Het raam en de Glazenwasser
Er was eens een raam. Het zat in een muur, op zo\'n hoogte dat je er gemakkelijk doorheen kon kijken. En dat hadden de mensen dan ook vaak gedaan. Net zoals bij alle andere ramen, zonder er bij na te denken.
Het raam keek uit op een klein, simpel pleintje. Dat dacht het raam zelf ook. Vroeger werd er nog veel gespeeld door de jongeren. Er werd geknikkerd, gefietst, opgeschept over de voetbalwedstrijd en heel soms, als het al wat schemerig werd, werd er wel eens gekust. Het was dan ook een handig raam voor de moeders die graag hun kinderen in de gaten wilden houden. Maar tegenwoordig kwam er haast niemand meer.
De Glazenwasser kwam regelmatig langs en vroeg dan aan het raam of het gewassen wilde worden. Maar het raam zei dan: \'Nee\'.
Waarom zou het ook? Op het pleintje gebeurde wel eens wat, maar eigenlijk nooit meer iets interessants. De laatste tijd werd het zelfs erger. Er werd wel eens ruzie gemaakt op het pleintje. Er waren een paar groepen die het pleintje ideaal vonden om te vechten. En de kussende stelletjes ... Zeg nou zelf, zoiets doe je toch niet buiten. Dat is geen zoenen meer!
Het raam kreeg er elke dag meer verdriet van. \'Iedereen die door mij heenkijkt, wordt alleen maar teleurgesteld. Wat ben ik nu voor raam? Wie wil er nog door mij heen kijken?\'
Het raam raakte zo diep bedroefd, dat het steeds meer vuil begon aan te trekken. Wind en regen en zand vormden vegen en vlekken op het glas. Zoveel, dat na verloop van tijd haast niet meer te zien was dat er ooit glas in het raam had gezeten.
\'Net goed,\' dacht het raam vol wrok. \'Er is toch niets om naar te kijken. Moeten ze maar niet zoveel vechten.\'
Het werd herfst en er vlogen bladeren tegen het raam. Ze bleven aan het vuil kleven en bedekten het hele raam. Oei, wat jeukte dat. Maar niemand haalde ze weg. Waarom zouden ze?
\'Eigen schuld\', dacht het raam. \'Ik kan niet eens dat doen waarvoor ik gemaakt ben. Ik heb niemand iets te bieden\'.
Een storm stak op en er vlogen takken tegen het raam en oude kranten. Oei! Dat schuurde! Hagel en sneeuw sloegen tegen de muur en het raam.
\'Help me toch! Haal ze toch weg\', dacht het raam wanhopig. Maar niemand kwam. Wie wist er nu nog dat daar een raam zat? Langzaam, heel langzaam gleden de herfst en de winter voorbij.
Op een dag, vroeg in het voorjaar, kwam de Glazenwasser weer langs. \'Arm raam. Zal Ik jou eens wassen?\'
\'Waarom zou je dat doen? Ik ben nutteloos. Ik kan immers niet eens het simpelste doen waarvoor ik gemaakt ben. Het zou beter zijn als je me helemaal weg zou halen\', zei het raam.
De Glazenwasser ging er even bij zitten. \'Goed, mooi raam, je bent hier geplaatst door mijn Vader de Venstermaker. Om de mensen in dit gebouw een beetje verlichting te geven. Een beetje uitzicht. Weet je dan niet hoe bijzonder je bent? Vergeet niet: als simpel raam zorg je ervoor dat ook de zon in de huizen kan schijnen. En wanneer je Mij elke keer al het vuil van je laat verwijderen, let maar eens op waar je dan toe in staat bent. Mag Ik?\'
Het raam stemde toe en de Glazenwasser begon. Het was een flinke klus, compleet met schuursponzen en krabbers. Maar met elke laag vuil die eraf ging, werd het makkelijker. Tot het raam weer helemaal schoon was.
\'Let nu maar eens op\', zei de Glazenwasser en Hij nam een speciale fles en een zachte doek. Met geduld en heel precies wreef Hij het hele raam ermee in. Geen millimeter vergetend. Toe Hij klaar was, deed Hij een stap achteruit om de zon ruimte te geven. De stralen van de zon gleden over het ingewreven raam. Even was het of er een vuurwerk spetterde en toen verschenen er overal in het huis kleine regenbogen, sterren en dansende vonkjes. Het was of het raam met het zonlicht speelde. Kleuren en vormen gleden en dansten door de kamer. Als de zon fel scheen, ontstonden mozaïeken. En als er een wolk voor de zon gleed, werd de kamer gevuld met een warme gloed.
\'Een raam alleen kan dit niet. Maar dat heb Ik ook nooit van je gevraagd. Ik vraag je alleen of Ik je af en toe opnieuw mag wassen en inwrijven, zodat je kunt blijven stralen. Alleen op deze manier kun je meer zijn dan je bent. En alleen op deze manier kun je dat doen waarvoor Mijn Vader je gemaakt heeft\'.
Uit : EO Visie nr. 33











