Naar de inhoud

WAT JE AAN JEZUS GEEFT,BEN JE NIET KWIJT

IK BEN DE ALFA EN DE OMEGA
akke.beakke.be
GEBED IS DE SLEUTEL VAN DE OCHTEND EN DE GRENDEL VAN DE AVOND.

Berichten van 1 januari 2008 tot 31 december 2008

Niet u bent het die spreekt, maar de Geest van uw Vader.

Niet u bent het die spreekt, maar de Geest van uw Vader. 

Wat maken wij ons vaak bezorgd over hoe we in bepaalde situaties moeten reageren. Door dat tobben zijn we veel te veel met onszelf bezig en kan onze God en Vader ons niet optimaal gebruiken. Het vraagt zelfopoffering om die bezorgdheid naast ons neer te leggen en kinderlijk op Hem te vertrouwen. Het is geen kleinigheid dat God ons zijn Geest heeft gegeven om ons te leiden. We mogen vertrouwen dat Hij ons woorden en wijsheid zal geven om op het juiste moment te spreken en te getuigen. Ook vandaag.

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door lucky om 10:41 Reageer op dit bericht Stuur door

Bijbel-Expo.be

“Een nieuwe eigentijdse Tentoonstelling”

 

In mei is de unieke tentoonstelling Bijbel-Expo.be op bezoek in onze streek.  Op uitnodiging van de plaatselijke Evangelische Gemeenten is deze eigentijdse expositie te bezichtigen van 9 tot 26 mei 2008 aan de Spinnerijkaai te Kortrijk.  U leest dit goed, want deze tentoonstelling is ondergebracht aan boord van twee binnenvaartschepen: De Ark en de Eben-Haëzer.

Bij het samenstellen van de tentoonstelling lag één vraag aan de basis: hoe krijg je jongeren van vandaag, in deze hoogtechnologische samenleving, geïnteresseerd in een oud boek zoals de Bijbel?  Het antwoord op deze vraag was even verrassend als eenvoudig: Bijbel-Expo.be!  Een multimedia avontuur dat de bezoeker meeneemt doorheen de ontstaansgeschiedenis van het schrift en hem de wonderlijke wereld van de Bijbel op eigentijdse manier laat ontdekken.

 De tentoonstelling gaat door in het schip De Ark en bestaat uit verschillende onderdelen.  Telkens is er gebruik gemaakt van andere media. 

Vooreerst zijn er 17 schitterende panelen verdeeld over 5 secties. Zij vertellen en illustreren de geschiedenis van het schrift. De bezoeker kan op korte tijd heel wat te weten komen over kleitabletten en spijkerschrift, Egyptische hiërogliefen en de ontstaansgeschiedenis van het alfabet. Daarnaast wordt stilgestaan bij een van de belangrijkste oudheidkundige ontdekkingen van de 20e eeuw, de Dode Zee rollen.  De laatste sectie schenkt dan weer ruime aandacht aan het ontstaan van de moderne druktechnieken en hun invloed op de verspreiding van de Bijbel en andere boeken.

Naast panelen zijn er ook een aantal interessante objecten tentoongesteld zoals: kleitabletten, de steen van Rachid, een ostracon (een stukje aardewerk dat in de oudheid gebruikt werd als “blocnote”), een zilveren geluksbrenger enz.   Blikvanger is zondermeer een werkende kopie van de Gutenberg drukpers.

Een viertal audiostations bespreken verder een aantal interessante onderwerpen: het verhaal van het Gilgamesch Epos; de avonturen van Cheti op de Schriftgeleerdenschool; het verhaal van Mohammed ed Dhib en zijn vondst te Qumran; en de geschiedenis van twee monniken die leren om manuscripten over te schrijven.

Het laatste onderdeel zijn enkele computerstations.  Hier kan de bezoeker zelf op ontdekking gaan in de wereld van de Bijbel.

Wie daarna nog meer wil weten kan een bezoek brengen aan de tweede zaal, die is ondergebracht in het ander binnenvaartschip Eben Haëzer.  Onder het drinken van een kop koffie of frisdrank zet de bezoeker zijn multimediareis verder aan de hand van een aantal dynamische presentaties op DVD. Men kan tevens een kijkje nemen op de boekentafel en o.a. kennismaken met de Nieuwe Bijbelvertaling (NBV).

 De inkom bedraagt € 2,-.

Voor meer informatie kan u terecht op de website http://www.bijbelexpo.be

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 21:49 Reageer op dit bericht Stuur door

DE BIJBEL EN HET SPOORBOEKJE

DE BIJBEL EN HET SPOORBOEKJE

 

Een christen zat in de trein naar Chicago met een Bijbel op de ene knie en een spoorboekje op de andere knie. Een medereiziger zag de Bijbel en zei: 'Meneer, uw oude boek heeft zijn tijd gehad.' De christen vroeg: 'Wat bedoelt u?' De man antwoordde: 'Weet u dan niet dat het Oude Testament bestaat uit verhalen en mythen die wij folklore nomen? Het Nieuwe Testament is ook niet betrouwbaar.' De christen antwoordde: 'Meneer, ik heb hier ook een spoorboekje. Ik heb het gecontroleerd. Het geeft precies alle stations aan waar we onderweg gestopt zijn. Daarom geloof ik dat ik deze gids verder kan vertrouwen tot ik aankom in Chicago. Ook dit oude boek, de Bijbel, is door miljoenen mensen beproefd. Het Oude Testament bevat veel profetieën die alle letterlijk zijn vervuld. Waarom zou de rest van dit boek dan ook niet betrouwbaar zijn? Het is de reisgids voor de pelgrimstocht van de mens. Raadpleeg het gerust, zoals ik ook gedaan heb. Dan zult u de hoogste bestemming bereiken, zonder risico te lopen te verdwalen in de ijdele en veranderlijke gedachten van de mensen.'

Hoe vind je dit bericht? 3 stemmen
Geschreven door lucky om 19:51 Reageer op dit bericht Stuur door

God wil dat alle mensen behouden worden.

God wil dat alle mensen behouden worden.

 

God wil dat alle mensen gered worden en tot kennis van de waarheid komen. God heeft van Zijn kant alle voorwaarden geschapen om dat waar te maken. God wil elk mens redden, maar elk mens moet zelf ook gered willen worden. De Here Jezus heeft de straf op onze zonden op Zich genomen. Van de mens wordt geloof gevraagd. Geloof dat hij uit zichzelf nooit tot God kan opklimmen, en dat het nodig was dat God in de Persoon van de Here Jezus afdaalde tot de mens. Om als Mens de plaats van mensen in te nemen, en de toorn van God te ondergaan. Hij de straf, wij de vrijheid!

1 Allereerst vraag ik dat er voor alle mensen gebeden wordt, dat er smeekbeden, voorbeden en dankgebeden voor hen worden uitgesproken. 2 Bid voor alle koningen en gezagsdragers, opdat we rustig en ongestoord kunnen leven, in alle vroomheid en waardigheid. 3 Dat is goed en welgevallig in de ogen van God, onze redder, 4 die wil dat alle mensen worden gered en de waarheid leren kennen. 5 Want er is maar één God, en maar één bemiddelaar tussen God en mensen, de mens Christus Jezus, 6 die zichzelf gegeven heeft als losgeld voor allen, als het getuigenis voor de vastgestelde tijd. 7 Om dit te verkondigen ben ik als apostel aangesteld. Ik spreek de waarheid, ik lieg niet – ik ben aangesteld als leraar voor de heidenen om hun het geloof en de waarheid te onderwijzen.

1 Tim 2:1-7

Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Geschreven door lucky om 07:11 2 reacties Reageer op dit bericht Stuur door

EEN AFRIKAANSE FABEL

EEN AFRIKAANSE FABEL .

 

Op een berg liep een smal en gevaarlijk pad. Dit pad was zo smal dat men elkaar niet kon passeren. Op een dag ontmoetten twee ezels elkaar op dit pad. Ze bekeken elkaar vol wantrouwen en ze gingen met elkaar discussiëren. 'Hoor eens,' zei de eerste ezel, 'ik wil daarheen waar jij juist vandaan kwam. Ga uit de weg en laat mij erdoor.' 'Geen sprake van,' antwoordde de tweede ezel, 'ga uit de weg of ik gooi jou naar beneden.' Geen van beide ezels wilde toegeven. Ze begonnen te vechten, tot ze alle twee van het pad afvielen en in de diepte verdwenen.

Op een andere dag kwamen twee geiten elkaar op dezelfde weg tegen. Ook zij keken elkaar aan en onderzochten de mogelijkheden van het elkaar passeren. Toen gingen ze erbij zitten om over een oplossing van hun probleem na te denken. 'Luister, ik heb een idee,' zei de ene geit tegen de andere. 'Ja, wat dan?' vroeg de tweede geit.

'Laten we eenvoudig omkeren en weer naar huis gaan. Dan hoeven we niet met elkaar te vechten en er beide onder te lijden.' En zo deden de beide geiten. Op een andere dag troffen twee schapen elkaar op dat smalle bergpaadje. Ze groetten elkaar beleefd en gingen erbij zitten om een uitweg te vinden uit deze moeilijke situatie.

'Ik heb het', zei ten slotte het ene schaap. 'En wat doen we?' vroeg het andere schaap. 'Ik ga op het pad liggen. Dan stap jij op mij en gaat over mij heen. Dan sta ik weer op en we kunnen beide onze weg vervolgen.' Hiermee kon het andere schaap instemmen en zo gingen zij veilig op het smalle pad aan elkaar voorbij.

De vraag is nu: Welke van de drie paar dieren waren het slimste?

'De schapen', is ongetwijfeld ons antwoord. En waarom? 'Omdat één van de schapen bereid was over zich heen te laten lopen.' Vaak verliezen wij de zegen die God voor ons bereid heeft, omdat we zo koppig zijn als de ezels. Of we zijn zo onverschillig als de geiten.

De moeilijkheden zouden in rijke zegeningen kunnen worden veranderd als wij maar gewillig waren als de schapen.

Hoe vind je dit bericht? 5 stemmen
Geschreven door lucky om 19:38 Reageer op dit bericht Stuur door

Ik ben het brood des levens.

Ik ben het brood des levens.

 

Over de gehele wereld eten mensen brood. Brood is een levensbehoefte. Daarom is het zo begrijpelijk dat de Here Jezus Zichzelf 'het brood des levens' noemt. Voedsel dat je niet alleen in leven houdt, maar dat je leven geeft! Al sinds jaren worden ideeën geopperd om eten in een pil-vorm te gebruiken net zoals de ruimtevaarders dat gebruiken. Toch heeft dat idee het niet gehaald, want eten werd daarmee een 'smakeloze' vertoning. Een maaltijd heeft meer in zich dan 'het toedienen van noodzakelijke stoffen'. Eten vraagt tijd en gezelligheid. Eten is fijner als je het samen doet. Eten is gemeenschap hebben. Zo is het ook met de Here Jezus. Je met Hem voeden brengt ongelofelijke vreugde met zich mee. Ook vandaag!

30 Toen vroegen ze: ‘Welk wonderteken kunt u dan verrichten? Als we iets zien zullen we in u geloven. Wat kunt u doen? 31 Onze voorouders hebben immers manna in de woestijn gegeten, zoals geschreven staat: “Brood uit de hemel heeft hij hun te eten gegeven.”’ 32 Maar Jezus zei: ‘Waarachtig, ik verzeker u: niet Mozes heeft u het brood uit de hemel gegeven, maar mijn Vader; hij geeft u het ware brood uit de hemel. 33 Het brood van God is het brood dat neerdaalt uit de hemel en dat leven geeft aan de wereld.’ 34 ‘Geef ons altijd dat brood, Heer!’ zeiden ze toen. 35 ‘Ik ben het brood dat leven geeft,’ zei Jezus. ‘Wie bij mij komt zal geen honger meer hebben, en wie in mij gelooft zal nooit meer dorst hebben. 36 Maar ik heb u al gezegd dat u niet gelooft, ook al hebt u me gezien. 37 Iedereen die de Vader mij geeft zal bij mij komen, en wie bij mij komt zal ik niet wegsturen, 38 want ik ben niet uit de hemel neergedaald om te doen wat ik wil, maar om te doen wat hij wil die mij gezonden heeft. 39 Dit is de wil van hem die mij gezonden heeft: dat ik niemand van wie hij mij gegeven heeft verloren laat gaan, maar dat ik hen allen laat opstaan op de laatste dag. 40 Dit wil mijn Vader: dat iedereen die de Zoon ziet en in hem gelooft, eeuwig leven heeft, en dat ik hen op de laatste dag uit de dood zal opwekken.’

Joh.6:30-40

Hoe vind je dit bericht? 4 stemmen
Geschreven door lucky om 06:27 Reageer op dit bericht Stuur door

Bekeert u en een ieder van u late zich dopen.

Bekeert u en een ieder van u late zich dopen.

 

Sommigen van u die dit lezen, hebben zich al bekeerd, maar zijn nog niet gedoopt. Anderen zijn als kind al gedoopt, maar hebben zich misschien nog niet bekeerd. Het eerste is niet zoals het hoort te zijn: zulke mensen dienen alsnog Christus te belijden in de doop. Maar het tweede leidt onherroepelijk naar de eeuwige pijn. Deze oproep van bekering en doop gaat niet alleen uit naar 'het huis van Israël' dat Jezus aan het kruis bracht door de handen van de Romeinen, zij geldt allen die 'verre' zijn. Wie komt, ontvangt vergeving van zonden, de gave van de Geest en is behouden van het eeuwig oordeel.

34 David is weliswaar niet naar de hemel opgestegen, maar toch zegt hij: “De Heer sprak tot mijn Heer: ‘Neem plaats aan mijn rechterhand, 35 tot ik je vijanden onder je voeten heb gelegd.’” 36 Laat het hele volk van Israël er daarom zeker van zijn dat Jezus, die u gekruisigd hebt, door God tot Heer en Messias is aangesteld.’

37 Toen ze dit hoorden, waren ze diep getroffen en vroegen aan Petrus en de andere apostelen: ‘Wat moeten we doen, broeders?’ 38 Petrus antwoordde: ‘Keer u af van uw huidige leven en laat u dopen onder aanroeping van Jezus Christus om vergeving te krijgen voor uw zonden. Dan zal de heilige Geest u geschonken worden, 39 want voor u geldt deze belofte, evenals voor uw kinderen en voor allen die ver weg zijn en die de Heer, onze God, tot zich zal roepen.’ 40 Ook op nog andere wijze legde hij getuigenis af, waarbij hij een dringend beroep op zijn toehoorders deed met de woorden: ‘Laat u redden uit dit verdorven mensengeslacht!’

Han2:34-40

Hoe vind je dit bericht? 3 stemmen
Geschreven door lucky om 17:13 Reageer op dit bericht Stuur door

Ik ben de opstanding en het leven.

Ik ben de opstanding en het leven.

 

Sterven, dat is het einde van alles. Dood, dan ben je er niet meer. Maar tegenover het sterven plaatst de Here Jezus de opstanding en tegenover de dood plaatst Hij het leven. Hij zegt erbij: 'Ik ben dat.' Wie over de dood héén wil kijken, moet zijn oog richten op Jezus. Allerlei vrienden en buren waren naar Martha en Maria gekomen om hen te troosten. Het zal hun vast wel goed gedaan hebben. Maar als de Here Jezus Zichzelf openbaart, valt dat allemaal weg, zoals de stralende kracht van de opgaande zon de sterren aan de hemel laat verbleken.

17 Toen Jezus daar aankwam, hoorde hij dat Lazarus al vier dagen in het graf lag. 18 Betanië lag dicht bij Jeruzalem, op een afstand van ongeveer vijftien stadie, 19 en er waren dan ook veel Joden naar Marta en Maria gekomen om hen te troosten nu hun broer gestorven was. 20 Toen Marta hoorde dat Jezus onderweg was ging ze hem tegemoet, terwijl Maria thuisbleef. 21 Marta zei tegen Jezus: ‘Als u hier was geweest, Heer, zou mijn broer niet gestorven zijn. 22 Maar zelfs nu weet ik dat God u alles zal geven wat u vraagt.’ 23 Jezus zei: ‘Je broer zal uit de dood opstaan.’ 24 ‘Ja,’ zei Marta, ‘ik weet dat hij bij de opstanding op de laatste dag zal opstaan.’ 25 Maar Jezus zei: ‘Ik ben de opstanding en het leven. Wie in mij gelooft zal leven, ook wanneer hij sterft, 26 en ieder die leeft en in mij gelooft zal nooit sterven. Geloof je dat?’ 27 ‘Ja Heer,’ zei ze, ‘ik geloof dat u de messias bent, de Zoon van God die naar de wereld zou komen.’

28 Na deze woorden ging ze terug, ze nam haar zuster Maria apart en zei: ‘De meester is er, en hij vraagt naar je.’ 29 Zodra Maria dit hoorde ging ze naar Jezus toe, 30 die nog niet in het dorp was, maar op de plek waar Marta hem tegemoet was gekomen. 31 Toen de Joden die bij haar in huis waren om haar te troosten, Maria zo haastig zagen weggaan, liepen ze achter haar aan, want ze dachten dat ze naar het graf ging om daar te weeklagen.

32 Zodra Maria op de plek kwam waar Jezus was en hem zag, viel ze aan zijn voeten neer. Ze zei: ‘Als u hier was geweest, Heer, zou mijn broer niet gestorven zijn!’ 33 Jezus zag hoe zij en de Joden die bij haar waren weeklaagden, en dat ergerde hem. Diep bewogen 34 vroeg hij: ‘Waar hebben jullie hem neergelegd?’ Ze zeiden: ‘Kom maar kijken, Heer.’ 35 Jezus begon ook te huilen, 36 en de Joden zeiden: ‘Wat heeft hij veel van hem gehouden!’ 37 Maar er werd ook gezegd: ‘Hij heeft de ogen van een blinde geopend, hij had nu toch ook de dood van Lazarus kunnen voorkomen?’ 38 Ook dit ergerde Jezus. Hij liep naar het graf, een spelonk met een steen voor de opening. 39 Hij zei: ‘Haal de steen weg.’ Marta, de zuster van de dode, zei: ‘Maar Heer, de stank! Hij ligt er al vier dagen!’ 40 Jezus zei tegen haar: ‘Ik heb je toch gezegd dat je Gods grootheid zult zien als je gelooft?’ 41 Toen haalden ze de steen weg. Daarop keek hij omhoog en zei: ‘Vader, ik dank u dat u mij hebt verhoord. 42 U verhoort mij altijd, dat weet ik, maar ik zeg dit ter wille van al die mensen hier, opdat ze zullen geloven dat u mij gezonden hebt.’ 43 Daarna riep hij: ‘Lazarus, kom naar buiten!’ 44 De dode kwam tevoorschijn, zijn handen en voeten in linnen gewikkeld, en zijn gezicht bedekt door een doek. Jezus zei tegen de omstanders: ‘Maak de doeken los, en laat hem gaan.’

45 Veel Joden die naar Maria toe gekomen waren en gezien hadden wat Jezus deed, kwamen tot geloof in hem

Joh11:17-32

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door lucky om 08:01 Reageer op dit bericht Stuur door

Jezus antwoordde: Breekt deze tempel af en in drie dagen zal Ik hem doen herrijzen.

Jezus antwoordde: Breekt deze tempel af en in drie dagen zal Ik hem doen herrijzen.

 

De Joden vroegen de Here Jezus met welke bevoegdheid Hij de kooplieden uit de tempel kon jagen. Het is dit antwoord van de Here dat later door twee valse getuigen voor de hogepriester genoemd zal worden. Dit antwoord heeft niet voor niets zo'n onuitwisbare indruk gemaakt. Hier stond een Mens, die kon zeggen: 'Breng Mij ter dood, en binnen drie dagen sta Ik weer op!' En Hij deed het ook! Zo machtig is onze Here, dat zelfs de dood Hem niet gevangen kon houden. Op dit moment is deze Mens in de hemel bij God om voor ons, die in Hem geloven, te pleiten.

13 Kort voor Pesach, het Joodse paasfeest, reisde Jezus naar Jeruzalem. 14 Daar trof hij op het tempelplein de handelaars in runderen, schapen en duiven aan, en de geldwisselaars die daar altijd zaten. 15 Hij maakte een zweep van touw en joeg ze allemaal de tempel uit, met hun schapen en runderen. Hij smeet het geld van de wisselaars op de grond, gooide hun tafels omver 16 en riep tegen de duivenverkopers: ‘Weg ermee! Jullie maken een markt van het huis van mijn Vader!’ 17 Zijn leerlingen dachten aan wat er geschreven staat: ‘De hartstocht voor uw huis zal mij verteren.’ 18 Maar de Joden vroegen: ‘Met welk teken kunt u bewijzen dat u dit mag doen?’ 19 Jezus antwoordde hun: ‘Breek deze tempel maar af, en ik zal hem in drie dagen weer opbouwen.’ 20 ‘Zesenveertig jaar heeft de bouw van deze tempel geduurd,’ zeiden de Joden, ‘en u wilt hem in drie dagen weer opbouwen?’ 21 Maar hij sprak over de tempel van zijn lichaam. 22 Na zijn opstanding uit de dood herinnerden zijn leerlingen zich dat hij dit gezegd had, en zij geloofden de Schrift en alles wat Jezus gezegd had.

23 Toen Jezus op Pesach in Jeruzalem was, kwamen veel mensen tot geloof in zijn naam, omdat ze de wondertekenen zagen die hij deed. 24 Maar Jezus had geen vertrouwen in hen, omdat hij hen allemaal kende, 25 en niemand hoefde hem iets over de mens te vertellen, want hij wist zelf wat er in een mens omgaat.

Joh.2:13-25

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door lucky om 08:21 Reageer op dit bericht Stuur door

Wat moet ik doen om behouden te worden?

Wat moet ik doen om behouden te worden?

 

Een vraag die ook vandaag door velen gesteld wordt. In de jaren zestig zag je een vlucht in de 'oosterse godsdiensten', daarna kwamen drugs, houseparty’s enz. Sekten groeiden, bloeiden en vervielen. Velen zijn op zoek naar 'innerlijke' bevrediging. Er moet toch meer zijn in dit leven dan alleen 'opstaan, eten, werken en slapen'? De Here Jezus gaf als antwoord: 'Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u, tenzij u het vlees van de Zoon des mensen eet en Zijn bloed drinkt, hebt u geen leven in uzelf. Wie Mijn vlees eet en Mijn bloed drinkt, heeft eeuwig leven.' Hij is het antwoord op de levensvragen van de mensheid, Hij alleen. Met Hem mogen wij ons voeden, dagelijks.

50 Maar dit is het brood dat uit de hemel is neergedaald; wie dit eet sterft niet. 51 Ik ben het levende brood dat uit de hemel is neergedaald; wanneer iemand dit brood eet zal hij eeuwig leven. En het brood dat ik zal geven voor het leven van de wereld, is mijn lichaam.’

52 Nu begonnen de Joden heftig met elkaar te discussiëren: ‘Hoe kan die man ons zijn lichaam te eten geven!’ 53 Daarop zei Jezus: ‘Waarachtig, ik verzeker u: als u het lichaam van de Mensenzoon niet eet en zijn bloed niet drinkt, hebt u geen leven in u. 54 Wie mijn lichaam eet en mijn bloed drinkt, heeft eeuwig leven en hem zal ik op de laatste dag uit de dood opwekken. 55 Mijn lichaam is het ware voedsel en mijn bloed is de ware drank. 56 Wie mijn lichaam eet en mijn bloed drinkt, blijft in mij en ik blijf in hem. 57 De levende Vader heeft mij gezonden, en ik leef door de Vader; zo zal wie mij eet, leven door mij. 58 Dit is het brood dat uit de hemel is neergedaald. Het is niet het brood dat uw voorouders aten; zij zijn gestorven, maar wie dit brood eet zal eeuwig leven.’ 59 Dit alles zei hij in de synagoge van Kafarnaüm toen hij daar onderricht gaf.

 

Joh:50-57

Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Geschreven door lucky om 08:51 Reageer op dit bericht Stuur door

Wij zullen niet allen ontslapen.

Wij zullen niet allen ontslapen.

 

Hebt u dat goed gelezen? Ja hoor, het is geen drukfout! Zo staat het letterlijk in de Bijbel. Om te bewijzen dat Hij sterker is dan de dood, zal God de doden opwekken. Maar Zijn macht reikt verder dan dat: Hij kan ons ook bewaren voor de dood! Uit het Oude Testament kennen we het voorbeeld van Henoch en Elia, die zonder te sterven zomaar opgenomen werden in de hemel. Maar wat Paulus ons hier vertelt, is een nog veel groter bewijs van Gods almacht: wanneer de Here Jezus straks terugkomt om Zijn Gemeente thuis te halen, zullen alle gelovigen die op aarde leven, in een oogwenk veranderd worden en in de hemel opgenomen worden, zonder de dood te smaken. 'Welk een uitzicht, bruidsgemeente!'

50 Wat ik bedoel, broeders en zusters, is dit: wat uit vlees en bloed bestaat kan geen deel hebben aan het koninkrijk van God; het vergankelijke krijgt geen deel aan de onvergankelijkheid. 51 Ik zal u een geheim onthullen: wij zullen niet allemaal eerst sterven – toch zullen wij allemaal veranderd worden, 52 in een ondeelbaar ogenblik, in een oogwenk, wanneer de bazuin het einde inluidt. Wanneer de bazuin weerklinkt, zullen de doden worden opgewekt met een onvergankelijk lichaam en zullen ook wij veranderen. 53 Want het vergankelijke lichaam moet worden bekleed met het onvergankelijke, het sterfelijke lichaam met het onsterfelijke. 54 En wanneer dit vergankelijke lichaam is bekleed met het onvergankelijke, dit sterfelijke met het onsterfelijke, zal wat geschreven staat in vervulling gaan: ‘De dood is opgeslokt en overwonnen. 55 Dood, waar is je overwinning? Dood, waar is je angel?’ 56 De angel van de dood is de zonde, en de zonde ontleent haar macht aan de wet. 57 Maar laten we God danken, die ons door Jezus Christus, onze Heer, de overwinning geeft.

58 Kortom, geliefde broeders en zusters, wees standvastig en onwankelbaar en zet u altijd volledig in voor het werk van de Heer, in het besef dat door de Heer uw inspanningen nooit tevergeefs zijn.

1kor:50-58

Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Geschreven door lucky om 08:47 Reageer op dit bericht Stuur door

Als de Geest in u woont...

Als de Geest in u woont...

 

Iemand die bij mij in huis woont, mag verder komen dan de hal of de woonkamer. Hij mag ook in de keuken komen, in de computerkamer, in de slaapkamer of op de zolder. Als de Geest van God in mij woont, mag Hij niet alleen in de kamer komen, zoals een bezoeker, maar mag Hij alles zien en weten wat er in mijn leven gebeurt. We doen alles samen, tv-kijken, internetten, lezen, eten, praten. Ik moet goed naar Hem luisteren, want Hij weet hoe de dingen van God in elkaar zitten. Bovendien valt er in mijn leven nog veel op te knappen. Hij maakt mij attent op gebreken en helpt bij de reparatie. Laten we Hem de ruimte geven.

Als Christus echter in u leeft, bent u door de zonde weliswaar sterfelijk, maar de Geest schenkt u leven, omdat u door God als rechtvaardigen bent aangenomen. 11 Want als de Geest van hem die Jezus uit de dood heeft opgewekt in u woont, zal hij die Christus heeft opgewekt ook u die sterfelijk bent, levend maken door zijn Geest, die in u leeft.

12 Broeders en zusters, we hoeven ons niet langer te laten leiden door onze eigen wil. 13 Als u dat wel doet, zult u zeker sterven. Als u echter uw zondige wil doodt door de Geest, zult u leven. 14 Allen die door de Geest van God worden geleid, zijn kinderen van God. 15 U hebt de Geest niet ontvangen om opnieuw als slaven in angst te leven, u hebt de Geest ontvangen om Gods kinderen te zijn, en om hem te kunnen aanroepen met ‘Abba, Vader’. 16 De Geest zelf verzekert onze geest dat wij Gods kinderen zijn. 17 En nu we zijn kinderen zijn, zijn we ook zijn erfgenamen, erfgenamen van God. Samen met Christus zijn wij erfgenamen: wij moeten delen in zijn lijden om met hem te kunnen delen in Gods luister.

 

Rom:10-17

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 17:18 Reageer op dit bericht Stuur door

WAAR HOOR JE BIJ?

 

 

WAAR HOOR JE BIJ?

VAN WELKE KERK BEN JE?

(n.a.v. l Kor. 3: 4 en 21-23)

 

Die vragen krijg ik nog wel eens te horen.

Dan antwoord ik: 'Ik ben hervormd geboren'.

Maar ja, wat geef ik daarmee eigenlijk aan?

En dus vul 'k aan: rechtzinnig daarenboven

dat is een vrijzinnige manier van geloven.

Maar toen ik nog jong was, is mij al geleerd:

Een goed woord voor hervormd is gereformeerd.

dus behoor 'k ook tot de gereformeerde kerk.

en doe gereformeerd gemeentewerk.

En de kerk is al oud' Dat is zonder meer,

dus ben ik eigenlijk ook oudgereformeerd.

Ik ben christelijk zo is me geleerd,

dus ben ik ook christelijk gereformeerd.

Ik kan ook zeggen, dat kan er ook mee door,

dat ik tot een christengemeende behoor.

Christus bevrijdde mij, tot liefde en hoop,

dus vast en zeker, vrijgemaakt ben ik ook.

Omdat men in mijn kerk ook aan dopen doet,

past baptistengemeente me ook wel goed.

In mijn kerk komt ook jaarlijks 't pinksterfeest voor

  dus is het dat ik ook tot de pinkstergemeente behoor.

        En omdat het steeds om het evangelie gaat,

       kan evangelische gemeente ook geen kwaad.

           Ik vaar op 't Bijbels apostolisch gezag,

  dat is de reden dat ik me ook apostolisch noemen mag.

         Tenslotte is het gewoon een klein publiek:

       de kerk is algemeen, dus 'k ben ook katholiek.

        je weet nu tot welke kerk/gemeente ik hoor.

       Of komt mijn antwoord je wat verwarrend voor?

         Je hebt gelijk! Die namen! Wat een gedoe'

          Daarom wens ik je van ganser harte toe

 dat op de vraag: waar hoor je bij? Van wie ben jij (bent u)?

   Je antwoord zij: Van Christus ben ik! Straks en...Nu!

Hoe vind je dit bericht? 6 stemmen
Geschreven door lucky om 19:32 Reageer op dit bericht Stuur door

De Here is mijn herder.

De Here is mijn herder.

 

TWEEDE PAASDAG

 

Iemand moet op een moment in de geschiedenis eens hebben bedacht dat we aan één paasdag niet genoeg hebben. Sindsdien hebben we er twee. Maar eigenlijk is dat nòg veel te weinig, want elke eerste dag van de week herinnert ons aan de opstanding van de Here Jezus, tweeënvijftig keer in het jaar. En ook dat is lang niet alles, want er mag in feite geen dag in ons leven voorbijgaan waarin we niet aan de Opgestane Here denken. De Hebreeënbrief eindigt daarmee: dat God de grote Herder van de schapen, Jezus, uit de doden heeft teruggebracht. Ps. 22, de Godverlatenheid, ligt in het verleden. Ps. 24, de komst van de Koning, zal straks worden vervuld.

11 Ik ben de goede herder. Een goede herder geeft zijn leven voor de schapen. 12 Een huurling, iemand die geen herder is, en die niet de eigenaar van de schapen is, laat de schapen in de steek en slaat op de vlucht zodra hij een wolf ziet aankomen. De wolf valt de kudde aan en jaagt de schapen uiteen; 13 de man is een huurling en de schapen kunnen hem niets schelen. 14 Ik ben de goede herder. Ik ken mijn schapen en mijn schapen kennen mij, 15 zoals de Vader mij kent en ik de Vader ken. Ik geef mijn leven voor de schapen. 16 Maar ik heb ook nog andere schapen, die niet uit deze schaapskooi komen. Ook die moet ik hoeden, ook zij zullen naar mijn stem luisteren: dan zal er één kudde zijn, met één herder. 17 De Vader heeft mij lief omdat ik mijn leven geef, om het ook weer terug te nemen. 18 Niemand neemt mijn leven, ik geef het zelf. Ik ben vrij om het te geven en om het weer terug te nemen – dat is de opdracht die ik van mijn Vader heb gekregen.’

Joh.10:11-18

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 17:21 Reageer op dit bericht Stuur door

Christus als Eersteling, vervolgens die van Christus zijn bij Zijn komst.

Christus als Eersteling, vervolgens die van Christus zijn bij Zijn komst.

 

TWEEDE PAASDAG

 

leven hier en nu. Wij die in Hem geloven, zijn immers met Hem opgestaan tot een nieuw leven. Hij was de Eerste die dood èn graf achter Zich liet, maar wij zijn mèt Hem gestorven en opgestaan. Hij is ons leven geworden en wij leven nu door het geloof in de Zoon van God, die ons heeft liefgehad en Zichzelf voor ons heeft overgegeven. Maar Christus' opstanding is ook de garantie van onze eigen lichamelijke opstanding uit de doden. Hij stond op als Eersteling, als eerste Vrucht van een grote oogst die nog moet worden binnengehaald.



1 Broeders en zusters, ik herinner u aan het evangelie dat ik u verkondigd heb, dat u ook hebt aangenomen, dat uw fundament is 2 en uw redding, als u tenminste vasthoudt aan de boodschap die ik u verkondigd heb. Anders bent u tevergeefs tot geloof gekomen. 3 Het belangrijkste dat ik u heb doorgegeven, heb ik op mijn beurt ook weer ontvangen: dat Christus voor onze zonden is gestorven, zoals in de Schriften staat, 4 dat hij is begraven en op de derde dag is opgewekt, zoals in de Schriften staat, 5 en dat hij is verschenen aan Kefas en vervolgens aan de twaalf leerlingen. 6 Daarna is hij verschenen aan meer dan vijfhonderd broeders en zusters tegelijk, van wie er enkelen gestorven zijn, maar de meesten nu nog leven. 7 Vervolgens is hij aan Jakobus verschenen en daarna aan alle apostelen. 8 Pas op het laatst is hij ook aan mij verschenen, aan het misbaksel dat ik was. 9 Want ik ben de minste van de apostelen, ik ben de naam apostel niet waard omdat ik Gods gemeente heb vervolgd. 10 Alleen dankzij zijn genade ben ik wat ik ben. En zijn genade is bij mij niet zonder uitwerking gebleven. Integendeel, ik heb harder gezwoegd dan alle andere apostelen, niet op eigen kracht maar dankzij Gods genade. 11 Hoe dan ook, of zij het nu zijn of ik, wij verkondigen allemaal dezelfde boodschap, en door die boodschap bent u tot geloof gekomen.

12 Maar wanneer nu over Christus wordt verkondigd dat hij uit de dood is opgewekt, hoe kunnen sommigen van u dan zeggen dat de doden niet zullen opstaan? 13 Als de doden niet opstaan, is ook Christus niet opgewekt; 14 en als Christus niet is opgewekt, is onze verkondiging zonder inhoud en uw geloof zinloos. 15 Dan blijkt dat wij als getuigen van God over hem hebben gelogen, omdat we verklaard hebben dat hij Christus heeft opgewekt – want als er geen doden worden opgewekt, dan kan hij dat niet hebben gedaan. 16 Wanneer de doden niet worden opgewekt, is ook Christus niet opgewekt. 17 Maar als Christus niet is opgewekt, is uw geloof nutteloos, bent u nog een gevangene van uw zonden 18 en worden de doden die Christus toebehoren niet gered. 19 Als wij alleen voor dit leven op Christus hopen, zijn wij de beklagenswaardigste mensen die er zijn.

20 Maar Christus is werkelijk uit de dood opgewekt, als de eerste van de gestorvenen. 21 Zoals de dood er is gekomen door een mens, zo is ook de opstanding uit de dood er gekomen door een mens. 22 Zoals wij door Adam allen sterven, zo zullen wij door Christus allen levend worden gemaakt. 23 Maar ieder op de voor hem bepaalde tijd: Christus als eerste en daarna, wanneer hij komt, zij die hem toebehoren. 24 En dan komt het einde en draagt hij het koningschap over aan God, de Vader, nadat hij alle heerschappij en elke macht en kracht vernietigd heeft. 25 Want hij moet koning zijn totdat ‘God alle vijanden aan zijn voeten heeft gelegd’. 26 De laatste vijand die vernietigd wordt is de dood, 27 want er staat: ‘Hij heeft alles aan zijn voeten gelegd.’ Wanneer er ‘alles’ staat, is dat natuurlijk uitgezonderd degene die alles aan hem onderwerpt. 28 En op het moment dat alles aan hem onderworpen is, zal de Zoon zichzelf onderwerpen aan hem die alles aan hem onderworpen heeft, opdat God over alles en allen zal regeren.

29 Wat denken zij die zich voor de doden laten dopen te bereiken? Als de doden toch niet worden opgewekt, waarom zouden zij zich dan voor hen laten dopen? 30 En waarom zouden wij ons voortdurend aan gevaren blootstellen? 31 Elke dag sterf ik opnieuw, broeders en zusters, zo waar als ik dankzij Christus Jezus, onze Heer, trots op u kan zijn. 32 In Efeze heb ik op leven en dood gevochten; wat zou ik daarmee hebben bereikt als ik geen hoop had? Wanneer de doden toch niet worden opgewekt, kunnen we maar beter zeggen: ‘Laten we eten en drinken, want morgen sterven we.’ 33 Maar vergis u niet: slecht gezelschap bederft goede zeden. 34 Kom tot bezinning, zoals het u betaamt, en zondig niet langer. Sommigen van u hebben geen enkele kennis van God. U moest u schamen.

 

35 Nu zou iemand kunnen vragen: ‘Maar hoe worden de doden opgewekt? Hoe zou hun lichaam eruit moeten zien?’ 36 Dwaas die u bent! Als u iets zaait, moet dat eerst sterven voordat het tot leven kan komen. 37 En wat u zaait heeft nog niet de vorm die het later krijgt; het is nog maar een naakte korrel, een graankorrel misschien of iets anders. 38 God geeft daaraan de vorm die hij heeft vastgesteld, en hij geeft elke zaadkorrel zijn eigen vorm. 39 Elk aards lichaam is anders; het lichaam van een mens is enig in zijn soort, dat van een dier eveneens, dat van een vogel ook, en ook dat van een vis. 40 Er zijn lichamen aan de hemel en lichamen op aarde, maar de schittering van een hemellichaam is anders dan die van een aards lichaam. 41 De zon heeft een andere schittering dan de maan, de maan weer een andere dan de sterren, en de sterren onderling verschillen ook in schittering. 42 Zo zal het ook zijn wanneer de doden opstaan. Wat in vergankelijke vorm wordt gezaaid, wordt in onvergankelijke vorm opgewekt, 43 wat onaanzienlijk en zwak is wanneer het wordt gezaaid, wordt met schittering en kracht opgewekt. 44 Er wordt een aards lichaam gezaaid, maar een geestelijk lichaam opgewekt. Wanneer er een aards lichaam is, is er ook een geestelijk lichaam. 45 Zo staat er ook geschreven: ‘De eerste mens, Adam, werd een levend, aards wezen.’ Maar de laatste Adam werd een levendmakende geest. 46 Niet het geestelijke is er als eerste, maar het aardse; pas daarna komt het geestelijke. 47 De eerste mens kwam uit de aarde voort en was stoffelijk, de tweede mens is hemels. 48 Ieder stoffelijk mens is als de eerste mens, ieder hemels mens is als de tweede. 49 Zoals we nu de gestalte van de stoffelijke mens hebben, zo zullen we straks de gestalte van de hemelse mens hebben.

50 Wat ik bedoel, broeders en zusters, is dit: wat uit vlees en bloed bestaat kan geen deel hebben aan het koninkrijk van God; het vergankelijke krijgt geen deel aan de onvergankelijkheid. 51 Ik zal u een geheim onthullen: wij zullen niet allemaal eerst sterven – toch zullen wij allemaal veranderd worden, 52 in een ondeelbaar ogenblik, in een oogwenk, wanneer de bazuin het einde inluidt. Wanneer de bazuin weerklinkt, zullen de doden worden opgewekt met een onvergankelijk lichaam en zullen ook wij veranderen. 53 Want het vergankelijke lichaam moet worden bekleed met het onvergankelijke, het sterfelijke lichaam met het onsterfelijke. 54 En wanneer dit vergankelijke lichaam is bekleed met het onvergankelijke, dit sterfelijke met het onsterfelijke, zal wat geschreven staat in vervulling gaan: ‘De dood is opgeslokt en overwonnen. 55 Dood, waar is je overwinning? Dood, waar is je angel?’ 56 De angel van de dood is de zonde, en de zonde ontleent haar macht aan de wet. 57 Maar laten we God danken, die ons door Jezus Christus, onze Heer, de overwinning geeft.

58 Kortom, geliefde broeders en zusters, wees standvastig en onwankelbaar en zet u altijd volledig in voor het werk van de Heer, in het besef dat door de Heer uw inspanningen nooit tevergeefs zijn

1Kor:1-58

 

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 11:09 Reageer op dit bericht Stuur door

Hij is niet een God van doden, maar van levenden.

Hij is niet een God van doden, maar van levenden.

 

Het is ongelooflijk dat mensen met zo'n vraag tot de Here kunnen komen: 'Wiens vrouw zal ze in de opstanding zijn?' Maar Zijn antwoord is des te indrukwekkender. Wie zou ooit op het idee zijn gekomen om uit Ex. 3 te bewijzen dat God de God van de opstanding is? Welnu, als dat zo is, dan hebben we te doen met Hem die almachtig is - beseffen we dat? De Sadduceeën hadden daar geen benul van: zij zagen alles in het licht van deze wereld, van de tegenwoordige tijd en haar bestaansorde. Hebben wij het ook nodig om door de Here tot de orde te worden geroepen? Beseffen wij de kracht van God en het gezag van de Schrift?

18 Er kwamen enkele sadduceeën naar hem toe; volgens de sadduceeën is er geen opstanding uit de dood. Ze vroegen hem: 19 ‘Meester, Mozes heeft ons het volgende voorgeschreven: “Als iemand sterft en een vrouw achterlaat, maar geen kinderen, moet zijn broer die vrouw bij zich nemen en nakomelingen verwekken voor zijn broer.” 20 Er waren eens zeven broers. De eerste nam een vrouw en stierf zonder nakomelingen; 21 de tweede nam haar tot vrouw, maar stierf ook zonder nakomelingen; en met de derde ging het net zo. 22 Geen van de zeven kreeg nakomelingen. Het laatst van allen stierf de vrouw. 23 Wiens vrouw zal ze dan zijn bij de opstanding, wanneer ze opstaan uit de dood? Alle zeven zijn ze immers met haar getrouwd geweest.’ 24 Jezus antwoordde: ‘Dwaalt u niet? U kent blijkbaar de Schriften niet en evenmin de macht van God. 25 Want wanneer de mensen uit de dood opstaan, trouwen ze niet en worden ze niet uitgehuwelijkt, maar zijn ze als engelen in de hemel. 26 Wat betreft de opwekking van de doden, hebt u in het boek van Mozes in het gedeelte over de doornstruik niet gelezen dat God tegen hem zei: “Ik ben de God van Abraham, de God van Isaak en de God van Jacob”? 27 Hij is geen God van doden, maar van levenden; u dwaalt vreselijk!’

28 Een van de schriftgeleerden die naar hen geluisterd had terwijl ze discussieerden, en gemerkt had dat hij hun correct had geantwoord, kwam dichterbij en vroeg: ‘Wat is van alle geboden het belangrijkste gebod?’ 29 Jezus antwoordde: ‘Het voornaamste is: “Luister, Israël! De Heer, onze God, is de enige Heer; 30 heb de Heer, uw God, lief met heel uw hart en met heel uw ziel en met heel uw verstand en met heel uw kracht.” 31 Het op een na belangrijkste is dit: “Heb uw naaste lief als uzelf.” Er zijn geen geboden belangrijker dan deze.’ 32 De Schriftgeleerden zei tegen hem: ‘Inderdaad, meester, wat u zegt is waar: hij alleen is God en er is geen andere god dan hij, 33 en hem liefhebben met heel ons hart en met heel ons inzicht en met heel onze kracht, en onze naaste liefhebben als onszelf betekent veel meer dan alle brandoffers en andere offers.’ 34 Jezus vond dat hij verstandig had geantwoord en zei tegen hem: ‘U bent niet ver van het koninkrijk van God.’ En niemand durfde hem nog een vraag te stellen.

Marcus:18-34

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 14:23 Reageer op dit bericht Stuur door

Hij zag het en geloofde.

Hij zag het en geloofde.

 

EERSTE PAASDAG

 

De Heer is waarlijk opgestaan! Dat opent heel nieuwe perspectieven. Christus' opstanding maakt alles zo anders. Op de nacht van Golgotha volgde de blijde morgen van Zijn verrijzenis, een morgen zonder wolken. De discipelen zochten de Levende nog bij de doden, maar Hij was niet meer in het graf. De dood kon Hem niet vasthouden. Hij was immers de grote Overwinnaar over dood en graf. De discipelen die Hem waren gevolgd tijdens Zijn leven op aarde, moesten dat leren geloven. Zij kenden de Schrift nog niet, dat Hij uit de doden moest opstaan.

1 Vroeg op de eerste dag van de week, toen het nog donker was, kwam Maria uit Magdala bij het graf. Ze zag dat de steen van de opening van het graf was weggehaald. 2 Ze liep snel terug naar Simon Petrus en de andere leerling, van wie Jezus veel hield, en zei: ‘Ze hebben de Heer uit het graf weggehaald en we weten niet waar ze hem nu neergelegd hebben.’ 3 Petrus en de andere leerling gingen op weg naar het graf. 4 Ze liepen beiden snel, maar de andere leerling rende vooruit, sneller dan Petrus, en kwam als eerste bij het graf. 5 Hij boog zich voorover en zag de linnen doeken liggen, maar hij ging niet naar binnen. 6 Even later kwam Simon Petrus en hij ging het graf wel in. Ook hij zag de linnen doeken, 7 en hij zag dat de doek die Jezus’ gezicht bedekt had niet bij de andere doeken lag, maar apart opgerold op een andere plek. 8 Toen ging ook de andere leerling, die het eerst bij het graf gekomen was, het graf in. Hij zag het en geloofde. 9 Want ze hadden uit de Schrift nog niet begrepen dat hij uit de dood moest opstaan. 10 De leerlingen gingen terug naar huis.

11 Maria stond nog bij het graf en huilde. Huilend boog ze zich naar het graf, 12 en daar zag ze twee engelen in witte kleren zitten, een bij het hoofdeind en een bij het voeteneind van de plek waar het lichaam van Jezus had gelegen. 13 ‘Waarom huil je?’ vroegen ze haar. Ze zei: ‘Ze hebben mijn Heer weggehaald en ik weet niet waar ze hem hebben neergelegd.’ 14 Na deze woorden keek ze om en zag ze Jezus staan, maar ze wist niet dat het Jezus was. 15 ‘Waarom huil je?’ vroeg Jezus. ‘Wie zoek je?’ Maria dacht dat het de tuinman was en zei: ‘Als u hem hebt weggehaald, vertel me dan waar u hem hebt neergelegd, dan kan ik hem meenemen.’ 16 Jezus zei tegen haar: ‘Maria!’ Ze draaide zich om en zei: ‘Rabboeni!’ (Dat betekent ‘meester’.) 17 ‘Houd me niet vast,’ zei Jezus. ‘Ik ben nog niet opgestegen naar de Vader. Ga naar mijn broeders en zusters en zeg tegen hen dat ik opstijg naar mijn Vader, die ook jullie Vader is, naar mijn God, die ook jullie God is.’ 18 Maria uit Magdala ging naar de leerlingen en zei tegen hen: ‘Ik heb de Heer gezien!’ En ze vertelde alles wat hij tegen haar gezegd had.

Verschijningen

19 Op de avond van die eerste dag van de week waren de leerlingen bij elkaar; ze hadden de deuren afgesloten, omdat ze bang waren voor de Joden. Jezus kwam in hun midden staan en zei: ‘Ik wens jullie vrede!’ 20 Na deze woorden toonde hij hun zijn handen en zijn zijde. De leerlingen waren blij omdat ze de Heer zagen. 21 Nog eens zei Jezus: ‘Ik wens jullie vrede! Zoals de Vader mij heeft uitgezonden, zo zend ik jullie uit.’ 22 Na deze woorden blies hij over hen heen en zei: ‘Ontvang de heilige Geest. 23 Als jullie iemands zonden vergeven, dan zijn ze vergeven; vergeven jullie ze niet, dan zijn ze niet vergeven.’

24 Een van de twaalf, Tomas (dat betekent ‘tweeling’), was er niet bij toen Jezus kwam. 25 Toen de andere leerlingen hem vertelden: ‘Wij hebben de Heer gezien!’ zei hij: ‘Alleen als ik de wonden van de spijkers in zijn handen zie en met mijn vingers kan voelen, en als ik mijn hand in zijn zij kan leggen, zal ik het geloven.’ 26 Een week later waren de leerlingen weer bij elkaar en Tomas was er nu ook bij. Terwijl de deuren gesloten waren, kwam Jezus in hun midden staan. ‘Ik wens jullie vrede!’ zei hij, 27 en daarna richtte hij zich tot Tomas: ‘Leg je vingers hier en kijk naar mijn handen, en leg je hand in mijn zij. Wees niet langer ongelovig, maar geloof.’ 28 Tomas antwoordde: ‘Mijn Heer, mijn God!’ 29 Jezus zei tegen hem: ‘Omdat je me gezien hebt, geloof je. Gelukkig zijn zij die niet zien en toch geloven.’

30 Jezus heeft nog veel meer wondertekenen voor zijn leerlingen gedaan, die niet in dit boek staan, 31 maar deze zijn opgeschreven opdat u gelooft dat Jezus de Messias is, de Zoon van God, en opdat u door te geloven leeft door zijn naam.

Joh.1-31

 

 

 

Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Geschreven door lucky om 06:43 Reageer op dit bericht Stuur door

Want U bent bij mij.

 

Vandaag is het 'stille zaterdag', zoals we dat wel noemen. Geen officiële feestdag, en we zouden er eerlijk gezegd ook niet zo goed raad mee weten. Op vrijdag is de Heiland gestorven en in het graf gelegd. Op zondag, de eerste dag van de week, is Hij weer uit de dood opgestaan. De dag daartussenin was de sabbat, en díe hele dag bracht Hij door in het graf. De Bijbel zegt ons niets rechtstreeks over die korte periode. Maar als Hij tegen die ene moordenaar, hangend aan het kruis naast Hem, kon zeggen: 'Heden zult u met Mij in het Paradijs zijn' - dan betekent dat toch dat Hij daar óók zou zijn in de tegenwoordigheid van God. 'U bent bij Mij' - dat hield niet op toen Hij stierf. En we mogen zeggen: het houdt ook niet op voor christenen, als zij sterven.

Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Geschreven door lucky om 18:56 Reageer op dit bericht Stuur door

Waarom onderkent u deze tijd niet?

Waarom onderkent u deze tijd niet?

 

Met de komst van Christus is in zekere zin de 'eindtijd' aangebroken. Het oordeel staat voor de deur. Het is alleen Gods lankmoedigheid dat de dag van de genade nog voortduurt. God wil niet dat sommigen verloren gaan, maar dat allen tot bekering komen. Als de dag van het oordeel aanbreekt, is het te laat voor hen die onverzoend met God hun weg gaan. De straf staat vast en niemand kan eraan ontkomen. Niemand? Ja, gelukkig wel diegenen die schuilen achter het bloed van Christus en die weten dat Hij voor hen heeft betaald op het kruis van Golgotha. Zijn dood (dat is de 'doop' van vs. 50) schonk ons het leven.

 Ik ben gekomen om op aarde een vuur te ontsteken, en wat zou ik graag willen dat het al brandde! 50 Ik moet een doop ondergaan, en ik word hevig gekweld zolang die niet volbracht is. 51 Denken jullie dat ik gekomen ben om vrede te brengen op aarde? Geenszins, zeg ik jullie, ik kom verdeeldheid brengen. 52 Vanaf heden zullen vijf in één huis verdeeld zijn: drie tegen twee en twee tegen drie. 53 De vader zal tegenover zijn zoon staan en de zoon tegenover zijn vader, de moeder tegenover haar dochter en de dochter tegenover haar moeder, de schoonmoeder tegenover haar schoondochter en de schoondochter tegenover haar schoonmoeder.’

54 Tegen de menigte zei hij: ‘Wanneer jullie een wolk zien opkomen in het westen, zeggen jullie meteen dat er regen op komst is, en dat is ook zo. 55 En wanneer jullie merken dat de wind uit het zuiden komt, zeggen jullie dat er hitte op komst is, en dat is ook zo. 56 Huichelaars! De aanblik van de aarde en de hemel kunnen jullie duiden, hoe kan het dan dat jullie deze tijd niet kunnen duiden? 57 Waarom bepalen jullie niet uit jezelf wat juist is? 58 Als je met je tegenstander op weg bent naar een hoge autoriteit, doe dan moeite om nog onderweg tot een vergelijk met hem te komen, anders sleept hij je voor de rechter, en de rechter zal je uitleveren aan de gerechtsdienaar, en die zal je in de gevangenis gooien. 59 Ik zeg je, dan kom je niet vrij voor je ook de laatste cent betaald hebt.’

Lucas.12:49-59

Hoe vind je dit bericht? 3 stemmen
Geschreven door lucky om 06:40 Reageer op dit bericht Stuur door

Jezus’Lijden.

 

Een korte beschrijving van Jezus lijden. Wat Hij voor ons heeft gedaan. Vrijwillig. Wetend wat Hem te wachten stond.


Het bloed zweten

 

Het begon na het laatste avondmaal. Jezus ging met zijn discipelen naar de Olijfberg en bad daar de hele nacht. Tijdens het bidden bereidde Hij Zich voor op de gebeurtenissen van de volgende dag. Hij wist wat Hem wachtte en daardoor stond Hij onder grote psychische druk. Hij zweette bloed.

 

Dit is een bekend medisch verschijnsel en heet hematidrosis. Het komt soms voor, wanneer mensen onder zeer grote psychische spanning en extreme stress staan. Door de ernstige stress komen chemische deeltjes vrij, die de haarvaten in de zweetklieren afbreken. Hierdoor vinden daar kleine bloedingen plaats en komt het zweet er samen met het bloed vermengd uit. Er is sprake van een klein bloedverlies.

 

Hematidrosis heeft nog een ander effect op het lichaam. Het maakt de huid heel erg teer en gevoelig. De geseling van Jezus door de Romeinse soldaten was daarom nog eens extra pijnlijk.

 

Laat ons oog daarbij alleen gericht zijn op Jezus, de leidsman en voleinder des geloofs, die, om de vreugde, welke voor Hem lag, het kruis op Zich genomen heeft, de schande niet achtende, en gezeten is ter rechterzijde van de troon Gods. (Hebreeën 2:12)

 

De geseling

 

De Romeinse geselingen stonden bekend om hun ontzettende wreedheid. Normaal bestonden deze uit negenendertig zweepslagen, maar vaak waren dat er meer. Dat hing ook af van de stemming van de soldaat die geselde.

De zweep die door de soldaat gebruikt werd bestond meestal uit gevlochten leren riemen, waarin ijzeren balletjes gevlochten waren. Wanneer de zweep de huid raakte, veroorzaakten de balletjes diepe blauwe plekken of kneuzingen.

De daaropvolgende slagen deden die blauwe plekken openbarsten. Aan de zweep zaten ook nog scherpe botsplinters, die diep in het vlees sneden. De rug werd zo aan flarden geslagen, dat de ruggengraat soms zelfs zichtbaar werd door de vreselijk diepe sneden. De geseling kon het hele gebied bestrijken van de schouders, over de rug, naar de billen en de achterkant van de bovenbenen.

 

Terwijl het geselen doorging verscheurden de slagen de onderliggende skeletspieren en lieten flarden bloedend vlees achter. De aderen werden blootgelegd, en zelfs spieren, pezen en ingewanden werden zichtbaar. Velen stierven door zo'n afranseling. Het slachtoffer leed in ieder geval ontzettend veel pijn en raakte in een hypovolemische shock. Dat betekent dat iemand aan de gevolgen van ernstig bloedverlies lijdt. Dit veroorzaakt vier dingen:

Ten eerste slaat het hart op hol om het bloed rond te pompen dat er niet is.

Ten tweede daalt de bloeddruk, wat flauwvallen of ineenstorten veroorzaakt.

Ten derde stoppen de nieren met de productie van urine om de overgebleven hoeveelheid bloed op peil te houden.

Ten vierde krijg je hevige dorst omdat het lichaam kermt om vocht vanwege al het verloren bloed.

 

Jezus was in zo'n hypovolemische shock toen Hij wankelde op weg naar Golgota en uiteindelijk in elkaar zakte en aan het kruis zei Hij: Ik heb dorst. Door de vreselijke gevolgen van de geseling is het zeker dat Jezus al in een zeer ernstige toestand verkeerde, voordat Hij gekruisigd werd.

 

Maar om onze overtredingen werd hij doorboord, om onze ongerechtigheden verbrijzeld; de straf die ons de vrede aanbrengt, was op hem, en door zijn striemen is ons genezing geworden.(Jesaja 53:5 )

 

De kruisiging

 

Jezus werd neergelegd. Zijn armen werden gespreid en aan het dwarshout vastgespijkerd. Het dwarshout was in dat stadium nog gescheiden van de staande balk, die permanent in de grond stond.

 

De Romeinen gebruikten nagels van dertien tot zeventien centimeter lang, met een scherpe punt. Ze werden door de polsen heen gedreven, een aantal centimeter onder de handpalm, zodat de hand goed bleef vastzitten. Wanneer de spijkers door de handpalmen zouden geslagen worden, zou de huid door het gewicht gaan scheuren en zou Jezus van het kruis zijn afgevallen.

De spijker ging door dat deel van de pols waar de mediane zenuwbaan loopt. Dat is de grootste zenuw die naar de hand loopt. Deze werd verbrijzeld door de spijker die er in geslagen werd.

 

De pijn die dit veroorzaakte is verschrikkelijk. Wanneer wij onze elleboog stoten en ons 'telefoonbotje' wordt geraakt is dat heel pijnlijk. Dat is een andere zenuw, de ultra-zenuw. Stel je voor dat je een tang neemt en die zenuw kapotknijpt. Dat effect is vergelijkbaar met wat Jezus voelde. De pijn was absoluut ondraaglijk.
Er was eigenlijk geen woord in de taal om die pijn te beschrijven. Er is in die tijd een woord voor bedacht om de folterende pijn van de kruisiging te omschrijven. In het Engels kennen we het nog: excruciating.

 

Jezus werd na dit vastnagelen opgehesen en daarna kwam het dwarshout op zijn plaats aan de verticale paal. Daarna werden spijkers door de voeten van Jezus geslagen. Ook hier zijn de zenuwen in zijn voeten kapotgedrukt, wat een soortgelijke pijn heeft veroorzaakt.

Door het hangen aan het kruis zijn de armen van Jezus onmiddelijl uitgerekt en waarschijnlijk zo'n vijftien centimeter langer geworden. Tevens zijn beide schouders uit de kom geschoten.

 

Want God heeft zoveel liefde voor de wereld, dat Hij Zijn enige Zoon heeft gegeven; zodat ieder die in Hem gelooft, niet verloren gaat maar eeuwig leven heeft. (Johannes 3:16 )

 

Zijn dood

 

Wanneer iemand in zo'n verticale positie hangt is de kruisiging in wezen een folterend trage dood door verstikking. De belasting van de spieren en het middenrif brengen de borst in de ademstand. Daardoor moest Jezus, om te kunnen ademen, zich met zijn voeten omhoog drukken. De spanning op de spieren van het bovenlichaam wordt daardoor een ogenblik minder. Maar door het opdrukken scheurt de spijker door de voet, om uiteindelijk vast te blijven zitten tegen de voetwortelbeentjes.

 

Nadat Jezus erin geslaagd was om uit te ademen, kon Hij zich weer ontspannen en een keer inademen. Opnieuw moest Hij zich opdrukken om uit te ademen, terwijl zijn bebloede rug langs het ruwe hout van het kruis schraapte. Dit ging door, meer dan drie uur lang, tot Hij volkomen uitgeput raakte en zich niet meer kon opdrukken om adem te halen.

 

Toen zijn ademhaling vertraagde, raakte Hij in een toestand die respiratoire zuurvergiftiging wordt genoemd. Het kooldioxide in het bloed wordt opgelost in koolzuur, waardoor de zuurgraad van het bloed stijgt. Dit leidt uiteindelijk tot een onregelmatige hartslag. Toen het hart van Jezus onregelmatig ging kloppen, wist Hij dat Hij op het punt stond om te sterven. Hij kon nog uitbrengen: 'Vader, in uw handen beveel Ik mijn geest'. Vervolgens stierf Hij aan een hartstilstand.

 

Dit heeft Hij gedaan, dit is Zijn liefde. Hij stierf voor ons, zodat wij zouden leven.

 

En voor allen is Hij gestorven, opdat zij, die leven, niet meer voor zichzelf zouden leven, maar voor Hem, die voor hen gestorven is en opgewekt. (2 Corinthe 5:15)

 

en stelt uw leden niet langer als wapenen der ongerechtigheid ten dienste van de zonde, maar stelt u ten dienste van God, als mensen, die dood zijn geweest, maar thans leven, en stelt uw leden als wapenen der gerechtigheid ten dienste van God. (Romeinen 6:13)

 

Leef dan voor Hem!

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door lucky om 07:05 Reageer op dit bericht Stuur door

Moet ik uw Koning kruisigen?

 

GOEDE VRIJDAG

 

Het is eigenlijk merkwaardig dat wij over Goede Vrijdag spreken, hoewel deze dag toch speciaal in het teken staat van het lijden en sterven van Christus. Inderdaad, het evangelie van het kruis van Christus is Goed Nieuws voor ieder die gelooft. Maar realiseren wij ons wel wat Christus moest doormaken om deze Blijde Boodschap, die gebaseerd is op Zijn verzoenend sterven, mogelijk te maken? Hoewel Hij de beloofde Koning der Joden was, werd Hij als een misdadiger gespijkerd aan het kruishout. Dat had Jesaja trouwens al geprofeteerd: Hij is onder de misdadigers gerekend.

1 Toen liet Pilatus Jezus geselen. 2 De soldaten vlochten een kroon van doorntakken, zetten die op zijn hoofd en deden hem een purperen mantel aan. 3 Ze liepen naar hem toe en zeiden: ‘Leve de koning van de Joden!’, en ze sloegen hem in het gezicht. 4 Pilatus liep weer naar buiten en zei: ‘Ik zal hem hier buiten aan u tonen om u duidelijk te maken dat ik geen enkel bewijs van zijn schuld heb gevonden.’ 5 Daarop kwam Jezus naar buiten, met de doornenkroon op en de purperen mantel aan. ‘Hier is hij, de mens,’ zei Pilatus. 6 Maar toen de hogepriesters en de gerechtsdienaars hem zagen begonnen ze te schreeuwen: ‘Kruisig hem, kruisig hem!’ Toen zei Pilatus: ‘Neem hem dan maar mee en kruisig hem zelf, want ik zie niet waaraan hij schuldig is.’ 7 De Joden zeiden: ‘Wij hebben een wet die zegt dat hij moet sterven, omdat hij zich de Zoon van God heeft genoemd.’ 8 Toen Pilatus dat hoorde werd hij erg bang. 9 Hij ging het pretorium weer in en vroeg aan Jezus: ‘Waar komt u vandaan?’ Maar Jezus gaf geen antwoord. 10 ‘Waarom zegt u niets tegen mij?’ vroeg Pilatus. ‘Weet u dan niet dat ik de macht heb om u vrij te laten of u te kruisigen?’ 11 Jezus antwoordde: ‘De enige macht die u over mij hebt, is u van boven gegeven. Daarom draagt degene die mij aan u uitgeleverd heeft de meeste schuld.’ 12 Vanaf dat moment wilde Pilatus hem vrijlaten. Maar de Joden riepen: ‘Als u die man vrijlaat bent u geen vriend van de keizer, want iedereen die zichzelf tot koning uitroept pleegt verzet tegen de keizer.’ 13 Pilatus hoorde dat, liet Jezus naar buiten brengen en nam plaats op de rechterstoel op het zogeheten Mozaïekterras, in het Hebreeuws Gabbata. 14 Het was rond het middaguur op de voorbereidingsdag van Pesach. Pilatus zei tegen de Joden: ‘Hier is hij, uw koning.’ 15 Meteen schreeuwden ze: ‘Weg met hem, weg met hem, aan het kruis met hem!’ Pilatus vroeg: ‘Moet ik uw koning kruisigen?’ Maar de hogepriesters antwoordden: ‘Wij hebben geen andere koning dan de keizer!’ 16 Toen droeg Pilatus hem aan hen over om hem te laten kruisigen.

Jezus gekruisigd en begraven

Zij voerden Jezus weg; 17 hij droeg zelf het kruis naar de zogeheten Schedelplaats, in het Hebreeuws Golgota. 18 Daar kruisigden ze hem, met twee anderen, aan weerskanten één, en Jezus in het midden. 19 Pilatus had een inscriptie laten maken die op het kruis bevestigd werd. Er stond op ‘Jezus uit Nazareth, koning van de Joden’. 20 Het stond er in het Hebreeuws, het Latijn en het Grieks, en omdat de plek waar Jezus gekruisigd werd dicht bij de stad lag, werd deze inscriptie door veel Joden gelezen. 21 De hogepriesters van de Joden zeiden tegen Pilatus: ‘U moet niet “koning van de Joden” schrijven, maar “Deze man heeft beweerd: Ik ben de koning van de Joden”.’ 22 ‘Wat ik geschreven heb, dat heb ik geschreven,’ was het antwoord van Pilatus.

23 Nadat ze Jezus gekruisigd hadden, verdeelden de soldaten zijn kleren in vieren, voor iedere soldaat een deel. Maar zijn onderkleed was in één stuk geweven, van boven tot beneden. 24 Ze zeiden tegen elkaar: ‘Laten we het niet scheuren, maar laten we loten wie het hebben mag.’ Zo ging in vervulling wat de Schrift zegt: ‘Ze verdeelden mijn kleren onder elkaar en wierpen het lot om mijn gewaad.’ Dat is wat de soldaten deden.

25 Bij het kruis van Jezus stonden zijn moeder met haar zuster, Maria, de vrouw van Klopas, en Maria uit Magdala. 26 Toen Jezus zijn moeder zag staan, en bij haar de leerling van wie hij veel hield, zei hij tegen zijn moeder: ‘Dat is uw zoon,’ 27 en daarna tegen de leerling: ‘Dat is je moeder.’ Vanaf dat moment nam die leerling haar bij zich in huis.

28 Toen wist Jezus dat alles was volbracht, en om de Schrift geheel in vervulling te laten gaan zei hij: ‘Ik heb dorst.’ 29 Er stond daar een vat zure wijn; ze staken er een majoraantak met een spons in en brachten die naar zijn mond. 30 Nadat Jezus ervan gedronken had zei hij: ‘Het is volbracht.’ Hij boog zijn hoofd en gaf de geest.

31 Het was voorbereidingsdag, en de Joden wilden voorkomen dat de lichamen op sabbat, en nog wel een bijzondere sabbat, aan het kruis zouden blijven hangen. Daarom vroegen ze Pilatus of de benen van de gekruisigden gebroken mochten worden en of ze de lichamen mochten meenemen. 32 Toen braken de soldaten de benen van de eerste die tegelijk met Jezus gekruisigd was, en ook die van de ander. 33 Vervolgens kwamen ze bij Jezus, maar ze zagen dat hij al gestorven was. Daarom braken ze zijn benen niet. 34 Maar een van de soldaten stak een lans in zijn zij en meteen vloeide er bloed en water uit. 35 Hiervan getuigt iemand die het zelf heeft gezien, en zijn getuigenis is betrouwbaar. Hij weet dat hij de waarheid spreekt en wil dat ook u gelooft. 36 Zo ging de Schrift in vervulling: ‘Geen van zijn beenderen zal verbrijzeld worden.’ 37 Een andere schrifttekst zegt: ‘Zij zullen hun blik richten op hem die ze hebben doorstoken.’

38 Na deze gebeurtenissen vroeg Josef uit Arimatea – die uit vrees voor de Joden in het geheim een leerling van Jezus was – aan Pilatus of hij het lichaam van Jezus mocht meenemen. Pilatus gaf toestemming en Josef nam het lichaam mee. 39 Nikodemus, die destijds ’s nachts naar Jezus toe gegaan was, kwam ook; hij had een mengsel van mirre en aloë bij zich, wel honderd litra. 40 Ze wikkelden Jezus’ lichaam met de balsem in linnen, zoals gebruikelijk is bij een Joodse begrafenis. 41 Dicht bij de plaats waar Jezus gekruisigd was lag een olijfgaard, en daar was een nieuw graf, waarin nog nooit iemand begraven was. 42 Omdat het voor de Joden voorbereidingsdag was en dat graf dichtbij was, legden ze Jezus daarin.

Joh:1-42

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door lucky om 06:24 Reageer op dit bericht Stuur door

Jezus werd ontroerd in de geest.

Jezus werd ontroerd in de geest.

 

Als het ons lukt om ons een beetje in te denken hoe de Heer Jezus Zich voelt, dan begrijpen we zijn ontroering. Hij houdt van zijn vrienden. Straks gaat Hij zijn leven geven voor hen. En ondertussen lijken ze nog steeds de meest eenvoudige lessen van discipelschap niet te begrijpen. Het allerergste is misschien nog wel dat één van hen Hem zal overleveren. Maar ook al is Hij ontroerd, toch heeft Hij de omstandigheden in de hand. Hij geeft Judas de opdracht: wat je doet, doe dat snel. Judas gaat 'terstond' naar buiten, staat er. En het was nacht.

21 Nadat hij dit gezegd had werd Jezus diepbedroefd, en hij verklaarde: ‘Waarachtig, ik verzeker jullie: een van jullie zal mij verraden.’ 22 De leerlingen keken elkaar aan en vroegen zich af wie hij bedoelde. 23 Een van hen, de leerling van wie Jezus veel hield, lag naast hem aan tafel aan, 24 en Simon Petrus beduidde hem dat hij moest vragen wie Jezus bedoelde. 25 Hij boog zich dicht naar Jezus toe en vroeg: ‘Wie, Heer?’ 26 ‘Degene aan wie ik het stuk brood geef dat ik nu in de schaal doop,’ zei Jezus. Hij doopte een stuk brood in de schaal en gaf het aan Judas, de zoon van Simon Iskariot. 27 Op dat moment nam de duivel bezit van Judas. Jezus zei: ‘Doe maar meteen wat je van plan bent.’ 28 Niemand aan tafel begreep waarom hij dit zei; 29 omdat Judas de kas beheerde, dachten sommigen dat Jezus bedoelde dat hij inkopen voor het feest moest doen, of dat hij iets aan de armen moest geven. 30 Judas nam het brood aan en ging meteen weg. Het was nacht.

Joh:13.21-30

Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Geschreven door lucky om 06:14 Reageer op dit bericht Stuur door

Hij wist dat de Vader Hem alles in de handen had gegeven.

Hij wist dat de Vader Hem alles in de handen had gegeven.

 

Wat een enorme contrasten! Jezus wist dat zijn uur was gekomen, Jezus wist dat Judas Hem zou overleveren, en Hij wist dat de Vader Hem alles in handen had gegeven. Juist nu legt Hij ogenschijnlijk alles af. Wat Hij doen zal, is allesbepalend voor de voortgang van de wereldgeschiedenis, maar hier toont Hij Zich voor zijn discipelen als een knecht. Maar toch ook weer veel meer dan dat. Want tegen Petrus zegt Hij: 'Als Ik je niet was, heb je geen deel met Mij.' Wat de les van de voetwassing ook moge zijn, duidelijk is dat Jezus Zich vernedert, terwijl Hij alles in handen heeft.

1 Het was kort voor het pesachfeest. Jezus wist dat zijn tijd gekomen was en dat hij uit de wereld terug zou keren naar de Vader. Hij had de mensen die hem in de wereld toebehoorden lief, en zijn liefde voor hen zou tot het uiterste gaan. 2 Jezus en zijn leerlingen hielden een maaltijd. De duivel had intussen Judas, de zoon van Simon Iskariot, ertoe aangezet Jezus te verraden. 3 Jezus, die wist dat de Vader hem alle macht had gegeven, dat hij van God was gekomen en weer naar God terug zou gaan, 4 stond tijdens de maaltijd op. Hij legde zijn bovenkleed af, sloeg een linnen doek om 5 en goot water in een waskom. Hij begon de voeten van zijn leerlingen te wassen en droogde ze af met de doek die hij omgeslagen had. 6 Toen hij bij Simon Petrus kwam, zei deze: ‘U wilt toch niet mijn voeten wassen, Heer?’ 7 Jezus antwoordde: ‘Wat ik doe, begrijp je nu nog niet, maar later zul je het wel begrijpen.’ 8 ‘O nee,’ zei Petrus, ‘míjn voeten zult u niet wassen, nooit!’ Maar toen Jezus zei: ‘Als ik ze niet mag wassen, kun je niet bij mij horen,’ 9 antwoordde hij: ‘Heer, dan niet alleen mijn voeten, maar ook mijn handen en mijn hoofd!’ 10 Hierop zei Jezus: ‘Wie gebaad heeft hoeft alleen nog zijn voeten te wassen, hij is al helemaal rein. Jullie zijn dus rein – maar niet allemaal.’ 11 Hij wist namelijk wie hem zou verraden, daarom zei hij dat ze niet allemaal rein waren.

Joh:1-11

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door lucky om 07:04 Reageer op dit bericht Stuur door

Laat haar begaan; zij heeft dit bewaard voor de dag van mijn begrafenis.

Laat haar begaan; zij heeft dit bewaard voor de dag van mijn begrafenis.

 

In het huis van Marta, Maria en Lazarus was het vóór het Pascha al feest. Behalve de opgestane Lazarus was er nog een eregast: de Heer Jezus. Maria had eerder aan zijn voeten gezeten om naar Hem te luisteren. Ze had zich pas nog aan zijn voeten geworpen in haar verdriet - en Hij had haar broer teruggeroepen uit de dood. Nu staat ze aan zijn voeten om Hem te eren met kostbare mirre. De hebberige Judas schatte het op driehonderd daglonen. Zoveel geven om Hem - zij was een aanklacht voor zijn geweten. En ze had uitgerekend mirre meegenomen - heeft zij als een van de weinigen al iets begrepen en geloofd van zijn komende lijden en sterven? Jezus herkent en waardeert het in ieder geval - zoals Hij altijd ziet wat we Hem willen zeggen of geven.

Zes dagen voor Pesach ging Jezus naar Betanië, naar Lazarus die hij uit de dood had opgewekt. 2 Daar hield men ter ere van hem een maaltijd; Marta bediende, en Lazarus was een van de mensen die met hem aanlagen. 3 Maria nam een kruikje kostbare, zuivere nardusolie, zalfde de voeten van Jezus en droogde ze af met haar haar. De geur van de olie trok door het hele huis. 4 Judas Iskariot, een van de leerlingen, degene die hem zou uitleveren, vroeg: 5 ‘Waarom is die olie niet voor driehonderd denarie verkocht om het geld aan de armen te geven?’ 6 Dat zei hij niet omdat hij zich om de armen bekommerde – hij was een dief: hij beheerde de kas en stal eruit. 7 Maar Jezus zei: ‘Laat haar, ze doet dit voor de dag van mijn begrafenis; 8 de armen zijn immers altijd bij jullie, maar ik niet.’

9 Intussen hadden de Joden gehoord dat Jezus daar was en ze gingen in groten getale naar hem toe, niet alleen om hemzelf, maar ook om Lazarus te zien die hij uit de dood had opgewekt. 10 De hogepriesters beraamden intussen een plan om ook Lazarus te doden, 11 omdat hij er de oorzaak van was dat veel Joden bij Jezus kwamen en in hem gingen geloven.

Joh:1-11

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door lucky om 06:36 Reageer op dit bericht Stuur door

Wat doen wij? want deze mens doet vele tekenen.

Wat doen wij? want deze mens doet vele tekenen.

 

Veel mensen geloofden in Jezus. Ze waren onder de indruk van Hij zei en deed. Niemand bleef er koud onder. Er waren maar twee mogelijkheden: of je hield van Hem, of je moest helemaal niets van Hem hebben. Voor de 'gelovigen' was Hij een enorme troost, steun en toeverlaat. Voor de 'ongelovigen' was Hij soms zelfs een bedreiging. In het bijzonder voor de geestelijke leiders. Zij belegden een vergadering om te overleggen wat zij zouden moeten doen om Hem de mond te snoeren. Wij weten wat ze uiteindelijk hebben gedaan. Ze hebben Hem gedood. In ons belang, zodat wij zouden leven.

45 Veel Joden die naar Maria toe gekomen waren en gezien hadden wat Jezus deed, kwamen tot geloof in hem. 46 Maar enkelen gingen naar de farizeeën om hun te vertellen wat Jezus gedaan had. 47 Daarop riepen de hogepriesters en de farizeeën het Sanhedrin bijeen: ‘Wat moeten we doen? Deze man doet veel wondertekenen, 48 en als we hem zijn gang laten gaan, zal iedereen in hem gaan geloven. Straks grijpen de Romeinen in; dan zullen ze onze tempel en ons volk vernietigen.’ 49 Een van hen, Kajafas, die dat jaar hogepriester was, zei tegen de anderen: ‘Jullie begrijpen het niet! 50 Besef toch dat het in jullie eigen belang is dat één man sterft voor het hele volk, zodat niet het hele volk verloren gaat.’ 51 Dat zei hij niet uit zichzelf: als hogepriester in dat jaar sprak hij de profetie dat Jezus zou sterven voor het volk, 52 en niet alleen voor het volk, maar ook om de verstrooide kinderen van God bijeen te brengen. 53 Vanaf die dag overlegden ze hoe ze hem zouden doden.

54 Jezus trad onder de Joden niet meer in het openbaar op, maar vertrok naar de omgeving van de woestijn, naar de stad Efraïm. Daar bleef hij met zijn leerlingen.

 

55 Het was kort voor Pesach, het Joodse paasfeest, en veel mensen uit de omgeving gingen al vóór het feest naar Jeruzalem om zich te reinigen. 56 Daar keken ze uit naar Jezus; ze stonden in de tempel en zeiden tegen elkaar: ‘Wat denk je? Zou hij niet meer naar het feest komen?’ 57 De hogepriesters en de farizeeën hadden opdracht gegeven hem aan te geven als men wist waar hij was, zodat ze hem konden arresteren.

Joh:45-57

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door lucky om 07:09 Reageer op dit bericht Stuur door

Nog één had hij, een geliefde zoon; hij zond hem.

Nog één had hij, een geliefde zoon; hij zond hem.

 

Een gelijkenis is een spiegel. De ongelovige Joodse leiders, die Hem dat verhaal hoorden vertellen, zagen steeds duidelijker hun eigen spiegelbeeld zichtbaar worden. Tot ze zelfs precies dat probeerden waarvan de gelijkenis zei dat ze het zouden doen: Jezus grijpen en doden, maar dat durfden ze nog niet. Maar er zit ook een prachtige belofte in deze gelijkenis: aan 'anderen' zal de wijngaard worden gegeven. Voor u en mij, voor ons zijn de rijkdommen van God in Christus, als we in de Zoon van God geloven. Wonderlijk is het in onze ogen.

1 Hij begon tegen hen te spreken in gelijkenissen: ‘Een man legde een wijngaard aan en omheinde die. Hij groef een kuil voor de wijnpers en bouwde een uitkijktoren. Hij verpachtte de wijngaard aan wijnbouwers en ging op reis. 2 Na verloop van tijd stuurde hij een knecht naar de wijnbouwers om zijn deel van de opbrengst van hen te ontvangen; 3 maar ze grepen hem vast, mishandelden hem en stuurden hem met lege handen terug. 4 Daarna stuurde hij een andere knecht naar hen toe, die ze in het gezicht sloegen en vernederden. 5 Hij stuurde nog een derde, die ze doodden, en nog vele anderen; sommigen werden door de wijnbouwers mishandeld en anderen werden door hen gedood. 6 Ten slotte was alleen nog zijn geliefde zoon over; die stuurde hij als laatste naar hen toe, met de gedachte: Voor mijn zoon zullen ze wel ontzag hebben. 7 Maar de wijnbouwers zeiden tegen elkaar: “Dat is de erfgenaam. Kom op, laten we hem doden, dan is de erfenis van ons.” 8 Ze grepen hem vast en doodden hem en gooiden zijn lichaam buiten de wijngaard. 9 Wat zal de eigenaar van de wijngaard daarna doen? Hij zal zelf komen om de wijnbouwers om te brengen en hij zal de wijngaard aan anderen geven. 10 Hebt u deze schrifttekst dan niet gelezen:

“De steen die de bouwers afkeurden

is de hoeksteen geworden.

11 Dankzij de Heer is dit gebeurd,

wonderbaarlijk is het om te zien.”’

12 Daarop wilden ze hem gevangennemen, want ze wisten dat hij hen op het oog had bij het vertellen van deze gelijkenis, maar ze waren bang voor de reactie van de menigte. Dus lieten ze hem staan en gingen weg.

 

Mar:1-12

Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Geschreven door lucky om 06:57 Reageer op dit bericht Stuur door

U is de verborgenheid van het koninkrijk van God gegeven.

U is de verborgenheid van het koninkrijk van God gegeven.

 

Jezus vertelde de gelijkenis niet omdat ze zo'n mooie illustratie bij zijn prediking vormde, maar om ervoor te zorgen dat alleen diegenen erdoor geraakt werden die daartoe door God waren bestemd. Gelukkig is een nieuw tijdperk aangebroken, waarin het evangelie voor de hele wereld is. Bij de uitleg van de gelijkenis hebben we mogelijk allerlei categorieën ongelovigen in gedachten. De genoemde oorzaken van onvruchtbaarheid kunnen echter in ieders leven voorkomen. Vooral de typering 'mensen van het ogenblik' doet sterk denken aan onze manier van tijdsbesteding: alles moet zo snel mogelijk, en voor diepgang is eigenlijk geen tijd meer. Goede aarde betekent diepe, zuivere aarde. Alleen daarin kan God vrucht bewerken

10 Toen hij weer alleen was met zijn volgelingen en met de twaalf, stelden ze hem vragen over de gelijkenissen. 11 Hij zei tegen hen: ‘Aan jullie is het geheim van het koninkrijk van God onthuld; maar zij die buiten blijven staan, krijgen alles te horen in gelijkenissen, 12 “opdat ze scherp zien, maar geen inzicht hebben, opdat ze goed horen, maar niets begrijpen, anders zouden ze zich bekeren en vergeving krijgen.”’

13 Hij zei tegen hen: ‘Begrijpen jullie deze gelijkenis niet? Hoe zullen jullie alle andere gelijkenissen dan begrijpen? 14 De zaaier zaait het woord. 15 Sommigen zijn als het zaad dat op de weg valt: het woord wordt wel gezaaid, maar wanneer ze het gehoord hebben, komt meteen Satan om het woord weg te graaien dat in hen gezaaid is. 16 Anderen zijn als het zaad dat op rotsgrond is gezaaid: wanneer zij het woord hebben gehoord, nemen ze het meteen met vreugde in zich op, 17 maar in hen schiet het geen wortel, ze zijn te oppervlakkig, en als ze vanwege het woord worden beproefd of vervolgd, houden ze geen ogenblik stand. 18 Weer anderen zijn als het zaad dat tussen de distels is gezaaid: ze hebben het woord wel gehoord, 19 maar de zorgen om het dagelijks bestaan en de verleiding van de rijkdom en hun verlangens naar allerlei andere dingen komen ertussen en verstikken het woord, zodat het zonder vrucht blijft. 20 Maar er zijn ook mensen die zijn als het zaad dat op goede grond is gezaaid: zij horen het woord en aanvaarden het en dragen vrucht, sommigen dertigvoudig, anderen zestigvoudig en weer anderen honderdvoudig.’

Mar:10-20

 

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door lucky om 09:25 Reageer op dit bericht Stuur door

Overvloeien in kennis en alle inzicht, om te beproeven wat het

Overvloeien in kennis en alle inzicht, om te beproeven wat het

 

We mogen steeds weer proberen te ontdekken waar het op aankomt, wat het beste is. Niet wat ik het beste vind, maar wat de Heer het beste vindt. De beste keuze die een ongelovige kan maken, is te kiezen voor de Heer Jezus en Hem aan te nemen als zijn Heer en Heiland. Een christen wil graag weten wat de Heer van onze keuzes vindt. Elke dag moeten wij nieuwe keuzes maken. Laten wij ons steeds afvragen: 'Heer wat moet ik doen?' 'Wat is naar uw wil?' 'Wat zegt de Bijbel ervan?' Waarom doen we dat? Omdat we op de dag dat Christus terugkomt Hem recht in de ogen willen kijken.

1 Van Paulus en Timoteüs, dienaren van Christus Jezus. Aan alle heiligen in Filippi die één zijn in Christus Jezus, en aan hun opzieners en dienaren. 2 Genade zij u en vrede van God, onze Vader, en van de Heer Jezus Christus.

 

3 Ik dank mijn God altijd wanneer ik aan u denk, 4 telkens wanneer ik voor u allen bid. Dat doe ik vol vreugde, 5 omdat u vanaf de eerste dag tot nu toe hebt bijgedragen aan de verspreiding van het evangelie. 6 Ik ben ervan overtuigd dat hij die dit goede werk bij u begonnen is, het ook zal voltooien op de dag van Christus Jezus.

7 Het spreekt vanzelf dat ik zo over u denk, want u allen ligt me na aan het hart. U hebt immers allen deel aan de genade die mij geschonken is, of ik nu gevangenzit of de waarheid van het evangelie verdedig. 8 God kan getuigen dat ik naar u allen verlang met de genegenheid van Christus Jezus. 9 En ik bid dat uw liefde blijft groeien door inzicht en fijnzinnigheid, 10 zodat u kunt onderscheiden waar het op aankomt. Dan zult u op de dag van Christus zuiver en onberispelijk zijn, 11 vol van de vruchten van de gerechtigheid, die u dankt aan Jezus Christus, tot lof en eer van God.

Fil:1-11

 

Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Geschreven door lucky om 07:05 Reageer op dit bericht Stuur door

Doet alles tot heerlijkheid van God.

Doet alles tot heerlijkheid van God.

 

 

Alles tot eer van God doen, is een hoge norm. Wij doen meestal de dingen die we prettig vinden of waarbij we zelf belang hebben. Christenen moeten zich telkens weer afvragen: is wat ik doe tot eer van God? In het te lezen stukje speelt niet alleen je eigen geweten een rol. Je moet je bij wat je doet ook afvragen of dat in het belang van anderen is. Die anderen zijn niet alleen onze geloofsgenoten, maar ook de ongelovigen. Paulus noemt nog een argument: opdat zij behouden worden. Hij stelt zichzelf tot voorbeeld. Niet omdat hij het zelf goed doet, maar omdat hij Christus navolgt. Ook wij mogen navolgers van Christus zijn.

1 Broeders en zusters, ik wil graag dat u weet dat onze voorouders allemaal door de wolk werden beschermd en allemaal door de zee trokken, 2 dat ze zich allemaal in de naam van Mozes lieten dopen in de wolk en in de zee. 3 En ze aten allemaal hetzelfde geestelijke voedsel 4 en dronken allemaal dezelfde geestelijke drank. Ze dronken uit de geestelijke rots die hen volgde – en die rots was Christus. 5 Toch wees God de meesten van hen af, want hij liet hen bezwijken in de woestijn.

6 Dit alles strekt ons tot voorbeeld: wij moeten niet uit zijn op het kwade, zoals zij. 7 Dien geen afgoden, zoals een deel van hen, over wie geschreven staat: ‘Het volk ging zitten om te eten en te drinken en het stond op om te dansen.’ 8 Laten we geen ontucht plegen, zoals een aantal van hen, want daardoor stierven er op één dag drieëntwintigduizend. 9 En laten we Christus niet tarten, zoals anderen deden, want daardoor werden ze door slangen doodgebeten. 10 En kom niet in opstand, zoals weer anderen deden, want daardoor werden ze door de doodsengel vernietigd. 11 Wat hun overkomen is, moet ons tot voorbeeld strekken; het is geschreven om ons, voor wie de tijd ten einde loopt, te waarschuwen. 12 Laat daarom iedereen die denkt dat hij stevig overeind staat oppassen dat hij niet valt. 13 U hebt geen beproevingen te doorstaan die niet voor mensen te dragen zijn. God is trouw en zal niet toestaan dat u boven uw krachten wordt beproefd: hij geeft u mét de beproeving ook de uitweg, zodat u haar kunt doorstaan.

14 Om deze reden moet u, geliefde broeders en zusters, u verre houden van afgodendienst. 15 Ik spreek tot verstandige mensen, dus u kunt wat ik nu zeg naar waarde schatten. 16 Maakt de beker waarvoor wij God loven en danken ons niet één met het bloed van Christus? Maakt het brood dat wij breken ons niet één met het lichaam van Christus? 17 Omdat het één brood is zijn wij, hoewel met velen, één lichaam, want wij hebben allen deel aan dat ene brood. 18 Kijkt u eens naar het volk van Israël. Hebben tempeldienaars die van de offers eten niet eveneens deel aan hetgeen geofferd wordt? 19 Wat wil ik met dit alles zeggen? Dat offervlees een bijzondere betekenis heeft? Of dat afgoden echt bestaan? 20 Dat niet, maar wel dat heidenen aan demonen offeren en niet aan God, en ik wil niet dat u één wordt met demonen. 21 U kunt niet drinken uit de beker van de Heer en ook uit die van demonen, u kunt niet deelnemen aan de maaltijd van de Heer en ook aan die van demonen. 22 Of willen we de Heer tergen? Zijn we soms sterker dan hij?

Het juiste gebruik van de vrijheid

23 U zegt: ‘Alles is toegestaan.’ Zeker, maar niet alles is goed. Alles is toegestaan, maar niet alles is opbouwend. 24 Wees niet op uzelf gericht, maar op de ander. 25 U mag alles eten wat er in de vleeshal wordt verkocht; u hoeft niet omwille van uw geweten na te gaan waar het vandaan komt. 26 Immers: ‘Van de Heer is de aarde en haar rijkdom.’ 27 Wanneer een ongelovige u uitnodigt om bij hem te komen eten en u neemt zijn uitnodiging aan, kunt u rustig alles eten wat u aangeboden wordt. Het is niet nodig dat u omwille van uw geweten vraagt waar het vandaan komt. 28 Maar wanneer iemand u erop wijst dat u vlees van offerdieren eet, laat het dan omwille van hem staan. Houd rekening met het geweten. 29 Ik bedoel nu niet uw eigen geweten, maar dat van die ander. Mijn vrijheid wordt door zijn geweten toch niet aangetast? 30 Er is toch niemand die kwaad van mij kan spreken om wat ik eet, als ik God maar voor mijn eten dank? 31 Dus of u nu eet of drinkt of iets anders doet, doe alles ter ere van God. 32 Geef geen aanstoot aan de Joden, aan andere volken of aan Gods gemeente. 33 Ikzelf doe dat ook niet. Ik wil iedereen ter wille zijn, in welk opzicht dan ook; ik zoek niet mijn eigen voordeel, maar dat van alle anderen, opdat ze worden gered.

1kor:10-33

Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Geschreven door lucky om 07:22 Reageer op dit bericht Stuur door

Hij die het goede zaad zaait, is de Zoon des mensen.

Hij die het goede zaad zaait, is de Zoon des mensen.

 

In de wereld leven kinderen van God en mensen die in de macht van de duisternis zijn. Soms is het moeilijk om 'echt' en 'imitatie' van elkaar te onderscheiden. Maar uiteindelijk zal de Heer Jezus het onkruid scheiden van het goede gewas. Tot dat moment groeien gelovigen en ongelovigen naast elkaar op. Wij kunnen vaak moeilijk herkennen of iemand echt bij God hoort. Maar als het goed is, zal het goede zaad uiteindelijk herkenbaar worden en vrucht dragen. Eén ding is zeker: De Heer kent de zijnen. En na de terugkomst van Christus zal er duidelijkheid komen. Dan zullen de rechtvaardigen stralen als de zon in het koninkrijk van hun Vader.

36 Daarop stuurde hij de mensen weg en ging naar huis. Zijn leerlingen kwamen bij hem en vroegen: ‘Wilt u ons de gelijkenis van het onkruid op de akker uitleggen?’ 37 Hij antwoordde hun: ‘Hij die het goede zaad zaait is de Mensenzoon, 38 de akker is de wereld, het goede zaad dat zijn de kinderen van het koninkrijk; het onkruid dat zijn de kinderen van het kwaad, 39 de vijand die het zaait is de duivel, de oogst staat voor de voltooiing van deze wereld en de maaiers zijn de engelen. 40 Zoals het onkruid bijeengebonden wordt en in het vuur verbrand, zo zal het gaan bij de voltooiing van deze wereld: 41 de Mensenzoon zal zijn engelen eropuit sturen, en ze zullen uit zijn koninkrijk allen die anderen ten val hebben gebracht en de wetten hebben verkracht bijeenbrengen 42 en hen in de vuuroven werpen; daar zullen ze jammeren en knarsetanden. 43 Dan zullen de rechtvaardigen in het koninkrijk van hun Vader stralen als de zon. Laat wie oren heeft goed luisteren!

Mat:36-43

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door lucky om 07:04 Reageer op dit bericht Stuur door

Aan de vrucht wordt de boom gekend.

Aan de vrucht wordt de boom gekend.

 

De farizeeën waren bomen die slechte vruchten voortbrachten. Zij wezen de mensen, toen die de Heer Jezus een demon zagen uitdrijven, er niet op dat dit slechts in de kracht van de Heilige Geest mogelijk was. In plaats daarvan durfden deze geestelijke (mis)leiders te zeggen dat Jezus de demonen uitdreef door de duivel. Door zo te spreken lasterden zij de Heilige Geest. Let op dat er niet staat dat zij 'de zonde tegen de Heilige Geest' bedreven. Die aanduiding komt niet in de Bijbel voor, want elke zonde is een zonde tegen God, dus ook tegen God de Heilige Geest. Maar wie de werking van de Heilige Geest waarneemt en deze welbewust toeschrijft aan de duivel - en dat kan slechts een ongelovige doen - lastert de Geest, en dat is een onvergefelijke zonde.

22 Toen bracht men een blinde bij hem die bezeten was en niet kon spreken, en hij genas hem, zodat hij weer kon spreken en zien. 23 Alle omstanders stonden versteld en zeiden: ‘Zou hij de Zoon van David zijn?’ 24 Maar de farizeeën die dit hoorden, zeiden tegen elkaar: ‘Hij kan die demonen alleen maar uitdrijven dankzij Beëlzebul, de vorst der demonen.’ 25 Jezus wist wat ze dachten en zei tegen hen: ‘Elk koninkrijk dat innerlijk verdeeld is wordt verwoest, en geen enkele stad of gemeenschap die innerlijk verdeeld is zal standhouden. 26 Als Satan Satan uitdrijft, keert hij zich tegen zichzelf. Hoe kan zijn koninkrijk dan standhouden? 27 En als ik inderdaad door Beëlzebul demonen uitdrijf, door wie drijven uw eigen mensen ze dan uit? Zij zullen dan ook uw rechters zijn! 28 Maar als ik door de Geest van God demonen uitdrijf, dan is het koninkrijk van God bij jullie gekomen. 29 Trouwens, hoe kan iemand het huis van een sterkere binnengaan en zijn inboedel roven, als hij die sterkere niet eerst heeft vastgebonden? Pas dan zal hij zijn huis kunnen leegroven. 30 Wie niet met mij is, is tegen mij, en wie niet met mij samenbrengt, drijft uiteen. 31 Daarom zeg ik u: elke zonde en elke godslastering kan de mensen worden vergeven, maar wie de Geest lastert kan niet worden vergeven. 32 En iedereen die iets ten nadele van de Mensenzoon zegt, zal worden vergeven. Maar wie kwaadspreekt van de heilige Geest zal niet worden vergeven, noch in deze wereld, noch in de komende.

33 Wanneer een boom goed is, dan zijn ook zijn vruchten goed. Is een boom daarentegen slecht, dan zijn ook zijn vruchten slecht. Want aan de vruchten herkent men de boom. 34 Addergebroed! Hoe kunt u iets goeds zeggen terwijl u zelf slecht bent? Waar het hart vol van is, daar loopt de mond van over. 35 Een goed mens haalt uit zijn schatkamer met goede dingen het goede tevoorschijn, terwijl een slecht mens uit zijn schatkamer met slechte dingen het slechte tevoorschijn haalt. 36 Ik zeg u: van elk nutteloos woord dat mensen spreken, zullen ze op de dag van het oordeel rekenschap moeten afleggen. 37 Want op grond van je woorden zul je worden vrijgesproken, en op grond van je woorden zul je worden veroordeeld.’

Mat:12.22-37

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door lucky om 07:10 Reageer op dit bericht Stuur door

Waar heeft Deze die wijsheid en die krachten vandaan?

Waar heeft Deze die wijsheid en die krachten vandaan?

 

De Heer verlaat het meer Gennezaret en gaat voor de laatste keer naar de plaats waar Hij was opgegroeid, Nazareth. Zijn stadgenoten waren verbaasd over zijn woorden en wonderen, maar ze konden niet begrijpen, waar een zoon van een timmerman, wiens ouderlijk huis ze goed kenden, al die wijsheid vandaan had. De Bijbel zegt dat het niet alleen onbegrip, maar vooral ongeloof was. Ongelovigen vallen over de Heer Jezus. Het is gemakkelijker Hem af te wijzen, dan te erkennen dat zijn woord waar is. Wie Hem vrijwillig aanneemt, mag merken dat de Heer Jezus in zijn of haar leven wonderen doet.

 

Toen Jezus deze gelijkenissen had uitgesproken, verliet hij die plaats. 54 Hij kwam aan in zijn vaderstad en gaf de bewoners onderricht in hun synagoge, zodat ze stomverbaasd waren en zeiden: ‘Hoe komt hij aan die wijsheid en hoe kan hij die wonderen doen? 55 Hij is toch de zoon van de timmerman? Maria is toch zijn moeder, en Jakobus en Josef en Simon en Judas, dat zijn toch zijn broers? 56 En wonen zijn zusters niet allemaal bij ons? Waar heeft hij dat alles dan vandaan?’ 57 En ze namen aanstoot aan hem. Maar Jezus zei tegen hen: ‘Nergens wordt een profeet zo miskend als in zijn eigen stad en in zijn eigen familie.’ 58 En hij verrichtte daar niet veel wonderen, vanwege hun ongeloof.

Mat:13.54-58

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door lucky om 09:52 Reageer op dit bericht Stuur door

WAT DE WERELD NODIG HEEFT

WAT DE WERELD NODIG HEEFT

 

Een aalmoezenier in de Burgeroorlog in Amerika vroeg aan een gewonde soldaat op het slagveld: 'Wil je dat ik je iets voorlees uit de Bijbel?' De soldaat antwoordde: 'Ik heb zo'n dorst, ik heb liever iets te drinken.' Nadat hij gedronken had, zei hij: 'Kunt u misschien iets onder mijn hoofd leggen?' De voorganger trok zijn overjas uit, rolde hem op en legde hem onder het hoofd van de man. 'Nu wil ik graag iets over me heen hebben', zei de gewonde soldaat, 'want ik ben zo koud.' De voorganger trok zijn jas uit en legde die over de man. Toen zei de soldaat: 'Als er iets in dat Boek staat dat maakt dat een man doet voor een ander wat u voor mij gedaan hebt, dan wil ik graag horen wat erin staat.' Dit is wat de mensen nodig hebben in deze tijd. Christenen die op Christus lijken en die zijn voorbeeld navolgen.

Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Geschreven door lucky om 07:58 Reageer op dit bericht Stuur door

DE REKENING

DE REKENING

 

Iedereen die boodschappen doet in de supermarkt, weet dat hij aan het eind bij de kassa moet afrekenen. De maatschappij waarin wij leven, lijkt op een dergelijke supermarkt, waarin alle egoïstische wensen vervuld kunnen worden. De eigenaar van deze winkel heet satan. Er is enorm veel keus, voor elk wat wils. En niets is onmogelijk in deze supermarkt. Er is een afdeling bezit, hebzucht en begeerte. Iets verderop vindt u een afdeling waarzeggerij, horoscoop en spiritisme, waar allerlei bovennatuurlijke producten worden aangeboden. En aan het eind is de kassa. Ruilen is niet toegestaan. Reclamaties worden niet geaccepteerd. De boodschappen vallen duurder uit dan verwacht. De klanten zijn op van de zenuwen en worden geplaagd door zelfbeklag en verwijten. De eigenaar drijft de klanten tot wanhoop, uiteindelijk zelfs de dood in. Er kan er maar Eén helpen: de Zoon van God. Hij is gekomen om de werken van de duivel teniet te doen. Hij kan en wil elke schuld aflossen, want het bloed van Jezus Christus reinigt ons van alle zonde. Wilt u satan de gepeperde rekening van een verknald leven betalen? Of wilt u de Zoon van God in uw leven laten, die u vrijheid, eeuwig leven en vergeving cadeau wil doen? Dat kan geen miskoop zijn!

Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Geschreven door lucky om 06:10 Reageer op dit bericht Stuur door

EEN VEILIGE SCHUILPLAATS

EEN VEILIGE SCHUILPLAATS

 

Een pas bekeerde Chinees gaf eens een illustratie van de dwaasheid die mensen hebben om alles van zichzelf te verwachten. Hij noemde het 'je willen verschuilen onder je eigen schaduw'. Dat is natuurlijk onmogelijk. Zelfs al zou iemand heel diep bukken en zichzelf vernederen, dan lukt het een mens nog niet om onder zijn eigen schaduw te schuilen: die wordt namelijk ook steeds korter. Pas als iemand zo ver bukt, zichzelf zo ver vernedert, dat hij niets meer van zichzelf denkt of verwacht en zich volkomen toevertrouwt aan Jezus Christus, die ook voor hem op het kruishout alles heeft volbracht, is hij veilig. Niet in zijn eigen schaduw, maar in de schaduw van de Almachtige, zoals Psalm 91 zegt.

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door lucky om 10:41 Reageer op dit bericht Stuur door

HOOFDPIJN

HOOFDPIJN

 

Er zijn van die mensen die een formidabel geheugen hebben. Je hoeft ze maar één keer iets te vertellen en ze vergeten het nooit meer. Zo wordt verteld van een man die op drie verschillende wetenschappelijke gebieden is gepromoveerd, dat hij in staat is een gesprek te voeren en tegelijkertijd een boek te lezen. En van Thomas van Aquino wordt verteld dat hij in staat was twee boeken tegelijkertijd te dicteren. Hij had daarvoor de beschikking over twee secretarissen die in twee verschillende kamers zaten. Thomas van Aquino wandelde dan van de ene kamer naar de andere en dicteerde iedere keer een zin, dan weer van het ene boek, dan weer van het andere.

Wanneer u nu mocht denken dat dat simpel een trucje is dat iedereen kan leren, moet u eens proberen de krant te lezen en tegelijkertijd een gesprek aan tafel te voeren. Dat lukt maar een enkeling. De meesten van ons komen in de problemen omdat ze óf de krant lezen en de rest van het gesprek aan tafel niet volgen, óf aan tafel meepraten en niets van de krant meekrijgen. Dat is maar goed ook. Als je alles zou onthouden, zou je altijd hoofdpijn hebben, zei Piet Sterckx al, en hij heeft groot gelijk. Nu hoop ik niet dat u me vraagt wie Piet Sterckx is, want dat weet ik niet. Maar je hoeft helemaal niet wereldberoemd te zijn om toch heel rake dingen te kunnen zeggen. Altijd alles onthouden, dat is bepaald geen pretje. Dat is nog eens wat anders dan een fotografisch geheugen, zoals die wetenschapper het had, over wie ik u in het begin vertelde. Dat is ook heel wat anders dan een geweldig concentratievermogen, zoals Thomas van Aquino dat had, zodat hij twee totaal verschillende boeken tegelijkertijd kon dicteren. Nee, wanneer je altijd alles zou onthouden, dan zou je ook ieder detail van het leven steeds weer met je meedragen. Dan zou je nooit kunnen vergeten wat iemand ooit eens tegen je had gezegd. Dan zou je nooit meer onbevangen tegenover anderen kunnen staan. Eerlijk gezegd lijkt het me een nachtmerrie, wanneer je werkelijk alles altijd zou onthouden. Wat een gigantische hoop nutteloze informatie zou je moeten meedragen. Maar ook, wat een onvoorstelbare hoeveelheid aan bedrog en leugens zou je telkens maar weer te binnen schieten. Terwijl de mensen allemaal al lang weer vergeten zijn hoe ze tegen je deden, kun jij er maar niet overheen stappen, want je bent niet in staat het te vergeten. Toch is er Iemand Die alles onthoudt. Hij heeft heel de wereld gemaakt en alles wat daarmee verband houdt. Ik heb het over God. Maar Hij vergeet helemaal niets. We hebben er eigenlijk nauwelijks een voorstelling van wat dat betekent. Want God ziet niet alleen de dingen die Hij 'persoonlijk' meemaakt, zoals dat bij ons het geval is. Wij zien en beleven eigenlijk alleen maar de dingen die ons persoonlijk overkomen. Maar God overziet het geheel van Zijn schepping.

Wij zien zo nu en dan een kleine selectie uit het wereldgebeuren. Dat wil zeggen, we zien op het journaal het een en ander van de dingen die gebeuren op de wereld. Maar God heeft geen journaal nodig. Hij ziet alles, tot in de kleinste, tot in de verschrikkelijkste details, en Hij onthoudt alles. Het kan niet anders of dat moet Hem veel verdriet doen. Want het is Zijn eigen schepping. Het is de mens, de bekroning van Zijn schepping, die er zo'n puinhoop van heeft gemaakt, dat het onrecht de wereld lijkt te regeren. Want laten we nu niet doen alsof we het allemaal niet weten; voor iedereen die zijn ogen niet in zijn zak heeft, is het duidelijk dat de wereld bepaald niet door recht en gerechtigheid, door liefde en mededogen, door hulpvaardigheid en opofferingsgezindheid wordt geregeerd. Natuurlijk, je vindt wel rechtvaardige, liefdevolle en hulpvaardige mensen. Maar ze vallen op. Het zijn de uitzonderingen. De doorsnee mens is vooral bedacht op zijn eigen belang. Hij is vooral uit op het verbeteren van zijn eigen leefomstandigheden. Wij leven vaak in de eerste plaats voor onszelf.

In feite leven wij helemaal langs de bedoelingen van God. We trekken ons niet veel van Hem aan. En Hij ziet dat iedere keer weer opnieuw en onthoudt het allemaal. Nog eens, dat moet Hem verschrikkelijk veel verdriet doen. Soms probeer ik me te verplaatsen in Zijn gevoelens. Wat zou ik doen wanneer mijn schepping me op een soortgelijke manier in de steek zou laten, me aan de kant zou schuiven, zoals wij mensen dat hebben gedaan met onze Schepper? Ik weet het niet. Maar ik denk niet dat ik mijn leven zou hebben willen geven om die schepping te redden van de ondergang. Ik denk dat ik de hele bende op de schroothoop zou hebben gegooid. Maar God heeft dat niet gedaan. Hij heeft er alles voor overgehad om ons een nieuw leven te kunnen geven.

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door lucky om 07:12 Reageer op dit bericht Stuur door

DE WEG VAN GOD IS VOLMAAKT

DE WEG VAN GOD IS VOLMAAKT

 

Een christenzakenman had zware verliezen geleden en daardoor was hij gaan twijfelen aan de goedheid van God. Als God liefde is, waarom liet Hij dan toe dat dit gebeurde? zo vroeg hij zich af. Op een avond zat hij bedroefd en ontmoedigd voor het haardvuur. Zijn zoontje van zes jaar kwam binnen en ging op zijn schoot zitten. Boven de schoorsteenmantel hing een tekst: 'Gods weg is volmaakt.' Het zoontje keek er een tijdje naar en vroeg toen: 'Vader, wat betekent volmaakt?' Nog voordat de vader kon antwoorden, zei hij: 'Betekent het dat God Zich nooit vergist?' Deze gedachte was precies wat de vader op dat ogenblik nodig had. Hij drukte zijn zoontje tegen zich aan en zei: 'Ja, jongen, dat is precies wat deze woorden betekenen: God vergist Zich nooit!'

In Ps. 77 lezen we dat 'de weg van God in de zee is' (vers 20). Dat wil zeggen dat Zijn weg met ons niet altijd te begrijpen is. Wij zien de voetstappen van God niet, omdat het water ze wegspoelt. Toch mogen we weten dat Hij de weg kent en dat Hij ons leidt. In vers 14 lezen we dat 'Zijn weg in heiligheid is'. Dat wil zeggen dat de weg van God met ons volkomen, volmaakt is. Hij vergist Zich niet.

Hoe vind je dit bericht? 4 stemmen
Geschreven door lucky om 07:32 Reageer op dit bericht Stuur door

Maar u, wie zegt u dat Ik ben?

Maar u, wie zegt u dat Ik ben?

Lukas 9: 18-27

 

Wat zijn de doelen die u nastreeft in uw leven? Wanneer hebt u het gevoel dat uw leven een succes is geweest? En als u dat doel uiteindelijk niet bereikt, wat dan? Is dat echt zo belangrijk? Vergelijk het eens met de eeuwigheid. Hoe denkt u die binnen te gaan? Wat hebt u God aan te bieden als u voor Hem verschijnt? Waar het Hem om gaat, is uw volwaardige keuze voor Zijn Zoon, Jezus Christus. Wie Jezus vond, heeft het leven gevonden. Vanuit dat besef mogen we al het andere in ons leven ondernemen

Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Geschreven door lucky om 07:13 Reageer op dit bericht Stuur door

Mijn ogen hebben Uw heil gezien.

Mijn ogen hebben Uw heil gezien.

 

Wat is de Here ver gegaan in Zijn vernedering. Hij is mens geworden om te kunnen sterven. Toen Hij een week oud was, werd Hij besneden. Jozef offerde voor Hem een paar duiven. In niets was Hij anders dan andere jongetjes. Terwijl Hij God Zelf was. Simeon verwachtte Zijn komst, en wist dat hij het zou meemaken. Zijn geloof is opvallend. Hij had ogenschijnlijk een gewoon baby'tje in zijn armen, maar hij geloofde dat het de Messias was. Wij mogen leven na het verlossingswerk van de Here Jezus, met het complete Woord van God. Laten we een voorbeeld nemen aan het geloof van Simeon.

21 Toen er acht dagen verstreken waren en hij besneden zou worden, kreeg hij de naam Jezus, die de engel had genoemd nog voordat hij in de schoot van zijn moeder was ontvangen.

22 Toen de tijd was aangebroken dat ze zich overeenkomstig de wet van Mozes rein moesten laten verklaren, brachten ze hem naar Jeruzalem om hem aan de Heer aan te bieden, 23 zoals is voorgeschreven in de wet van de Heer: ‘Elke eerstgeboren zoon moet aan de Heer worden toegewijd.’ 24 Ook wilden ze het offer brengen dat de wet van de Heer voorschrijft: een koppel tortelduiven of twee jonge gewone duiven.

25 Er woonde toen in Jeruzalem een zekere Simeon. Hij was een rechtvaardig en vroom man, die uitzag naar de tijd dat God Israël vertroosting zou schenken, en de heilige Geest rustte op hem. 26 Het was hem door de heilige Geest geopenbaard dat hij niet zou sterven voordat hij de Messias van de Heer zou hebben gezien. 27 Gedreven door de Geest kwam hij naar de tempel, en toen Jezus’ ouders hun kind daar binnenbrachten om met hem te doen wat volgens de wet gebruikelijk is, 28 nam hij het in zijn armen en loofde hij God met de woorden:

29 ‘Nu laat u, Heer, uw dienaar in vrede heengaan,

zoals u hebt beloofd.

30 Want met eigen ogen heb ik de redding gezien

31 die u bewerkt hebt ten overstaan van alle volken:

32 een licht dat geopenbaard wordt aan de heidenen

en dat tot eer strekt van Israël, uw volk.

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door lucky om 06:35 Reageer op dit bericht Stuur door

Het evangelie van God - aangaande Zijn Zoon - Jezus Christus.

Het evangelie van God - aangaande Zijn Zoon - Jezus Christus.

 

Paulus was geroepen om de goede boodschap te verkondigen. De centrale Persoon in die boodschap was en is nog steeds de Zoon van God, Jezus Christus. Jaren eerder hadden de profeten als spreekbuis van God Zijn komst al voorzegd. En Gods belofte is uitgekomen: Zijn Zoon werd mens, voortgekomen uit Davids geslacht. Hij bewees Gods Zoon te zijn door op te staan uit de doden, nadat Hij God verheerlijkt en redding voor zondaren tot stand gebracht had. Zulke zondaren zijn nu geliefden van God (vs. 7), als ze de goede boodschap van Gods Zoon geloofd en Zijn werk aanvaard hebben.

1 Van Paulus, dienaar van Christus Jezus, geroepen tot apostel en uitgekozen om het evangelie van God te verkondigen, 2 dat al bij monde van zijn profeten in de heilige geschriften is beloofd: 3 het evangelie over zijn Zoon, een mens voortgekomen uit het nageslacht van David, 4 aangewezen als Zoon van God en door de heilige Geest bekleed met macht toen hij, Jezus Christus, onze Heer, opstond uit de dood. 5 Hij heeft mij de genade geschonken apostel te zijn, opdat ik omwille van hem aan alle volken gehoorzaamheid en geloof zou verkondigen – 6 ook aan u, die geroepen bent door Jezus Christus. 7 Aan allen in Rome, geliefden van God, geroepen om zijn heiligen te zijn. Genade zij u en vrede van God, onze Vader, en van de Heer Jezus Christus.

Rom:1-7

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door lucky om 17:44 Reageer op dit bericht Stuur door

De kamer

De kamer

In de ruimte tussen dromen en waken, bemerkte ik dat ik me in een kamer bevond. Het bezat geen bijzondere kenmerken behalve dat de ene muur bedekt was met kaartenbakken vol met kleine kaartjes. Deze kaartenbakken, die zich uitstrekte van de grond tot aan het plafond, en schijnbaar eindeloos in elke richting , hadden erg uiteenlopende titels.

Terwijl ik op de bewuste muur afliep, was de eerste kaartenbak die mij opviel, een waarop stond "Meisjes die ik aardig vond". Ik opende het en bladerde door de kaartjes. Vlug sloot ik hem weer, geschokt omdat ik me realiseerde dat ik de namen herkende die op elk kaartje.

Deze levenloze kamer met z'n kleine kaartjes was een ruwe catalogus van mijn leven. Hier waren geschreven al mijn gebeurtenissen op elk moment, klein en groot, met een precisie dat m'n geheugen niet kon plaatsen.

Ik ervaarde een gevoel van verbazing en nieuwsgierigheid, maar ook angst, terwijl ik willekeurig kaartenbakken begon te openen en hun inhoud begon te bekijken. Sommige brachten me vreugde en mooie herinneringen, anderen een gevoel van schaamte en spijt zo intens dat ik over m'n schouder keek om te zien of niemand mee keek.

Een kaartenbak "Vrienden" stond naast eentje met de titel "Vrienden die ik heb bedrogen". De
titels liepen uiteen van gaaf tot krankzinnig. "Boeken die ik heb gelezen", "Leugens die ik heb verteld", "Troost die ik heb gegeven", "Moppen waar ik om gelachen heb". Sommigen waren hilarisch in hun precisie: "Dingen die ik naar m'n broers heb geschreeuwd" Andere kon ik niet om lachen: "Dingen die ik In mijn woede heb gedaan", "Dingen die ik tegen m'n ouders gemompeld heb".

Ik bleef maar verbaasd staan van de inhoud. Vaak waren er meer kaartjes dan ik verwacht had. Soms minder dan ik hoopte. Het was overweldigend hoe veel ik had meegemaakt. Zou het mogelijk zijn dat ik in al mijn dagen, genoeg tijd had om deze duizenden of zelfs miljoenen kaartjes te schrijven? Maar elk kaartje bevestigde deze waarheid. Elke was geschreven in mijn eigen handschrift. Elke was getekend met mijn handtekening.

Toen ik de kaartenbak pakte "Muziek waar ik naar geluisterd heb", zag ik dat de kaartjes dicht op elkaar gepakt zaten. Heel compact waren ze bij elkaar gepropt in deze bak, en toch had ik na 2 á 3 meter het einde ervan nog niet gevonden, ik schaamde me, niet zo zeer om de kwaliteit van de muziek, maar de eindeloze tijd die het inhield.

Toen ik bij een kaartenbak kwam "Wellustige gedachten", voelde ik de rillingen over m'n rug lopen. Ik trok de bak 1 cm naar me toe, om de grootte niet te hoeven zien, en trok er een kaart uit. Ik was geschokt door de gedetailleerde inhoud. Ik werd misselijk bij het idee dat zoiets genoteerd was. Een bijna beestachtige woede brak in me los. Ik kon nog maar een ding denken: "Niemand mag deze kaartjes ooit zien! Niemand mag deze kamer ooit zien! Ik moet ze vernietigen!"

In een krankzinnige razernij rukte ik de kaartenbak weg. De grootte maakte me nu niets meer uit. Ik moest hem legen en alle kaartjes verbranden. Maar toen ik de bak pakte en tegen de vloer sloeg, kwam er geen enkel kaartje los. Ik werd wanhopig en trok er een kaartje uit, maar ik bevond het zo sterk als staal toen ik het probeerde te verscheuren. Verslagen en totaal hulpeloos ,schoof ik de bak weer op z'n plaats. Terwijl ik met mijn hoofd tegen de muur leunde , liet ik een diepe zucht van zelfmedelijden.

En toen zag ik het. De titel was "Mensen die ik van het geloof verteld heb". Het handvat was lichter gekleurd dan de rest, nieuwer, bijna ongebruikt. Ik trok aan het handvat en zag een doosje van nauwelijks 6 centimeter lang. Ik kon de kaartjes die het bevatte op 1 hand tellen.
En toen kwamen de tranen. Ik begon te huilen. Met halen zo diep dat mijn maag er pijn van deed en ik door m'n hele lichaam schokte. Ik viel gewoon op m'n knieën en huilde. Ik huilde van schaamte, van de overweldigende schaamte van het alles. De rijen met bakken draaiden in mijn met tranen gevulde ogen. Niemand mag ooit van deze kamer horen. Ik moet hem op slot doen en de sleutel verstoppen.

Maar toen, terwijl ik mijn tranen weg veegde zag ik Hem. Nee, alsjeblieft niet hem. Niet hier.
Wie dan ook behalve Jezus. Ik keek hulpeloos toe terwijl hij elke kaartenbak opende en de inhoud las. Ik kon het niet aan Zijn reactie te moeten zien. En op de momenten waarop ik het even op kon opbrengen om naar Hem op te kijken, zag ik een dieper medelijden dan mijn eigen. Hij leek op intuïtie naar de ergste bakken te gaan. Waarom moest hij ze allemaal lezen? Eindelijk draaide Hij zich om en keek me aan. Hij keek me aan met medelijden in z'n ogen. Maar het was een medelijden dat me niet boos maakte. Ik liet mijn hoofd zakken, bedekte met m'n handen m'n gezicht, en begon weer te huilen. Hij liep naar me toe en sloeg Zijn arm om me hen. Hij had zoveel kunnen zeggen. Maar Hij zweeg. Hij huilde alleen maar met me mee.

Toen liep Hij weg, naar de muur met kaartenbakken. Beginnend aan een kant van de kamer, nam Hij elk kaartje er uit, een voor een, en begon Zijn naam te zetten op elk kaartje. "NEE!" schreeuwde ik terwijl ik op Hem af liep. Alles wat ik kon uitbrengen was "Nee, nee," terwijl ik een kaartje uit Zijn handen griste. Zijn naam hoort niet op die kaartjes te staan. Maar daar stond het, geschreven in rood zo rijk, zo donker, zo levendig. Jezus' naam bedekte de mijne. Het was geschreven met zijn bloed. Rustig pakte Hij het kaartje weer terug. Hij glimlachte bedroefd en begon alle kaartjes te tekenen. Ik denk niet dat ik ooit zal snappen hoe Hij het zo snel heeft gedaan, maar het leek alsof ik Hem het volgende moment de laatste kaartenbak hoorde sluiten, en Hem op me af zag lopen. Hij plaatste Zijn hand op mijn schouder en zei, "Het is volbracht." Ik stond op, en Hij leidde me uit de kamer. Er was geen slot op de deur. Er moesten nog steeds kaartjes geschreven worden.

Hoe vind je dit bericht? 3 stemmen
Geschreven door lucky om 08:12 Reageer op dit bericht Stuur door

Het Lam zij de lof en de eer en de heerlijkheid.

Het Lam zij de lof en de eer en de heerlijkheid.

 

Voordat de bevrijding van de aarde begint, zijn er eerst drie lofzeggingen. De Here Jezus neemt het boek met de oordelen aan. Hij mág het openen. Hij is de Zoon des Mensen, Hij is het geslachte Lam. Hij ging de dood in om ons te bevrijden. Destijds werd Hij verworpen, maar nú zal Hij komen als de Koning der koningen. Er is een nieuw lied in de hemel en elk schepsel stemt in met de lofprijzing aan Hem, want Hij is het waard! Laten we net als de oudsten voor Hem neervallen en Hem aanbidden: de machtige Bevrijder.

Op hetzelfde moment wierpen de vier wezens en de vierentwintig oudsten zich voor het lam neer. Ieder van hen had een lier en een gouden schaal vol wierook; dat zijn de gebeden van de heiligen. 9 En ze zetten een nieuw lied in:

‘U verdient het om de boekrol te ontvangen en zijn zegels te verbreken. Want u bent geslacht en met uw bloed hebt u voor God mensen gekocht

(5:9) mensen gekocht – Andere handschriften lezen: ‘ons gekocht’.

uit alle landen en volken, van elke stam en taal. 10 U hebt voor onze God uit hen een koninkrijk gevormd en hen tot priesters gemaakt. Zij zullen als koningen heersen op aarde.’

11 Daarna hoorde ik het geluid van een groot aantal engelen rondom de troon, de wezens en de oudsten; het waren er oneindig veel, tienduizend maal tienduizenden, duizend maal duizenden. 12 Met luide stem riepen ze: ‘Het lam dat geslacht is, komt alle macht, rijkdom en wijsheid toe, en alle kracht, eer, lof en dank.’ 13 Elk schepsel in de hemel, op aarde, onder de aarde en in de zee, alles en iedereen hoorde ik zeggen: ‘Aan hem die op de troon zit en aan het lam komen de dank, de eer, de lof en de macht toe, tot in eeuwigheid.’ 14 De vier wezens antwoordden: ‘Amen,’ en de oudsten wierpen zich in aanbidding neer.

Openbaring:5.8-14

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door lucky om 19:26 Reageer op dit bericht Stuur door

want een ander fundament - namelijk Jezus Christus, kan niemand leggen.

want een ander fundament - namelijk Jezus Christus, kan niemand leggen.

 

Je kunt in een huis van alles verbouwen, vervangen, vernieuwen, verbeteren. Maar het fundament zomaar weghalen, dat gaat niet: dan zou alles instorten. Zo is het ook met het christelijke geloof: de basis is Jezus Christus, niets of niemand anders. Maar de vraag is hoe het dan verder gaat. Als christenen zijn wij allemaal voortdurend aan het 'bouwen'. Alles wat we doen of laten voegt iets toe aan de eeuwigheid. 'Al wat gedaan wordt uit liefde voor Jezus, dat houdt zijn waarde en zal blijven bestaan': dat is goud, zilver, kostbare stenen. Maar er kan ook heel wat waardeloos materiaal zijn: hout, hooi, stoppelen - dingen die voor God geen waarde hebben. In de eeuwigheid zal de waarde van ons aardse leven blijken.

10 Overeenkomstig de taak die God mij uit genade heeft opgelegd, heb ik als een kundig bouwmeester het fundament gelegd, en anderen bouwen daarop voort. Laat ieder erop letten hoe hij bouwt, 11 want niemand kan een ander fundament leggen dan er al ligt – Jezus Christus zelf. 12 Of er op dat fundament nu verder wordt gebouwd met goud, zilver en edelstenen of met hout, hooi en stro, 13 van ieders werk zal duidelijk worden wat het waard is. Op de dag van het oordeel zal dat blijken, want dan zal het door vuur aan het licht worden gebracht. Het vuur zal laten zien wat ieders werk waard is. 14 Wanneer iemands bouwwerk blijft staan, zal hij worden beloond. 15 Wanneer het verbrandt, zal hij daarvoor de prijs betalen; hijzelf zal echter worden gered, maar door het vuur heen.

16 Weet u niet dat u een tempel van God bent en dat de Geest van God in uw midden woont? 17 Indien iemand Gods tempel vernietigt, zal God hem vernietigen, want Gods tempel is heilig – en die tempel bent u zelf. 18 Laat niemand zichzelf bedriegen. Wanneer iemand van u denkt dat hij in deze wereld wijs is, moet hij eerst dwaas worden; pas dan kan hij wijs worden. 19 Wat namelijk in deze wereld wijsheid is, is dwaasheid bij God, want er staat geschreven: ‘Hij vangt de wijzen in hun eigen sluwheid.’ 20 En er staat ook geschreven: ‘De Heer kent de gedachten van de wijzen; hij weet dat ze niet meer dan lucht zijn.’ 21 Niemand van u moet zich daarom laten voorstaan op een ander mens, want álles is van u; 22 of het nu Paulus, Apollos of Kefas is, wereld, leven of dood, heden of toekomst – álles is van u. 23 Maar u bent van Christus en Christus is van God.

1kor:10-23

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door lucky om 07:28 Reageer op dit bericht Stuur door

Ons is bekend, dat zij overal tegenspraak vindt.

Ons is bekend, dat zij overal tegenspraak vindt.

 

Zolang een boodschap wordt aangepast aan de mensen, is iedereen het er nog wel redelijk mee eens. Als je alleen praat over aardig zijn tegen elkaar en dergelijke, dan is er nauwelijks tegenstand. Maar wanneer het èchte evangelie wordt gebracht, is het ineens een stuk moeilijker. Want de wereld hoort niet graag over zonde of oordeel, en zelfs niet over genade en vergeving. Wel, laat het dan maar tegenspraak oproepen. Het èchte evangelie van de Here Jezus Christus is de enige weg tot behoud. En dat moet rondverteld worden!

11 Na drie maanden vertrokken we met een schip dat op het eiland had overwinterd. Het was een schip uit Alexandrië met de Dioscuren als boegbeeld. 12 We deden de haven van Syracuse aan, waar we drie dagen bleven liggen. 13 Daarna lichtten we de ankers weer en kwamen we aan in Regium. De volgende dag stak er een zuidenwind op, zodat we binnen twee dagen Puteoli bereikten. 14 Daar troffen we leerlingen aan, die ons uitnodigden om een week bij hen te blijven. Vervolgens gingen we op weg naar Rome. 15 De leerlingen, die van onze komst hadden gehoord, kwamen ons vanuit Rome tegemoet tot Forum Appii en Tres Tabernae, en toen Paulus hen zag dankte hij God en vatte moed. 16 Bij onze aankomst in Rome kreeg Paulus toestemming om een eigen woning te betrekken, met een soldaat als bewaker.

17 Na drie dagen riep hij de Joodse leiders bij zich. Toen ze bijeengekomen waren, zei hij tegen hen: ‘Broeders, ofschoon ik ons volk niets heb misdaan en de gebruiken van onze voorouders niet heb geschonden, ben ik door de Joden in Jeruzalem gevangengenomen en uitgeleverd aan de Romeinen, 18 die me na verhoor wilden vrijlaten omdat er geen enkele grond was om mij ter dood te veroordelen. 19 De Joden tekenden daar echter bezwaar tegen aan, zodat ik me gedwongen zag me op de keizer te beroepen, overigens zonder mijn volk van iets te willen beschuldigen. 20 Dat is de reden waarom ik u verzocht heb hier met mij te komen spreken, want het is juist omwille van de hoop die Israël koestert dat ik deze boeien draag.’ 21 Ze zeiden tegen hem: ‘We hebben uit Judea geen brief over u ontvangen, en ook heeft niemand van onze broeders ons bezocht om iets slechts over u te berichten of kwaad van u te spreken. 22 Wel zouden we graag van u horen wat uw denkbeelden zijn, want het is ons bekend dat de groep waartoe u behoort overal op verzet stuit.’

Rom:11-22

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door lucky om 19:32 Reageer op dit bericht Stuur door

Ik ben Jezus.

Ik ben Jezus.

 

We hoeven niet allemaal te verwachten dat er op een dag een verblindend licht aan de hemel staat. Sommigen van ons komen misschien inderdaad 'spectaculair' tot bekering. Voor de meesten zal het geleidelijk gaan, zoals bij Timotheüs. Maar hoe we ook bij de Here zijn gekomen, voor iedereen die Hem aanneemt als Redder voor de zonden komt er dat moment dat Hij ons persoonlijk voor de aandacht komt. Dat we diep onder de indruk komen van Zijn liefde, Zijn grootheid. Dat Hij tegen ons zegt: Ik ben Jezus. Dan zijn wij sprakeloos.

12 Zo was ik eens, met een volmacht van de hogepriesters en in hun opdracht, op weg naar Damascus, 13 toen ik midden op de dag zag hoe een licht uit de hemel, feller dan de zon, mij en mijn reisgenoten omstraalde. 14 We vielen allen op de grond en ik hoorde een stem in het Hebreeuws tegen me zeggen: “Saul, Saul, waarom vervolg je mij? Je kwelt jezelf door je zinloze halsstarrigheid!” 15 Ik vroeg: “Wie bent u, Heer?” De Heer antwoordde: “Ik ben Jezus, die jij vervolgt. 16 Maar kom nu overeind, sta op, want ik ben aan je verschenen om je aan te stellen als mijn dienaar, opdat je bekend zult maken dat je mij hebt gezien en zult getuigen van alles wat ik je nog zal laten zien. 17 Ik zal je daarbij beschermen tegen je eigen volk en tegen de heidenen, naar wie ik je uitzend 18 om hun de ogen te openen, zodat ze zich van de duisternis naar het licht keren, en van de macht van Satan naar God. Door het geloof in mij zullen ze vergeving krijgen voor hun zonden, en samen met allen die mij toebehoren zullen ze deel krijgen aan mijn koninkrijk.”

19 Ik heb dan ook gedaan wat me door deze hemelse verschijning werd opgedragen, koning Agrippa, 20 en heb eerst aan de inwoners van Damascus en Jeruzalem, en aan allen die in Judea wonen, en later ook aan de heidenen verkondigd dat ze tot inkeer moesten komen en God moesten eren, en zich dienden te gedragen zoals dat bij hun nieuwe leven paste. 21 Dat is de reden waarom de Joden me gegrepen hebben toen ik me in de tempel bevond en geprobeerd hebben me te vermoorden. 22 Omdat God mij echter tot op de dag van vandaag bijstaat, blijf ik mijn getuigenis zonder onderscheid aan iedereen bekendmaken, en daarbij zeg ik niets anders dan wat volgens de profeten en Mozes moest gebeuren, 23 namelijk dat de Messias zou lijden en sterven en dat hij als eerste van de doden zou opstaan om aan zijn eigen volk en aan de heidenen het licht te verkondigen.’

Hand:12-23

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door lucky om 07:15 Reageer op dit bericht Stuur door

Christus is gestorven voor onze zonden, naar de Schriften.

Christus is gestorven voor onze zonden, naar de Schriften.

 

Nog steeds zijn er veel mensen die denken dat de Here Jezus Zijn radicale ideeën moest bekopen met Zijn leven. Bekeken van de kant van de mens is daar wat voor te zeggen. Maar het sterven van Jezus Christus was niet alleen het resultaat van de haat en de verwerping van de mensen, het was ook - en bovenal - de Weg die God voorzien had om de mensen met Zichzelf te verzoenen: Zijn Zoon moest op het kruis sterven, beladen met de zonden van allen die in Hem zouden geloven. Het sterven van de Here Jezus was geen 'mislukt experiment': Zijn dood was eeuwen van tevoren in de Schriften voorzegd; het was een bewuste daad van God om Zijn liefde jegens ons te bewijzen en een weg te ontsluiten tot vergeving van onze zonden.

1 Broeders en zusters, ik herinner u aan het evangelie dat ik u verkondigd heb, dat u ook hebt aangenomen, dat uw fundament is 2 en uw redding, als u tenminste vasthoudt aan de boodschap die ik u verkondigd heb. Anders bent u tevergeefs tot geloof gekomen. 3 Het belangrijkste dat ik u heb doorgegeven, heb ik op mijn beurt ook weer ontvangen: dat Christus voor onze zonden is gestorven, zoals in de Schriften staat, 4 dat hij is begraven en op de derde dag is opgewekt, zoals in de Schriften staat, 5 en dat hij is verschenen aan Kefas en vervolgens aan de twaalf leerlingen. 6 Daarna is hij verschenen aan meer dan vijfhonderd broeders en zusters

tegelijk, van wie er enkelen gestorven zijn, maar de meesten nu nog leven. 7 Vervolgens is hij aan Jakobus verschenen en daarna aan alle apostelen. 8 Pas op het laatst is hij ook aan mij verschenen, aan het misbaksel dat ik was. 9 Want ik ben de minste van de apostelen, ik ben de naam apostel niet waard omdat ik Gods gemeente heb vervolgd. 10 Alleen dankzij zijn genade ben ik wat ik ben. En zijn genade is bij mij niet zonder uitwerking gebleven. Integendeel, ik heb harder gezwoegd dan alle andere apostelen, niet op eigen kracht maar dankzij Gods genade. 11 Hoe dan ook, of zij het nu zijn of ik, wij verkondigen allemaal dezelfde boodschap, en door die boodschap bent u tot geloof gekomen

1 kor:1-11

 

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door lucky om 19:22 Reageer op dit bericht Stuur door

Meer van WAT JE AAN JEZUS GEEFT,BEN JE NIET KWIJT

↑ Terug naar de berichten