NU DE WIND
Nu de wind huilt als een weerwolf
en wild zijn adem uitblaast
schuilen wij ergens dicht bij elkaar,
niets kan ons deren,
want jouw adem is
een warmte die mij veiligheid geeft.
Edith Oeyen
Gedichten: Edith Oeyen, poëzie is mijn passie
NU DE WINDNu de wind huilt als een weerwolf
en wild zijn adem uitblaast
schuilen wij ergens dicht bij elkaar,
niets kan ons deren,
want jouw adem is
een warmte die mij veiligheid geeft.
Edith Oeyen
Jullie jeugdJullie jeugd
Aan mijn zonen
Jullie jeugd buigt zich
naar ouder worden
verbergt het kind met heimwee
straks ontdekken jullie
het toverfeest van het leven
soms griezel en engte
soms blijheid en
de lieve lach van ieder om je heen
jullie jeugd vervliegt snel voorbij
dan bouwen jullie herinneringen
en hangen jullie ze op
in de meidoornhaag
Het zonlicht zal
de blauwe tuin van
het jong zijn verlichten
en de nacht brengt sterren en romantiek
jullie volwassen weten
maakt me moederdroef
maar ik weet dat ook elke merel
zijn nest ooit verlaat.
Edith Oeyen
draagtasDRAAGTAS
Hoe mooi prijkt zij
tegen de wand
haar beige-rode kleur
heeft de blos van verlegenheid
wat herbergt zij
liefdesbrieven uit jaren eerder
een muzikaal verlangen
voor vandaag
of mogelijk een verhaal
van eenzaamheid
even kijk ik achter het raam
en vind foto’s uit de oude doos
ik zong toen liedjes
voor mijn ouders.
Edith Oeyen
Walmen smog

WALMEN SMOG
Hier leeft somberheid
deze vlakte getekend in grijs-wit
laat ons mediteren
en zoeken naar heldere horizonten
wit stof drijft blauw uit de wolken,
walmen rook ontstijgen
de schoorsteenpijpen
smog beneemt ons de adem
wij hebben vrees voor onze longen
voor duisternis en het mortuarium
laat ons vluchten
uit deze cirkel van grijs
want in de verte geven autolampen
weer licht.
Edith Oeyen
Een treurzangEEN TREURZANG
Een ongezongen lied
van nooit vergeten tranen
zingt diep in
mijn diepste zijn,
de klacht knaagt
en wil bevrijd worden
wanneer de tijd verglijdt
en de zang verheldert
wordt dit ongezongen lied
Mijn leven.
Edith Oeyen
OntmantelOntmantel mijn gestalte
ontkleed mij van
mijn schuchterheid
ik wil jou
mijn liefde geven
mijn hart is onbewoond
raak me
streel me
proef mijn zoenen
neem mij
bewoon mijn lichaam
zo graag was ik
jouw schuilplaats geweest.
Edith Oeyen
Als de doodAls de dood morgen aanklopt
mij vraagt om een laatste dans,
wees dan niet droef om dit heengaan
maar lach om blijde dagen die waren,
schrijf mijn naam in de lucht en zucht
opdat je adem verbonden wordt met de wind.
Als de dood morgen komt aankloppen
wees dan zo vrij mij te laten gaan.
herinner mijn bestaan, vertel bloemen
en dieren over liefde en trouw
en weet dat ik steeds blijven wou.
Als de dood morgen komt aankloppen
zal ik mijn ogen sluiten
en vrede wensen voor jou.
Edith Oeyen
In badIn bad
bij een schilderij van M. Ariën
De dag heeft zijn vermoeidheid
om me heen geweven
als uitgeput strompel
ik naar het late uur
ik plukte fruit in de boomgaard
verzamelde bloemen op het beld
waste al wat zwart was wit,
wachtte op een verfrissend bad
en werd vlinder
die nectar uit de bloemen puurt
zalige overvloed van water
maakte van mij een nieuw mens.
Edith Oeyen
Het beginHet begin
Onder de korst van het niets
fluistert een beweging
over gespannenheid
een explosie,
als breekbaar glas
spat alles uit elkaar
onleesbaar duister
wordt met kleur overgoten
voelt de beweeglijkheid
van vleugels
wentelt zich naar morgen
vechtend tegen de nieuwe gloed
ontluiken bloemen en planten
zij kleden zich
om dit feestelijk gebeuren.
Edith Oeyen
Herfstwonder

Herfstwonder
Kijk nu,
hoe leven natrilt
in dit kleurrijk tafereel
heimwee naar groen
tekent zich af
als een donkerrood blad
speels de wind bekoort
avonduren verbergen
het spoor van zomer
diepen frisheid uit de grond
een nakende winter geniet
nog even van dit herfstwonder
grijs hangt de lucht,
in haar ademen blauwe woorden
van vreugde.
Edith Oeyen
Vergiftigd zweetVergiftigd zweet
kleeft aan haar gelaat
zij weet de waarheid te omzeilen,
haar jeugd is heengegaan.
Zij wil weer jong zijn
en herkauwt
de vruchten van haar eerste zonden,
jaarringen zijn reeds hard geworden,
zij wil tegenlicht en
verliest het verleden tot in de wortels.
In oude nerven
schrijft ze zich weer jong,
het is een zure appel
waarin ze bijt,
maar in haar schaduw
blijft haar zoon
zijn voetsporen planten,
verloochenen kan ze niet.
Ze is reeds veertig en
vrij zijn kan niet meer.
Edith Oeyen
De dood is

DE DOOD IS
naar aanleiding van een oorlogsconflict in Iran
Haat kleeft hier
in duisternis
waar angst groeit
en liefde met de dood
is getrouwd.
De dood
is bijtend,
vluchtend de man
voor eenzaamheid.
Hier heerst zwijgen,
kelen bloeden
ogen open.
Vraag geen liefde meerkijk:
mijn borst is
reeds door kruit verschroeid.
Edith Oeyen
Waar bloeien er nog bloemen

Oorverdovend lawaai
en helse kreten
van bouwvakkers
hun buldozers
slopen dorpen
maken puinhopen groot
bouwen flatten achttien hoog
waar nauwelijks nog
vriendschap heerst.
Waar bloeien er nog bloemen?
Edith Oeyen
Jouw schuilplaatsOntmantel mijn gestalte
ontkleed mij van
mijn schuchterheid
ik wil jou
mijn liefde geven
mijn hart is onbewoond
raak me
streel me
proef mijn zoenen
neem mij
bewoon mijn lichaam
zo graag was ik
jouw schuilplaats geweest.
Edith Oeyen
Het kleine meisjeHet kleine meisje
(naar een vers van Mazim Hikmet)
Gegroeid
uit het verleden
zijn de bloemen,
reizen vogels
de wereld rond.
In een speeltuin
liggen poppen
roerloos,
naast een doos.
Ik ben as.
Ween niet
mijn reis begint
mijn hand tekent
snoepgoed,
het bekoort.
wordt mijn roep aanhoort?
Edith Oeyen
Wist jeWist je dat sterren verstenen van verdiet
dat zij verdwalen in hun eigen schaduw?
Reis met me mee door de dagen
luister naar het galmen van de misthoorn
aan de galg hangt naaktheid
te sterven
getroffen door bliksem
vond ik bloemende appelaars
laten wij in Gods aarde zaaien
de vruchtbaarheid van liefde
en voorjaarrozen planten
als herinnering aan wat komen zal.
Edith Oeyen
De nacht ontkleedt

De nacht ontkleedt zich in het ochtenlicht
terwijl een nachtegaal zwijgt van heimwee
de dag is een doolhof waarin ik me bevind
geur van grasdauw opent mijn ogen
ik herinner nog je eerste vleugelslag
die dag, toen je liefde werd
in de verte weergalmt geknetter
van brandhout, een laatste vonk
die nog bij gisteren hoort
onvatbaat ben jij in mijn dromen
ik zoek een kompas dat me
uit het duister naar jou toe leidt.
Edith Oeyen
De nachtDe nacht ontkleedt zich in het ochtenlicht
terwijl een nachtegaal zwijgt van heimwee
de dag is een doolhof waarin ik me bevind
geur van grasdauw opent mijn ogen
ik herinner nog je eerste vleugelslag
die dag toen je liefde werd
in de verte weergalmt geknetter
van brandhout, een laatste vonk
die nog bij gisteren hoort
onvatbaar ben jij in mijn domen
ik zoek een kompas dat
me uit het duister naar jou toe leidt.
Edith Oeyen
Uit mijn mond
Laat me

Laat me bedwelmen in geheimen,
wij zullen slapen
in duistere hulpeloosheid
de naaktheid van de dood
laat ons sidderend beven
als kantelende hoogte
leeftijd noemt
laat ons dan
de schemer van de bloemen vinden
zodat de betovering overslaat,
wij zullen dan slapen
met een bloedwarm hart.
Edith Oeyen
1 reactie op dit bericht
dit gedicht
Ingrid