GEEF MIJ UW HART .
GEEF MIJ UW HART .
Een zendeling werkte onder de indianen. Hij vertelde hun dat God hen zo liefhad, dat Hij zijn Zoon gaf om voor hen te sterven. Toen een hoofdman dit hoorde, was hij zo onder de indruk dat hij iets wilde doen voor de Heer Jezus. Hij kwam naar voren, liep naar de zendeling toe en zei: 'Ik geef mijn strijdbijl aan Jezus Christus.' Daarna ging hij weer zitten. De zendeling sprak verder over God, die het hoogste gaf wat Hij kon geven: zijn Zoon Jezus Christus. Na enige minuten kwam de hoofdman weer naar voren en legde zijn wollen deken voor de zendeling neer en zei: 'Ik geef mijn deken.' Opnieuw ging hij zitten. De zendeling sprak verder en wees op de genade van de Heer Jezus, die, hoewel Hij rijk was, in de hemel, arm werd voor ons, op aarde. Zo arm dat Hij geboren werd als een baby in een kribbe en stierf aan een kruis, opdat wij rijk zouden worden. Dit maakte zo'n indruk op het opperhoofd, dat hij naar buiten ging, zijn pony losmaakte en hem naar de zendeling bracht.
Deze indiaan had veel over voor de Heer Jezus. Hierin lijkt hij op veel mensen die menen dat zij God iets van zichzelf moeten geven om Hem tevreden te stellen. Toen de indiaan verder luisterde naar wat de zendeling zei, werd hem plotseling iets duidelijk. Hij zag dat hij wel veel dingen die voor hem waardevol waren, had gegeven, maar dat er nog iets ontbrak. Iets wat voor de Heer het meest waardevol was. Weer ging hij naar voren, nu zonder iets in zijn handen. De aanwezigen wachtten gespannen af wat er nu zou gebeuren. Zou de hoofdman nu niets geven? Toen hij voor de zendeling stond, zei hij, terwijl er tranen over zijn wangen liepen: 'De hoofdman van de indianen geeft zichzelf aan Jezus Christus.' Dat is het waar God op wacht. Alle bezittingen die wij Hem aanbieden, helpen niets, zolang wij niet onszelf, of beter gezegd ons hart, aan Hem geven. 'Mijn zoon, geef mij uw hart,' staat in Spreuken 23:26. Hebt u dat al gedaan?




