Uit de eerste brief van Petrus
Uit de eerste brief van Petrus
1, 18-25
Broeders en zusters,
u weet immers dat u niet met zoiets vergankelijks als zilver of goud bent
vrijgekocht uit het zinloze leven dat u van uw voorouders had geërfd, maar met
kostbaar bloed, van een lam zonder smet of gebrek, van Christus. Al voor de
grondvesting van de wereld is Hij door God uitgekozen, en nu is Hij, aan het
einde van de tijd, verschenen omwille van u. Door Hem gelooft u in God, die Hem
uit de dood heeft opgewekt en Hem laat delen in zijn luister, zodat uw geloof
tevens hoop is op God.
Nu u gehoorzaam bent aan de waarheid, is uw hart gelouterd en kunt u oprecht
van uw broeders en zusters houden; heb elkaar dan ook onvoorwaardelijk lief,
met een zuiver hart, als mensen die opnieuw zijn geboren, niet uit vergankelijk
maar uit onvergankelijk zaad, door Gods levende en altijd blijvende woord.
‘De mens is als gras en zijn schoonheid als een bloem in het veld: het gras
verdort en de bloem valt af, maar het woord van de Heer blijft eeuwig bestaan.’
Dit woord is het evangelie dat u verkondigd is.
De verlossing van het uitverkoren volk uit Egypte wordt hier gezien als een aanzet voor de verlossing van Christus. Hij was het die als een lam zichzelf gaf tot het einde. Het is een aansporing voor alle gelovigen om elkander te beminnen met oprechte broederliefde.





