Uit de Handelingen van de Apostelen
Uit de Handelingen van de Apostelen
16, 22-34
De verzamelde menigte
keerde zich tegen Paulus en Silas, waarna de stadsbestuurders hun de kleren van
het lijf lieten scheuren en bevel gaven hen met stokslagen te straffen. Nadat
ze een groot aantal slagen hadden gekregen, werden ze opgesloten in de
gevangenis, waar de gevangenbewaarder opdracht kreeg hen streng te bewaken.
Overeenkomstig dit bevel bracht hij hen naar de binnenste kerker en sloot hun
voeten in het blok.
Om middernacht waren Paulus en Silas aan het bidden en zongen ze lofliederen
voor God. De andere gevangenen luisterden aandachtig naar hen. Plotseling deed
zich een hevige aardschok voor, zodat de gevangenis op haar grondvesten trilde;
alle deuren sprongen open en bij iedereen schoten de boeien los.
De gevangenbewaarder schrok wakker, en toen hij zag dat de deuren van de
gevangenis openstonden, trok hij zijn zwaard om zelfmoord te plegen, want hij
dacht dat de gevangenen ontsnapt waren. Maar Paulus riep hem luidkeels toe:
‘Doe uzelf niets aan, we zijn immers nog allemaal hier!’ De bewaarder vroeg om
een fakkel, rende naar binnen en viel bevend voor Paulus en Silas op de grond.
Hij bracht hen naar buiten en vroeg: ‘Zegt u mij, heren, wat moet ik doen om
gered te worden?’
Ze antwoordden: ‘Geloof in de Heer Jezus en u zult gered worden, u en uw
huisgenoten.’
En ze verkondigden het woord van de Heer aan hem en aan iedereen die bij hem
woonde.
Hoewel het midden in de nacht was, nam hij hen mee en maakte hun wonden schoon.
Meteen daarna werden hij en zijn huisgenoten gedoopt. Hij bracht hen naar zijn
woning boven de gevangenis en zette hun daar een maaltijd voor. Hij en al zijn
huisgenoten waren buitengewoon verheugd dat hij nu in God geloofde.
Christus laat zijn leerlingen niet in de steek: ook Petrus werd op wondere wijze bevrijd uit een kerker. Het laatste zinnetje uit deze lezing stelt ons de vraag of wij wel echt blij zijn in ons geloof... Of hebben wij iets verloren laten gaan van die fristheid en de vreugde van het jonge christendom...
Paulus en Silas hebben voor zich een duidelijke keuze gemaakt. In de gevangenis geworpen, blijven ze vertrouwen op de belofte van de Heer. Zij nemen niet de methode over van hen die hen gefolterd hebben. Ze gaan op hun beurt niet over tot geweld. Zij kiezen voor het stille verzet, in de lijn van de gekruisigde Christus. In de stilte van hun donkere cel vertrouwen zij zich aan God toe, bidden tot Hem, danken Hem omdat ze door hun lijden iets mogen bijdragen tot het heil en het geluk van de wereld.
Wanneer ze dan ook nog beginnen te zingen, verstaan de gevangenen er niets meer van. Dat is vaak zo.
Waarom zingen en juichen christenen
eigenlijk ?
Wat valt er te zingen in een wereld vol haat ?
Wel, er valt te zingen omdat er een uitweg bestaat uit al het kwaad en omdat
het kwaad niet hoeft te overwinnen.
Daarom valt er te zingen !
Het wordt tijd nieuwe zangers de wereld
in te zenden met het lied van Gods bevrijding op de lippen.
Eigenlijk zouden we moeten zingen alsof het de lust van ons leven is.





