Marcus
Marcus
16, 9-15
Nadat Jezus vroeg op de
eerste dag van de week uit de dood was opgestaan, verscheen Hij eerst aan Maria
uit Magdala, bij wie Hij zeven demonen had uitgedreven. Ze ging het nieuws
vertellen aan de mensen die Hem hadden vergezeld en die nu om Hem treurden en
rouwden. Toen ze hoorden dat Hij leefde en dat zij Hem had gezien, geloofden ze
het niet.
Daarna verscheen Hij in een andere gedaante aan twee van hen toen ze buiten de
stad aan het wandelen waren. Ze gingen terug en vertelden het aan de anderen;
maar ook zij werden niet geloofd.
Ten slotte verscheen Hij aan de elf terwijl ze aan het eten waren, en Hij
verweet hun hun ongeloof en halsstarrigheid, omdat ze geen geloof hadden
geschonken aan degenen die Hem hadden gezien nadat Hij uit de dood was
opgewekt.
En Hij zei tegen hen: 'Trek heel de wereld rond en maak aan ieder schepsel het
goede nieuws bekend.'
Zij die geloven kennen soms twijfel, zelfs de apostelen. Er zit tenslotte in elke mens een stuk geloof en een stuk ongeloof. Dit evangelie leert ons, dat ook zij die aanvankelijk geen geloof kunnen opbrengen, tot geloof geroepen blijven, om daarna in volle kracht te getuigen. Dat is tevens de eindbalans van deze paasweek. God heeft tijd. Maar als de tijd er is, moet de mens zich helemaal gewonnen geven en geloven.



