"Zalig de barmhartigen,
"Zalig de barmhartigen, want hun zal barmhartigheid geschieden" (Matt. 5:7).
Barmhartigheid is een kenmerk van de ware gelovige.
Net als de andere zaligsprekingen bevat Mattheüs 5:7 een tweevoudige boodschap: Om het Koninkrijk te kunnen binnengaan moet u barmhartigheid zoeken; en als u eenmaal bent binnengegaan moet u ten aanzien van anderen barmhartig zijn.
De gedachte barmhartigheid te betonen verbaasde Christus' gehoor waarschijnlijk want zowel de Joden als de Romeinen hadden de neiging meedogenloos te zijn. De Romeinen verheerlijkten rechtvaardigheid, moed, discipline en macht. Voor hen was barmhartigheid een vorm van zwakheid. Als een Romeinse vader bijvoorbeeld wilde dat zijn pasgeboren kind zou blijven leven, stak hij simpelweg zijn duim omhoog; als hij wilde dat het zou sterven wees hij met zijn duim naar beneden.
Jezus bestrafte de Joodse religieuze leiders herhaaldelijk voor hun egoïstische, eigengerechtigde en veroordelende houding. Ten aanzien van iedereen die zich niet aan hun tradities hield waren ze onverdraagzaam. Ze gaven zelfs hun behoeftige ouders geen financiële steun (Matt. 15:3-9).
Net als de mensen in Jezus' dagen ontbreekt het bij velen ook nu aan barmhartigheid. Sommigen zijn ronduit wreed en onvriendelijk, maar de meesten worden door hun zucht eigen verlangens te vervullen zo in beslag genomen dat ze eenvoudigweg geen aandacht voor de ander meer hebben.
Christenen daarentegen moeten gekenmerkt worden door hun barmhartigheid. In feite gebruikt Jacobus barmhartigheid als een bewijs van oprecht geloof: "Wat baat het, mijn broeders, of iemand al beweert geloof te hebben, als hij geen werken heeft? Kan dat geloof hem behouden? Stel, dat een broeder of zuster gebrek heeft aan kleding en aan dagelijks voedsel, en iemand uwer zegt tot hen: Gaat heen in vrede, houdt u warm en eet goed, zonder hen echter van het nodige voor het lichaam te voorzien, wat baat dit? Zo is het ook met het geloof: indien het niet met werken gepaard gaat, is het, op zichzelf genomen, dood" (Jac. 2:14-17). Ook zei hij dat barmhartigheid een kenmerk van goddelijke wijsheid was: "Maar de wijsheid van boven is vooreerst rein, vervolgens vreedzaam, vriendelijk, gezeggelijk, vol van ontferming en goede vruchten, onpartijdig en ongeveinsd" (Jac. 3:17).
Laat als iemand die Gods barmhartigheid ervaren heeft, barmhartigheid het kenmerk van uw leven zijn.








