schepping


Schepping
Ik had vreugde toen ik je schiep,
Mijn kind, zo klein en uniek,
zo teder, zo kwetsbaar, zo goed,
Mijn schepping, 't was goed.
Ik, Mijn kind, verheugde Mij in jou,
en dacht aan de dagen die komen,
aan de gaven die Ik je geven zou,
heel speciaal, helemaal voor jou.
Elke dag had Ik met vreugde gepland,
telkens weer met liefde omgeven:
een zorgeloos kind, daarvoor was je bestemd,
zo kostbaar in Mijn ogen is jouw leven.
Ik gaf je ouders om voor je te zorgen,
zodat je veilig was en geborgen,
elke dag iets leren over Mij,
vol vertrouwen Ik keek naar je en was blij!
Toen kwam het kwaad in je leven,
onverwacht, het verraad van de schepping,
als een dief in de nacht,
zijn kans afgewacht.
Het licht verdween uit je ogen,
de vreugde van je gezicht,
je zag niet eens hoe je werd bedrogen,
Ik huil om wat hij heeft aangericht.
Het had niet moeten gebeuren,
het had niet moeten zijn:
de lange donkere nachten,
gevuld met angst en pijn.
Hij had je moeten laten zien,
hoe kostbaar je bent in Mijn ogen,
hoe mooi je bent in Mijn ogen,
hoe Ik met jouw leven ben bewogen,
zo mooi, zo kostbaar, in Mijn ogen.
gelezen in opwekkingsmagazine, geschreven door Gabriële van Maestrigt.
uit de bundel : "als douchen niet meer helpt"












