mieke mantel

mieke mantelWAT JE AAN JEZUS GEEFT,BEN JE NIET KWIJT
mieke mantel
mieke mantel
Uit het evangelie volgens JohannesUit het evangelie volgens Johannes
14, 1-6
Jezus sprak: 'Wees niet
ongerust, maar vertrouw op God en op mij.In het huis van mijn Vader zijn veel
kamers; zou Ik anders gezegd hebben dat Ik een plaats voor jullie gereed zal
maken? Wanneer Ik een plaats voor jullie gereedgemaakt heb, kom Ik terug. Dan
zal Ik jullie met me meenemen, en dan zullen jullie zijn waar Ik ben. Jullie
kennen de weg naar waar Ik heen ga.’
Toen zei Tomas: ‘Wij weten niet eens waar U naartoe gaat, Heer, hoe zouden we
dan de weg daarheen kunnen weten?’
Jezus zei: ‘Ik ben de weg, de waarheid en het leven. Niemand kan bij de Vader
komen dan door mij.
Ieder van ons zoekt zijn weg naar het ware geluk, elke mens streeft naar waarheid, ieder wil ten volle leven. En dan horen we die prachtige woorden van Jezus: 'Ik ben de weg, de waarheid en het leven'. Gaan we met Hem mee ?
Uit het boek Numeri 6, 24-26Uit het boek Numeri 6, 24-26
Moge de Heer u zegenen en u beschermen,
moge de Heer het licht van zijn gelaat over
u doen schijnen en u genadig zijn,
moge de Heer u zijn gelaat toewenden
en u vrede geven
Uit het evangelie volgens JohannesUit
het evangelie volgens Johannes
12, 44-50
Jezus verklaarde met
luide stem:
‘Wie in mij gelooft, gelooft niet in mij, maar in Hem die mij gezonden heeft,
en wie mij ziet, ziet Hem die mij gezonden heeft.
Ik ben het licht dat naar de wereld is gekomen, opdat iedereen die in mij
gelooft niet meer in de duisternis is.
Als iemand mijn woorden hoort maar ze niet bewaart, zal Ik niet over hem
oordelen. Ik ben immers niet gekomen om over de wereld te oordelen, maar om de
wereld te redden.
Wie mij afwijst en mijn woorden niet aanneemt heeft al een rechter: alles wat
Ik gezegd heb zal op de laatste dag over hem oordelen.
Ik heb niet namens mezelf gesproken, maar de Vader die mij gezonden heeft,
heeft me opgedragen wat Ik moest zeggen en hoe Ik moest spreken.
Ik weet dat zijn opdracht eeuwig leven betekent.
Alles wat Ik zeg, zeg Ik zoals de Vader het mij verteld heeft.’
Christus is licht, vreugde, leven. Hij veroordeelt niet maar brengt liefde en verlossing. Zijn boodschap brengt leven en geen dood
Jezus is het licht
dat door de Vader naar de wereld gezonden is. Wie in Hem gelooft, wie zich aan
Hem geeft, leeft en beweegt in dit licht. Hij ziet de wereld en God vanuit en
in dit licht. Hij weet zich verlost van elke vorm van duisternis opdat hij zich
weet opgenomen door het licht, door Christus zelf.
Dit is voor de mens echter geen wit-zwart gebeuren. Hoewel hij ten diepste
verlost is, zal hij moeten toegroeien naar dit licht.
Deze groei bestaat in het zich toevertrouwen aan de Heer, aan zijn leven in
ons.
Uit het evangelie volgens JohannesUit
het evangelie volgens Johannes
10, 22-30
In Jeruzalem werd het feest
van de Tempelwijding gevierd; het was winter.
Jezus liep in de tempel, in de zuilengang van Salomo. Daar kwamen de Joden om
Hem heen staan, en ze vroegen hem: ‘Hoe lang houdt U ons nog in het onzekere?
Als U de Messias bent, zeg het ons dan ronduit.’
Jezus antwoordde: ‘Dat heb Ik u al gezegd, maar u gelooft het niet. Wat Ik
namens mijn Vader doe getuigt over mij, maar u wilt me niet geloven, omdat u
niet bij mijn schapen hoort. Mijn schapen luisteren naar mijn stem, Ik ken ze
en zij volgen mij. Ik geef ze eeuwig leven: ze zullen nooit verloren gaan en
niemand zal ze uit mijn hand roven. Wat mijn Vader mij gegeven heeft gaat alles
te boven, niemand kan het uit de hand van mijn Vader roven, en de Vader en Ik
zijn één.
Christen-zijn, Christus
volgen, kan men alleen in geloof, in overgave aan de levende Heer. Wij moeten
kiezen tussen echt geloof en schijngeloof. Geloven in het eeuwig leven
betekent, dat eeuwig leven hier op aarde reeds beginnen te leven, of anders
gezegd: nu reeds leven in de Heer.
In dit evangelie wordt ook
uitdrukkelijk gezegd dat christendom niet alleen medemenselijkheid is, maar ook
medegoddelijkheid.
De herder roept en blijft roepen. Ook al zal de roep van de Heer niet op alle momenten van het leven even duidelijk of expliciet zijn, Hij blijft roepen. Alles zal Hij gebruiken: de stilte in ons gebed, de bijbel, ontmoetingen, kunst, natuur, momenten van vrede en vreugde, stormen, woestijnervaringen, eenzaamheid, ziekte,... in alles roept Hij: 'Kom, en volg mij'.
Laten we gevoelig worden voor zijn stem. Laten
we haar liefhebben en diep koesteren.
Dat zijn stem ons van binnenuit in beweging mag zetten ons te laten opnemen in
Gods liefde.

Uit
het evangelie volgens Johannes
10, 11-18
'Ik
ben de goede herder. Een goede herder geeft zijn leven voor de schapen. Een
huurling, iemand die geen herder is, en die niet de eigenaar van de schapen is,
laat de schapen in de steek en slaat op de vlucht zodra hij een wolf ziet
aankomen. De wolf valt de kudde aan en jaagt de schapen uiteen; de man is een
huurling en de schapen kunnen hem niets schelen.
Ik ben de goede herder. Ik ken mijn schapen en mijn schapen kennen mij, zoals
de Vader mij kent en Ik de Vader ken. Ik geef mijn leven voor de schapen.
Maar ik heb ook nog andere schapen, die niet uit deze schaapskooi komen. Ook
die moet Ik hoeden, ook zij zullen naar mijn stem luisteren: dan zal er één
kudde zijn, met één herder.
De Vader heeft mij lief omdat Ik mijn leven geef, om het ook weer terug te
nemen.
Niemand neemt mijn leven, Ik geef het zelf. Ik ben vrij om het te geven en om
het weer terug te nemen; dat is de opdracht die Ik van mijn Vader heb
gekregen.'
Omdat de schapen hem niet toebehoren, laat de huurling hem gemakkelijk in de steek. Christus is de Goede Herder. Hij kent zijn schapen en Hij zorgt voor hen. De Vader wil dat zijn schapen een nieuw leven leiden. En omdat de Vader zo met ons begaan is, zal de Zoon in alle vrijheid zijn leven geven.
Jezus
is de herder die naar God leidt. Hij brengt zijn schapen naar daar waar hun
diepste thuis is: bij God.
Mag Hij voor ons ook die herder zijn? Want laten we niet te snel denken dat wij
volledig in God leven. Allemaal hebben we in ons leven plekjes die vervreemd
zijn geraakt van God; plekjes die we, merkwaardig genoeg, soms koesteren. Het
zijn 'onze' plekjes, die we niet zomaar willen prijsgeven.
Jezus weet dat, en kent als geen ander onze angst om 'alles' prijs te geven.
Hij kent onze angst om helemaal van Hem te zijn, want... ja, dan moeten we gaan
liefhebben, ook waar het pijn doet.
Mag Jezus onze herder zijn ?
Uit het evangelie volgens JohannesUit
het evangelie volgens Johannes
10, 11-18
'Ik ben de goede herder.
Een goede herder geeft zijn leven voor de schapen. Een huurling, iemand die
geen herder is, en die niet de eigenaar van de schapen is, laat de schapen in
de steek en slaat op de vlucht zodra hij een wolf ziet aankomen. De wolf valt
de kudde aan en jaagt de schapen uiteen; de man is een huurling en de schapen
kunnen hem niets schelen.
Ik ben de goede herder. Ik ken mijn schapen en mijn schapen kennen mij, zoals
de Vader mij kent en Ik de Vader ken. Ik geef mijn leven voor de schapen.
Maar ik heb ook nog andere schapen, die niet uit deze schaapskooi komen. Ook
die moet Ik hoeden, ook zij zullen naar mijn stem luisteren: dan zal er één
kudde zijn, met één herder.
De Vader heeft mij lief omdat Ik mijn leven geef, om het ook weer terug te
nemen. Niemand neemt mijn leven, Ik geef het zelf. Ik ben vrij om het te geven
en om het weer terug te nemen – dat is de opdracht die Ik van mijn Vader heb gekregen.'
Liefde betekent hier wederzijdse kennis. De Vader kent de Zoon en de Zoon kent de Vader. Op dezelfde wijze kent de herder, Christus, zijn schapen en zijn schapen kennen Hem. Hij kent er ook nog anderen, die Hem nog niet kennen. Ook voor hen heeft de Heer zijn leven gegeven, opdat ze naar zijn stem zouden luisteren. Dan zal er maar één kudde meer zijn.
JOH.25-71JOH.25-71
Zelfs wie dagelijks met Jezus opgingen stellen zich vragen. Enkelen waren reeds ontrouw terwijl Jezus er nog bij was, omdat ze niet luisterden naar de Geest. Petrus uit zijn zekerheid: 'Naar wie zouden wij gaan ?' Hij gelooft 'in woorden van eeuwig leven'.
mieke mantel
mieke mantel
Uit de eerste brief van PetrusUit de eerste brief van Petrus
5, 5b-14
Dierbaren, in de
omgang met elkaar moet ieder van u altijd de minste willen zijn, want God keert
zich tegen hoogmoedigen, maar aan nederigen schenkt Hij zijn genade. Onderwerp
u dus nederig aan Gods hoge gezag, dan zal Hij u op de bestemde tijd een
eervolle plaats geven. U mag uw zorgen op Hem afwentelen, want u ligt Hem na
aan het hart.
Wees waakzaam, wees op uw hoede, want uw vijand, de duivel, zwerft rond als een
brullende leeuw, op zoek naar een prooi. Stel u tegen hem teweer, gesterkt door
uw geloof, in het besef dat uw broeders en zusters, waar ook ter wereld, onder
hetzelfde leed gebukt gaan.
Maar al moet u nog korte tijd lijden, God, de bron van alle genade, heeft u
geroepen om in Christus Jezus deel te krijgen aan zijn eeuwige luister. God zal
u sterk en krachtig maken, zodat u staande zult blijven en niet meer zult
wankelen. Hem komt de macht toe, voor eeuwig. Amen.
Met de hulp van Silvanus, die ik als een betrouwbare broeder beschouw, heb ik u
deze korte brief geschreven, om u moed in te spreken en om u er nadrukkelijk
van te verzekeren dat het werkelijk de genade van God is die u staande houdt.
De uitverkorenen in Babylon en mijn zoon Marcus groeten u.
Groet elkaar met een kus als teken van uw onderlinge liefde.
Vrede zij met u allen, die één bent in Christus.
Uit het evangelie volgens Johannes. 6, 51Uit het evangelie volgens Johannes. 6, 51
'Ik ben het levende brood dat uit de hemel is
neergedaald; wanneer iemand dit brood eet zal
hij eeuwig leven. En het brood dat Ik zal geven
voor het leven van de wereld, is mijn lichaam.'
mieke mantel
mieke mantel
Uit het evangelie volgens JohannesUit
het evangelie volgens Johannes
6, 22-29
De volgende dag stond de
menigte weer aan de oever van het meer. Ze hadden gezien dat er maar één boot
was en dat Jezus niet aan boord was gegaan, maar dat zijn leerlingen alleen
vertrokken waren.
Nu legden er andere boten uit Tiberias aan, dicht bij de plek waar ze het brood
gegeten hadden nadat de Heer het dankgebed had uitgesproken.
Toen de mensen zagen dat Jezus en zijn leerlingen er niet waren, stapten ze in
die boten en voeren ze naar Kafarnaüm om Hem te zoeken.
Ze vonden Hem aan de overkant van het meer en vroegen: ‘Rabbi, wanneer bent U
hier gekomen?’
Jezus zei: ‘Waarachtig, Ik verzeker u: u zoekt me niet omdat u tekenen hebt
gezien, maar omdat u brood gegeten hebt en verzadigd bent. U moet geen moeite
doen voor voedsel dat vergaat, maar voor voedsel dat niet vergaat en eeuwig
leven geeft; de Mensenzoon zal het u geven, want de Vader, God zelf, heeft Hem
die volmacht gegeven.’
Ze vroegen: ‘Wat moeten we doen? Hoe doen we wat God wil?’
‘Dit moet u voor God doen: geloven in Hem die Hij gezonden heeft’, antwoordde
Jezus
Na de broodvermenigvuldiging ontvlucht Christus de mensen: zij zijn meer op mirakelen en spektakel belust dan op zijn boodschap. Ze gaan Hem zoeken. Ze willen niet zozeer zijn persoon, maar meer voedsel en welvaart. Jezus geeft hen een harde les. Kunnen ook wij onze verwachtingen corrigeren, als ze verkeerd en te oppervlakkig zijn ?
Vandaag lezen we dat men op zoek was naar Jezus. Dat lezen we op meerdere plaatsen in de evangelies. Dat terugtrekken deed Hij heel dikwijls: 'naar de overkant, in het gebergte, geheel alleen'. Hij trok zich terug bij God.
Het goed om Jezus hierin te volgen. Niet voor de wonderen, maar voor het voedsel dat niet vergaat en dat enkel Hij alleen geven kan.
In het zich voortdurend terugtrekken mogen we een uitnodiging zien van Hem uit aan ons adres; een dringende uitnodiging tot gebed, met Hem, in de eenzaamheid, bij en met Hem.
Ja, enkel Hem. Om vanuit Hem weer op te staan, het leven tegemoet, het volle leven dragend, om verenigd met Hem onze dagtaken te doen, de anderen te ontmoeten, opdat Hij ‘al weldoende’ zou rondtrekken met ons, door ons, in ons.
mieke mantel
mieke mantel
Uit het evangelie volgens LucasUit
het evangelie volgens Lucas
24, 35-48
De twee leerlingen
vertelden wat er onderweg gebeurd was en hoe Hij zich aan hen kenbaar had
gemaakt door het breken van het brood.
Terwijl ze nog aan het vertellen waren, kwam Jezus zelf in hun midden staan en
zei: ‘Vrede zij met jullie.’ Verbijsterd en door angst overmand, meenden ze een
geestverschijning te zien. Maar Hij zei tegen hen: ‘Waarom zijn jullie zo
ontzet en waarom zijn jullie ten prooi aan twijfel? Kijk naar mijn handen en
voeten, Ik ben het zelf! Raak me aan en kijk goed, want een geest heeft geen
vlees en beenderen zoals jullie zien dat Ik heb.’
Daarna toonde Hij hun zijn handen en zijn voeten.
Omdat ze het van vreugde nog niet konden geloven en stomverbaasd waren, vroeg
Hij hun: ‘Hebben jullie hier iets te eten?’ Ze gaven Hem een stuk geroosterde
vis. Hij nam het aan en at het voor hun ogen op.
Hij zei tegen hen: ‘Toen Ik nog bij jullie was, heb Ik tegen jullie gezegd dat
alles wat in de Wet van Mozes, bij de Profeten en in de Psalmen over mij
geschreven staat in vervulling moest gaan.’
Daarop maakte Hij hun verstand ontvankelijk voor het begrijpen van de
Schriften. Hij zei tegen hen: ‘Er staat geschreven dat de messias zal lijden en
sterven, maar dat Hij op de derde dag zal opstaan uit de dood, en dat in zijn
naam alle volken opgeroepen zullen worden om tot inkeer te komen, opdat hun
zonden worden vergeven. Jullie zullen hiervan getuigenis afleggen, te beginnen
in Jeruzalem.'
De Verrezene houdt eraan te eten voor het oog van zijn leerlingen. Zij durven er niet in te geloven. Zijn verrijzenis betreft zowel het lichaam als de ziel. Wat een hoop wekt dit niet voor heel de mens, voor alle mensen en het heelal. Als getuigen van deze overweldigende ontmoeting en open voor het verstaan van de Schriften, zullen de apostelen er de vurige bedienaars van worden voor heel de wereld.
Van vreugde konden de
leerlingen niet geloven dat Jezus daar werkelijk was...
En wij, zo dikwijls verdeeld tussen twijfel en geloof, kunnen wij in Hem
geloven ? Kunnen wij vandaag nog de Levende ontmoeten ?
De zondagse samenkomst is de plaats waar wij Hem erkennen. Het samenkomen onder
zijn leiding, het in herinnering brengen van zijn woorden en van de hele
Schrift, het opnieuw verhalen van de getuigenissen van hen die gezien hebben,
het breken van het brood in vreugde en het dan weer vertrekken naar de wereld
om de kleine vlam, ontstoken met Pasen, door te geven van de een aan de ander:
dat zijn voortaan de tekens van de Verrijzenis.
Er zijn geen bewijzen van het leven buiten het leven zelf.
Uit het evangelie volgens JohannesUit het evangelie volgens Johannes
6, 16-21
Bij het vallen van de
avond daalden Jeuzs' leerlingen af naar het meer; ze stapten in een boot en
zetten koers naar de overkant, naar Kafarnaüm.
Het was al donker geworden, en Jezus was nog niet naar hen toe gekomen. Er stak
een hevige wind op en het meer werd onstuimig.
Toen ze vijfentwintig of dertig stadie geroeid hadden, zagen ze plotseling
Jezus over het meer lopen; Hij was dicht bij de boot en ze werden bang.
Maar hij zei: ‘Ik ben het, wees niet bang.’
Ze wilden Hem aan boord nemen, maar meteen kwam de boot aan land op de plaats
waar ze naartoe wilden
Zelfs een diep gelovig mens zal wel eens twijfelen als in zijn leven storm en verwarring woedt. 'Ik ben er, wees niet bang', klinkt Jezus' woord. De leerlingen maken zo'n krisis door. Geloof vraagt een zich volledig toevertrouwen, zonder reserves, zonder twijfel. Dit woord van Jezus zal hen opnieuw moed geven
We zijn bang ons eigen ik te verliezen,
bang om in Gods liefde te treden.
Jezus kent ons egoïsme en biedt ons de genade aan ontvankelijk te worden voor
zijn liefde om ons te genezen van onze die ik-gerichtheid.
In Hem zullen we onze meest ware identiteit vinden.
Laten we ons schenken aan Hem.
opendeur
opendeur iedereen welkom
Uit de eerste brief van Petrus 4.12Uit de eerste brief van Petrus 4.12
Laat ieder van u de gave die hij van God gekregen heeft,
gebruiken om de anderen daarmee te helpen, zoals het
goede beheerders van Gods veelsoortige gaven betaamt.
mieke mantel
mieke mantel
Uit het evangelie volgens JohannesUit
het evangelie volgens Johannes
3, 31-36
Jezus sprak tot
Nikodemus:
'Hij die van boven komt staat boven allen, wie uit de aarde voortkomt is aards
en spreekt de taal van de aarde. Hij die uit de hemel komt en boven allen
staat, getuigt van wat Hij gezien en gehoord heeft, en toch wordt zijn
getuigenis door niemand aanvaard. Wie zijn getuigenis wel aanvaardt, bevestigt
daarmee dat God betrouwbaar is.
Hij die door God gezonden is, spreekt de woorden van God, en God schenkt de
Geest in overvloed.
De Vader heeft de Zoon lief en heeft alle macht aan Hem overgedragen.
Wie in de Zoon gelooft heeft eeuwig leven, wie de Zoon niet wil gehoorzamen zal
dat leven niet kennen; integendeel, Gods toorn blijft op hem rusten.’
Wie gelooft in Gods Zoon heeft het eeuwig leven. Wie niet echt gelooft, kan dat leven niet zien. We hebben misschien ooit gemeend dat het eeuwig leven iets is voor na de dood. Jezus’ woorden zijn klaar genoeg: het eeuwig leven begint hier reeds voor wie gelooft. Eeuwig leven is God. Geloven is God liefhebben. Christen-zijn is het eeuwig leven in zich dragen en het reeds nu beleven.
Wie leeft in ontmoeting met de Heer, zal de Heer en zijn liefde steeds meer leren verstaan. Niet zozeer vanuit een louter menselijk denken dat steeds om bewijzen en ervaring vraagt, maar vanuit de warmte van de heilige Geest die ons geschonken is. Doorgaans hechten we aan dit laatste te weinig belang en daardoor geven veel mensen het op, of geraken in een twijfel waar ze niet meer uitgeraken. Het geloof is dan abstract geworden, misschien nog in stand gehouden door bepaalde rituelen of zelfs vormen van liefdadigheid, maar de levende overgave en de blijheid van het leven in Gods aanwezigheid zijn zoek geraakt…
Het gebed van en met het hart is mijn inziens de sleutel om weer tot een levendig geloof te komen; een geloof dat ons leven bevrucht en ons aanzet dragers en uitdragers te zijn van Gods Blijde Boodschap.
Laat ons bidden, er ons van bewust
zijnde dat de Heer ons bevrucht met zijn liefde.
Laat ons in het bidden veel stil zijn, met zeer veel geduld en discipline.