Uit het evangelie volgens Lucas
Uit het evangelie volgens Lucas
8, 16-18
Jezus sprak tot de
menigte:
'Wie een lamp heeft aangestoken, dooft hem niet meteen weer door hem te
bedekken en zet hem ook niet onder een bed, nee, hij plaatst hem op een
standaard, zodat iedereen die binnenkomt het licht ziet. Want niets dat
verborgen is blijft geheim; alles wat verborgen is zal bekend worden en aan het
licht komen.
Let dus goed op hoe jullie luisteren: want wie iets heeft zal nog meer krijgen;
maar wie niets heeft, hem zal zelfs wat hij denkt te hebben worden ontnomen.'
Als God ons zijn licht heeft geschonken, is het niet de bedoeling dat we het bedekken. Nee, het mag, het moet schijnen... opdat alles aan het licht zou komen.
Jezus is het licht. Hij heeft het licht van de Vader doen schijnen, meer: Hij geeft zich zo aan ons dat wij in zijn naam het licht van de Vader mogen zijn. Bedoeling is dat wij in ons leven beeld en gelijkenis zijn van de Vader; zijn licht, zijn vrede, zijn liefde. Jezus met ons, door ons, in ons...
Wanneer wij hier op aarde zullen sterven zullen we wéér Jezus
ontmoeten, anders dan hier op aarde. Maar Hij zal er staan met hetzelfde licht.
Heel ons leven zullen we kunnen overzien vanuit zijn licht, het goede en het
zogenaamde slechte. Alles zal aan het licht komen.
Dit hoeft ons geen angst in te boezemen, integendeel. Het zou ons juist
vertrouwen moeten geven en vooral een geest van overgave aan zijn
tegenwoordigheid. Ja, vandaag, en morgen en alle dagen van ons verdere leven.
Dat Jezus ons mag opnemen in Gods licht om zelf dat licht te worden.



