
lucky
WAT JE AAN JEZUS GEEFT,BEN JE NIET KWIJT


lucky
Hebreeën 4:16Laten we dus zonder schroom naderen tot de troon van de Genadige, waar we telkens als we hulp nodig hebben barmhartigheid en genade vinden. Hebreeën 4:16
1 Korintiers 15:20-22Maar Christus is werkelijk uit de dood opgewekt, als de eerste van de gestorvenen. Zoals de dood er is gekomen door een mens, zo is ook de opstanding uit de dood er gekomen door een mens. Zoals wij door Adam allen sterven, zo zullen wij door Christus allen levend worden gemaakt. -- 1 Korintiers 15:20-22
Romeinen 10:10Als uw hart gelooft, zult u rechtvaardig worden verklaard; als uw mond belijdt, zult u worden gered. Romeinen 10:10
Psalmen 42:12
Marcus 10:52Jezus zei tegen hem: ‘‘Ga heen, uw geloof heeft u gered.’ En meteen kon hij weer zien en hij volgde hem op zijn weg.
MarcusMarcus
7, 24-30
Jezus vertrok naar de omgeving van Tyrus. Daar nam Hij zijn intrek in een huis, en hoewel Hij niet wilde dat iemand dat te weten zou komen, lukte het Hem niet onopgemerkt te blijven.
Integendeel, er kwam al meteen een vrouw die over Hem gehoord had naar Hem toe, en zij viel voor zijn voeten neer. Ze had een dochter die door een onreine geest bezeten was.
Deze vrouw was van Syro–Fenicische afkomst en geen Jodin; ze smeekte Hem om bij haar dochter de demon uit te drijven.
Hij zei tegen haar: ‘Eerst moeten de kinderen genoeg te eten krijgen; het is niet goed om de kinderen hun brood af te pakken en het aan de honden te voeren.’
De vrouw antwoordde: ‘Heer, de honden onder de tafel eten toch de kruimels op die de kinderen laten vallen.’
Hij zei tegen haar: ‘Dat hebt u goed gezegd. Ga naar huis, de demon heeft uw dochter al verlaten.’
En toen ze thuiskwam, lag haar kind op bed en bleek de demon verdwenen te zijn.
Het evangelie van vandaag wil ons tonen dat ‘geloof’ niet goedkoop is. Het is niet vanzelfsprekend. En om dit ten diepste aan te voelen gebeurt het soms dat Jezus ons geloof op de proef stelt. Niet om ons te pesten, maar juist om ons tot dieper geloof te brengen, tot volwassen geloof, tot geloof los van sferen of gemoedstoestanden. Soms wordt ons leven een chaos, en juist die chaos wil God aanwenden om ons te doen groeien in Hem. Hij wil de chaos gebruiken om ons te brengen tot een geloof dat puur is, naakt, afgestorven aan een oppervlakkige ‘ik’ om zichzelf terug te vinden in zijn meest waarachtig ik: het ‘ik’ door God gewild.
Een volkswijsheid leert ons dat een mens soms met zijn hoofd tegen een muur moet botsen om te leren. Da’s een waarheid als een koe. En in het geloof is het niet anders. Soms moet een mens al eens de diepte worden ingeduwd om volwassen te worden. Wanneer de chaos in het leven van mensen de overhand krijgt wordt dikwijls iets nieuws geboren, meer zuiver, meer volwassen.
Dit kunnen gebeurtenissen zijn in ons leven, het kan gaan om dorheid in ons gebedsleven, enz … maar juist deze schijnbaar onaangename kanten van ons leven kunnen ons tot groei zijn. Ze kunnen ons wakker schudden, ons meer of terug in de ‘waarheid’ plaatsen, zuiver voor het aanschijn van de Vader.
Belangrijk is dat we in deze gebeurtenissen het gebed (her)ontdekken, en heel onze situatie bij de Heer brengen. Daar begint alles. De Heer wacht immers tot we gelovig inzien dat ons leven niet afhangt van ons eigen geklungel, maar veeleer van Gods genade. En daar wacht Hij op. Hij, de nederigheid zelf, wacht tot wij nederig worden, tot wij naar Hem toekomen en zeggen: ‘Heer, nu Gij’. En dan kan alles (her)starten. Dan geef je Jezus de mogelijkheid je te leiden, te vormen, te kneden.
Laten ons knielen voor de Heer wanneer ons leven chaotisch is, of dreigt te worden, wanneer het dor en donker is. Laat ons dan innerlijk stil vallen, alles - ons hele zijn - in zijn schoot neerleggen, met een hart dat eerlijk en in alle zuiverheid zegt: ‘Heer, ontferm U’. Een weg van Vrede zal ons te wachten staan.
Matteüs 19:14Laat de kinderen ongemoeid, belet ze niet bij mij te komen, want het koninkrijk van de hemel behoort toe aan wie is zoals zij.’ Matteüs 19:14
MarcusMarcus
3, 20-21
Jezus ging terug naar huis, en weer verzamelde zich een menigte, zodat ze zelfs niet de kans kregen om te gaan eten.
Toen zijn verwanten hiervan hoorden, gingen ze op weg om Hem, desnoods onder dwang, mee te nemen, want volgens hen had Hij zijn verstand verloren.
Volgens hen had Hij zijn verstand verloren...
Wie leeft in de geest van Jezus zal beslist voor velen in 'de wereld' ook z'n verstand verloren hebben.
Voor 'de wereld' is het immers heel dikwijls niet meer dan normaal dat je die dingen nastreeft die het eigenbelang dienen. Terwijl het evangelie oproept het gemeenschappelijk belang te dienen, of nog beter gezegd: Gods belang. En het belang van God gaat over de medemens, de hele mensheid, heel de schepping, het gaat over het kennen van Hem, over het leven in zijn liefde, over zijn voortdurende oproep tot vergeving en verzoening, over delen met hen die minder hebben, over geweldloosheid, over eerlijkheid, trouw, …
Wie deze weg gaat, zwemt, jammer genoeg, dikwijls tegen de grote stroom in.
Durven we als christenen de moedige keuze maken het evangelie écht te volgen, ons gevend aan de weg van de liefde, de weg van het kruis, gelovend dat deze weg de enige weg is naar het einddoel
Moge ons hart geopend zijn voor God en gericht naar de wereld. Mogen we bescheiden zijn maar niet laf, klein maar niet weggedoken, dapper en liefdevol. Mogen we biddende mensen zijn. Ja, moge de Heer het levend hart zijn van de weg die we, ieder persoonlijk én samen, gaan.


NIET... VERGETEN 
Galaten 5:25Wanneer de Geest ons leven leidt, laten we dan ook de richting volgen die de Geest ons wijst. Galaten 5:25

Marcus
1, 21-28
Jezus en zijn leerlingen gingen op weg naar Kafarnaüm, en op de eerstvolgende sabbat ging Hij naar de synagoge en onderwees er de mensen. Ze waren diep onder de indruk van zijn onderricht, want Hij sprak hen toe als iemand met gezag, niet zoals de schriftgeleerden.
Er was in de synagoge ook een man die bezeten was door een onreine geest, en hij schreeuwde: ‘Wat hebben wij met jou te maken, Jezus van Nazaret? Ben je gekomen om ons te vernietigen? Ik weet wel wie je bent, de heilige van God.’
Jezus sprak hem streng toe en zei: ‘Zwijg en ga uit hem weg!’
De onreine geest deed de man stuiptrekken en verliet hem met een luide schreeuw.
Iedereen was zo verbijsterd dat ze tegen elkaar zeiden: ‘Wat is dit allemaal? Een nieuwe leer met groot gezag! Zelfs als Hij onreine geesten een bevel geeft, wordt Hij gehoorzaamd.’
Het nieuws over Jezus verspreidde zich algauw overal in Galilea.
Iedereen was zo verbijsterd dat ze tegen elkaar zeiden: ‘Wat is dit allemaal? Een nieuwe leer met groot gezag! Zelfs als Hij onreine geesten een bevel geeft, wordt Hij gehoorzaamd.’ Zo lezen we vandaag in het evangelie.
Elke dag is nieuw. Gisteren was nieuw ten opzichte van eergisteren en vandaag is nieuw ten opzichte van gisteren. Het nieuwe bestaat er in dat we weer een dag gevorderd zijn in de geschiedenis van de wereld en van onszelf.
Zo ook met het Woord van de Heer uit de Schrift. Wanneer we het lezen kennen we misschien die verzen reeds, maar ten opzichte van gisteren is dat Woord nieuw, opnieuw uitgesproken door God zelf, levend en krachtig, geestelijke voeding voor ieder van ons; de Heer zelf.
De Schrift lezen is Jezus lezen. Het is Hem aanhoren alsof Hij nu tegen je spreekt. In die zin is de Schrift lezen Jezus ontvangen, Hem ontmoeten, je door Hem laten omvormen.
Daarom is het goed bij het lezen van de Schrift de nodige stilte in te bouwen, de tijd ook opdat het Woord kan gedijen en zijn ‘werk’ kan doen. Meer dan we vermoeden draagt het Woord de genade in zich ons te genezen van mogelijk kwaad, ons om te vormen meer en meer naar Gods liefde.
Laten we het Woord beminnen, diep koesteren. Moge ons hart de aarde zijn waar het Woord minnend ontvangen wordt, wortel kan schieten en vruchten kan voortbrengen: vruchten van liefde en vrede.
Jezus bracht een leer met gezag. Een niet aflatende dwingende kracht, ging van Hem uit. Het geheim van zijn gezag lag niet in zijn macht om wonderwerken te verrichten, maar in zijn innige verbondenheid met God de Vader
Johannes 3, 22-30Jezus ging met zijn leerlingen naar Judea. Daar bleef Hij enige tijd en Hij doopte er. Johannes doopte toen ook, in Enon, dicht bij Salim, een waterrijk gebied. Daar kwamen de mensen naartoe om zich te laten dopen. Johannes was immers nog niet gevangengezet. Er ontstond een discussie tussen de leerlingen van Johannes en een Jood over het reinigingsritueel. Ze gingen naar Johannes en zeiden tegen hem: ‘Rabbi, de man die bij u aan de overkant van de Jordaan was, over wie u een getuigenis afgelegd hebt, is aan het dopen en iedereen gaat naar Hem toe!’ Johannes antwoordde: ‘Een mens kan alleen ontvangen wat hem door de hemel gegeven wordt. Jullie kunnen van mij getuigen dat ik gezegd heb: “Ik ben de Messias niet, maar ik ben voor Hem uit gezonden.” De bruidegom krijgt de bruid; de vriend van de bruidegom staat te luisteren en is blij dat hij de stem van de bruidegom hoort. Dat vervult mij met grote vreugde. Hij moet groter worden en ik kleiner.’
De doper sprak: 'Een mens kan alleen ontvangen wat hem door de hemel gegeven wordt.' Johannes is een groot voorbeeld van nederigheid. Terwijl hij veel ontzag genoot, terwijl honderden of misschien wel duizenden mensen naar hem toekwamen om hem te aanhoren, om door hem gedoopt te worden, bleef hij ten dienste van datgene wat God hem vroeg. Hij was er zich dan ook ten stelligste van bewust dat een mens enkel die dingen echt goed, juist en waarachtig kan doen, wanneer ze hem door God gegeven zijn. 'Hij (Jezus) moet groter worden en ik kleiner', zo zegt hij. Dat is heel zeker de sleutel, of het geheim, van zijn nederigheid. Het gaat niet om zijn leven dat hijzelf zou kunnen plannen en verwezenlijken. Nee, het gaat om wat God wil; Jezus door Hem heen, Hij steeds groter, Johannes steeds kleiner. Ook wij zijn geroepen om Jezus steeds groter te laten worden in ons leven en wij kleiner. Niet dat wij niets waard zouden zijn, of dat we onze eigen identiteit zouden moeten prijs geven. Wie Christus groter laat worden in zijn leven zal juist meer en meer zijn ware identiteit ontdekken. Ons ware ik is immers te vinden in ons ja-woord aan de Heer. In Hem zullen we ons meest ware zelf ontdekken. In Hem zullen we onze roeping horen en de genade ontvangen deze weg te kunnen gaan. Hij met ons. Laat ons kleiner worden, opdat Jezus groter mag worden.
hemelIn het huis van mijn Vader zijn veel kamers; zou ik anders gezegd hebben dat ik een plaats voor jullie gereed zal maken? Johannes 14:2
2 Timoteüs 1:7
God heeft ons niet een geest van lafhartigheid gegeven, maar een geest van kracht, liefde en bezonnenheid.
JohannesJohannes
1, 1-18
In het begin was het Woord, het Woord was bij God en het Woord was God. Het was in het begin bij God. Alles is erdoor ontstaan en zonder dit is niets ontstaan van wat bestaat.
In het Woord was leven en het leven was het licht voor de mensen. Het licht schijnt in de duisternis en de duisternis heeft het niet in haar macht gekregen.
Er kwam iemand die door God was gezonden; hij heette Johannes. Hij kwam als getuige, om van het licht te getuigen, opdat iedereen door hem zou geloven. Hij was niet zelf het licht, maar hij was er om te getuigen van het licht: het ware licht, dat ieder mens verlicht en naar de wereld kwam.
Het Woord was in de wereld, de wereld is door Hem ontstaan en toch kende de wereld Hem niet. Hij kwam naar wat van Hem was, maar wie van Hem waren hebben Hem niet ontvangen. Wie hem wel ontvingen en in zijn naam geloven, heeft Hij het voorrecht gegeven om kinderen van God te worden. Zij zijn niet op natuurlijke wijze geboren, niet uit lichamelijk verlangen of uit de wil van een man, maar uit God.
Het Woord is mens geworden en heeft bij ons gewoond, vol van goedheid en waarheid, en wij hebben zijn grootheid gezien, de grootheid van de enige Zoon van de Vader.
Van Hem getuigde Johannes toen hij uitriep: ‘Hij is het over wie ik zei: “Die na mij komt is meer dan ik, want Hij was er vóór mij!”’
Uit zijn overvloed zijn wij allen met goedheid overstelpt. De wet is door Mozes gegeven, maar goedheid en waarheid zijn met Jezus Christus gekomen.
Niemand heeft ooit God gezien, maar de enige Zoon, die zelf God is, die aan het hart van de Vader rust, heeft Hem doen kennen.
De laatste dag, die we vandaag beleven en straks dankbaar gaan uitwuiven, is de laatste dag van een jaar in een geschiedenis van een doorlopende tijd. Maar deze laatste dag is ook de eerste dag, het laatste uur het eerste uur, en wel van een nieuwe geschiedenis, van een nieuwe tijd.
In Christus is er geen vóór en na meer. In elk uur is de volheid der tijden aangebroken. Elk ogenblik is de volheid van de tijd, en wel in de zin van 'beslissend'. Het is geen voorbereidingstijd meer in de zin van voorbereiding op dat wat nog moet gebeuren. Nee, dat eigenlijke is al gebeurd. We kunnen nu al, op dit moment "vrijmoedig naderen tot de troon van Gods genade” (Hebr 4,16).
Maar ook in deze nieuwe geschiedenis kun je inwendig, geestelijk, volgens je hart, nog behoren tot de oude geschiedenis, de geschiedenis van het vlees, van de zelfzucht, van de zonde. Je kunt leven in het nu, en toch in het oude. Daarom is elk uur een uur van 'beslissing', de beslissing om uit jezelf te treden, uit de oude geschiedenis en te kiezen voor Christus: ik wil leven voor Hem, in Hem, door Hem. En steeds opnieuw deze beslissing nemen... dat is leven in de nieuwe geschiedenis.
Dikwijls is het is alsof we leven in twee werkelijkheden: in licht én duisternis, in leugen én waarheid, met Hem verbonden of niet met Hem verbonden. Het is een soort dualisme, twee mogelijkheden, twee dimensies, dikwijls tegelijk in ons aanwezig.
Het evangelie is één grote oproep uit te treden uit het ene om in te treden in het andere, uit te treden uit het oude om in te treden in Christus. Niet op eigen houtje, maar door de genade die Hij ons daarvoor zal verlenen. Daar mogen we om bidden. Dagelijks.
Dat elke dag in 2015 een beslissing mag zijn voor de Heer.
LucasLucas
1, 67-79
In die dagen werd Zacharias vervuld met de heilige Geest en sprak deze profetie:
‘Geprezen zij de Heer, de God van Israël, Hij heeft zich om zijn volk bekommerd en het verlost. Een reddende kracht heeft Hij voor ons opgewekt uit het huis van David, zijn dienaar, zoals Hij van oudsher heeft beloofd bij monde van zijn heilige profeten: bevrijd zouden we worden van onze vijanden, gered uit de greep van allen die ons haten. Zo toont Hij zich barmhartig jegens onze voorouders en herinnert hij zich zijn heilig verbond: de eed die Hij gezworen had aan Abraham, onze vader, dat wij, ontkomen aan onze vijanden, Hem zonder angst zouden dienen, toegewijd en oprecht, altijd levend in zijn nabijheid.
En jij, kind, jij zult genoemd worden: profeet van de Allerhoogste, want voor de Heer zul je uit gaan om de weg voor Hem gereed te maken, en om zijn volk bekend te maken met hun redding door de vergeving van hun zonden. Dankzij de liefdevolle barmhartigheid van onze God zal het stralende licht uit de hemel over ons opgaan en verschijnen aan allen die leven in duisternis en verkeren in de schaduw van de dood, zodat we onze voeten kunnen zetten op de weg van de vrede.’
Prachtige woorden uit de profetie van Zacharias. Het zijn woorden die juist en lichtend weergeven waar het om gaat met Kerstmis.
Voor hen die vanavond kalkoen eten: laat het van harte smaken. Maar laat de kalkoen niet het centrum zijn van de komende nacht. Moge dat de kerststal zijn: Jezus. Hij zal vragen bij Hem in de stal te komen. Hij zal ons wenken naar zichzelf waar we onze duistere kanten mogen neerleggen; de oorzaken ervan en de gevolgen. We mogen onze zonden bij de kribbe neerleggen; Hem aanbiddend, Hem alles gevend, opdat Hij ons hele zijn moge omgevormd worden naar Gods Vrede.
Moge op deze wijze de komende nacht een heilige nacht zijn, vervuld van diep ontzag en grote dankbaarheid jegens God.
1 Samuel 2:2Geen is er heilig als de HEER,
er is geen andere god dan u,
geen rots is er als onze
God
DE KRACHT
AREND
MatteüsMatteüs
9, 27-31
Toen Jezus verderging, volgden Hem twee blinden die luidkeels riepen: ‘Heb medelijden met ons, Zoon van David!’
En nadat Hij een huis was binnengegaan, kwamen de blinden naar Hem toe.
Jezus vroeg hun: ‘Gelooft u dat Ik dit kan doen?’
Ze antwoordden: ‘Zeker, Heer!’
Daarop raakte Hij hun ogen aan en zei: ‘Zoals u gelooft, zo zal het ook gebeuren.’
En hun ogen gingen open.
Jezus waarschuwde hen uitdrukkelijk: ‘Zorg ervoor dat niemand het te weten komt!’
Maar na hun vertrek verspreidden ze het nieuws over Hem in de hele omgeving.
Jezus vroeg de blinden: ‘Gelooft u dat Ik dit kan doen?’ Ze antwoordden: ‘Zeker, Heer!’ Daarop raakte Hij hun ogen aan en zei: ‘Zoals u gelooft, zo zal het ook gebeuren.’ En hun ogen gingen open.
Geloven is meer dan met de lippen belijden dat we geloven.
Geloven is een act van overgave; overgave aan de Heer die in ons en bij ons is.
We kennen allemaal de geloofsbelijdenis, ook 'het credo' genoemd. Credo is latijn en is afgeleid van het werkwoord cor-dare, wat letterlijk betekent: 'uw hart geven aan'.
Wanneer wij dus bijvoorbeeld zeggen in de geloofsbelijdenis: 'Ik geloof in Jezus Christus, Gods enig geboren Zoon', dan zeggen wij eigenlijk: 'Ik geef mijn hart aan Jezus, enige Zoon van God'.
Of: 'Ik geloof in de heilige Geest', zeggen wij eigenlijk: 'Ik geef mijn hart aan het leven van de heilige Geest'.
Geloven is dus een beweging van de mens naar de Heer toe. De gelovige geeft zich aan Christus, aan de liefde van zijn Geest.
In wezen is geloven dus een gebedshouding van voortdurende toewijding aan de Heer.
Dikwijls vraagt men: 'zijt gij gelovig?'
Spontaan zeggen we dan 'ja', en waarschijnlijk terecht.
Maar zijn we ons bewust van de inhoud van dit antwoord. Want eigenlijk zeggen we: 'Ja, ik geloof, want ik leef in overgave aan de Heer'.
Dat is nogal wat.
Maar ook al mag geloven een act zijn van de mens, het is niet louter mensenwerk.
In wezen is geloven zelfs op de eerste plaats gave; gave door God zelf gegeven. Wij kunnen maar geloven omdat God deze gave in ons legt.
Bedoeling is open te staan voor deze gave, naar haar te verlangen, om ons in haar te wentelen. Niet om in haar verstrikt te raken, maar juist om diep bevrijd te worden van ons valse ik dat leeft met z'n eigen ego als centrum van z'n leven. Geloven zal ons juist in ons ware ik brengen waarvan God heeft gezegd dat Hij het geschapen heeft naar zijn Beeld en Gelijkenis.
Kortom, geloven is gave van God én act van de mens. Laten we dit beleven als een soort huwelijk dat ons zal brengen in het meest verhevene dat er bestaat: leven in Christus.