Tussen twee tranen
een kinderglimlach verder
blijheid in mijn hart.
Edith Oeyen
Gedichten: Edith Oeyen, poëzie is mijn passie

Tussen twee tranen
een kinderglimlach verder
blijheid in mijn hart.
Edith Oeyen
IN DE VERTE
Heerlijk hoe dit land
in alle stilte rust
kleur strooit in zachte tinten
de adem van de bomen
ruist lang mijn haren
die opwaaien in het blauw
van de lucht
hoog boven ons zweeft een vogel
hij breviert zijn dankgebed
om zoveel zon
de schoonheid van lente is een mysterie
die beelden voor onze ogen tovert
er is zoveel afstand
tussen lucht en land
en toch raken ze elkaar
in de verte.
Edith Oeyen
Ik WandelIk wandel door de kille dagen
vind ijsbloemen op het raam
en in mijn voetsporen
de herinnering aan het voorbije jaar
er was veel te beleven
pijn, verdriet en vreugde
maar voor mij ligt een nieuw jaar
met zoveel doordeweekse dagen
en hoop op meer geluk
gehuld in nevel ontwaar ik een glimlach
deze stuur ik aan jou
en wens jou de vreugde toe
van duizend rozen in een zomerpark.
Edith Oeyen
BesprekingEen naald zonder oog
Gedichten van Edith Oeyen
EEN BUNDEL UITZONDERLIJKE GEVOELSPOËZIE
De knieprothese als ondertitel van een gedichtenbundel. Het verdict, de operatie, het verblijf in het ziekenhuis, de revalidatie als bronnen van inspiratie. Het lijkt mij zoiets als het kappen van een ruwe steen tot hij kubiek wordt. Hij krijgt een nieuwe vorm, maar de inhoud blijft gelijk.
Dit leken mij geen items waarbij een dichterlijke ziel zich geroerd voelt. In dit orthopedisch landschap van bevroren tranen vind je enkel “verbeterde operatietechnieken”, zoals dokter E. Van Vlerken in het voorwoord schrijft.
Ik maakte echter een grote inschattingsfout: patiënte Edith Oeyen schreef een bundel uitzonderlijke gevoelspoëzie. Authentieke gedichten, geen sentimentaliteit, geen trukenpoëzie.
De originele wijze waarop zij dokters, verplegers, kinesisten, therapeuten een poëtische identiteit geeft, is knap vakwerk. Doorheen gevoelens van pijn, opluchting, onzekerheid, vreugde en verdriet geeft zij haar medespelers de plaats die hun toekomt. Zij schreef een “document humain” dat niet alleen veel zegt over de boodschap, maar evenveel over de boodschapper: een dichteres die de helende kracht van woorden bezit, die verwoordt en verbeeldt wat zij denkt, voelt en aanvoelt.
Een naald zonder oog is een multifunctionele bundel: een relaas, een dagboek, een handleiding voor lotgenoten.
Op meesterlijke wijze analyseert de dichteres wat haar overkomt. Ook in Een naald zonder oog is dat de drijfveer van haar schrijven: overleven! Zij doet dit altijd op een diep doorleefde manier, authentiek, niet aangedikt, geen pose, tegen een sober decorum. Een naald zonder oog straalt zoveel persoonlijkheid uit, lees: morele moed, die nergens wordt verstoord door opgeklopte ontroering.
Ook nu brengt zij op een verfijnde wijze verslag uit van haar medisch avontuur.
De titel van haar bundel, Een naald zonder oog, deed mij bij een eerste lezing niet nadenken, zelfs geen frons, tot ik in een eerste versie van mijn recensie de titel las als: Het oog van een naald. Door het oog van een naald kruipen: nauwelijks aan een gevaar ontkomen, net goed afgelopen, op het nippertje. Zeg nu zelf: zijn dit niet de juiste woorden om te zeggen dat de kapotte knie is hersteld, dat de knieprothese goed is geplaatst?
Waarom Een naald zonder oog als titel voor een poëtisch dagboek? Biedt een naald zonder oog geen uitzicht op wat komen zal? Is dit de reden waarom de dichteres worstelt met inzicht in haar toestand, waardoor twijfel, wanhoop, angst ontstaan?
De bundel kunnen wij indelen in twee delen:
deel 1: één: de prefase of alles wat haar overkomt, hoe ze zich voelt, wat zij erover (na)denkt, de beslissing, twéé: in het ziekenhuis: de opname, de gesprekken met de anesthesist en de dokter, de eerste operatie, op intensieve zorgen, het bezoek, haar contact met verpleegsters en verplegers, haar hoop op beterschap, drie: naar huis, de kine, de controles, de (te) trage beterschap,
deel 2: één: een nieuwe opname, tweede ingreep, het begin van genezing (het kunnen plooien), twéé: een jaar later, een tweede opinie, een nieuwe afspraak, een nieuwe opname, een nieuwe operatie, de hulpverlening, de kine, de hoop, de ergotherapie, drie: nieuwe hoop op beterschap.
Uit bovenstaande opsomming (de structuur van de bundel) blijkt duidelijk dat de omschrijving “poëtisch dagboek” juist is. De wijze waarop zij haar dagboek verwoordt, is voor mij niet alleen origineel (orthopedie en poëzie hebben weinig of geen affiniteit), maar vooral beheerst, ontroerend toch hoe zij met haar gevoelens omgaat, hoe zij twijfel, angst, hoop, boosheid, dankbaarheid oproept. Dit is een gave die aan weinig dichters is gegeven: in dezelfde verpakking (dagboek), in dezelfde omstandigheden (tijd maken voor poëzie) en in een zelfde woordverkeer het plaatsen van een knieprothese als onderwerp van een gedichtenbundel kiezen.
Ik heb woorden (begripswoorden) als pijn, kwelling, vertrouwen, hoop, tijd, angst in de bundel aangestreept, om de wijze te duiden waarop Edith Oeyen poëtisch en vruchtbaar aan het delven is geweest. De gelaagdheid van haar gedichten is opvallend. Zij heeft haar dagboek, dat drijft op lyrische ontboezeming, ondersteunt door nieuwe ervaringen en ingevingen. Haar observaties leiden tot een levenswijsheid die niet iedereen gegeven is.
Bij het lezen van de meeste gedichten word je stil, doodstil. Hoe vaak en hoe diep moet zij zich over deze specifieke gebeurtenis in haar leven gebogen hebben om dit zo intens te kunnen verwoorden. Wat zo simpel lijkt, en haar zo groot maakt is als dichter, is de wijze waarop zij voortdurend het geleefde leven condenseert in versregels.
Soms begrijp je de diepere betekenis pas na een tweede lezing. Op het eerste gezicht lijkt het gedicht zo eenvoudig dat niets wijst op de gevatte verwoording. Omdat zij het experiment schuwt en zich niet waagt aan woordspelletjes en spitsvondige taalcreaties en zich nooit beweegt op de rand van helderheid en ontoegankelijkheid, wil niet zeggen dat zij geen goede poëzie schrijft. Zij verwoordt haar gevoelens en gedachten in een eenvoudige, particuliere taalkleur.
Argeloosheid, twijfel, vlucht zijn de drie emotionele “kwaliteiten” die in elke bundel van haar opduiken en die zij zorgvuldig met elkaar mixt in poëzie. In Een naald zonder oog was de kans groot dat de dichteres zou vervallen in egotripperij, maar de wijze waarop zij het decorum omhult, haar gevoelens herkenbaar verwoordt, de taal beheerst, verhindert deze valkuil. Bovendien koos zij wijs voor de derde persoon.
wilde een vlinder omarmen
die opvloog
blz. 29
terwijl zijn zachte stem
een lied in haar liet zingen
blz. 41
droefheid weent
in de poriën van zijn huid
blz. 50
ze is een spring-in-’t veld
die huivert
als iemand een traan verpinkt
blz. 65
Wat mij eveneens opvalt, is de zorg waarmee Edith Oeyen elk gedicht en de volledige gedichtenbundel opbouwt. Ik wees hierboven al op de structurering, maar er is meer: op het einde van elk gedicht slaat zij een brug naar de werkelijkheid buiten haar, naar de natuur, de wereld van gezonde mensen. Deze eindverzen geven het gedicht niet alleen een pointe, maar zij zorgen vooral voor breedbeeld, een venster op, een verankering in de wereld van de lezer.
Enkele voorbeelden:
blz. 9: de avond daalt reeds/in de verte
blz. 17: de winter is nog veraf/dan volgen vleugels vol sneeuw/en dromen kinderen van spelen.
blz. 19: het weiland in de verte/draagt nog steeds een groene kleur.
blz. 21: opwaarts vliegt een vogel/die naar vrede smacht.
blz. 22: met jonge tederheid/omarmt ergens moeder/een kind dat lacht.
blz. 24: de nacht heeft in stilte/dauw op het gras gelegd.
blz. 25: de dood is een witte vlinder/die geurt naar nacht.
blz. 33: schaamteloos loopt een vos/door de donkere nacht onhoorbaar haast/likt hij zijn lippen.
blz. 35: het was hopeloos tasten naar jong mos.
blz. 45: het is al te lang wintertijd geweest.
Het beeld dat zij voor de titel van haar bundel koos, komt voor in het gedicht “Doelloos tasten” (blz. 35):
Hoeveel duisternis
moest ze doorstaan
vooraleer ze weer rozen zag
bezoekers waren
soms als een profeet
elk had zijn verhaal
vertelde over lange tijd
vertelde over hoe het moest
pijnstillers
pijnstillers
ze telde de strepen op de muur
voelde zich verstrikt
in een lus vol twijfels
trachtte de boosdoener te ontmaskeren
maar hoe dan ook
het was een naald zonder oog
een nacht zonder licht
het was hopeloos tasten naar jong mos
Edith Oeyen is een dichteres die met gevoelens om kan. Ook wanneer zij nauw betrokken partij is, overstijgt zij haar eigen wereld.
Warm aanbevolen.
Thierry Deleu
Edith Oeyen, Een naald zonder oog, KVLS, 2009, ISBN 978-90-8003-020-6
Met voorzichtige handen
Zo ver in het verleden
woont ze nog even in mijn denken
gerimpelde huid
getaand door de zon
geplaagd door leed en zorgen
toch draagt ze een glimlach mee
roept de verte aan
als ik naar haar toe komt
gelukkig in haar kleine hebben
geeft ze al wat ze heeft
aan haar kleindochter
niet beseffend wat ze heeft doorstaan
grabbelt deze door de tijd
en ontdekt welke goedheid
de vrouw bewoonde
jaren geleden hield haar adem op
huiveringen lopen over haar rug
haar grootmoeder was een arm-rijke vrouw
Edith Oeyen

Soms zingt er een lied in mij
droefheid klinkt uit de noten
dan wil ik vluchten uit mezelf
en roepen om wat zon
’s morgens vroeg tel ik
de dauwdruppels
en langzaamaan verdwijnen ze
met mondjesmaat laten ze
de zon binnen
en traag ontdooit dan
in mij de echte ik
en lach
Edith Oeyen
vergaanVergaan van eenzaamheid in dit apenland
waar niemand vraagt of het gaat en
waarom jij weent in de nacht
of door het duister slentert
waar elk uur de klok zwaar
en moedeloos een slag slaat
waar de bomen zwijgen en
enkel ruisen in de wind
waar de sterren kijken zonder te stralen
waar de zon schijnt
steeds weer voor anderen
vergaan van eenzaamheid
in dit apenland
ik sterf een langzame dood.
Edith Oeyen
HaikuZachte rozengeur
geplukt uit de lentetuin
bedwelmt mijn denken
***
Zelfs in haar ogen
Herkent men de vurigheid
van brandende liefde.
***
In zijn gezelschap
leest zij een heel spannend boek
een eekhoorn op tak.
Edith Oeyen

Hij keek naar me met argusogen
rillingen liepen over mijn huid
hij wilde me strelen
maar geschrokken
deinde ik achteruit
mijn handen zijn niet ruw
sprak hij
ik reageerde
ik weet het
buitengewoon zacht is
de huid van een jonge kat.
Edith Oeyen
zie hoeZie hoe zacht de ochtend gloort
in stilte weer een nacht vermoordt
en dankbaar drentelt weer een wolk
voorbij het morgenlied van ’t vogelvolk
de middag legt in stille rust
haar stralen neer en ongeblust
werpt zij de warmte op onze huid
wij leven blij ten voeten uit
niemand die de avond mist
of zich in het late uur vergist
wel afscheid neemt van weer een dag
in vreugde en met blijde lach
want de nacht komt met zijn zalige rust
als ergens een moeder haar kindje kust
terwijl de wind door de bomen blaast
wil elke mens slapen weg dodelijke haast
dan komen dromen in ons bestaan
straks komt de ochtend er weer aan.
Edith Oeyen
EEN NAALD ZONDER OOGEen naald zonder oog
Gedichten van Edith Oeyen
EEN BUNDEL UITZONDERLIJKE GEVOELSPOËZIE
De knieprothese als ondertitel van een gedichtenbundel. Het verdict, de operatie, het verblijf in het ziekenhuis, de revalidatie als bronnen van inspiratie. Het lijkt mij zoiets als het kappen van een ruwe steen tot hij kubiek wordt. Hij krijgt een nieuwe vorm, maar de inhoud blijft gelijk.
Dit leken mij geen items waarbij een dichterlijke ziel zich geroerd voelt. In dit orthopedisch landschap van bevroren tranen vind je enkel “verbeterde operatietechnieken”, zoals dokter E. Van Vlerken in het voorwoord schrijft.
Ik maakte echter een grote inschattingsfout: patiënte Edith Oeyen schreef een bundel uitzonderlijke gevoelspoëzie. Authentieke gedichten, geen sentimentaliteit, geen trukenpoëzie.
De originele wijze waarop zij dokters, verplegers, kinesisten, therapeuten een poëtische identiteit geeft, is knap vakwerk. Doorheen gevoelens van pijn, opluchting, onzekerheid, vreugde en verdriet geeft zij haar medespelers de plaats die hun toekomt. Zij schreef een “document humain” dat niet alleen veel zegt over de boodschap, maar evenveel over de boodschapper: een dichteres die de helende kracht van woorden bezit, die verwoordt en verbeeldt wat zij denkt, voelt en aanvoelt.
Een naald zonder oog is een multifunctionele bundel: een relaas, een dagboek, een handleiding voor lotgenoten.
Op meesterlijke wijze analyseert de dichteres wat haar overkomt. Ook in Een naald zonder oog is dat de drijfveer van haar schrijven: overleven! Zij doet dit altijd op een diep doorleefde manier, authentiek, niet aangedikt, geen pose, tegen een sober decorum. Een naald zonder oog straalt zoveel persoonlijkheid uit, lees: morele moed, die nergens wordt verstoord door opgeklopte ontroering.
Ook nu brengt zij op een verfijnde wijze verslag uit van haar medisch avontuur.
De titel van haar bundel, Een naald zonder oog, deed mij bij een eerste lezing niet nadenken, zelfs geen frons, tot ik in een eerste versie van mijn recensie de titel las als: Het oog van een naald. Door het oog van een naald kruipen: nauwelijks aan een gevaar ontkomen, net goed afgelopen, op het nippertje. Zeg nu zelf: zijn dit niet de juiste woorden om te zeggen dat de kapotte knie is hersteld, dat de knieprothese goed is geplaatst?
Waarom Een naald zonder oog als titel voor een poëtisch dagboek? Biedt een naald zonder oog geen uitzicht op wat komen zal? Is dit de reden waarom de dichteres worstelt met inzicht in haar toestand, waardoor twijfel, wanhoop, angst ontstaan?
De bundel kunnen wij indelen in twee delen:
8670deel 1: één: de prefase of alles wat haar overkomt, hoe ze zich voelt, wat zij erover (na)denkt, de beslissing, twéé: in het ziekenhuis: de opname, de gesprekken met de anesthesist en de dokter, de eerste operatie, op intensieve zorgen, het bezoek, haar contact met verpleegsters en verplegers, haar hoop op beterschap, drie: naar huis, de kine, de controles, de (te) trage beterschap,
8670deel 2: één: een nieuwe opname, tweede ingreep, het begin van genezing (het kunnen plooien), twéé: een jaar later, een tweede opinie, een nieuwe afspraak, een nieuwe opname, een nieuwe operatie, de hulpverlening, de kine, de hoop, de ergotherapie, drie: nieuwe hoop op beterschap.
Uit bovenstaande opsomming (de structuur van de bundel) blijkt duidelijk dat de omschrijving “poëtisch dagboek” juist is. De wijze waarop zij haar dagboek verwoordt, is voor mij niet alleen origineel (orthopedie en poëzie hebben weinig of geen affiniteit), maar vooral beheerst, ontroerend toch hoe zij met haar gevoelens omgaat, hoe zij twijfel, angst, hoop, boosheid, dankbaarheid oproept. Dit is een gave die aan weinig dichters is gegeven: in dezelfde verpakking (dagboek), in dezelfde omstandigheden (tijd maken voor poëzie) en in een zelfde woordverkeer het plaatsen van een knieprothese als onderwerp van een gedichtenbundel kiezen.
Ik heb woorden (begripswoorden) als pijn, kwelling, vertrouwen, hoop, tijd, angst in de bundel aangestreept, om de wijze te duiden waarop Edith Oeyen poëtisch en vruchtbaar aan het delven is geweest. De gelaagdheid van haar gedichten is opvallend. Zij heeft haar dagboek, dat drijft op lyrische ontboezeming, ondersteunt door nieuwe ervaringen en ingevingen. Haar observaties leiden tot een levenswijsheid die niet iedereen gegeven is.
Bij het lezen van de meeste gedichten word je stil, doodstil. Hoe vaak en hoe diep moet zij zich over deze specifieke gebeurtenis in haar leven gebogen hebben om dit zo intens te kunnen verwoorden. Wat zo simpel lijkt, en haar zo groot maakt is als dichter, is de wijze waarop zij voortdurend het geleefde leven condenseert in versregels.
Soms begrijp je de diepere betekenis pas na een tweede lezing. Op het eerste gezicht lijkt het gedicht zo eenvoudig dat niets wijst op de gevatte verwoording. Omdat zij het experiment schuwt en zich niet waagt aan woordspelletjes en spitsvondige taalcreaties en zich nooit beweegt op de rand van helderheid en ontoegankelijkheid, wil niet zeggen dat zij geen goede poëzie schrijft. Zij verwoordt haar gevoelens en gedachten in een eenvoudige, particuliere taalkleur.
Argeloosheid, twijfel, vlucht zijn de drie emotionele “kwaliteiten” die in elke bundel van haar opduiken en die zij zorgvuldig met elkaar mixt in poëzie. In Een naald zonder oog was de kans groot dat de dichteres zou vervallen in egotripperij, maar de wijze waarop zij het decorum omhult, haar gevoelens herkenbaar verwoordt, de taal beheerst, verhindert deze valkuil. Bovendien koos zij wijs voor de derde persoon.
wilde een vlinder omarmen
die opvloog
blz. 29
terwijl zijn zachte stem
een lied in haar liet zingen
blz. 41
droefheid weent
in de poriën van zijn huid
blz. 50
ze is een spring-in-’t veld
die huivert
als iemand een traan verpinkt
blz. 65
Wat mij eveneens opvalt, is de zorg waarmee Edith Oeyen elk gedicht en de volledige gedichtenbundel opbouwt. Ik wees hierboven al op de structurering, maar er is meer: op het einde van elk gedicht slaat zij een brug naar de werkelijkheid buiten haar, naar de natuur, de wereld van gezonde mensen. Deze eindverzen geven het gedicht niet alleen een pointe, maar zij zorgen vooral voor breedbeeld, een venster op, een verankering in de wereld van de lezer.
Enkele voorbeelden:
blz. 9: de avond daalt reeds/in de verte
blz. 17: de winter is nog veraf/dan volgen vleugels vol sneeuw/en dromen kinderen van spelen.
blz. 19: het weiland in de verte/draagt nog steeds een groene kleur.
blz. 21: opwaarts vliegt een vogel/die naar vrede smacht.
blz. 22: met jonge tederheid/omarmt ergens moeder/een kind dat lacht.
blz. 24: de nacht heeft in stilte/dauw op het gras gelegd.
blz. 25: de dood is een witte vlinder/die geurt naar nacht.
blz. 33: schaamteloos loopt een vos/door de donkere nacht onhoorbaar haast/likt hij zijn lippen.
blz. 35: het was hopeloos tasten naar jong mos.
blz. 45: het is al te lang wintertijd geweest.
Het beeld dat zij voor de titel van haar bundel koos, komt voor in het gedicht “Doelloos tasten” (blz. 35):
Hoeveel duisternis
moest ze doorstaan
vooraleer ze weer rozen zag
bezoekers waren
soms als een profeet
elk had zijn verhaal
vertelde over lange tijd
vertelde over hoe het moest
pijnstillers
pijnstillers
ze telde de strepen op de muur
voelde zich verstrikt
in een lus vol twijfels
trachtte de boosdoener te ontmaskeren
maar hoe dan ook
het was een naald zonder oog
een nacht zonder licht
het was hopeloos tasten naar jong mos
Edith Oeyen is een dichteres die met gevoelens om kan. Ook wanneer zij nauw betrokken partij is, overstijgt zij haar eigen wereld.
Warm aanbevolen.
Thierry Deleu
Edith Oeyen, Een naald zonder oog, KVLS, 2009, ISBN 978-90-8003-020-6
slaapsronkenSlaapdronken hol ik achter olifanten aan
plots indianen aan mijn zij
geschrokken door een leeuwenklauw
vlucht ik op een fiets naar de tuin
waar ik bloemen schik
de plaats waar ik ontwaak is me onbekend
hallucineren na een verdovende inspuiting
de huivering liep over mijn huid.
Edith Oeyen
kil isKil is februari en
nog killer werd het uur
na je heengaan
al schittert een lauwe winterzon
ze kan ons niet verwarmen
rust nu de rust die je toekomt
vlieg in de blauwe lucht
met de vogels mee
en straks
als je op je bestemming bent
leg dan je hoofd op een kussen
en kijk van daarboven
even naar ons
als de zon dan schijnt
weten wij dat zij
jouw glimlach weerkaatst.
Edith Oeyen
Nu mijnen ik de weg niet meer vind
gun me dan de rust van altijd
de wind zal me dragen
tot daar waar het steeds vredig is.
Edith Oeyen
uitnodiging
UITNODIGING
Ze telde de strepen op de muur
voelde zich verstrikt
in een lus vol twijfels
trachtte de boosdoener te ontmaskeren
maar hoe dan ook
het was een naald zonder oog
een nacht zonder licht
het was hopeloos tasten naar jong mos.
Edith Oeyen
De Koninklijke Vereniging van Limburgse Schrijvers en Edith Oeyen hebben de eer u uit te nodigen op de voorstelling van de bundel ‘EEN NAALD ZONDER OOG’ of ‘De knieprothese’ van Edith Oeyen. Deze voorstelling zal plaatsvinden op zaterdag 18 april te 20.15 uur in het Casino te Beringen, Kioskplein 25.
Voorstelling van de bundel : Ina Stabergh, auteur
Moderator en woordje over de dichter : Willy Nelissen, dichter en bestuurslid KVLS
Voordracht uit de bundel : Ingrid Lenaerts en Edith Oeyen
Muzikale intermezzo : Raymond Alberghs, piano
en enkele liedjes door Het Beverkoor…
De bundel kan bekomen worden de avond zelf en door overschrijving van 12.00 euro plus 2.00 euro verzendingskosten op rekeningnummer 784-5321310-13 van Edith Oeyen, Hanebergstraat 75, 3581 Beringen.
Graag een berichtje over uw aanwezigheid en met hoeveel personen, dit om praktische redenen.
Gsm: Edith 0497-663850 of edith.oeyen@telenet.be
iedereen is hartelijk welkom

Laat de woorden zacht tot je komen
en je zal het stromen
van je bloed voelen
als heling van al je wonden en pijn
laat de zonnestralen
binnen in je dag
en je zal ontdekken
dat ondanks alles
er toch mooie uren zijn.
Edith oeyen

sneeuwvlokken dansen in het maanlicht
wij luisteren dan naar een oeroud verhaal
horen kinderstemmen smeken om eeuwige vrede
voorbij de grens van morgen begint weer een nieuw jaar
argeloos wensen we weer aan iedereen het allerbeste
warmen onze handen aan het brandhout bij de haard
hopen op wat vreugde en een eerlijke glimlach
voor volgende dagen.
Edith Oeyen
OP DE TOPOp de top van de Calvarieberg
staar ik naar de hoop op morgen
bestudeer de heuvelflanken
geniet van de mildheid
die een kinderlach me biedt
op vleugels van zijde
fladdert een vlinder voorbij
zijn broosheid doet me huiveren
maar in zijn schoonheid
zie ik weer leven
adem me vrij
en daal traag af
stap voor stap
op de begane grond
vind ik weer moed
morgen wordt alles beter.
Edith Oeyen
INDIAINDIA 1-71-01-0322
Genieten van het moment
waarop een glimlach
een glimlach tovert
zo broos als glas
en vergankelijk als de tijd
zij kijken de toekomst aan
ontdekken een regenboog
met vele kleuren
en weten
het leven is niet altijd gunstig
toch kijken ze met open blik
naar zoveel meer dan nu
hun lach is een flits
die de bergwand weerspiegelt.
Edith Oeyen