GEBED IS DE SLEUTEL VAN DE OCHTEND
EN DE GRENDEL VAN DE AVOND.
Zondag 9 april 2006
Wie had dat ooit
Wie had dat ooit kunnen bedenken: de verachte man,van Nazareth, de met doornen gekroonde ; \'koning\' zal straks zitten op de troon in Jeruzalem, de stad die Hem tot op het diepst heeft; : vernederd, die < Hem verwierp, omdat zij niet wilden dat hij hun koning zou zijn. De man die voor zijn vijanden bad: Vader, vergeef het hun, want zij weten niet wat ze doen:\' Maar ook de man die het verlossingswerk volbracht, opdat zijn vijanden gered zouden kunnen , worden en vergeving van zonden zouden ontvangen.
, Diezelfde man zal eens zijn zwaard aangorden en als overwinnaar ten strijde trekken tegen alle onrecht. Maar wie in Hem geloofd.en Hem heeft leren kennen als de man die Zichzelf heeft gegeven omdat Hij ons liefhad, diens hart wordt geraakt en begint te trillen van blijdschap, dankbaarheid en wederliefde. Denkende aan de liefde ,van onze Heiland zeggen wij het de Korachieten. na: \'Heer Jezus, U bent schoner dan de mensenkinderen. Uw woorden zijn woorden van genade. Niemand`is met U te vergelijken.\'
Het is nog midden in de winter als de kinderen op hun fietsen stappen om naar school te gaan. We wonen buitenaf en ze moeten bijna 5 kilometer fietsen om die school te bereiken. Door de tijd heen zijn wij experts geworden in het maken van de fietsverlichting. We werden wel gedwongen, want de verlichting was meestal stuk op momenten dat de fietsenmaker gesloten was. Het kroost kwam dan meestal met de opmerking dat 'de lamp het gisteren nog deed' en ze er dus niets van begrepen hoe het kwam dat deze er 's morgensvroeg, voor het naar school gaan, zo spontaan mee ophield. Wij dus ook niet, en omdat het zo regelmatig voorkwam, waren wij er bijna van overtuigd dat we kaboutertjes in de schuur hadden die er behagen in schepten 's nachts de fietsverlichting onklaar te maken. Zodoende werden we gedwongen om te kijken waar de mankementen lagen. Met gepaste trots zagen we even later hoe ze wegfietsten en keken we vier kleine rode lichtjes na....met in ons hart het gebed om de bewaring van onze Here voor die dag. Wat zijn er veel mensen op de levensweg die zonder licht rijden, en wat lopen ze gevaar. Ze zien geen sloten of greppels, geen modderige bermen, of ze raken de weg kwijt doordat ze de verkeerde afslag nemen. Maar ze worden ook niet gezien en lopen de kans omver gereden te worden met als gevolg valpartijen, ernstige verwondingen of de dood. Wat is het belangrijk om te weten wat je moet doen als je geen licht hebt. Sommigen gaan dan naar het verkeerde adres en proberen licht te vinden bij diegene die de duisternis liefheeft, satan die ver weg staat van De Lichtdrager, Christus Jezus. Deze Jezus die van Zichzelf zei dat Hij het Licht der wereld was. Gelukkig voor onze kinderen dat we weten hoe de fietsverlichting gerepareerd moet worden zodat ze met hun lamp aan naar school kunnen. Maar wat zijn we blij dat wij hun kunnen vertellen dat Gods Zoon voor hen het Licht op hun levensweg wil zijn. We zeggen er echter ook bij dat wij dat niet voor hen kunnen gaan halen. Dat moeten ze zelf doen bij het Kruis van Golgotha. Daar heeft Hij voor hen gehangen in uren van ondoordringbare duisternis, om hun zonden te dragen en voor hen het Licht te zijn. Loopt u nog in het donker? Wij weten wat u nodig hebt, maar u moet het zelf gaan halen. Ga naar Het Licht der wereld! Soms is het pad dat u moet lopen maar schamel verlicht misschien, maar het is altijd voldoende om de volgende stap te zetten. Daar zorgt de Here persoonlijk voor!
bereid?\', vroeg hij de eerste. \'Bereid, bereid\',
mopperde de stengel, \'natuurlijk ben ik bereid.
maar dat kan toch niet? Kijk een; wat een goede
gemeenschap wij vormen. Als u mij wegneemt,
valt deze hele groep uit elkaar. Want Ik leid
deze groep.\' De anderen knikten Instemmend.
\'Goed\', antwoordde de meester, \'Ik kan ook
alleen iemand gebruiken die bereid is zichzelf te verloochenen en zichzelf helemaal aan mij toe te wijden.\' Zoekend en speurend liep hij verder. Een beetje aan de kant stond een enkel riet. Hij was lang niet zo sterk als de anderen, maar wel heel lang. De meester hield zijn pas in. \'Hoe denk jij| erover?\', vroeg hij. Even zweeg het bam- boeriet. Toen fluisterde hij, nauwelijks verstaan- baar: \'Als u mij kunt gebruiken, neem me dan maar.\' De andere bamboestengels keken elkaar veelbetekenend aan. Daar had je hem weer. Een paar jonge sprietjes proestten het bijna uit van het lachen. \'Nee, zeg, die? Dat Is toch belache- lijk\'
Paulus argumenteerde in het voorgaande op een \'als ... dan\'-manier. Dat trekt hij later nog verder door. Maar dat laat hem niet koud: het raakt de kern van zijn geloof. Daarom kan hij het met laten om zijn betoogtrant te onderbreken met een julelkreet. Het is echt waar Chrlstus
Is opgewekt! En daarin ligt onze hoop voor de
toekomst. Hij is de eerste: er volgen er dus meer.
Ademloos luisterden de bamboestengels naar de meester. Ik heb jullie nodig\', legde hij uit. \'Wij moeten namelijk een waterleiding aanleg- gen van de bron hoog In de bergen naar het dorp halverwege de helling. Het waterdragen Is zo zwaar voor de vrouwen.\' Het werd stil. De bamboestengels keken elkaar aan, verrast, een beetje angstig voor wat er zou gebeuren. De meester keek het krachtigste bamboeriet aan. \'Jij bent het meest geschikt, jou moet Ik hebben.\' \'Nee\', riep het net verschrikt uit, \'neem mij alstublieft niet. Het snijden doet zo\'n pijn en Ik ben erg gevoelig.\' \'Als je niet wilt, hoef je niet\', antwoordde de meester, \'Ik heb het liefst vrijwil- ligers.\' En hij wendde zich tot een ander riet. jij bent ook sterk, mag Ik jou nemen?\' \'Liever niet, fluisterde het bamboeriet met een zacht stem- metje, \'Ik ben nog zo zwak. Ik voel me er hele- maal niet toe In staat.\' \'Goed\', zei de meester, \'Ik heb liever iemand die zijn gevoel opzij kan zetten. Dan zoek ik wel verder.\'
'Christus is uit de doden opgewekt, dat is de christelijke prediking. Stel je voor dat het niet zo was! Maar hoe kunnen er dan christenen zijn die beweren dat er geen doden opstaan? Paulus schildert de consequenties van zo'n gedachte- gang. Als geen enkele dode opstaat, dan Chris- tus ook niet. Het zou betekenen dat Paulus en de anderen valse getuigen, leugenaars, zijn; dat hun boodschap leeg, ijdel is; dat geloven dan dus ook geen enkele zin heeft. Dan is er geen redding en geen vergeving van zonden. Verschrikkelijk, als je niet gelooft dat Christus; is opgestaan!
HET SPROOKJE VAN HET BAMBOERIET (I) Het was stil In het bos dat tegen een berghelling In China lag. Zoekend baande een oude man zich een weg door het kreupelhout. De bomen en planten stopten met hun onderlinge gesprek- ken: er was een mens in het bos. Zelfs het anders zo luidruchtige bamboeriet zweeg. Alleen een paar kleine brandneteltjes durfden elkaar nog toe te fluisteren: ^Er moeten zeker weer een paar grote bomen omgehakt worden.' Maar ze verasten zich. De oude man bleef staan voor een bamboebosje en begon te praten. Verbaasd keken de bamboestengels op. Had de meester het tegen hen? Meestal kwam hij om een paar flinke stevige bomen te kappen, die hij dan In stukken hakte. Om hen bekommerde hij zich zelden; zij waren maar gewone bamboestengels ! Maar nu had de meester het toch werkelijk tegen hen. Voorzichtig boog hij| met zijn handen het bamboebosje wat uit elkaar en zocht de beste stammetjes op. Hij bekeek ze van alle kanten en legde toen uit wat zijn bedoeling was.
1 Kor. 15:1 paulus benadrukt dat wat hij gaat vertellen, het- zelfde is als hij In het verleden heeft verkondigd. Zo hebben de lezers het ook aangenomen: het ls hun geloofsbasis. Die basis Is: het sterven, het begraven worden en de opstanding van Jezus Christus. Doordat Hlj stierf voor onze zonden zijn ze weggedaan. Maar zonder opstanding zou- den we nooit zeker weten dat Hij overwonnen heeft. Daarom begint Paulus met alle mensen op te sommen die de opgestane Heer hebben ont- moet. Daarmee onderstreept hij: wij geloven het evangelie van de Heer, Die de dood heeft over- wonnen, Die Is opgestaan.
Hij die zijn eigen weg wil gaan, ziet dwaallicht vaak voor sterren aan en gaat hij op dat schijnsel door. Dan dwaalt hij licht van het goede spoor.. God alleen kent het juiste pad dat uitloopt op de hemelstad /
In de loop van de tijd is in de christenheid tra- ditie, sleur en zelfs openlijk verval binnenge- slopen. Wat dat betreft heeft de kerk het er niet beter afgebracht dan Israël. Maar zoals onder het volk Israël mannen opstonden die de mensen weer wakker schudden en er een opwekking kwam, zo zijn er ook in de kerk mensen geweest die de noodklok hebben geluid. De tijd van de Hervorming is hiervan een voorbeeld. Ook het Reveil is hiervan een voorbeeld. Een heel bekende opwekking vond aan het begin van de vorige eeuw plaats in Wales. Toen het nieuws daarvan Londen bereikte, reisden twee heren naar het westen om de opwekking eens 'te gaan bekijken'. Ze stapten uit op een klein spoorwegstationnetje en vroegen aan de stationsbeamte: 'Waar is de opwekking?' Deze legde zijn hand op zijn hart en zei: 'Heren, de opwekking is hier onder de knopen van mijn uniform.' De op sensatie beluste heren uit Londen stonden beteuterd te kijken. Toch was wat deze man zei heel terecht. Een opwekking bestaat niet in uiterlijk vertoon, maar in de toewijding van je hart, die zichtbaar wordt in je levenswandel.
Lars is één van de vele kinderen in ons land die nog nooit het evangelie hoorde. Zomaar ineens verscheen hij op de kinderclub en iedere woensdag is hij nu van de partij. Hyperactief, dat wel, maar naar het verhaal luistert hij aandachtig. Danken wil hij ook wel. Even denkt hij na. Dan zegt Lars: 'Beste God, dank U dat U even tijd voor ons had. Het was een mooi verhaal. Amen.' Ontroerend. Zijn ouders hebben te weinig tijd voor hun kinderen. Als hij dat alleen maar zou vasthouden, dat God altijd tijd voor hem heeft! Bid alstublieft voor al die 'Larsen', het zijn er zo schrikbarend veel.
Op 6 mei 1857 hield het Britse Bijbelgenoot- schap in Londen zijn jaarlijkse vergadering: Lord -Schaftesbury die de vergadering opende,\' begon met de woorden: \'Eigenlijk is er op deze \' dag niets bijzonders te melden.\' Maar hij vergiste zich. Terwijl hij sprak, barstte er op datzelfde moment in India een grote opstand \'van Bengaalse troepen los. Het maga- zijn van het Bijbelgenootschap in Agra, met zijn geweldige voorraad Bijbels -in een groot aantal inheemse dialekten,: werd al bij de eerste ongere- geldheden verwoest. Enige tijd later werd, een aantal - exemplaren van -de Bijbel door een regiment Mazhali Sikhs gevonden. Dit regiment stond onder de opstan- deíingen als het meest barbaars bekend. Een aantal van deze mannen werd door hef lezen van dë Bijbel in hun geweten getroffen en \'Zij bekeerden zich tot God. Wat een groot verlies voor het werk van het Bij- belgenootschap leek, bleek vachteraf grote winst \' te zijn. Opnieuw bleek hoe ondoorgrondelijkde wegen van God zijn.
In de kathedraal van Canterbury ligt onder andere het graf van Hendrik de Vierde. Zijn graf is een rijk versierde graftombe van grote historische waarde: Jaren na zijn sterven vertelde `
men in Engeland, volgens een legende; .dat het lijk van de koning, tijdens een overtocht over de rivier overboord geslagen was. Er zou in de tombe alleen maar een lege kist geplaatst zijn. Zo\'n legende prikkelt de nieuwsgierigheid. Ongeveer tweehonderd jaar geleden: heeft men daarom het graf geopend. Het bleek dat de vorst toch in de tombe begraven was..Zó heeft men de waarheid over dè dode Hendrik de Vierde leren kennen toen zijn graf \'geopend werd. -
Eenmaal zal ook het uur van de waarheid over het leven van Hendrik de \'Vierde, en over het leven van alle mensen, komen. Dat -zal gebeuren als God de graven opent en allen voor Hem -rekenschap zullen moeten afleggen. Dan verdwijnt elke legende over het leven van de mens en blijft alleen de waarheid over.
Het is een prachtige winterdag. Het is zonnig en het waait ook nog aardig. Kortom: een uitgelezen dag om twee soorten vogels te zien zweven. Net nog heb ik mijn kijker gepakt om twee buizerds omhoog te zien schroeven op de thermiek. Zij maken gebruik van de zon die de aarde verwarmt, waardoor er warme lucht omhoog stijgt. Het zijn mooi-weer-vogels, ze worden gedragen door de warmte van de aarde. Meeuwen en stormvogels moeten het vooral hebben van de wind. Tegen de wind in stijgen ze omhoog en dan gebruiken ze de wind om grote afstanden af te leggen - moeiteloos en met vrijwel stil gehouden vleugels. In de storm zijn zij pas echt in hun element. Zij hebben de aarde niet nodig, je vindt ze ook midden op zee. Je vindt deze twee soorten vogels ook onder christenen. Sommige gedijen alleen bij mooi weer, bij goede omstandigheden. Ze bereiken dan moeiteloos grote hoogten. Ze moeten bij storm en regen echter aan de grond blijven en toekijken hoe de stormvogels de elementen trotserend de aarde ontstijgen. Waaraan ontlenen wij onze geestelijke kracht? Zijn wij alleen sterk als alles meezit? Gebruiken we de stormen in ons leven voor geestelijke groei? Of zijn we dan als aan de grond genageld?
In Markus 16 lezen we van vrouwen die heel vroeg op de eerste dag van de week op weg zijn naar het graf van de Here Jezus. Op vrijdagavond hebben zij erbij gestaan en hebben toegekeken toen Hij in het graf werd gelegd. Als laatste bewijs van hun liefde voor Hem willen ze Zijn lichaam nog balsemen. Als ze zo onderweg zijn, hebben ze een probleem, waarover ze discussiëren. Zij zijn maar zwakke vrouwen en de steen die voor de ingang van het graf ligt, is zwaar. Ze zeggen tegen elkaar: \'Wie zal ons de steen van de ingang van het graf afwentelen?\' Dit mogen we toepassen op onszelf. Ook wij maken ons vaak zorgen voor morgen. We denken aan de taak die voor ons ligt, we denken aan zorgen en problemen. Hoe zal het aflopen? Wat kan er gebeuren? Soms worden de zorgen en problemen ons te veel. De \'steen\' is te zwaar voor ons. De last die we moeten dragen, is te zwaar. Maar we maken ons, net als de vrouwen, vaak onnodig zorgen. Wat lezen we? \'En toen zij opkeken, zagen zij dat de steen was afgewenteld, want hij was zeer groot.\' Wat een zorgen hadden zij zich, onnodig, gemaakt. En hoe geweldig is alles afgelopen! Moeten wij ook niet vaak, achteraf, zeggen: \'De Here heeft alles welgemaakt!\'