Ik toetste u.
Ik toetste u.
Natuurlijk had Israël het tijdens de uittocht uit Egypte niet zo ervaren. Ze hadden dorst, ze waren gefrustreerd geraakt door onverwachte tegenvallers, door de hitte van de dag en de kou van de nacht. In zulke omstandigheden kun je steeds minder hebben van de mensen om je heen, je raakt steeds sneller geïrriteerd. U weet wel hoe dat gaat. Uiteindelijk was hun frustratie ook naar God doorgebroken: is de Heer eigenlijk wel met ons?
Het was een toets van God geweest. Niet een proef om het volk over te halen tot zondigen. Maar een test om zichtbaar te laten worden wat er in hun hart was. In moeilijke situaties blijkt ons karakter!
God wil zo graag dat zijn kinderen Hem in staat stellen om voor hen te zorgen. Hij wil geven, helpen, troosten. Het probleem dat wij vaak ervaren, zit dan ook niet in het karakter van God, maar in dat van ons. Willen wij wel ontvangen? Willen wij wel geholpen worden, getroost worden? Net als bij de Israëlieten zit ons karakter ons soms danig in de weg. Te trots om ons ongelijk toe te geven. Te hoogmoedig om ons voor God te vernederen. Te hardnekkig om getroost te worden. Te vasthoudend om gecorrigeerd te kunnen worden. Alle trekjes die in de geschiedenis van Israël blijken, zijn ook zichtbaar in de geschiedenis van de kerk. En de meeste ook in de geschiedenissen van individuele christenen.
God moet ook in zijn handelen met ons waarschijnlijk regelmatig verzuchten: 'Och, dat mijn volk naar Mij luisterde...' (vers 14). Gelukkig is het nooit te laat om ons naar Hem toe te keren, om bij Hem te schuilen. Want zijn karakter is liefde en trouw, en Hij verandert niet.



