Naar de inhoud

HUISMUJE'S TRIESTE JEUGD

IK HEB GEEN SPIJT VAN DE DINGEN DIE IK DEED!
ENKEL SPIJT VAN DE DINGEN DIE IK NALIET TE DOEN!
akke.beakke.be

Archief

DE THUISKOMST

Ik was weer bij mijn pleegouders.
De eerste dagen verliepen enigszins stroef.
Niemand sprak veel, het was voor iedereen een aanpassing.
Vrienden waren blij om mij terug te zien. Ze stelden weinig of geen vragen. Misschien durfden ze niet?
Er was vervreemding tussen ons. Hun interesse was niet meer de mijne. Ik was hen ontgroeid.
Liever hield ik mij op bij volwassenen.

Ook bij mijn pleegouders ging het vrijwel hetzelfde.
Er werden geen vragen gesteld.
Niet door mij en niet door hen.
Het was voor eens en altijd een uitgemaakte zaak dat ik het allemaal aan mezelf te danken had en ik sprak het reeds lang niet meer tegen.
Mijn visie op het gebeurde stak ik diep weg.
Het kostte me ook geen moeite meer om mijn gevoelens te onderdrukken want dat had ik reeds op jonge leeftijd goed onder de knie.
Ik liet me gewoon meedrijven met de stroom.
Geen mens die wist hoe ik innerlijk vocht om dit zo te houden. Geen mens  die het wat kon schelen.

Mijn toeziende voogd had beslist dat ik terug naar school moest.
Dat was de voorwaarde van mijn vrijlating.
Mijn pleegouders gingen er tot mijn grote verbazing mee akkoord.
Zelf was ik graag naar de handelsschool gegaan, maar dat was uitgesloten om volgende redenen....

....In de straat achter de hoek was een school, genaamd:  "De Villa".
Men kon er twee richtingen volgen, snit en naad en kinderverzorging.
Voor kinderverzorging kwam ik niet meer in aanmerking daar ik teveel jaren had gemist.
Het interesseerde mij ook niet.
Mijn pleegmoeder verklaarde in haar eigen stijl waarom ik geen handel kon gaan volgen.
Die school was enkel bereikbaar met het openbaar vervoer.
Eventueel ook met de fiets, maar die bezat ik niet meer. (Tiens, altijd al vergeten te vragen waar die gebleven was?)
Zij zei dat ik moest begrijpen dat dit reeds kosten zou meebrengen waar ze  de middelen niet voor hadden.
Kwam bij dat ik ook allerlei boeken zelf zou moeten aanschaffen, alsook een typemachine.
Mijn pleegbroer had immers ook een typemachine en twee van die dingen konden ze niet betalen, liet ze fijntjes weten. 
Bleef over de snit en naad opleiding.
Vermits ik in het internaat reeds een grote ervaring had opgedaan door het verplicht in mekaar stikken van pyjama's, was dat de beste optie.
Eveneens een positieve noot was dat mijn nichtje S. ook op die school zat en Ik in dezelfde klas als zij zou terechtkomen
Weliswaar was zij 2 jaar ouder dan ik. Maar door haar vele operaties en langdurig verblijf in diverse ziekenhuizen, moest ook zij lessen inhalen.

De grootste struikelblok voor mij was dat ik mij (alweer) alleen moest gaan aanmelden op de school.
Daarbij moest ik de aanbevelingsbrief van de jeugdrechter voorleggen, en mijn pleegmoeder wou die schande niet onder ogen zien.
In de school maakte men daarover wat bezwaren, want mijn pleegouders moesten toelating geven en papieren tekenen.
Dus werd er voor mij een uitzondering gemaakt en werden de papieren meegegeven zodat zij ze thuis konden tekenen. Het was geen goed begin, vond ik, want ik voelde me er toch weeral ongemakkelijk bij.
Op je zestiende ben je het liefst geen buitenbeentje.
Het tegenpruttelen van de secretaresse en haar röntgen blikken bezorgde me buikpijn.
Maar goed, ook dat slikte ik door.

Het eerste gedonder begon in de klas zelf.
Men was een rok aan het maken.
Die rok moest een verticale streep als design hebben en een bepaald soort stof zijn.
Die stof hadden de leerlingen kunnen aankopen via de school, maar daar ik midden op het schooljaar was komen binnenvallen, had men die stof niet meer in voorraad.
Geen nood zei de juf, wij hebben een contract met een welbepaalde winkel en daar kun je die stof nog gaan kopen.
De bewuste stoffenwinkel was gelegen op de "Herentalsebaan" en noemde "Paula".
Het was een tamelijke dure  kwaliteit stoffenwinkel.
Toen ik mijn pleegmoeder daarvan in kennis stelde was het op slag gedaan met haar kalmte en steigerde zij als vanouds.
Er waren goedkopere winkels... en die oude schaar die in de keukenla lag zou ook wel doen... patroonpapier had zijzelf nooit gebruit... bruin papier voldeed ook. Rood en blauw potlood om patronen te tekenen? Wat een flauwe kul allemaal!

Nichtje, alhoewel kleiner en freler dan ik, ging dapper in tegen de woordenstroom van pleeg-ma.
Zij kende natuurlijk niet de angst die ik voor haar had en zij had ook niets te verliezen.
Toch werden ook haar argumenten en verdedigingstactiek van tafel geveegd.

Het resultaat was dat ik met de oude schaar en een lap goedkope stof naar de klas trok.
Tot grote hilariteit van mijn medeleerlingen en de misprijzende blik van de juf.
De school werd opnieuw een lijdensweg.

©Huismusje

ALLES GAAT ZIJN GANG.

Mijn zestiende verjaardag ging in stilte voorbij. En ook mijn jeugd kabbelde in stilte verder.
De school was een grote fiasco.
Niet wat de algemene lessen betrof, want die kon ik vlot volgen.
Maar  het hoofdvak was andere koek.
Niet voldoende of juiste materiaal hetgeen tot een demotivatie leidde bij mij.
Wij hadden thuis geen naaimachine. En dat was toch een vereiste.
Alle stiksels werden door mij met de hand genaaid, maar dat was natuurlijk niet de bedoeling.
Dus moest al dat werk overdoen in de klas. Terwijl ging de leerkracht uiteraard verder met de andere leerlingen.
Hetgeen betekende dat ik die nieuwe technieken dan weer niet meekreeg. En dus raakte ik hopeloos achterop.
Het pleidooi van nichtje S. bracht ook al geen zoden aan de dijk.
Mijn pleegouders waren doof voor mijn noden. Op de naaimachine werken van nichtje kon wel af en toe, maar zij moest natuurlijk haar haar werk ook afkrijgen.

Weer voelde ik mij niet  happy op de school, en ik was blij dat het schooljaar ten einde was.
Tussen mij en mijn pleegouders ging alles relatief goed.
Ik vroeg of zei niets. Zij deden net hetzelfde.
Ook met mijn pleegbroer klikte het beter.
Sinds ik terug was zocht hij meer toenadering.
Met zijn kinderlijk, maar o zo venijnig getreiter, was hij gestopt.
Wanneer de zoon van mijn pleegzuster kwam logeren had ik het nog wel zwaar te verduren, toch hield pleegbroer zich bij die plagerijen steeds meer en meer afzijdig.
We maakten rustig ons huiswerk. Zelfs een gezelschapsspel brachten we tot een goed einde.
Dit alles kwam de sfeer ten goede.

Eén ding was nog steeds hetzelfde gebleven.
Mijn pleegbroer kreeg dure geschenken en nog duurdere kleding en schoeisel, terwijl ik aflatertjes droeg.
Een opmerking daarover maken deed ik niet. Tenslotte kende ik  het antwoord al.
Er was geen geld en ik moest dankbaar zijn.
En alles was me liever dan terugkeren naar het internaat.
Ik had mijn vrijheid veel te lief om die in de weegschaal te gooien.
Al was die vrijheid dan ook zeer relatief, want ik had vele klusjes te doen in huis.
Maar ook dat nam ik erbij en maakte er het beste van.

Mijn examen doorliep ik als in een roes.
Wat ik niet kon deed ik ook niet.
De helft van hetgeen ik op het examen te zien kreeg had ik gemist in de loop van het schooljaar.
Mijn blad was dan ook steeds vlug ingevuld.
Als je klaar was met je papier mocht je naar huis. Niet nodig zeker om te zeggen dat ik steevast één van de eerste was die het klaslokaal verliet?

Tot mijn grote verbazing was ik toch geslaagd.
Weliswaar met de hakken over de sloot, maar toch.
Ik kreeg de raad van de klastitularis om in de vakantie wat bijlessen te nemen.
Daar hadden mijn pleegouders geen oren naar wegens niet gratis.
Het kon mij allemaal niet zoveel schelen.
Het was vakantie en ik was vrij!

©Huismusje

SCHOOLMOE



Het was vakantie!

Maar meer dan de klussen in huis doen en op straat wat rond lummelen was het niet.
De zus van mijn pleegvader woonde schuin tegenover ons.
Mijn pleegmoeder was er niet welkom wegens de zoveelste ruzie tussen die twee. Mijn pleegvader wel en Ik ging dan steeds met hem mee op bezoek.
De dochter des huizes was enkele jaren ouder dan ik.
Het waren veelal haar afdankertjes die ik kreeg.
Gelukkig was zij nogal modebewust en was haar kledij niet al te veel versleten. en Hoe ouder ik werd, hoe beter alles me paste.

Die dochter werkte reeds jaren op een drukkerij.
Die drukkerij was gelegen in weer een andere zijstraat van onze straat en dus op loopafstand bereikbaar.
Zij liet weten dat ze daar een loopjongen/meisje zochten.
Als ik interesseert was zou ze voor mij bij de baas een goed woordje doen.
Ik had er wel oren naar want de school zou toch weer  niets worden.
Je hebt nu éénmaal schoolgerief nodig wil je een beroep aanleren en dat was er niet voor mij.
Was er nooit geweest en zou er ook nooit zijn.
Met als steeds weerkerend excuus van mijn pleeg-ma: "Er is geen geld voor".
"Wij doen zo al genoeg voor je, en allemaal gratis".
Dat bleek later een grove leugen te zijn maar dat kon ik niet weten.
Dus, na een zeer kort overleg met mijn pleegmoeder, kreeg ik in een mum van tijd haar fiat. Of wat had je gedacht?
Ik op weg.

In de bewuste straat waren twee drukkerijen vlak naast elkaar.
In mijn wild enthousiasme stapte ik de eerste binnen .
Daar wist men van niets, maar het lot was mij gunstig gezind.
Maar de kantoor overste zag mij wel zitten en ik werd ik aangenomen.
Toen uiteindelijk bleek dat ik op de verkeerde drukkerij was gaan solliciteren was het te laat om nog te veranderen.
En tenslotte werk was werk he?

Ik moest de post sorteren en ronddragen.
Koffie maken en rond brengen.
Nieuwe formulieren halen naar het magazijn en uit delen, kortom, al hetgeen een kantoor hulpje zoal doet.
Het werk was voor mij een beetje een hemel op aarde want ik deed het allemaal ontzettend graag.
En het loon was ook redelijk.

Toen het tegen 1 september aanliep beslisten mijn pleegouders en ik dan ook om te blijven werken.
Enkel de school moest daarover worden ingelicht, alsmede de jeugdrechter.
Het eerste lieten mijn pleegouders aan mij over. Maar dat vormde geen probleem voor mij, dat had ik al zo vaak gedaan.
De school maakte er al evenmin een probleem van.
De secretaresse vulde de papieren in en de directrice  tekende ze.
Die papieren moesten nog worden opgestuurd naar de jeugdrechter maar daar zouden mijn pleegouders voor zorgen.

De drukkerij was mijn toevlucht.
Ik vond er vriendschap en genegenheid. Sommigen stelde wel eens vragen maar ik liet nooit het achterste van mijn tong zien.
Nog altijd in de veronderstelling dat alles wat gebeurd was door mijn eigen schuld kwam.
Dat was natuurlijk een zeer uitgekiende tactiek van mijn pleegmoeder om mij het zwijgen op te leggen.
En het werkte nog ook!
Mijn collega's moeten wel in de gaten hebben gehad dat het er bij mij "thuis" niet allemaal koosjer aan toe ging, maar ze zeiden er nooit wat van.

Ik was meer dan tevreden met die situatie.
Ik bracht geld binnen en dat stemde mijn pleegouders tevreden.
Het werk deed ik heel graag, en dat stemde mij tevreden.
Gaf mijn loon af zonder morren.
Het enige min puntje was dat het nog steeds niet genoeg scheen te zijn voor mijn pleegmoeder.
Want iets nieuw voor mij kon er enkel af in de allerhoogste nood.
En ik moest zelf mijn was en strijk blijven doen.
Moest in de weekends helpen poetsen.
Meestal moest ik de gang en de straat doen, maar dat deed ik graag.
Zo kon ik een praatje maken met al diegenen die de deur passeerden.
En eindelijk begon ik te geloven dat het leven mooi kon zijn. Ook voor mij.
©Huismusje

EERSTE LIEFDE

Reeds enkele maanden was ik aan het werk op de drukkerij en het beviel mij daar prima.
Het was bijna Nieuwjaar en mijn leven zou nog maar eens een andere wending krijgen.

Op oudejaarsavond was er in de harmonie waar ik majorette was geweest, steeds een bal, en ik werd ook uitgenodigd.
Het verbaasde mi enigszins, maar ik mocht er naartoe  gaan van mijn pleegmoeder.
Meer zelfs!
Ik mocht naar de kapper en kreeg een nieuw kleedje en schoenen.
Ik voelde mij de koning te rijk.

Daar de harmonie slechts enkele huizen verderop was  moest ik zelfs niet op een bepaald uur terug zijn.
Het was fijn om al die mensen terug te zien waar ik zo'n fijne momenten mee had beleeft.
De meesten waren van mijn thuissituatie op de hoogte en dus moest ik niet al teveel vervelende vragen beantwoorden.

R. was er ook.
Hij speelde in de harmonie op de klaroen.
Vaak had ik met hem staan gekscheren, maar als liefdes kandidaat had ik hem nooit bekeken.
Wellicht omdat hij zes jaar ouder was dan ik en ik als prille tiener hem toen een "oude" vent vond.
Maar met mijn zestien en acht maanden, en met de ervaring die ik achter de rug had, bekeek ik hem anders.
Hij noemde me steeds "blondje", en zo vroeg hij mij ook dan ten dans.
" He Blondje, wil je met me dansen?" Ik hoor het hem nog vragen.
En dit blondje, zei ja.
Wanneer de vonk nu precies is overgeslagen zou ik niet meer kunnen zeggen. Feit is, hij werd mijn eerste grote liefde.

R. had een auto.
Een knalgele Volkswagen-kever.
En geloof me, we hadden er veel bekijks mee.
Dat was R ten voeten uit, een lieve ietwat introverte man die zich af en toe door iets extravagant liet opvallen.
Zo kwam hij mij eens ophalen voor een ritje naar het Zilvermeer in Mol.
Hij droeg een gifgroene bloemmetjes broek met daarboven  een knalrood hemd waar hij de mouwen van had afgeknipt.
Ik stikte bijna van het lachen toen ik hem zo zag. Maar hij gaf geen krimp en deed alsof hij in z'n zondags kostuum aanhad,
Zo was R. dus.
Gelukkig had hij zo maar af en toe van die rare uitschieters, en dat maakte het nu juist zo plezant.

Mijn pleegouders konden het goed vinden met R. Hij was iets meer terughoudend tegenover hen.
Hij vond dat er een kilte sfeer in huis hing hoewel hij op dat ogenblik nog niets afwist van de ganse situatie.
Maar van in het begin merkte hij verbaasd op dat mijn pleegouders niet van me hielden.
Ik was eerder verbaasd over zijn opmerkingsgave, want mij viel het niet meer op.
Ik was al lang blij dat mijn pleegmoeder mij niet meer sloeg.
Scheldnamen en scheldwoorden liet ze ook meestal achterwege sinds ik terug was uit het internaat.
Vreemd genoeg heb ik die opmerking over die kilte tussen hen en mij later nog een paar keer horen zeggen van anderen die met mijn pleegouders in contact kwamen.

R. was enig kind en werd op handen gedragen door zijn ouders. En dat was wederkerig.
Met R's ouders had ik nog niet echt kennis gemaakt.
R. sprak zijn moeder vaak aan met haar voornaam, wetende dat hij haar daar mee op de kast joeg.
Zij gaf hem dan speels een tik tegen zijn hoofd, en hij dook dan lachend weg.
Ik was een beetje jaloers op de goede verstandhouding die R. met zijn ouders had, maar vooral miste ik de liefde die er tussen hen was.  Iets wat ik niet kende.

R. antwoordde steeds een beetje terughoudend op mijn vraag waarom hij me niet voorstelde aan hen.
Meestal kreeg ik te horen, "dan gaan ze zich bemoeien en is de pret eraf".
Ik begreep het wel niet maar zat er ook niet echt mee.
We maakten plezier en het leven was mooi.
Hij was stapel op me. En ik op hem.
Dat was voor mij een nieuwe ervaring en meteen ook een grote stap.
Want ik vertrouwde maar heel weinig mensen. Maar tegenover R. voelde ik geen greintje wantrouwen.
Dat was liefde! Mijn eerste grote liefde.
©Huismusje

EERSTE LIEFDE 2

Ik beleefde een heerlijke tijd met R.
Doordat hij een auto bezat kwam ik op plaatsen waar ik nog nooit was geweest.
We bleven wel in België natuurlijk, want zo groot was zijn budget nu ook weer niet.
Maar we gingen een dagje naar zee. Of naar de Ardennen.
R. had een vriend die een manege had. Daar bleek dat ik doodsbang was voor paarden.
We gingen naar de Drive-in bioscoop. En naar dancing “De Fauna" (een dancing in Schilde).
Hij leerde mij top-biljart spelen en liet mij af en toe winnen. De schat!
Kortom, een leuke tijd.
Maar toch niet helemaal zorg vrij!

 Met mijn pleegmoeder kon ik kortelings zo nu en dan een normaal gesprek voeren.
En daarom durfde ik al eens een vraag stellen over mijn echte moeder.
Zo kwam ik te weten dat mijn grootmoeder langs moederskant in Antwerpen woonde.
Dat mijn moeder mij wel was komen bezoeken toen ik nog een baby was en de eerste maanden wel voor me had betaald.
Het waren maar kleine dingen, maar ze betekende veel voor mij.
Want ik bleef er naar verlangen om mijn moeder te ontmoeten.

Bij de ouders van R. mocht ik niet binnen.
Ik kwam uit een verbeteringsgesticht zoals ze het noemden, dus ik deugde niet.
R. zei me dat ik geduld moest hebben, dat ze wel zouden bijdraaien.
Maar ik had zoiets van, als jullie mij niet moeten, dan ik jullie ook niet.
Tja, ik was jong, en door al mijn nare ervaringen was ik nogal categoriek in mijn oordeel over mensen.
Kwam bij dat ze niet eens de moeite deden om de waarheid te achterhalen.
Het maakte me boos en verdrietig tegelijk.

Telkens we in het weekend ergens naartoe reden  kreeg R. een hele boel goede raad mee van zijn moeder.
Zo mocht hij zich niet laten verleiden door mij om seks te hebben.
“Laat je door haar je kop niet zot maken” zei ze dan.
“Want als ze zwanger wordt hang je vast”.
Maar het was R. die op seks aandrong! En het was ik die  angst had om zwanger te worden!
Want 'De pil' kregen jonge meisjes toen niet van de dokter. We zouden ze ook niet hebben durven vragen.

Bij mijn pleegmoeder kon niet terecht met vragen over seks.
Ik had het één keer geprobeerd en kreeg meteen de kous op mijn kop.
“Je bent al net zo'n hoer als je moeder en grootmoeder” beet ze me toe.
En dat was dus meteen mijn eerste en laatste vraag die ik haar daaromtrent over stelde.

Al wat ik wist over seks had ik van horen zeggen.
Van de meisjes uit het home en internaat enerzijds, en van de vrouwen op de fabriek anderzijds.
Dus het bleef tussen R. en mij bij wat geflikflooi, want ik hield de boot af.
Maar toch was ik de slang in de ogen van de moeder van R. We kregen er onze eerste ruzie over maar die duurde niet lang. Het daarna weer bijleggen was heel plezant!

©Huismusje

DESKUNDIGHEID

Chia schreef in een reactie: “Op mijn zeventiende was ik nog een baby”!
Wel, ik ben een beetje jaloers op haar “baby fase”.
Door al de nare ervaringen die ik had meegemaakt.
was ik reeds lange tijd volwassen. ik moest moest wel!.
Ik had geen onbevangen kind of tiener mogen zijn, het werd mij niet toegelaten.

Tussen mijn zestiende en zeventiende deden zich weer feiten voor die mij al gauw in één klap enkele jaren ouder deden worden.
Er was de eerste liefde en tegelijk de eerste ontgoocheling.
Er was de zoveelste ontgoocheling in mijn pleegouders. Maar dat had ik halvelings ingecalculeerd.
Maar er was ook de ontgoocheling in volwassenen waarvan ik het niet verwacht had.
En vooral was er de ontgoocheling van diegene waar ik het meest naar verlangde.
Die van mijn eigen echte moeder.

Hoezeer mijn pleegmoeder ook haar best deed om bij elke gelegenheid die zich voordeed mijn biologische moeder de grond in te boren, ik bleef in haar geloven en verlangen.
Ik zou en moest haar vinden.
Wou haar met mezelf confronteren.
Geloofde rotsvast dat wanneer ze mij zou zien alles goed zou komen.

Neen, ik was geen onwetend kind op mijn zestiende.
Maar integendeel een ervaringsdeskundige.
Deskundig in de ervaring met de slechtste kanten van de mens.
Met de ervaring van de onkunde van diegene die volgens hun statuut verstand zouden moeten hebben van kinderen in mijn situatie.
Ervaring met het onbegrip en laksheid van zovelen.
Het was geen prettige ervaring!

©Huismusje

TURBULENT JAAR (1)

Er gebeurden tussen mijn zestiende en zeventiende jaar zoveel dat ik echt mijn hersenen hoor kraken bij de pogingen alles in chronologische volgorde te plaatsen.
PffffT…amaai wat een zin!

Hoe meer het jaar naar mijn zeventiende verjaardag liep, hoe chaotischer mijn leven weer werd.
Wanneer de aandachtige lezer in mijn schrijfsels dus moest constateren dat sommige gebeurtenissen door elkaar lopen, dan heeft hij/zij waarschijnlijk nog gelijk ook.
Maar laat mij proberen te beginnen met het begin.

Het werk op de drukkerij liep nog steeds heel vlotjes. De liefde tussen R. en mij was nog steeds heel groot.
Zijn ouders bleven eveneens halsstarrig weigeren mij te aanvaarden. Al mocht ik sinds kort af en  binnenkomen.
Dat was gekomen doordat we in de winter vaak een potje zaten te vrijen in de auto. Kwestie van ons warm te houden he!.
R. liet dan de motor draaien en dat kostte natuurlijk benzine'.
Vermits zijn ouders die benzine betaalden omdat hij ook per auto ging werken, voelden ze dat in hun geldbeugel.
Dat R. zijn volledige loon op zijn 23e nog steeds braaf afgaf vond iedereen in die tijd normaal. Hij woonde tenslotte nog thuis en kostgangers  hield men toen niet.
Daarom mochten we in de winter al eens in de voorkamer zitten, want die werd toch niet gebruikt.
En zo had ik al een beetje een voet in huis.

R. noemde zijn moeder Jeanneke, en zijn vader, Flup.
Het was een speels plagerijtje tussen hen.
Op een zondagmiddag werd ik door zijn ouders onverwachts uitgenodigd om te komen eten.
Ze lieten mij meteen weten dat dit geen wekelijkse gewoonte zou worden, maar dat ze anders hun zoon in het weekend niet meer te zien kregen.

Ik noemde de moeder van R. ook altijd, Jeanneke. Niet rechtstreeks tegen haar natuurlijk, maar in een gesprek met R.
Maar ze had het gehoord en meteen werd mij diets gemaakt dat ze dit van mij niet tolereerde.
Dat ik haar Madame...(familienaam) moest noemen
Zo waren er vele kleine schermutselingen die er allemaal op duidden dat ze mij afwezen.
De vader van R. was iets toleranter naar mij toe, maar dan alleen als zijn vrouw niet in de buurt was.

 R. bezat een Duitse Herdershond, Jackie genaamd. Echt waar hoor bojako!
Het beestje was al vrij oud en vrij jaloers. Kwam bij dat ik een grote angst had opgelopen door de ervaring met onze hond en dat het beest dat scheen te ruiken.
Voor we aan tafel gingen zaten R. en ik wat te keuvelen in de salon met de hond tussen ons in.
Dat vond Jeanneke prima want telkens ik bewoog begon de hond zacht te grommen. 
Geen handjes vasthouden, en al zeker geen kusje, want de hond tolereerde het niet.
In een onoplettend moment stak ik toch mijn hand uit naar R. en meteen had de hond mij vast.
Zonder verwittiging en snel als de bliksem.
Iedereen schrok daar erg van en R. bedaarde in paniek de hond. Ik  keek in paniek naar mijn bloedende hand.

Uit dit voorval kwam ook iets goed uit.
Was het omdat zij een beetje medelijden met me had? Maar telkens wanneer ik mocht komen eten maakte ze iets klaar dat ik graag lustte.
Maar het bleef allemaal heel afstandelijk en ik heb met hen nooit een close band gehad.
Veeleer zagen ze in mij een bedreiging voor hun zoon.
Een bedreiging omdat zij meenden  ik een slechte invloed had op hem. Omdat hij steeds vaker uit huis was.
Feit was ook dat de moeder van R. nog heel vaak contact had met zijn vorig meisje.  Ze hadden veel liever gezien dat hij voor haar had gekozen in plaats van voor mij.

Ze wilden maar niet inzien dat R. oud en wijs genoeg was om te weten wat hij wilde. En hij wilde mij, of zijn ouders dit nu graag hadden, of niet.

©Huismusje

TURBULENT JAAR 2

Nog steeds in datzelfde jaar zouden  bepaalde feiten in een razend tempo op me afkomen.

De relatie met de ouders van R. bleef afstandelijk.
Hoe meer R. en ik naar elkaar toegroeiden, hoe meer ze mij schenen te misprijzen.

Wanneer ik op zondag al eens mocht blijven eten vroegen ze mij honderd uit over mijn pleegouders, en over het internaat....enz.
Maar zoals ik al zo vaak schreef, ik vertrouwde niemand voldoende om veel te vertellen.
Dat dit een zekere achterdocht opwekte daarvan was ik mij toen niet bewust natuurlijk.
Misschien... wanneer men wat harder geprobeerd had om mij te begrijpen....misschien wanneer men we wat meer tijd had gegeven om vertrouwen op te bouwen....misschien dan.

Het was zondagavond en R. wilde mij naar huis voeren. De auto stond geparkeerd  voor zijn ouderlijke woonst en tussen twee auto's in. We zaten nog wat te praten toen we plots een andere auto in volle vaart  recht op ons af zagen komen. De chauffeur van die wagen had in de schuin tegenover liggende bar flink zitten pintelieren.  Ik zie het nog voor mijn ogen gebeuren.
De klap was enorm.

R. werd beschermd door zijn stuur maar ik sloeg met mijn hoofd op het dashboard.
Gevolg was een flinke jaap onder mijn kin.
Ik bloedde als een rund.
Wat er dan vervolgens juist is gebeurd weet ik niet zo goed meer.
De politie kwam en de ziekenwagen.
En er stond massa volk te gapen.

 De snede onder mijn kin moest worden genaaid.
Mijn neus bleek gebroken en mijn rechter pols vermoedde men.
Dat laatste was gelukkig niet zo, zoals later bleek, maar ik moest toch een steun verband dragen.

Terwijl men met mij naar het ziekenhuis reed, bleef R. achter om alle formaliteiten te vervullen.
Toen ik ’s avonds laat bij mijn pleegouders toekwam, wisten die nog van niets.
Achteraf is daar nog een hele heisa rond geweest tussen zijn ouders en mij, want de moeder van R. had verwacht dat ik terug zou komen naar hen.
Zij vond dat ik dat had moeten doen.
Ik was echter teveel van de kaart om rationeel te kunnen denken of handelen.
En heel stiekem had ik gehoopt dat R. naar mij zou toekomen, maar die was op dat moment ook helemaal ondersteboven van het ongeval

 Mijn pleegouders waren niet blij.
Niet om mijn verwondingen, maar omdat ik niet zou kunnen werken.
En vooral omdat ze voor niet in orde waren met het ziekenfonds.
Er werd mij gezegd dat ik toch moest proberen om te gaan werken.
Maar de baas stuurde mij linea recta terug naar huis.
Ik zag er ook niet uit echt presentabel uit! Mijn gezicht en hals zagen blauw.
Mijn arm lag in een draagverband. Bovendien had ik barstende hoofdpijn.
Mijn collega’s schrokken zich rot toen ze mij zagen.
Tja, de aanblik was niet mooi.

Thuis was er niemand die zich afvroeg hoe ik mij voelde bij het bekijken van mijn gezicht in de spiegel.
Hoe ik mij voelde met die lelijke snee op mijn kin dat voorgoed een lelijk litteken zou blijven. Iets dat elk jong meisje erg van streek zou maken, toch?

Van toen af ging alles weer als in een stroomversnelling.
Er zijn flarden van het gebeurde die me steeds zullen bijblijven of die sporadisch in me opkomen, maar er zijn en blijven ook veel hiaten.
De kettingreactie van gebeurtenissen die hierop  zouden volgenden zal ik echter nooit meer vergeten.

©Huismusje


 

NIEUWE DROOM

De verstandhouding met mijn pleegouders nam weer beetje bij beetje af.
Voor mijn werk moest ik allerlei papieren in orde maken. En daar knelde nu net het schoentje.
Ik was niet verzekerd, stond niet ingeschreven bij het ziekenfonds.
Het was nog maar eens een volwassenen probleem dat ik als jeugdige tiener mocht proberen op te lossen.

Mede door de raadgevingen van de ouders van R. stelde ik penibele vragen aan mijn pleegouders.
Vragen waar ik steeds meer en meer een bitsige repliek op kreeg.
“Waar bemoeien die mensen zich mee” vroeg mijn pleegmoeder?
Toen ik haar antwoordde dat de verzekering van R. die papieren nodig had om de schadevergoeding te kunnen uitbetalen, haalde ze haar schouders op.
Ook mijn baas was niet tevreden met mijn uitleg, want ook zij kwamen in de problemen met de sociale wetten.
Steeds vaker en vaker kreeg ik dan als antwoord “Zoek je moeder en ga haar lastig vallen”!

 Eerlijkheidshalve moet ik toegeven dat ik me ook niet echt met die papierwinkel bezig hield.
Kwam bij dat R. en ik nu extra vrije tijd hadden die ik veel liever op een andere manier invulde dan bezig te zijn met een administratie waar ik totaal geen kennis van had .

 Waar ik mij wel degelijk voor inzette was naar het op zoek gaan van mijn “echte” moeder.
Meer en meer werd het verlangen naar haar hardnekkiger.
De dagdromen die ik over haar had werden steeds mooie.
Stap voor stap kwam ik verder in mijn zoektocht naar haar.
R. en ik liepen de district huizen en politiebureaus plat.
Uiteindelijk kwamen we terecht bij het C.O.O. (commissie van openbare onderstand), het OCMW van nu.

En daar gingen de poppen aan het dansen!
Men vroeg daar mijn ganse levensloop, en ik beantwoorde die naar waarheid.
Ik had daarbij slechts één doel voor ogen, het vinden van mijn moeder.
Wat de gevolgen zouden kunnen zijn voor mijn pleegouders of voor mij, was iets waar ik niet bij stilstond.
Had er ook geen flauw benul van.

En ik boekte resultaat!
Na verschillende adressen te hebben doorgekregen van zowel van binnen als buitenland.... en dito namen van voor mij onbekende familieleden…kreeg ik uiteindelijk het adres van van mijn “moeder” te pakken.

Ik was door het dolle heen!
Eindelijk zou ik haar ontmoeten.
Vanaf nu zou het leven mooi worden voor mij.
Wat zou ze blij zijn dat ze mij zag!
In mijn fantasie en dromen was alles al in kannen en kruiken.
Ik vertelde het geboekte resultaat aan mijn pleegouders met enige schroom. Want ergens voelde ik het aan als verraad tegenover hen. Niettegenstaande zij mij er toe aangezet hadden. Niettegenstaande ik wist dat ze me liever niet, dan wel, zagen

Die onthaalde dit nieuws niet zo prettig.
Stellig waren zij zich bewuster van de eventuele gevolgen dan ik.
Mijn pleegmoeder barstte dan ook meteen uit in hoongelach.
Liet mij op schampere toon weten dat ik nu eindelijk de waarheid onder ogen zou krijgen.
Dat ik de ware aard van mijn moeder nu zou leren kennen.
Maar het deerde mij allemaal niet.
Ik had een lang gekoesterde droom kunnen waarmaken
En ik droomde een heel eind weg.
©Huismusje

MIJN FENIKS 1

De meeste tieners krijgen het al wel eens aan de stok met hun ouders.
Meestal is de moeder dan kop van jut daar zij een ietsje meer aanwezig is bij de opvoeding dan de vader.
Maar iedere tiener weet ook dat in nood  hij/zij steeds op diezelfde moeder kan rekenen.
En dat geloofde ik ook!

R. en ik hadden besloten om mijn moeder te gaan opzoeken zonder enige verwittiging.
Wij wilden de verrassing compleet maken. Haar voor een voldongen feit zetten, zeg maar.
We wilden ten alle kosten vermijden dat we op voorhand zouden worden afgescheept.

Ik geloofde rotsvast dat mijn moeder blij zou zijn om mij te zien.
Dat ze een plausibele uitleg zou kunnen geven waarom ze mij nooit was komen opzoeken. En vooral waarom ze mij had achtergelaten?
Tenslotte had ik recht op wat uitleg was ik van mening.
Eventueel zou ik haar vragen naar mijn vader, maar dat was niet mijn prioriteit.
Vreemd genoeg is het dat ook nooit geweest.

We kwamen te weten dat mijn moeder niet eens zo ver weg woonde.
Zij woonde zelfs in dezelfde gemeente als mijn pleegouders.
Maar dan wel in een veel chiquere buurt.
Een omgeving waar de duurdere appartementen en huizen te vinden waren.
Dat gaf mij al goede hoop.
Want als zij zich die dure behuizing kon permitteren zou het haar wel goed gaan.
Of zij gehuwd was….? Of ze nog kinderen had….? Of haar eventuele partner op de hoogte was over mij….?
Het waren vragen waar ik in al mijn overmoed en impulsiviteit niet bij stilstond.
Ik had maar één doel en dat was haar zo vlug mogelijk ontmoeten.

Op een zaterdag was het dan zover.
R. en ik reden zonder iemand te verwittigen naar het bewuste adres.
Daar aangekomen gierden de zenuwen door mijn keel.
Tegelijkertijd was ik ook zeer zelfzeker.
Toen ik haar naam (mijn familienaam) op de deurbel las klopte mijn hart bijna tweemaal zo vlug als normaal.
Volgens de positie van de deurbel woonde mijn moeder op het vierde verdiep.
Toen ik naar boven keek zag ik een vrouw die bezig was met de ramen te lappen.
Tegelijkertijd keek die vrouw naar mij.
Het was een magisch moment. Het leek of de wereld even stilstond.
Tot op de dag van vandaag kan ik dat moment van toen, seconde per seconde voor mijn geest halen.
Het staat in mijn geheugen gebrand.

Ik wist dat die vrouw mijn moeder was.
R. had zo zijn twijfels en liet dat ook blijken. Maar ik twijfelde geen moment. Het waarom kan ik echter niet verklaren. Maar toen ik mijn vinger op de bel drukte wist ik dat die vrouw van de ladder zou stappen om de deur te openen.
En zo was het ook.
Eindelijk, dacht ik...

...Vanaf nu kan er mij niets meer gebeuren. Vanaf nu komt alles goed!
Dat geloofde ik vast!
Zij was mijn eigenste Feniks.
Herrezen uit de grijze as.
Dat je aan hete as je vingers lelijk kunt branden was iets waar ik niet aan dacht...!

©Huismusje


Meer van HUISMUJE'S TRIESTE JEUGD

↑ Terug naar de berichten