krokus
de lentezon
streelt
het ongemaaide lentegras
maart
en twijfelend
ontvouwen krokussen
hun kelk
teer
fragile
kwetsbaar
beloftevol
smakend
als de ongesencurerde dromen
bij de streling
van de geliefde
krokusde lentezon
streelt
het ongemaaide lentegras
maart
en twijfelend
ontvouwen krokussen
hun kelk
teer
fragile
kwetsbaar
beloftevol
smakend
als de ongesencurerde dromen
bij de streling
van de geliefde
je bent in de herfst gekomenje bent in de herfst gekomen
dromen van toen
niet meer te zaaien
worsteling
de aarde is aan rust toe
en jij
spiegelbeeld van mezelf
waakt al slapend
alsof je nooit
een ander seizoen gekend hebt
je bent in de herfst gekomen
ik ken de kracht niet
van je ontkiemen
geen bloem
gewas
volle vrucht
mocht ik smaken
je dromen van toen
niet meer te zaaien
ik wil spitten
met tederheid
en wachten
op een nieuwe lente
avondkoesteringlaat ons de avond koesteren
en stilzetten de klok
geen woorden
enkel gedachten
die al ebbe en vloed
om en weer gaan
laat ons de avond koesteren
en de dag voorbij
het zorgende daarzijn
bloemen in de vaas
afwas op het aanrecht
en de dromen van morgen
bij de stilstaande klok
verwarmen de binnenkant
en strelen het verlangen
onverzadigbaar de honger
om altijd en altijd weer
een toekomst te bouwen
om nu al van te genieten
laat ons de avond koesteren
en stilzetten de klok
geen woorden zijn uitspreekbaar
om mijn verlangens uit te drukken
bert
polderzon
de polderzon
dwingend penseel van de zomer
brandde de wassende halmen
oogstensrijp goudgeel voldragen
morgen zijn er de schoven
de eer en trots van
de zwetende korenpikkende boerenlijven
de schovenbindende vrouwen
de arenlezende kinderen
de bezwete paarden in de zomerzon
trekkend de volgeladen platte wagen
ik open de ogen
en zie
het gisteren nog voldragen oogstrijpe veld
machinebestormd
en leeg nu het bestoppelde polderland
ploegklare open uitnodiging
kaal
waar blijft de regen
en het zaad voor de aarde
die smacht naar bevruchting
waar is de stappende landman heen
die met losse hand
gul
de bevrediging van morgen zaait
bert
rimpel in het water
zomaar
een rimpel in het water
uitdeinend in de vijver
zomaar
een losse gedachte
te klein om gedacht te worden
deinend in het hoofd
zomaar
en rimpelend in het water
de bomen het riet de lucht ikzelf
deinend
gedachtenspiegelend
gedachtenspielend
zomaar ergens
en nergens heen
doorheen de rimpels in het water
de wereld
spiegelend mooi
gevat door rietbekraagde oevers
omlijnd
de grenzen van mijn kijk op de wereld
mijn vijver
mijn illusies
tasbaar nabij
gooi geen steen in het water
ik wil nog even mijn zekerheden
bert
het korenveld in de zomerDe zomerzon
warme gesel
goudgeel de aren
oogstensklaar het korenveld
voldragen
buigend het hoofd
beloftevol wachten
verwachten
wiegende zomerzuchten
huiveren door het veld
ruisen
ruiselend geprevel
het korenveld
oogstensklaar
vervulde verwachting.
bert
koeien in de regenregen
en in het weiland koeien
onverstoorbaar grazend
de ruggen nat
hoofd naar de grond
regen
en in het weiland
onverstoorbaar grazend
ze doen hun ding
grazen
de ogen gericht op gras
vals ideaal
en wij
in de regen van het alledaagse
wijdopen ogen
gericht op malse valse idealen
onverstoorbaar
met het hoofd naar de grond
in het wij-land
malse valse idealen
onverstoorbaar
en de regen
zure regen
valt verder
onverstoorbaar
Bert
de wingerd
de wingerd
heeft houvast
aan het oude huis
zuignapjes zoenen
stenen en voegen
en na generaties
stelt men zich de vraag
wie wie steunt
vindt de oude muur
steun aan de welig groene wingerd
vindt de wingerd
steun aan het oude huis
en
de wingerd gekapt gesnoeid
toont het kale huis
met de zoenvlekken
van weleer
waar is het jonge groen
bert
regen in de polderRegen
regen in de polder
warm dampend het schaap
de druppels paarlend op de wintervacht
geurend naar de stal
het paard
schuilt
onder de bladerloze boom
illusie van beschutting
de duif
kopje tussen de schouders verdoken
kraaloogjes kijken naar nergens
en zien het al
wiegende velden
halmen oogstensklaar
regen
mistroostig de uren tellen
meeleven met kip de pluimen waterdoordrenkt
monotoon betikt eenzaamheid keurloos de ramen
vreugdeloos doorregende uren
hoe lang nog
bert
potplant
De potplant strekt zijn wortels in de ochtendzon
voelt het aardewerk
en denkt de wereld te omvatten
bert
de donkere dagen voor kerstmisde donkere dagen voor kerstmis
nodigen uit
trekken je
naar meditatie toe
gebrek aan licht
nodigt uit tot bezinning
licht
vuur
kracht
energie
licht
zicht hebben op de dingen
helderheid
waarachtigheid
doorgronden
het verlangen naar waarheid
jezelf zien zoals je bent
de ander zien met lichtjes in de ogen
tederheid
en vertedering
licht
een kaars
kaarsen
dansende energie binnen handbereik
strelen in het kaarslicht
het spel van licht en aanraking
verbonden dankbare nabijheid
feest van licht
feest van verlangen
naar echtheid
naar eenheid
naar in jezelf dansende energie
naar verbondenheid in helderheid
licht
verlichting
doet lichtjes dansen in je ogen
Bert
ik sluit de ogen
Ik sluit de ogen
en hoor de pony grazen
in de avondzon
Puur goud uit de hemel
stroomt over mijn hart
Ik sluit de ogen
en hoor de uil de avond groeten
wijl ik de sterren tel
Onbenoembaar knaagt het heimwee
naar de wortels van het leven
Bert
kerstballengroene consumptiematten
bedekken zedig
de lege chinquitta bananendozen
de kerstballen uitgespreid
trapsgewijs
glitterglans wordt duur betaald
ballen bellen sterren tranen
glimlachen glashard
in het halogeenlicht
de kleinste tik
de mooiste bal
de scherpste scherven
en onder het illusiegras
kartonnen dozen
Afrikaanse tranen drogen snel
als ze onder de mat
kerstballen dragen
onder de spotlights
ballen bellen sterren glazen tranen
made in Hongkong
tranenkralenslingers
wereldwijd
van Afrika
tot het Midden Oosten
Bert
het gewetenwaarom is het zo aanlokkelijk eenvoudig
het geweten van anderen
te bevragen
te onderzoeken
en hebben we zo veel schroom
om naar om eigen
denken en handelen
te kijken
Bert
je bent in de herfst gekomenje bent in de herfst gekomen
waar is mijn dorp
mijn straat mijn huis
de vertrouwde bank
mijn zetel
waar is mijn jeugd
mijn dromen
van straks en later
ingewortelde zekerheid
dat alles is en was en blijft
en ik
gekoesterd in het centrum
van mijn kleine wereld
eierschaalbroos de zekerheden van toen
vermalen door de tijd
het leven
wat rest
zijn de wortels van toen
mij gegeven
Bert
salamanderop de rots
koestert zich de salamander
in de zon
in stille overgave
ze houd de adem in
uit angst de zon te verjagen
Bert
steen
een steen aan de oever
zegt niet tegen de zee
stop maar
ik heb genoeg van jouw omarming
bert
witte sensatieer is geen verontschuldiging
voor de chips-etende burger
de zelfingenomen
zappend
zichzelf verlustigt
in barnum-sensatie
morgen weer stof tot gesprek
om grijze kantooruren te vullen
dank je
op de anonieme tram kan ik straks
weer onbekenden aanspreken
dank je
om het onnoemelijk leed
waardoor ik morgen de kans heb
me weer langs de kant van de goeien te scharen
en witte zelfgenoegzaamheid
manifesteert kakelend voorbij
niet beseffend
dat echte kippen
pas kakelen
nàdat het ei van de toekomst gelegd is
wordt wit kabaal gemaakt
om niet de vragende stilte te horen
naar het eigen aandeel ?
Bert
de bloem en de bijde bloem
geel en rank
buigt onder het gewicht van de bij
zoekend naar honing
moeizaam diep buigt de stengel
tot de grond
de bloem
bloost diepgeel
en voelt de angel van de bij
weelderig genoegzaam
beroeren
haar stuifmeeldraden en stamper
de bij vliegt op
de gele bloem trilt na van genoegen
of is het van afschuw
omdat haar bij
daareven
zo uniek aanwezig
nu neerstrijkt
met dezelfde overgave
op een knalrode klaproos
bert
fossielen
fossielen in een steen
komen pas echt tot hun recht
als ze zich duidelijk
aan anderen laten kennen
bert