Asielzoekers


Het is vijftien graden in België, dat lees ik op de site van De Standaard.
De weldoorvoede Belg maakt zich op voor een nieuwe werkdag.
Sommigen hadden enkele maanden ervoor een telefoontje gekregen, zo blijkt uit een artikel getiteld \'Belg vindt dat ons land te veel asielzoekers opvangt\'.
Het artikel vat een studie van de KU Leuven samen, die peilde naar de mening van de Belg over asielzoekers. Het artikel vermeldt onder andere dat 45% van de Belgen wil dat de grenzen gesloten worden voor asielzoekers, ook voor diegene die vluchten voor politiek geweld.
De helft van de Vlamingen vindt dat de overheid te veel doet voor de asielzoekers, voor 35% zijn ze trouwens een bedreiging voor onze cultuur en gebruiken.
Het artikel eindigt met het droge zinnetje: \"32% mijdt bewust elk contact met hen\".
Een beetje aangeslagen kijk ik naar het scherm. \'k kom net terug van het dorpje Altamirano.
Het beeld van de ernstig zieke man die naakt de pijn verbijt, hangt nog in mijn hoofd.
Zijn toestand was er de laatste dagen op verslechterd, een broer had me gevraagd eens een kijkje te komen nemen.
Niet enkel zat zijn hele lijf onder de blazen en zwoegde hij zich door de koortsaanvallen, aangrijpender waren zijn uitgebluste ogen. Ze vertelden het verhaal van de tocht naar de stad.
Twee dagen ervoor was hij er heen gegaan, tachtig kilometer in een busje van de \'warme aarde\' naar de frisse hoogvlakte, om een dokter op te zoeken.
In de apotheek liep het fout. Na het dure doktersbezoek was hij met z\'n briefje op zoek gegaan naar de medicijnen, maar op de prijs ervan had hij zich niet voorzien, beter, hij had er geen geld voor.
Van een kale reis en uitgeput kwam hij terug in het dorp. Hij wist ondertussen wel aan wat hij leed (en misschien zou sterven), maar een behandeling kon hij niet betalen.
Aanpalend staat de hut van doña Rosalia. Enkele dagen ervoor had ik daar gegeten. De weduwe woont samen met haar stokoude moeder en een zoon, die de helft van de tijd dronken door het dorp waggelt. Zij zelf tenger maar knap voor haar vijftig jaar, met een afwezige blik. Het viel op dat ze de hele tijd de verte instaarde alsof ze daar iets zocht. Iets later krijg ik te horen dat haar jongste zoon naar de VS is vertrokken. Zoals dat dan gaat wordt een lening aangegaan die de tocht van de jongen moet financiëren, een investering in een levensverzekering zodat haar niet hetzelfde lot te beurt valt als haar buurman.
De negentienjarige had haar een bericht gestuurd. Hij was levend aan de andere kant van de grens geraakt, maar werk had hij nog niet gevonden. Het is dus nog even wachten op de brieven met geld. De moeder is zichtbaar bezorgd, in haar hoofd spelen alle onheilspellende verhalen hun versmachtende rol.
Ik wil haar troosten, maar wat kan ik zeggen? Dat een derde van mijn landgenoten bewust elk contact met haar zoon zou vermijden, dat ze vinden dat hij nooit over de omheining onder stroom had mogen klimmen, dat ze vinden dat de overheid te veel voor hem doet (dit is: hem zoeken, opsluiten, eten geven en terugsturen).
Dat ze vinden dat hij zo snel mogelijk moet teruggevlogen worden, zodat hij bij zijn moeder, in zijn cultuur, een illusie armer de uitzichtloosheid (onder andere die van een onmogelijk terug te betalen lening) diep in de ogen kan kijken.
Dan hebben we het nog niet over de politieke vluchteling... hoe durft in hemelsnaam een Belg op het idee te komen dat de deuren gesloten moet worden voor iemand die vlucht onder doodsbedreigingen.
We zijn met niet veel, maar we bestaan wel: degene die besloten hebben dat - als onze cultuur die van het ongebreidelde egoïsme is en onze gebruiken die van de zelfgenoegzame achterdocht en haat - we ons in permanent verzet bevinden tegen die cultuur en tegen de systemen die zulke \"niet-waarden\" produceren, systemen die evengoed de uitzichtloosheid in de Derde Wereld bestendigen.
overgenomen uit de krant Het laatste nieuws van 31/01/06






























