Reageer op dit bericht
Reageer op dit bericht
Felix de Boeck en de pioniers van de abstracte kunst
FELIX DE BOECK en de pioniers van de abstracte kunst.
Door Raoul Maria de Puydt
Wat is abstracte kunst, vragen sommigen zich af. Een definitie ervan is niet zo evident, alsof kunstcritici vrezen voor het keurslijf dat een definitie onvermijdelijk met zich meebrengt. Het zou volgens Albert Van Wiemeersch een ‘Verzamelnaam zijn voor alle non-figuratieve beeldmiddelen rond 1910 in Frankrijk, Rusland, Duitsland, Italië en Nederland, dit schreef hij in zijn Nieuw Internationaal Lexicon beeldende kunsten van de 20ste eeuw.
In abstracte kunst wordt er geëxperimenteerd met lijnen, kleuren en vormen, er is geen afbeelding te zien, de kijker moet zijn verbeelding laten werken.
Er zijn verschillende kunstenaars die zich aan deze abstracte kunst begeven hebben. Wassili Kandinsky zou de grondlegger zijn, zijn werk is opvallend van kleur en vorm, het spreekt velen aan. Hij heeft een innerlijk schilderij op doek gebracht en zijn compositie mag zeker geslaagd worden genoemd. Volgens hem kan het oog ook geprikkeld worden door de kleur en de vorm en kan het de toeschouwer een vreugdig genot geven. Hij zorgde ervoor dat de abstracte kunst als wereldomvattend gebeuren haar bestaansrecht niet meer ontzegd kan worden.
Ook Felix De Boeck, bij ons zeer gekend, waagde zich aan de abstractie. Zijn werk is adembenemend. Op samenkomsten, in kringen van modernistische schilders, in menig atelier zie je doeken die door zijn werk werden beïnvloed,en wordt zijn naam genoemd. Felix De Boeck is een schilder en werkt in stilte verder. Iedereen werd door zijn trillende kleuren getroffen en het licht in zijn werk is opvallend aanwezig. Toch werd hem niet de erkenning toebedeeld hem waardig. Maar hij schilderde verder, toonde zijn ziel en zijn leven, tot hij de natuur ontdekte. Ook de drama’s en de emoties die hij te verwerken kreeg zette hij op doek. Vanaf dan ademt zijn werk rust en sereniteit uit.
Felix De Boeck heeft zich in stilte teruggetrokken op zijn hoeve te Drogenbos, maar bleef alleen abstract schilderen. Al de anderen die verhuisd waren naar Frankrijk bleven in de aandacht. De andere pioniers van de abstracte kunst werden vergeten, voor jaren en jaren.
Gelukkig laat dit boek, dit essay, deze pioniers weer tot leven komen. Wij denken aan: Alkema, Delannay, Husza, Kandinsky, Kupka, Malevitch, Moholy-Magy, Mondriaan, Servranckx, Van Doesburg en natuurlijk Felix De Boeck. Wie werk van hem wil bewonderen kan naar het Felix De Boeckmuseum te Drogenbos en zal perplex staan bij zijn werk, de kleuren en figuren hebben een bijzondere uitstraling. En wie graag meer leest over al deze pioniers kan het rijk geïllustreerd boek bestellen bij: Uitgeverij Snoeck, ISBN: 9789053497869, 40.00 euro op rekeningnummer: BE33 3100 1175 2446, vermelden Abstractie.
Edith Oeyen
MENS IN ABSTRACT LANDSCHAP
Voorzichtig is de ochtend bij het ontwaken
de taal van de rozelaar spreekt roze
onstuimig jubelen wolken
als een wakende moeder haar kind sust
samen luisteren ze
naar de adem van de vogels
ontwaren dieren in vredige verbondenheid
in dit landschap doorkruist met duizend lijnen
fluistert de wind zachte woorden
verscholen achter wolken
Thor met rode blos.
Edith Oeyen
DE DOODSSTRIJD
Duister omkleedt de laatste uren
gebroken ogen hopen nog op kracht
maar in filterlicht is verlichting opgeborgen
de dood heeft reeds een masker op jou gelegd
rimpels tekenden jouw lijden
als een vreemde vogel in mijn ogen
avondkruid en altijd duren
hebben een verbond getekend
straks als het licht in jouw ogen dooft
ontvangt jouw ziel de blauwe rust
en vindt zij
de stilte van geliefde doden.
Edith Oeyen
DE LAATSTE RUSTPLAATS
Hier heeft de vredige rust
een woonplaats van stilte gebouwd
daalt de zon elke avond neer
zij die heengingen naar het wolkenhuis
zijn de zwijgzame boodschappers
van de wind
fluisteren minzaam hoe
vleugels vluchten voor geluiden
wat blijft zijn herinneringen
zij vervullen zonderlinge geheimen
tussen wolken en zon
schitteren in dit dal
zweven naar het licht
als een woordeloos gebed
dat zich neervlijt
om de kilte van de nacht te verdrijven
hier heeft de vredige rust
een woonplaats van stilte gebouwd.
Edith Oeyen
Gedicht geschreven voor het ossuarium te Heppen en Leopoldsburg
waar een monument werd geplaatst door Fabian Saeren op vraag van de gemeente.
LEERGIERIG
Aan leerlingen te Lommel (Sint Jozefscollege)
Leergierig stelde ze zich op
gewapend met vele vragen
antwoorden was de taak
ik schrijf over vele dingen
maar liefde draagt mijn voorkeur
hoewel kinderen bekoren mij ook
maar vandaag is het gedichtendag
en schrijf ik een gedicht voor jou
ik dicht een gedicht
een gedacht
en gedachten gedicht
daarin kun jij lezen
dat jouw ogen glinsteren
en ik met blijheid voor jou
deze woorden neerpen
want elke jongeren is een stukje poëzie
Edith Oeyen
Vredesduif II
VREDESDUIF II
Haar wijde vleugels
vliegen om bevrijding
het aanvangslicht aangeraakt
elk geheim bewaard
Ze vlucht in stugheid
schikt bitter haar veren
tot vleugels
biddend smeken om
eenheid te bewaren
de aarde lijkt driftig
als water
rouw en vernieling toont
haar vlucht twijfelt
strooit langzaam hoop.
Edith Oeyen
Liefde
Omdat ik niet bij hem
kan zijn
draag ik hem elk moment
diep in mijn hart
daar vertoeft hij reeds jaren
hij zal er steeds blijven wonen
tot de dag dat mijn hart
niet meer klopt.
Edith Oeyen
Vrdesduid II
VREDESDUIF II
Haar wijde vleugels
vliegen om bevrijding
het aanvangslicht aangeraakt
elk geheim bewaard
Ze vlucht in stugheid
schikt bitter haar veren
tot vleugels
biddend smeken om
eenheid te bewaren
de aarde lijkt driftig
als water
rouw en vernieling toont
haar vlucht twijfelt
strooit langzaam hoop.
Edith Oeyen
In hun wereld
IN HUN BEVENDE WERELD
Bij onregelmatigheden te Zaïre
Hun ogen zijn ijsvelden van angst
waarin vertrouwen bevroren ligt
zij kijken
zien hun vrees vergroten
in eigen schaduw
ooit zongen zij
ooit dansten zij
ooit hoorden zij
de donkere roep van het woud
In het schemerlicht van de dood
wensen zij te breken met weerloosheid
als schuld een naam krijgt
als het zwaard opgeborgen wordt
als kogels niet meer fluiten
zal het stilzwijgen van bloed
rust brengen in de ochtend
zij zwerven in bevende werelden
van niets tot niets
Edith Oeyen
Mijn kleinzoon
Dit is het niet zegt hij
grijpt naar mijn hand
het witte zand dat in potjes troont
is ijscreme is alle kleuren
vanille
pistache
chocolade en citroen
wat zal hij doen
denk ik even
voel mijn gedachten zweven
de pop
de bal en ook het bos
daar liet ik al mijn dromen los
ik lach en weet geluk herleven
het witte zand korrelt in mijn hand
glipt door mijn vingers heen
wat is het groot dat kind naast mij
allen de zon verpinkt heel even.
Edith Oeyen
De bron
De bron
Bij werk van Norbert De Clercq
In herinneringen zie ik
het vloeien van weemoed
mijn denken kent pijn
als groene hoop verdwaalt
in de stilte van wezen
bij het ontwaken
heeft mist alles grijs gemaakt
de oorsprong ontdekt
en gejubeld
om een sluier tederheid
die zich om mijn lenden wond
slapen wil ik
vluchten uit de dag
het teken ontwaren
en schreeuwen van angst
ik wil vrij zijn
in de bron van dit bestaan.
Edith Oeyen
Pijl naar Nirwana
PIJL NAAR NIRWANA
Bij werk van Clair Vanden Abeele
Luister naar het zoekende water
naar de psalm van de landman
het toverbos vol vermoeide vogels
schrikt als ik me prik
aan een christusdoorn
vreugde als de zomer
zijn dagen openzet
als een koningskind onstuimig speelt
bij de pijl van Nirwana
Hoeveel onschuld verbergt het rood.
Edith Oeyen
Het ontstaan
Het ontstaan
Alles was stilte
alles was beweegloosheid
naamloze dagen dwaalden verbonden
in een tijdloos bestaan
zon en aarde verenigd als broer en zus
er kwam beweging
lucht steeg naar de ruimte
zocht naar leven
als een laaiend vuur steeds hoger
klommen zon
maan en sterren
drassig moeras scheidde zich
langzaam van de zeeën
verhard onder invloed
van brandende zonnestralen
werd modder aarde
gistte hoge temperaturen op
waaruit bellen de ontsnapping vonden
in zich droegen zij zaad van leven
baarden plant en dier
vogels gedragen door de warmtekracht
vlogen hoog naar het blauw
zwaartekracht en kilte
toverden reptielen uit het niets
water werd leven voor vissen
er was een nieuw tijdperk ontstaan
grassen en planten waren manna
alles nog ontembaar
verwekte moeilijkheden tot leven
grotten als veiligheid
tegen dreigend gevaar
warmte en wind verharde de aardkorst
vechtend om zijn bestaan
werd de Homo Sapiens
met ruwe tijden bedacht
vond voedsel in de smaak van bessen
groeperen was zich veilig stellen
geen stem bij hen
tekens werden taal
regen vruchtbaarheid
de oerknal uit de eerste tijd
werd het rijk van al wat leeft.
Edith Oeyen
HET PLEIN
Het plein draagt kinderen
op zijn vlak
joelend
juichend
blijheid en zon
dra likt de wereld
zijn wonden om wat was
als zij de waarheid ontkrachten
hoeveel onschuld
werd er reeds vermoord.
Edith Oeyen
Op zoek
Op zoek naar verborgen talent
vind ik de donkere nacht
die een diepe zucht laat ontsnappen
in ons samen
wij beklimmen het hoogtepunt
als jonge geliefden
versmelten op het ritme
van dravende paarden.
Edith Oeyen
toen heb ik
Het was een wrak
zoals hij door de tijd liep
getekend door het verlies
beide ouders jong gestorven
en hij op de dool
drank als toevlucht hielp hem niet
en goede raad blies hij in de wind
zo jong als kind
een wees te zijn
doet meer dan pijn
ooit sprak ik met hem in nuchtere bui
hij weende en was vol goede wil
alleen zei hij jij weet niet wat het is
een ransel te dragen van wel duizend kilo
verdriet om
verlang naar
en heimwee over
toen heb ik begrip voor hem getoond.
Edith Oeyen
eenzaamheid
Eenzaamheid ik heb mijn handen vol
zo zijn de dagen voorbij met leegte
sinds die dag dat jij niet meer weet waar ik ben
jij die de hemel beloofde
en al het blauw uit de lucht
de zee met haar golven
en de eindeloze eindert
eenzaamheid duwt mijn schouders
loodzwaar naar beneden
doet mijn adem stokken in mijn keel
mijn tranen stollen in mijn ogen
maar ook doet eenzaamheid
me nadenken over het leven
over de dood
over de dagen die nog komen
en deze die zijn geweest
eenzaamheid is een kwelling
sinds jij er mijn handen mee gevuld hebt.
Edith Oeyen
NU
Nu
ben je verleden tijd
alles wat was is voorbij
zelfs je adem voel ik niet meer
hoe vlug reist de tijd langs ons heen
vergeten wij dat leven
leven moet zijn
de stoel
de tafel
het bed
alles blijft
enkel wij gaan in stilte heen
ik denk aan je
nu je verleden bent.
Edith Oeyen
ZE SPRAK
Ze sprak en sprak
en wij maar luisteren
moe van aanhoren
knikten ons hoofd
terwijl haar taal door de ruimte vloog
over het weder
over haar broer
over haar kind
over de zomer
over haar klederen
over alle onderwerpen
die haar te binnen schoten
ze sprak en sprak
en ’s nacht hoorde ik nog haar taal
nog net alsof ze naast me lag in bed
gelukkig was de morgen rustig.
Edith Oeyen
BLAUW IS
Blauw is de bril die ze draagt
haar ogen en de lucht
blauw is het zeewater
dat klotst tegen de dijk
waarop mensen wandelen
blauw is ook de vergeet me niet
die weelderig bloeit in de lente
de korenbloem in de zomer
blauw is de kleur van pijn
blauw is ook de kleur
van de trampoline waarop jij springt
tot je in mijn armen valt
en er blauwe plekken aan overhoud.
Edith Oeyen
Door de galmgaten
Door de galmgaten van de tijd
weerklinkt een oude mijnwerkerroep
de verbondenheid met
zwarte schouders uit de diepte
is groot over de grenzen heen
herinneringen wandelen
tussen de gangen hier
geluid dwaalt verloren rond
het lied van hun ziel
is vol droefheid
nu de schachten niet meer werken
door de galmgaten van de tijd
borrelen zoveel woorden op
van toen.
Edith Oeyen

