de hoop


De mens is met de hoop geboren; die zit hem in het bloed. We worden van bij de geboorte bewoond door een intens verlangen naar geluk en vreugde, maar onder alle soorten van verwachtingen ligt er één fundamentele; bemind te worden om te leven, voluit te leven. De tegenpool zal wel de angst zijn, de grondige angst onbemind te blijven en zo te sterven. Tussen beiden ligt dan ook dat eeuwig gevecht, ook al mogen we niet te vlug toegeven aan bepaalde verlangens, zeker wanneer ze ons worden opgedrongen. Heb dat ook vandaag weer eens moeten ervaren wanneer ik even mijn deur op een kier heb gezet met een luisterend oor. Mensen willen meer, heel wat meer, zelfs veeleisend; en had ik het gisteren al niet over een terughoudendheid in vertrouwen geven.
Maar het is wel waar dat waar de hoop naar verlangt, dat is liefde en leven. Het hele leven is één laboratorium van van de hoop; de mens wil het ondoenbare doen, het onbereikbare bereiken.
De waarachtige hoop zuivert ook de echte verwachtingen; behoedt tegen ontmoediging; ze verruuimt het hart bij het uitzien naar een levenwekkende gebeurtenis, een blij uitzien naar en zo behoedt ze ons voor egoïsme en leidt ze naar het geluk van liefde.
Laatste wens ik mezelf toe wanneer ik in mei van dit jaar met mijn Indische vriend-missioniaris, nu wekzaam in de States, HOOP samen met hem naar Rome af te reizen.














