
De obelisken werden in een steengroeve gemaakt, die meestal kilometers weg lag van de tempel of plaats waar hij zou komen te staan. De Obelisk werd in verschillende stappen gemaakt: • Eerst verwijderde men de bovenste laag van de ruwe rots door deze afwisselend met vuur te verhitten en direct met water te koelen. En hakte de zijkanten verder uit. Het oppervlak werd gladgeslagen met zware stenen kogels.
• Om de onderkant los te krijgen hakte men tunneltjes, die werden gevuld met houten balken totdat de obelisk helemaal vrij lag. Daarna werd hij op een slede naar de boot getrokken.
• Met de boot en slede vervoerde men de obelisk naar de tempel, waar men een lange helling had gebouwden daarachter een kuil met zand. Onder het zand lag de sokkel.
• Bovenop de stelling liet men de obelisk langzaam kantelen, over de rand naar beneden. Hij kwam in het zand terecht, dat men via een tunnel weghaalde. En zo stond de obelisk op zijn sokkel.




















