mieke mantel

mieke mantelWAT JE AAN JEZUS GEEFT,BEN JE NIET KWIJT
mieke mantel
mieke mantel
Uit het evangelie volgens JohannesUit het evangelie volgens Johannes
15, 16-17
'Jullie hebben niet mij uitgekozen, maar Ik jullie,
en Ik heb jullie opgedragen om op weg te gaan
en vrucht te dragen, blijvende vrucht.
Wat je de Vader in mijn naam vraagt, zal Hij je geven.
Dit draag Ik jullie op: heb elkaar lief.
Uit het evangelie volgens Matteus 25.40Uit het evangelie volgens Matteus 25.40
'Ik verzeker jullie: alles wat jullie gedaan hebben
voor een van de onaanzienlijksten van mijn broeders
of zusters, dat hebben jullie voor Mij gedaan.'
Uit het evangelie volgens JohannesUit het evangelie volgens Johannes
15, 1-8
'Ik ben de ware wijnstok en mijn Vader is de wijnbouwer.
Iedere rank aan mij die geen vrucht draagt snijdt Hij weg, en iedere rank die
wel vrucht draagt snoeit Hij bij, opdat hij meer vruchten draagt.
Jullie zijn al rein door alles wat Ik tegen jullie gezegd heb.
Blijf in mij, dan blijf Ik in jullie. Een rank die niet aan de wijnstok blijft,
kan uit zichzelf geen vrucht dragen. Zo kunnen jullie geen vrucht dragen als
jullie niet in mij blijven.
Ik ben de wijnstok en jullie zijn de ranken. Als iemand in mij blijft en Ik in
hem, zal hij veel vrucht dragen. Maar zonder mij kun je niets doen.
Wie niet in mij blijft wordt weggegooid als een wijnrank en verdort; hij wordt
met andere ranken verzameld, in het vuur gegooid en verbrand.
Als jullie in mij blijven en mijn woorden in jullie, kun je vragen wat je wilt
en het zal gebeuren.
De grootheid van mijn Vader zal zichtbaar worden wanneer jullie veel vrucht
dragen en mijn leerlingen zijn.'
Dit evangelie helpt ons het antwoord te vinden op de vraag van de eerste lezing. Christen zijn, is ingeënt zijn op Christus, de wijnstok. Jezus in ons en wij in Hem. Geen sprake van besnijdenis, ras, kleur, cultuur. Geloof in Jezus: er is geen andere weg om christen te zijn.
: 'Ik ben de wijnstok en jullie zijn de ranken. Als iemand in mij blijft en Ik in hem, zal hij veel vrucht dragen. Maar zonder mij kun je niets doen.'
Als wij in de Heer blijven, en Hij in ons, zullen we dus
vele vruchten dragen.
Het zullen niet onze vruchten zijn, maar de vruchten van de Heer. Door ons heen
zal Hij zijn vruchten voortbrengen.
Wilt dit zeggen dat we onze persoon in Hem moeten
verliezen, dat we onze persoonlijkheid helemaal moeten prijsgeven ?
Vraag is waar onze persoonlijkheid te vinden is.
Het evangelie leert ons dat onze ware identiteit te vinden is in Christus. Met
andere woorden, wie in Christus leeft zal zijn ware identiteit vinden.
Ons ware ik, waarvan God gezegd heeft dat Hij het geschapen heeft naar zijn
beeld en gelijkenis, zal meer en meer tot bloei komen in de Heer.
Ons valse ik, dat leeft voor zichzelf, zal afsterven in Christus om met Hem te
verrijzen tot ons ware ik.
Dàt ik, dat leeft in eenheid met de Heer, zal vrucht dragen, véél vrucht.
Uit het evangelie volgens JohannesUit
het evangelie volgens Johannes
14, 27-31a
'Ik laat jullie vrede na; mijn vrede geef Ik jullie, zoals de
wereld die niet geven kan.
Maak je niet ongerust en verlies de moed niet.
Jullie hebben toch gehoord dat Ik zei dat ik wegga en bij jullie terug zal
komen? Als je me liefhad zou je blij zijn dat Ik naar mijn Vader ga, want de
Vader is meer dan Ik.
Ik vertel jullie dit nu, voordat het gebeurt, zodat jullie het geloven wanneer
het zover is.
Ik kan niet lang meer met jullie spreken, want de heerser van deze wereld is al
onderweg. Hij heeft geen macht over mij, maar zo zal de wereld weten dat Ik de
Vader liefheb en doe wat de Vader me heeft opgedragen.'
De Heer geeft zijn vrede. Hoe ouder een mens wordt, des te meer hij inziet dat de ware vrede en rust van het hart wellicht pas na de dood voor ons zijn weggelegd. Toch geeft Jezus zijn vrede nu reeds. Wat er ook gebeurt in ons leven, die vrede, die rustige zekerheid, moet steeds de bovenhand hebben over onrust en twijfel.
De Heer vraagt niet of wij zijn
vrede willen. Hij geeft en schenkt ons zijn vrede, Hij laat haar ons na.
En een geschenk van de Heer kan men toch niet afwijzen...
Dikwijls denken we dat we Gods
vrede moeten zoeken. Enerzijds is dat natuurlijk waar, anderzijds ook niet.
Het is niet waar, omdat wat gegeven wordt niet moet gezocht worden. Gods vrede
is ons gegeven. De levenskunst bestaat erin ons te ruste te leggen in deze
vrede, om door haar opgenomen haar uit te dragen in al ons doen en laten.
Anderzijds moeten we haar ook zoeken, in de zin dat het een act van ons vraagt
om ons te ruste te leggen in haar. Dat vraagt een houding, een levenshouding,
een gebedshouding. Het vraagt liefde voor stilte, voor tijd, voor woestijn,
voor geduld.
Vanuit deze gekregen vrede mogen we dan leven, mogen we zingen, kiezen, mensen ontmoeten, werken, ontspannen, ons verwonderen,… Wie Gods Vrede kan bewaren zal zich niet zo snel van de wijs laten brengen. Of om het met woorden van Paulus te zeggen: niets zal hem nog kunnen scheiden van de liefde van Christus.
Kun je je een mooier leven
inbeelden ?
Wel een makkelijker, maar geen mooier !
boek der psalmen 11:7boek der psalmen 11:7
Rechtvaardig is de Heer,
Hij heeft rechtvaardigheid lief.
De oprechte zal zijn gelaat aanschouwen.
Uit het evangelie volgens JohannesUit
het evangelie volgens Johannes
15, 1-8
Jezus sprak tot zijn leerlingen:
'Ik ben de ware wijnstok en mijn Vader is de wijnbouwer. Iedere rank aan mij
die geen vrucht draagt snijdt Hij weg, en iedere rank die wel vrucht draagt
snoeit Hij bij, opdat hij meer vruchten draagt. Jullie zijn al rein door alles
wat Ik tegen jullie gezegd heb.
Blijf in mij, dan blijf Ik in jullie. Een rank die niet aan de wijnstok blijft,
kan uit zichzelf geen vrucht dragen. Zo kunnen jullie geen vrucht dragen als
jullie niet in mij blijven.
Ik ben de wijnstok en jullie zijn de ranken. Als iemand in mij blijft en Ik in
hem, zal hij veel vrucht dragen. Maar zonder mij kun je niets doen.
Wie niet in mij blijft wordt weggegooid als een wijnrank en verdort; hij wordt
met andere ranken verzameld, in het vuur gegooid en verbrand.
Als jullie in mij blijven en mijn woorden in jullie, kun je vragen wat je wilt
en het zal gebeuren. De grootheid van mijn Vader zal zichtbaar worden wanneer
jullie veel vrucht dragen en mijn leerlingen zijn.'
Met een beeld uit de wijnbouw maakt Jezus duidelijk hoe innig Hij met zijn Vader en met zijn leerlingen verbonden is. God is de wijnbouwer, Jezus de wijnstok en de leerlingen zijn de takken, die de druiven dragen. Dit laatste kan maar wanneer zij verbonden blijven met Hem. Gesnoeid door de beproeving zullen zij nog meer vruchten dragen
mieke mantel
mieke mantel
Uit het evangelie volgens JohannesUit het evangelie volgens Johannes
14, 1-6
Jezus sprak: 'Wees niet
ongerust, maar vertrouw op God en op mij.In het huis van mijn Vader zijn veel
kamers; zou Ik anders gezegd hebben dat Ik een plaats voor jullie gereed zal
maken? Wanneer Ik een plaats voor jullie gereedgemaakt heb, kom Ik terug. Dan
zal Ik jullie met me meenemen, en dan zullen jullie zijn waar Ik ben. Jullie
kennen de weg naar waar Ik heen ga.’
Toen zei Tomas: ‘Wij weten niet eens waar U naartoe gaat, Heer, hoe zouden we
dan de weg daarheen kunnen weten?’
Jezus zei: ‘Ik ben de weg, de waarheid en het leven. Niemand kan bij de Vader
komen dan door mij.
Ieder van ons zoekt zijn weg naar het ware geluk, elke mens streeft naar waarheid, ieder wil ten volle leven. En dan horen we die prachtige woorden van Jezus: 'Ik ben de weg, de waarheid en het leven'. Gaan we met Hem mee ?
Uit het boek Numeri 6, 24-26Uit het boek Numeri 6, 24-26
Moge de Heer u zegenen en u beschermen,
moge de Heer het licht van zijn gelaat over
u doen schijnen en u genadig zijn,
moge de Heer u zijn gelaat toewenden
en u vrede geven
Uit het evangelie volgens JohannesUit
het evangelie volgens Johannes
12, 44-50
Jezus verklaarde met
luide stem:
‘Wie in mij gelooft, gelooft niet in mij, maar in Hem die mij gezonden heeft,
en wie mij ziet, ziet Hem die mij gezonden heeft.
Ik ben het licht dat naar de wereld is gekomen, opdat iedereen die in mij
gelooft niet meer in de duisternis is.
Als iemand mijn woorden hoort maar ze niet bewaart, zal Ik niet over hem
oordelen. Ik ben immers niet gekomen om over de wereld te oordelen, maar om de
wereld te redden.
Wie mij afwijst en mijn woorden niet aanneemt heeft al een rechter: alles wat
Ik gezegd heb zal op de laatste dag over hem oordelen.
Ik heb niet namens mezelf gesproken, maar de Vader die mij gezonden heeft,
heeft me opgedragen wat Ik moest zeggen en hoe Ik moest spreken.
Ik weet dat zijn opdracht eeuwig leven betekent.
Alles wat Ik zeg, zeg Ik zoals de Vader het mij verteld heeft.’
Christus is licht, vreugde, leven. Hij veroordeelt niet maar brengt liefde en verlossing. Zijn boodschap brengt leven en geen dood
Jezus is het licht
dat door de Vader naar de wereld gezonden is. Wie in Hem gelooft, wie zich aan
Hem geeft, leeft en beweegt in dit licht. Hij ziet de wereld en God vanuit en
in dit licht. Hij weet zich verlost van elke vorm van duisternis opdat hij zich
weet opgenomen door het licht, door Christus zelf.
Dit is voor de mens echter geen wit-zwart gebeuren. Hoewel hij ten diepste
verlost is, zal hij moeten toegroeien naar dit licht.
Deze groei bestaat in het zich toevertrouwen aan de Heer, aan zijn leven in
ons.
Uit het evangelie volgens JohannesUit
het evangelie volgens Johannes
10, 22-30
In Jeruzalem werd het feest
van de Tempelwijding gevierd; het was winter.
Jezus liep in de tempel, in de zuilengang van Salomo. Daar kwamen de Joden om
Hem heen staan, en ze vroegen hem: ‘Hoe lang houdt U ons nog in het onzekere?
Als U de Messias bent, zeg het ons dan ronduit.’
Jezus antwoordde: ‘Dat heb Ik u al gezegd, maar u gelooft het niet. Wat Ik
namens mijn Vader doe getuigt over mij, maar u wilt me niet geloven, omdat u
niet bij mijn schapen hoort. Mijn schapen luisteren naar mijn stem, Ik ken ze
en zij volgen mij. Ik geef ze eeuwig leven: ze zullen nooit verloren gaan en
niemand zal ze uit mijn hand roven. Wat mijn Vader mij gegeven heeft gaat alles
te boven, niemand kan het uit de hand van mijn Vader roven, en de Vader en Ik
zijn één.
Christen-zijn, Christus
volgen, kan men alleen in geloof, in overgave aan de levende Heer. Wij moeten
kiezen tussen echt geloof en schijngeloof. Geloven in het eeuwig leven
betekent, dat eeuwig leven hier op aarde reeds beginnen te leven, of anders
gezegd: nu reeds leven in de Heer.
In dit evangelie wordt ook
uitdrukkelijk gezegd dat christendom niet alleen medemenselijkheid is, maar ook
medegoddelijkheid.
De herder roept en blijft roepen. Ook al zal de roep van de Heer niet op alle momenten van het leven even duidelijk of expliciet zijn, Hij blijft roepen. Alles zal Hij gebruiken: de stilte in ons gebed, de bijbel, ontmoetingen, kunst, natuur, momenten van vrede en vreugde, stormen, woestijnervaringen, eenzaamheid, ziekte,... in alles roept Hij: 'Kom, en volg mij'.
Laten we gevoelig worden voor zijn stem. Laten
we haar liefhebben en diep koesteren.
Dat zijn stem ons van binnenuit in beweging mag zetten ons te laten opnemen in
Gods liefde.

Uit
het evangelie volgens Johannes
10, 11-18
'Ik
ben de goede herder. Een goede herder geeft zijn leven voor de schapen. Een
huurling, iemand die geen herder is, en die niet de eigenaar van de schapen is,
laat de schapen in de steek en slaat op de vlucht zodra hij een wolf ziet
aankomen. De wolf valt de kudde aan en jaagt de schapen uiteen; de man is een
huurling en de schapen kunnen hem niets schelen.
Ik ben de goede herder. Ik ken mijn schapen en mijn schapen kennen mij, zoals
de Vader mij kent en Ik de Vader ken. Ik geef mijn leven voor de schapen.
Maar ik heb ook nog andere schapen, die niet uit deze schaapskooi komen. Ook
die moet Ik hoeden, ook zij zullen naar mijn stem luisteren: dan zal er één
kudde zijn, met één herder.
De Vader heeft mij lief omdat Ik mijn leven geef, om het ook weer terug te
nemen.
Niemand neemt mijn leven, Ik geef het zelf. Ik ben vrij om het te geven en om
het weer terug te nemen; dat is de opdracht die Ik van mijn Vader heb
gekregen.'
Omdat de schapen hem niet toebehoren, laat de huurling hem gemakkelijk in de steek. Christus is de Goede Herder. Hij kent zijn schapen en Hij zorgt voor hen. De Vader wil dat zijn schapen een nieuw leven leiden. En omdat de Vader zo met ons begaan is, zal de Zoon in alle vrijheid zijn leven geven.
Jezus
is de herder die naar God leidt. Hij brengt zijn schapen naar daar waar hun
diepste thuis is: bij God.
Mag Hij voor ons ook die herder zijn? Want laten we niet te snel denken dat wij
volledig in God leven. Allemaal hebben we in ons leven plekjes die vervreemd
zijn geraakt van God; plekjes die we, merkwaardig genoeg, soms koesteren. Het
zijn 'onze' plekjes, die we niet zomaar willen prijsgeven.
Jezus weet dat, en kent als geen ander onze angst om 'alles' prijs te geven.
Hij kent onze angst om helemaal van Hem te zijn, want... ja, dan moeten we gaan
liefhebben, ook waar het pijn doet.
Mag Jezus onze herder zijn ?
Uit het evangelie volgens JohannesUit
het evangelie volgens Johannes
10, 11-18
'Ik ben de goede herder.
Een goede herder geeft zijn leven voor de schapen. Een huurling, iemand die
geen herder is, en die niet de eigenaar van de schapen is, laat de schapen in
de steek en slaat op de vlucht zodra hij een wolf ziet aankomen. De wolf valt
de kudde aan en jaagt de schapen uiteen; de man is een huurling en de schapen
kunnen hem niets schelen.
Ik ben de goede herder. Ik ken mijn schapen en mijn schapen kennen mij, zoals
de Vader mij kent en Ik de Vader ken. Ik geef mijn leven voor de schapen.
Maar ik heb ook nog andere schapen, die niet uit deze schaapskooi komen. Ook
die moet Ik hoeden, ook zij zullen naar mijn stem luisteren: dan zal er één
kudde zijn, met één herder.
De Vader heeft mij lief omdat Ik mijn leven geef, om het ook weer terug te
nemen. Niemand neemt mijn leven, Ik geef het zelf. Ik ben vrij om het te geven
en om het weer terug te nemen – dat is de opdracht die Ik van mijn Vader heb gekregen.'
Liefde betekent hier wederzijdse kennis. De Vader kent de Zoon en de Zoon kent de Vader. Op dezelfde wijze kent de herder, Christus, zijn schapen en zijn schapen kennen Hem. Hij kent er ook nog anderen, die Hem nog niet kennen. Ook voor hen heeft de Heer zijn leven gegeven, opdat ze naar zijn stem zouden luisteren. Dan zal er maar één kudde meer zijn.
JOH.25-71JOH.25-71
Zelfs wie dagelijks met Jezus opgingen stellen zich vragen. Enkelen waren reeds ontrouw terwijl Jezus er nog bij was, omdat ze niet luisterden naar de Geest. Petrus uit zijn zekerheid: 'Naar wie zouden wij gaan ?' Hij gelooft 'in woorden van eeuwig leven'.
mieke mantel
mieke mantel
Uit de eerste brief van PetrusUit de eerste brief van Petrus
5, 5b-14
Dierbaren, in de
omgang met elkaar moet ieder van u altijd de minste willen zijn, want God keert
zich tegen hoogmoedigen, maar aan nederigen schenkt Hij zijn genade. Onderwerp
u dus nederig aan Gods hoge gezag, dan zal Hij u op de bestemde tijd een
eervolle plaats geven. U mag uw zorgen op Hem afwentelen, want u ligt Hem na
aan het hart.
Wees waakzaam, wees op uw hoede, want uw vijand, de duivel, zwerft rond als een
brullende leeuw, op zoek naar een prooi. Stel u tegen hem teweer, gesterkt door
uw geloof, in het besef dat uw broeders en zusters, waar ook ter wereld, onder
hetzelfde leed gebukt gaan.
Maar al moet u nog korte tijd lijden, God, de bron van alle genade, heeft u
geroepen om in Christus Jezus deel te krijgen aan zijn eeuwige luister. God zal
u sterk en krachtig maken, zodat u staande zult blijven en niet meer zult
wankelen. Hem komt de macht toe, voor eeuwig. Amen.
Met de hulp van Silvanus, die ik als een betrouwbare broeder beschouw, heb ik u
deze korte brief geschreven, om u moed in te spreken en om u er nadrukkelijk
van te verzekeren dat het werkelijk de genade van God is die u staande houdt.
De uitverkorenen in Babylon en mijn zoon Marcus groeten u.
Groet elkaar met een kus als teken van uw onderlinge liefde.
Vrede zij met u allen, die één bent in Christus.
Uit het evangelie volgens Johannes. 6, 51Uit het evangelie volgens Johannes. 6, 51
'Ik ben het levende brood dat uit de hemel is
neergedaald; wanneer iemand dit brood eet zal
hij eeuwig leven. En het brood dat Ik zal geven
voor het leven van de wereld, is mijn lichaam.'
mieke mantel
mieke mantel
Uit het evangelie volgens JohannesUit
het evangelie volgens Johannes
6, 22-29
De volgende dag stond de
menigte weer aan de oever van het meer. Ze hadden gezien dat er maar één boot
was en dat Jezus niet aan boord was gegaan, maar dat zijn leerlingen alleen
vertrokken waren.
Nu legden er andere boten uit Tiberias aan, dicht bij de plek waar ze het brood
gegeten hadden nadat de Heer het dankgebed had uitgesproken.
Toen de mensen zagen dat Jezus en zijn leerlingen er niet waren, stapten ze in
die boten en voeren ze naar Kafarnaüm om Hem te zoeken.
Ze vonden Hem aan de overkant van het meer en vroegen: ‘Rabbi, wanneer bent U
hier gekomen?’
Jezus zei: ‘Waarachtig, Ik verzeker u: u zoekt me niet omdat u tekenen hebt
gezien, maar omdat u brood gegeten hebt en verzadigd bent. U moet geen moeite
doen voor voedsel dat vergaat, maar voor voedsel dat niet vergaat en eeuwig
leven geeft; de Mensenzoon zal het u geven, want de Vader, God zelf, heeft Hem
die volmacht gegeven.’
Ze vroegen: ‘Wat moeten we doen? Hoe doen we wat God wil?’
‘Dit moet u voor God doen: geloven in Hem die Hij gezonden heeft’, antwoordde
Jezus
Na de broodvermenigvuldiging ontvlucht Christus de mensen: zij zijn meer op mirakelen en spektakel belust dan op zijn boodschap. Ze gaan Hem zoeken. Ze willen niet zozeer zijn persoon, maar meer voedsel en welvaart. Jezus geeft hen een harde les. Kunnen ook wij onze verwachtingen corrigeren, als ze verkeerd en te oppervlakkig zijn ?
Vandaag lezen we dat men op zoek was naar Jezus. Dat lezen we op meerdere plaatsen in de evangelies. Dat terugtrekken deed Hij heel dikwijls: 'naar de overkant, in het gebergte, geheel alleen'. Hij trok zich terug bij God.
Het goed om Jezus hierin te volgen. Niet voor de wonderen, maar voor het voedsel dat niet vergaat en dat enkel Hij alleen geven kan.
In het zich voortdurend terugtrekken mogen we een uitnodiging zien van Hem uit aan ons adres; een dringende uitnodiging tot gebed, met Hem, in de eenzaamheid, bij en met Hem.
Ja, enkel Hem. Om vanuit Hem weer op te staan, het leven tegemoet, het volle leven dragend, om verenigd met Hem onze dagtaken te doen, de anderen te ontmoeten, opdat Hij ‘al weldoende’ zou rondtrekken met ons, door ons, in ons.