert ons, dat ook zij die aanvankelijk geen geloof kunnen opbrengen, tot geloof geroepen blijven, om daarna in volle kracht te getuigen. Dat is tevens de eindbalans van deze paasweek. God heeft tijd. Maar als de tijd er is, moet de mens zich helemaal gewonnen geven en geloven
Jezus sprak: 'Trek heel de wereld rond en maak aan ieder schepsel het goede nieuws bekend.'
Het goede nieuws bekend maken, de blijde boodschap verkondigen, getuigen van Jezus, betekent niet de mensen met dit alles rond de oren slaan. Het betekent op de eerste plaats bereid zijn, net zoals Jezus, broederschap te vormen met allen zonder uitzondering. Niet vanuit een drang anderen te willen bekeren, maar vanuit een Vrede die de ander laat aanvoelen dat God bestaat en van elke mens houdt, dat Hij in Christus de mensheid verlost heeft en daarmee ieder de gelegenheid geeft te leven in zijn Zoon.
Uiteraard mag hierover ook met woorden gesproken worden, maar dit hoeft niet altijd. God is groter dan onze woorden. Vanuit zijn Vrede die Hij in ons legt benadert Hij de ander. Deze wijze van naar de ander toegaan is soms veel krachtiger dan het gebruik van eigen woorden die dikwijls meer iets over ons zeggen dan over God.
mieke mantel
mieke mantel
Uit het evangelie volgens JohannesUit
het evangelie volgens Johannes
21, 1-14
Jezus verscheen weer aan de leerlingen, nu bij het
meer van Tiberias. Dat gebeurde als volgt.
Bij het meer waren Simon Petrus en Tomas (dat betekent ‘tweeling’), Natanaël
uit Kana in Galilea, de zonen van Zebedeüs en nog twee andere leerlingen.
Petrus zei: ‘Ik ga vissen.’
‘Wij gaan met je mee’, zeiden de anderen. Ze stapten in de boot, maar de hele
nacht vingen ze niets.
Toen het al ochtend werd, stond Jezus op de oever, al wisten de leerlingen niet
dat het Jezus was.
Hij riep: ‘Hebben jullie soms iets te eten?’
‘Nee’, antwoordden ze.
‘Gooi het net aan stuurboord uit’, riep Jezus, ‘dan lukt het wel.’
Ze wierpen het net uit en er zat zo veel vis in dat ze het niet omhoog konden
trekken.
De leerling van wie Jezus hield zei tegen Petrus: ‘Het is de Heer!’
Zodra Simon Petrus dat hoorde, schortte hij zijn bovenkleed op–meer had hij
niet aan–en sprong in het water.
De andere leerlingen kwamen met de boot en sleepten het net vol vis achter zich
aan. Ze waren niet ver van de oever, ongeveer tweehonderd el.
Toen ze aan land kwamen zagen ze een vuurtje met vis erop en brood.
Jezus zei: ‘Breng ook wat van de vis die jullie net gevangen hebben.’
Simon Petrus ging weer aan boord en trok het net aan land. Het zat vol grote
vissen, welgeteld honderddrieënvijftig, en toch scheurde het niet.
Jezus zei tegen hen: ‘Kom, eet iets.’
Geen van de leerlingen durfde Hem te vragen wie Hij was, ze begrepen dat het de
Heer was.
Jezus nam het brood en gaf hun ervan, en Hij gaf hun ook vis.
Dit was al de derde keer dat Jezus aan de leerlingen verscheen nadat hij uit de
dood was opgestaan.
Na de dood van Jezus hebben de apostelen hun gewone bezigheden hernomen. Tijdens de maaltijd, zien ze de Heer weer. Jezus openbaart zijn aanwezigheden in het alledaagse. Als we maar willen zien met open ogen en met open hart
Wij hebben wel eens de neiging om de Heer te gaan zoeken in het buiten-gewone,
alsof Hij zich enkel zou openbaren buiten het alledaagse leven.
Het evangelie van vandaag toont aan dat Jezus zijn aanwezigheid openbaart in
het alledaagse, in onze dagelijkse bezigheden, in de gewone dingen van elke
dag.
We hoeven Hem echt niet ver te zoeken.
Wie Hem in de kleine dingen van elke dag aanwezig weet, en de levenskunst verstaat zich te laten opnemen door Hem, zal deze kleine dingen als grote dingen ervaren, omdat hij ze zal beleven als gezegend en geleid door Christus zelf.
Onze dagelijkse maaltijden, onze arbeid, onze omgang met echtgenoot of kinderen of collega's of wie dan ook, ons gemeenschappelijk en persoonlijk gebed, onze verwondering over de pracht van de natuur, enz... in alles openbaart Hij zijn aanwezigheid en krijgen wij van Hem de uitnodiging ons te laten opnemen in zijn Liefde voor allen en alles.
Laat ons eenvoudig, fris en blij naar Hem toegaan. Hij is in je hart, zie je het niet ?
mieke mantel
mieke mantel