KADDISH


WAT JE AAN JEZUS GEEFT,BEN JE NIET KWIJT
KADDISH

Laten we bidden voor deze lieve attentievolle mama.
OPEN EN GESLOTEN DEUREN
HANNA..
De hugenoten en het hugenotenkruis.

Daarom hebben wij altijd goede moed.Daarom hebben wij altijd goede moed.
2 :Kor. 5:6
Voor een gelovige is het leven hier -op aarde slechts een voorportaal van de hemel. Hier op aarde kamperen we maar in een tent, in de hemel hebben we een doorGod zelf gebouwd huis. Daar is onze woonplaats: Daarheen zijn we op weg. Wat een heerlijk vooruitzicht! Als: we het hier op aarde moeilijk hebben, mogen.we daar aan denken en er moed uit putten. :Maar het mag ons ook moed geven om, van Gods liefde voor verloren zondaren te getuigen.- Opdat we van Hem loon zullen mogen ontvangen..
VERKOCHT.
DE OUDSTE LEVENDE DINGEN
SCHOOLFEEST
KRuis en kroon.
Zingen in de nacht.
Vanaf de tweede helft van april is de nachtegaal
te horen. Hij is de meest beroemde zanger in de
nacht. De vogel zingt ook overdag. Als de ande-
re vogels in de namiddag zwijgen, laat bij zijn
gezang horen. Vooral 's avonds na zonsonder-
gang valt zijn lied op, tot ver na middernacht.
Zijn wetenschappelijke naam luidt: 'midder-
nachtsgrotemond'.
Zingen in de zonneschijn van het leven is niet
zo moeilijk. Zingen in tijden van tegenspoed is
geen gemakkelijke opgave. Paulus en Silas kon-
den met bebloede ruggen midden in de nacht,
in de gevangenis van Filippi, Gods lof zingen.
•Dat is niet normaal', denkt u misschien. Dat
is inderdaad waar, gerekend naar menselijke
normen en maatstaven. Alleen de Heer kan in
ons hart bewerken dat wij kunnen 'zingen in de
nacht.
Wij allen nu.
Geen zorgen voor morgen.Je moet al een geweldige optimist zijn om dit te
kunnen zeggen.
Kijk om je heen en bekijk de beelden op tv en dan
toch blijven zeggen geen zorgen voor morgen?
Bezorgdheid kan je leven behoorlijk vergallen. Wij
spelen graag op safe en daarom willen we graag
veilig stellen wat voor ons belangrijk is.
Een goede gezondheid, een riant inkomen, een
vaste baan het zijn de zaken waar we graag op
steunen.
Maar er hoeft maar iets te gebeuren bijvoorbeeld
ontslag of een levens - bedreigende ziekte en onze
wereld ziet er gelijk anders uit.
Wanneer wij onbezorgd (niet zorgeloos) door het
leven willen gaan, moeten wij de juiste kijk hebben
op de Here en op datgene wat Hij In zijn Woord tot
ons zegt. Voor ieder probleem heeft Hij een
oplossing maar wij moeten dan wel de neiging om
Hem een handje te willen helpen kunnen onderdrukken.
Jezus zegt.dat wij nooit bezorgd hoeven te zijn.
De Here zorgt voor ons lichaam en voor datgene wat
we daar voor nodig hebben.
We moeten God op zijn woord geloven. Hem
volledig vertrouwen!
Kijk wat Hij doet voor de vogels en de bloemen. Hij
geeft wat ze nodig hebben.
Zou Hij dan zijn eigen kinderen In de kou laten
staan? Absoluut niet!
Laten we er voor waken dat wij ons niet spiegelen
aan de wereld. De wereld is altijd bezig om het
eigen aardse bezit en leven veilig te stellen.
God verwacht van ons dat wij ons in de eerste plaats
met Hem en met datgene wat Hij van ons vraagt
bezig houden en niet aan geld en goed hangen.
Jezus zegt dat Indien je God van harte wil dienen
Hij het zo met ons zal maken dat we dat kunnen
zonder gebrek te leiden. Waar of niet waar?
Jezus zegt het dus is het waar!
Alles wat wij ontvangen uit de hand van onze
hemelse Vader is genade.
Laat alle ongeloof varen en vertrouw God op zijn
woord dan kun je ontspannen en blij met Hem leven
zonder zorgen voor de toekomst.
Dus toch \"Geen zorgen voor morgen.
Mijn Woorden

Johannes Calvijn
Op 10 juli 1509 werd, in het Noordfranse plaatje Noyon, Johannes Calvijn geboren. Zijn vader wenste dat hij priester zou worden, en wist het gedaan te krijgen als secretaris van de bisschop, dat zijn kinderen het huisonderwijs bij een adellijke famielie konden volgen. Bovendien kreeg Johannes door het toedoen van zijn vader een kerkelijke studiebeurs en de inkomsten van een kapelaansplaats. Zo kon Johannes Calvijn naar de universiteit van Parijs ter voorbereiding op de theologische studie. Toch ging Calvijn geen theologie studeren maar rechten in de stad Orleans. De oorzaak van deze plotselinge verandering lag in het feit dat zijn vader ruzie had gekregen met de geestelijken van Noyon. Na de dood van zijn vader keerde Calvijn in 1533 terug naar Parijs om letteren te gaan studeren. In Parijs vond er een grote verandering plaats in het zieleleven van Calvijn. Hoewel hij tijdens zijn studie wel met de ontluikende reformatie in aanraking geweest was, bleef hij aan de kerk trouw en koesterde hij grote bewondering voor het humanisme. Zo schreef hij een commentaar op het boek van de Romeinse schrijver Seneca en stuurde daarvan een exemplaar aan Erasmus. Maar na een \'plotselinge\' bekering brak hij met de Roomse kerk en bezocht hij de nachtelijke vergaderingen van de reformatorische Christenen, waar men het Woord van God en de geschriften van Luther onderzocht. Dit niet zonder gevaar voor eigen leven. Ook kwam hij in Parijs weer in kontakt met zijn vriend Nicolaas Cop. Deze was in 1531 tot rector benoemd van de Parijse universiteit. Van 1533 tot 1536 leidde Calvijn een zwervend bestaan. Zo vertoefde hij in Orleans, alwaar hij zijn eerste theologisch werk schreef. Dat handelde over de zieleslaap, een dwaling waarvan hij schreef dat die de blijvende gemeenschap van de gelovige met Christus loochende. In Bazel verzorgde Calvijn de eerste druk van zijn Institutie of \'onderwijzing in de christelijke godsdienst\'. Dit boek, dat hij in zijn leven vele malen heeft uitgebreid, werd het standaardwerk van de reformatie. Ook nam hij enige tijd de toevlucht tot hertogin Renata van Ferrara. Op haar kasteel was hij veilig, want hoewel zij de zuster was van de Franse koning Frans I, was zij de hervorming van harte toegedaan. Na een kort bezoek aan Parijs wilde Calvijn in 1536 via Geneve opnieuw zijn verblijf in Straatsburg zoeken, om daar rustig te kunnen studeren. Maar de bekende predikant Guillaume Farel zocht hem tijdens zijn verblijf in Geneve op en bezwoer hem in de stad te blijven. Geneve had zich weliswaar van de Roomse hertog van Savoye weten te onttrekken, maar de stad bleef goddeloos en de reformatie vond er veel tegenstand. Door indringende woorden wist Farel Calvijn te overtuigen, dat het een roeping Gods was de zaak van de hervorming in Geneve te dienen. Calvijn bewees zich al snel, want in oktober 1536 werd er in Lausanne een godsdienstgesprek gehouden met de roomse geestelijken. Daar stond Calvijn met zijn grote kennis van de kerkvaders Farel terzijde, zodat de tegenstanders het zwijgen werd opgelegd. Hierdoor sloten veel geestelijken zich bij de reformatie aan en enkele dagen later werd de hervorming in Lausanne ingevoerd. Ook in Geneve leek het met de reformatie voorspoedig te gaan. Het stadsbestuur aanvaardde allerlei artikelen over de kerkelijke tucht, de orde in de eredienst, het catechetisch onderwijs en de ondertekening van de belijdenisgeschriften door de burgerij. Maar de bevolking was tegen de uitvoering. Veel van hen wilde vrij en ongedwongen leven en geen rekening houden met het Woord van God. Toen in 1538 de tegenstanders van Calvijn de meerderheid haalde binnen het stadsbestuur, werden Calvijn en Farel uit de stad verbannen. Farel ging naar Neuchatel en Calvijn gaf gehoor aan de roepstem van Martin Bucer, de hervormer van Straatsburg om zich daar te vestigen. De periode in Straatsburg kunnen we omschrijven als één van de gelukkigste periodes uit Calvijns leven. Hij verkeerde daar in een Franse vluchtelingen gemeente temidden van zijn landgenoten. Ook leerde hij daar Idelette de Bure kennen, de vrouw met wie hij in het huwelijk trad. Tevens verzorgde hij in Straatsburg de tweede druk van de Institutie, en begon hij hier met een Bijbel- commentaar. Dit laatste kwam voort uit zijn arbeid als docent aan de universiteit. Slechts drie jaar heeft hij in Straatsburg gewoond. Nadien heeft hij de herderstaf in Geneve weer opgenomen. Geneve dreigde aan de bandeloosheid ten onder te gaan. De roomse kerk zag haar kans schoon en liet kardinaal Sadoletus een brief aan de stad sturen om haar weer terug te brengen onder de macht van Rome. Ook Calvijn had kennis genomen van deze openbare brief en doorzag de bedoeling. Toch moest Farel hem er weer toe brengen om naar Geneve te gaan. Calvijn schreef bij deze gelegenheid aan zijn vriend, deze woorden: \"Ik breng mijn hart de Heere ten offer.\" Toen Calvijn in Geneve terugkeerde, repte hij met geen woord over alles wat men hem aangedaan had. In zijn prediking ging hij verder bij de tekst waar hij gebleven was. Zo vatte hij de draad van zijn werk na drie jaar weer op. In overleg met de raad van Geneve voerde Calvijn een nieuwe kerkorde in. Daarin was bepaald, dat de kerk de tucht uitoefende over het gedrag van de burgers, terwijl in moeilijke gevallen de staat steun zou bieden. Zo beteugelden kerk en staat samen de losbandigheid, ondanks de tegenstand van de libertijnen, die vrij en ongebonden wilden leven. Maar langzamerhand werd die tegenstand minderen de positie van de calvinisten sterker. Dat kwam doordat veel protestantse vluchtelingen uit allerlei landen van Europa zich in Geneve vestigden. In 1555 werd de gemeenteraad in hoofdzaak calvinistisch. Er brak toen een periode van rust aan. In 1559 stichtte Calvijn in Geneve een academie om jonge predikanten op te leiden. Zijn jonge vriend en latere opvolger Theodorus Beza werd de eerste rector daarvan. Uit geheel Europa kwamen jonge mannen naar Geneve om te studeren, waarna zij naar hun volk terugkeerden om het Woord van God te prediken. Zo heeft de Heere door de dienst van bijvoorbeeld John Knox, Marnix van St. Aldegonde en Caspar Olevianus, de zuivere leer over grote delen van Europa willen verspreiden. In 1562 verscheen in Geneve een bundel berijmde psalmen, geschikt om door de gemeente gezongen te worden. Reeds in Straatsburg had Calvijn het belang van een goede psalmbundel ingezien. Hij was toen zelf aan het berijmen gegaan. Eenmaal terug in Geneve droeg hij dit werk over aan Marot en Beza, terwijl hij Louis Bourgeois en Maitre Pierre verzocht de bijbehorende muziek te verzorgen. Dat Calvijn de kerk een volledig psalmboek gegeven heeft, bewijst dat hij ook voor het kerklied alleen van Gods Woord wilde uitgaan. In 1564 ging de gezondheidstoestand van Calvijn snel achteruit. Prediken kon hij niet meer, maar hij kon als zijn vrienden hem ondersteunden de kerk nog wel bezoeken. In de maand april nam hij vanaf zijn sterfbed afscheid van al zijn vrienden en dicteerde hij zijn testament. In zijn laatste dagen sprak hij dikwijls de woorden van Psalm 39:10 \"Ik ben verstomd, ik zal mijn mond niet opendoen, want Gij hebt het gedaan.\" Het door hem steeds centraal gestelde leerstuk van Gods soevereiniteit beleed hij daarmee ook ten aanzien van zijn eigen leven. Op 27 mei 1564 overleed Johannes Calvijn. Zijn levenskaars was reeds op 54-jarige leeftijd opgebrand in de dienst des Heeren.
EEN SLECHTE VERTEGENWOORDIGER.
Maarten Luther

VERANDERD
ALS EEN PAAL BOVEN WATER
\"Het staat als een paal boven water.\"
\'M\'n kop er af als het niet waar is.\'
\'Zo zeker als twee maal twee vier is.\'
\"Het kan niet missen\"
\'Je kunt er van op aan\'
Dit soort uitspraken heeft een klank
Van zekerheid. De sprekers weten
Waarover ze praten, of ze willen ten-
Minste die Indruk wekken.
Zekerheid Is Iets waar we allemaal naar
Verlangen. Niets is erger dan onzeker-
heid. Iemand kan soms zo radeloos zijn
dat zelfs het vernemen van slecht
Nieuws een opluchting voor hem is.
Dat is hem liever dan onzekerheid.
Toekomst
Toch Is er vreemd genoeg een facet
Van het leven waarover veel mensen
Zich zonder problemen in het onzekere
Houden; men berust vrij kalm in die
Onzekerheid.
Dit facet is de toekomst - niet de
Directe toekomst, maar het leven na de
Dood.
Vaak genoeg gaat men dan schermen
Met begrippen als \'hiernamaals\', of
Andere nietszeggende frasen, omdat
Juist het ontbreken van een definitie
De mensen op hun gemak stelt.
Hoe de bijbel erover «spreekt...
Maar Gods Woord spreekt er anders
Over
“Het is de mensen beschikt eenmaal te
sterven en daarna net oordeel”
Dat Is duidelijke taal.
We moeten verantwoording voor God
afleggen over wat we met ons leven
gedaan hebben. Maar Is dat reden om
bang te zijn? Nee !
Jezus zegt:
“ Ik geef hun eeuwig leven en zij zullen
zeker niet verloren gaan.”)
Dit is zekerheid!
Als u besluit Jezus in uw leven toe te
laten, zal Hij voortaan voor u zorgen
en zult u nooit verloren gaan.
Hier staat tegenover dat als u weigert
dit te doen, een andere zekerheid voor
u geldt:
“Wie aan de Zoon ongehoorzaam is
zal het leven niet zien, maar de toorn
van God blijft op hem.”)
U kunt gerust doorgaan met een zor-
geloos leventje leiden: thuis, op kan-
toor of werkplaats, op \'t strand, bij een
kansspel, of waar dan ook. Toch rust
de toorn van God op uw leven, omdat
u \'nee\' zegt tegen Jezus.
Welke zekerheid kiest u?
Welke zekerheid zal uw leven beheersen?
De zekerheid te weten dat u Eeuwig leven hebt door uw geloof In
Jezus Christus, óf de zekerheid dat de toorn van God op uw leven rust
en u eens door Hem geoordeeld zult worden,
omdat u Zijn Losprijs voor u genegeerd hebt?
U moet een beslissing nemen om tot zekerheid te komen.
Doe dat dan nu
Hebreeen 9:27 Johannes 10:28 1 johannes 3:36
PLANEETJE