Het bestaan van God
Het bestaan en de openbaring van God a) Het bestaan van God. Joh. 1:1-18 Het bestaan van God is niet te bewijzen als dusdanig. Dat God niet bestaat is evenmin te bewijzen. Dat God bestaat is wel aannemelijk. Uiteindelijk gaat het om een geloofskeuze die wel met goede argumenten te onderbouwen is en daardoor aannemelijk is. Een aantal redenen die het bestaan van God aannemelijk maken: In alles zit een orde, doelmatigheid, informatie, complexiteit. Het menselijk lichaam alleen al is dat een goed voorbeeld van. Orde en informatie komt enkel voort uit een ordenend Intellect. Opmerking: iets niet kunnen zien, zoals God, is nog geen bewijs van niet bestaan. Denk maar aan radiogolven. Onherleidbare systemen: hiermee wordt bedoeld dat in de natuur heel wat dingen zijn die slechts kunnen functioneren als ze compleet zijn, dus niet als ze nog in ontwikkeling zijn zoals in een evolutieproces. Zo kan ons oog alleen maar zien als het een volledig oog is. Dit duidt erop dat deze systemen er in hun geheel moeten geweest zijn. En dit duidt op zijn beurt op een Schepper met een intellect die ze uitgedacht en gemaakt heeft. Het antropische principe: verschillende factoren in het heelal zijn zo afgesteld dat er dan alleen maar mensen kunnen leven. Dit wijst opnieuw op orde en planmatigheid. Het lijkt erop alsof het heelal ervoor gemaakt is om de mens erin te plaatsen. Ook de wetenschap vertrekt vanuit een aantal aannames (= geloof) nl; de wetsorde of wereldorde. Deze wereld kan je pas goed begrijpen als we er van uitgaan dat ze niet beheerst wordt door toeval, willekeur maar ordelijkheid: alles is zinvol. Rationaliteit veronderstelt een logisch denken. Dat hebben we nodig om de wetsorde aan te duiden. Maar logisch denken is ook een orde die je aanneemt en die noodzakelijk is. Die orde is voor de atheïst een mysterie, voor de gelovige is dit de scheppingsorde. De mens is een zedelijk en redelijk wezen: kent goed en kwaad. Dit is een universeel gegeven. De mens heeft een geweten. Hoe verklaren we bijvoorbeeld liefde? Er moet iets zijn als een morele Wet op basis waarvan wij discussiëren over goed en kwaad. Als die Wet er niet is, is elke discussie over goed en kwaad zinloos. Alles is dan even goed of even slecht. Het godsbewustzijn dat ook universeel is toont aan dat de mens een religieus wezen is. Denk maar het wereldwijde voorkomen van godsdiensten. De mens heeft blijkbaar een bewust zijn van iets hogers. Evolutie (let op: we bedoelen steeds marcro-evolutie) is nog steeds een hypothese. Ze wordt echter door velen als een bewezen feit beschouwd. Dat is het echter niet. Evolutie is daarom ook iets wat men gelooft als de verklaring is voor de werkelijkheid. Voor de atheïst is het de enige verklaring. Ook binnen de wetenschap is men het niet onverdeeld eens over evolutie als theorie en haar inhoud. Het aannemen van evolutie en het uitsluiten van het bestaan van God leidt tot naturalisme en biochemisch determinisme: dwz. alles ligt biochemisch vast. Zelfs verliefdheid weet de wetenschapper biochemisch te verklaren totdat hijzelf verliefde wordt. Wanneer de werkelijkheid slechts uit evolutie te verklaren is, heeft het leven geen zin. Het is er immers gewoon heel toevallig. De zin van het leven moet de mens zelf zoeken. Maar wanneer er niets absoluuts is, is elke andere zin van het leven heel betrekkelijk. b) De noodzaak van de openbaring van God Als God bestaat kunnen wij niets over Hem weten uit onszelf. Hij moet zich zelf bekend maken aan ons, zich openbaren. Als God liefde is moet Hij iets van zichzelf laten weten aan ons op ons niveau. Vandaar dat het niet onlogisch is dat wij de bijbel hebben. God heeft zich geopenbaard in: - de natuur - de bijbel - de geschiedenis (Christus is ook een historische figuur geweest) Het doel van Gods openbaring is dat wij Hem kunnen leren kennen. De bijbel beweert de openbaring van God aan de mens te zijn. Hiervoor hebben we het zelfgetuigenis van de bijbel. Het zelfgetuigenis van de bijbel nemen we ernstig omdat we dat ook doen ten opzichte van andere antieke geschriften. Wie durft te geloven en naar de bijbel te leven merkt dat het werkt. “The proof of the pudding is in the eating!”. Het is immers lachwekkend te zeggen dat men rationeel aanneemt dat pudding niet smaakt. Geloven is een keuze en een existentiële ervaring. In je binnenste weet je dat het zo is. Pascal zei: “Het hart heeft zijn eigen redenen die de rede niet kent.” c) De bijbel als openbaring van God 1) Enkele feiten. De bijbel is: o Het eerst vertaalde boek (rond 200-250 v. Chr. werd het Hebreeuwse O.T. in het Grieks vertaald). o Het meest vertaald boek o Het eerst gedrukte boek o Het meest gedrukte boek o Het meest verspreidde boek o Nog steeds een bestseller 2) De bijbel als Woord van God o de eenheid in het boek: geschreven over een periode van ongeveer 1500 jaar, door ongeveer 40 verschillende schrijvers die 66 boeken schreven. En dat allemaal zonder werkelijke tegenstrijdigheden en in dezelfde lijn denkend. Zo iets krijg je vandaag niet klaar met enkele mensen. o ongeveer 3000 keer komt de zinsnede “de Heer zei” of “God zegt” of een vorm hiervan voor. Dit is waarheid of wel leugen terwijl de bijbel liegen verbiedt en leugen verdrijft. o reeds in de bijbel vinden we zaken die pas veel later wetenschappelijk zijn vastgesteld. Denk aan de ronde aarde van Jesaja (40:22). Dat is pas veel later vastgesteld. Of Job die zegt dat de aarde in het niets hangt (26:7) of Mozes die zegt dat de besnijdenis op de 8ste dag na de geboorte moet gebeuren. Wij weten nu dat dan een aantal waarden in het bloed optimaal zijn voor deze ingreep. o de vervulde profetieën: Omtrent de persoon van Christus vinden we in het OT zo’n 330 profetieën. Ze zijn allemaal uitgekomen voor die ene persoon. Statistisch gezien is dat 1 kans op 83 miljard. Wij zouden zeggen: onbestaande. En toch! d) Het belang van de bijbel - God heeft zich toch bekend gemaakt aan ons! We kunnen Hem en Zijn denken leren kennen. - God geeft ons een ‘handleiding’ voor ons leven. Daar heeft de Schepper ook voor gezorgd. - De bijbel geeft ons een duidelijk antwoord op de drie grote levensvragen nl. de oorsprong, zin en toekomst van ons leven. - De bijbel is nog steeds onveranderd. De bijbel bevat tijdloze principes die hun waarde altijd zullen behouden. - De bijbel werkt. Leven volgens de bijbel geeft een goed resultaat in een mensenleven. e) Interpreteren van de bijbel 2 Petr. 1:19-21 - steeds vanuit de context, dus geen ‘knip en plakwerk’. - steeds binnen de context van de bijbel zelf - rekening houdend met literaire genres (bv. een gedicht of een brief of een historisch verslag worden verschillend benaderd) - zo letterlijk als mogelijk is en de context en het literaire genre het toelaten - de bijbel is volledig betrouwbouw. Als de bijbel slechts gedeeltelijk betrouwbaar is, wie zal dan zeggen welk deel wel en welk niet betrouw is? Bovendien kunnen wij er dan niets meer mee doen voor ons leven. f) De boodschap van de bijbel Joh.3:16 God is liefde. Uit liefde heeft Hij ons gemaakt, uit liefde heeft Hij zijn zoon naar deze wereld gestuurd om zelfs zijn leven te geven voor ons opdat wij daardoor volledige vergeving kunnen ontvangen en zo terug met God kunnen leven. Eric Rutten.








