Uit het evangelie volgens Marcus
Uit het evangelie volgens Marcus
12, 13-17
Enkele hogepriesters, Schriftgeleerden en oudsten stuurden
enkele Farizeeën en Heroïnen naar Jezus toe om Hem een ongeoorloofde uitspraak
te ontlokken.
Toen ze bij Hem gekomen waren, zeiden ze tegen hem: ‘Meester, we weten dat U
oprecht bent en dat U zich aan niemand iets gelegen laat liggen. U kijkt
niemand naar de ogen, maar geeft in alle oprechtheid onderricht over de weg van
God. Is het toegestaan belasting te betalen aan de keizer of niet? Moeten we
betalen of niet?’
Maar omdat Hij hun huichelarij doorzag, antwoordde Hij: ‘Waarom stelt U me op
de proef? Laat me eens een geldstuk zien.’
Ze gaven Hem een munt en Hij vroeg hun: ‘Van wie is dit een afbeelding en van
wie is het opschrift?’
‘Van de keizer’, antwoordden ze.
Toen zei Jezus tegen hen: ‘Geef wat van de keizer is aan de keizer, en geef aan
God wat God toebehoort.’
En ze waren met stomheid geslagen.
Politiek engagement is 'in' in onze dagen. Ook ten tijde van Jezus waren er mensen die Hem in deze richting wilden drijven. Hij was (waarschijnlijk) niet echt tegen een politiek engagement, maar Hij oriënteerde deze inzet in het plan van zijn Vader, zijn zending. Wij moeten onderscheiden wat van God is en wat van de mensen
'Geef wat van de keizer is aan de keizer, en geef aan God wat God toebehoort.’
Als we deze
uitspraak op onszelf betrekken, moeten we ons afvragen: 'Wat staat er in mijn
hart? Van wie is die beeldenaar? Wat is het opschrift? Van wie ben ik?'
Dan zouden we moeten kunnen zeggen: ik ben van God, en alleen van Hem.
En de wereld dan? Die is ondergeschikt aan God. Alles mag als het maar van God
mag.
We moeten de waarde van de dingen niet afmeten aan de waarde die ze voor de
mensen hebben, maar kijken of ze geldig zijn voor God. We moeten de eer van de
mensen laten voor wat ze is, maar ons bekommeren om de eer van Hem wiens
beeldenaar wij dragen in ons hart.
God, die in het verborgene ziet, die de beeldenaar ziet in je hart, die weet
dat je van Hem bent.






