de mist
dauwdruppelt
aan het groene gras
vrank rood
trots
rechtop
in de herfst
het dak
beroerd door de fee
toverflittertjes
sterrenfirmament
wachtend
op opa’s
met kleinkinderen
en eeuwenoude verhaaltjes
Bert

de mist
dauwdruppelt
aan het groene gras
vrank rood
trots
rechtop
in de herfst
het dak
beroerd door de fee
toverflittertjes
sterrenfirmament
wachtend
op opa’s
met kleinkinderen
en eeuwenoude verhaaltjes
Bert
onmachtonmacht
om in de stilte
woorden te spreken
hoorbaar en nabij
onmacht
door de muren heen te strelen
voelbaar
in de merg van het lijf
onmacht
kaars te zijn
en gezelligheid sfeer te maken
en tederheid in de lucht te hangen
onmacht
de sterren in de avond glans te geven
sterren in jouw ogen
de fonk’len
en weerkaatsen bij mij
knotwilgde voeten
sterk
geworteld
aan het water
getekend
door het seizoenenspel
weer wind
storm hagel
en soms
heel soms
de zon
heilzame zon
het verhoute eelt
koestert zich
en taai en jong de takken
groene bladeren
hoop
leven
vranke uitnodiging
laat me even
strelen
jouw bast
onopvallend
schaamtevol haast
om het genieten
vanwaar de verontschuldiging
als man te voelen
verbondenheid
met de knotwilg aan de kreek
die alles zag
ook wat niet goed was
eigenzinnig na het knotten
zwijgzaam immerweer
herbeginnen in weer wind
storm en hagel
en soms heel soms de zon
bert
onmachtig verlangenonmachtig verlangen
naar andere herinneringen
dan het beleven
daar en toen
afwezig en weg
en morgen of later
onbekwaam
het verleden
te herkleuren
en daar en toen
afwezigheid en leegte
postuum
niet te vullen
onbekwaam
het heden te tekenen
geen ruwe schets
alleen
de naakte realiteit
afwezig
tussen de aanwezigen
kan een man sterven
onbekwaam
zonder geleefd te hebben
bert
de stoel op het tuinpadde oude stoel op het tuinpad
beladen met mijmeringen en
groeiwensen verlangens
zitten en aanschouwen
denken en voelen
wat was, komt en gaat
is, werd en nooit meer wordt
alleen de oude spade en de roestige schoffel
jouw alaam
het zweet van je handen
doordrong de stelen
het eelt van je handen
maakte het hout splintervrij
de oude stoel op het tuinpad
dromen, verlangen, genieten
over drie generaties heen
bert
de ijsheiligen voorbij
De ijsheiligen voorbij
het tuinpad
meizonwarm
wachtend
op vers zaad, nieuw leven
het menselijk verstedelijkt denken voorbij
kiemkracht in zakjes
tussen duim en wijsvinger gezaaid
gewoon de grond in
en ongemerkt
ongezien
jaarlijks weerkerend wonder
bert
grootvaderop het tuinpad
bij de worteltjes, schorseneren
onzichtbaar voelbaar
de hand van mijn grootvader
ik hoor je nog
de neus optrekken
het druppeltje wegvegend
met de bolletjeszakdoek
de wetende ogen stralend
de erwten, de selder, de prei
diepvoelend de dokwerkershand
vereelte tederheid
de vreugde de blijheid
voor de rabarbersteel
daar en toen
door grootvader zorgvuldig gesneden
bert
duizendpoot
als ik een duizendpoot was
met evenzoveel armen
wat zou het dan toch zalig zijn
jou helemaal te omarmen
bert
de lucht is warmde lucht is warm
de zon flirt
met het glanzende water
het water warm
twee eendjes spelevaren
dromend dobberend
duurzaam samen
twee boterbloemen drijven
gedachteloos langzaam
rivierafwaarts
de eenden achterna
en wij kantzittend mijmeren
dit is leven, vervuld
met groen, en lucht, en dromen
en tasbaar jouw hand
en voelen gevoelens die drijven
rimpelloos van zorgen vrij
twee gedachte gedachten
samen van jou en van mij
Bert
wilde orchideeEen wilde orchidee
verscholen
gestreeld met de ogen
gekoesterd en verwend
met een liefdevol
Ik zal je niet plukken
Blijf maar groeien mijn lief
mijn wilde orchidee
verborgen
en onopvallend
streel ik je met de ogen
koester ik de geur van je bloesem
Ik zal je niet kwetsen
of in een vaas te pronk zetten naar verwelking toe
groei naast me en bloei
geniet met me
van elke onverwachte zonnestraal
bert
krokusde lentezon
streelt
het ongemaaide lentegras
maart
en twijfelend
ontvouwen krokussen
hun kelk
teer
fragile
kwetsbaar
beloftevol
smakend
als de ongesencurerde dromen
bij de streling
van de geliefde
je bent in de herfst gekomenje bent in de herfst gekomen
dromen van toen
niet meer te zaaien
worsteling
de aarde is aan rust toe
en jij
spiegelbeeld van mezelf
waakt al slapend
alsof je nooit
een ander seizoen gekend hebt
je bent in de herfst gekomen
ik ken de kracht niet
van je ontkiemen
geen bloem
gewas
volle vrucht
mocht ik smaken
je dromen van toen
niet meer te zaaien
ik wil spitten
met tederheid
en wachten
op een nieuwe lente
avondkoesteringlaat ons de avond koesteren
en stilzetten de klok
geen woorden
enkel gedachten
die al ebbe en vloed
om en weer gaan
laat ons de avond koesteren
en de dag voorbij
het zorgende daarzijn
bloemen in de vaas
afwas op het aanrecht
en de dromen van morgen
bij de stilstaande klok
verwarmen de binnenkant
en strelen het verlangen
onverzadigbaar de honger
om altijd en altijd weer
een toekomst te bouwen
om nu al van te genieten
laat ons de avond koesteren
en stilzetten de klok
geen woorden zijn uitspreekbaar
om mijn verlangens uit te drukken
bert
polderzon
de polderzon
dwingend penseel van de zomer
brandde de wassende halmen
oogstensrijp goudgeel voldragen
morgen zijn er de schoven
de eer en trots van
de zwetende korenpikkende boerenlijven
de schovenbindende vrouwen
de arenlezende kinderen
de bezwete paarden in de zomerzon
trekkend de volgeladen platte wagen
ik open de ogen
en zie
het gisteren nog voldragen oogstrijpe veld
machinebestormd
en leeg nu het bestoppelde polderland
ploegklare open uitnodiging
kaal
waar blijft de regen
en het zaad voor de aarde
die smacht naar bevruchting
waar is de stappende landman heen
die met losse hand
gul
de bevrediging van morgen zaait
bert
rimpel in het water
zomaar
een rimpel in het water
uitdeinend in de vijver
zomaar
een losse gedachte
te klein om gedacht te worden
deinend in het hoofd
zomaar
en rimpelend in het water
de bomen het riet de lucht ikzelf
deinend
gedachtenspiegelend
gedachtenspielend
zomaar ergens
en nergens heen
doorheen de rimpels in het water
de wereld
spiegelend mooi
gevat door rietbekraagde oevers
omlijnd
de grenzen van mijn kijk op de wereld
mijn vijver
mijn illusies
tasbaar nabij
gooi geen steen in het water
ik wil nog even mijn zekerheden
bert
het korenveld in de zomerDe zomerzon
warme gesel
goudgeel de aren
oogstensklaar het korenveld
voldragen
buigend het hoofd
beloftevol wachten
verwachten
wiegende zomerzuchten
huiveren door het veld
ruisen
ruiselend geprevel
het korenveld
oogstensklaar
vervulde verwachting.
bert
koeien in de regenregen
en in het weiland koeien
onverstoorbaar grazend
de ruggen nat
hoofd naar de grond
regen
en in het weiland
onverstoorbaar grazend
ze doen hun ding
grazen
de ogen gericht op gras
vals ideaal
en wij
in de regen van het alledaagse
wijdopen ogen
gericht op malse valse idealen
onverstoorbaar
met het hoofd naar de grond
in het wij-land
malse valse idealen
onverstoorbaar
en de regen
zure regen
valt verder
onverstoorbaar
Bert
de wingerd
de wingerd
heeft houvast
aan het oude huis
zuignapjes zoenen
stenen en voegen
en na generaties
stelt men zich de vraag
wie wie steunt
vindt de oude muur
steun aan de welig groene wingerd
vindt de wingerd
steun aan het oude huis
en
de wingerd gekapt gesnoeid
toont het kale huis
met de zoenvlekken
van weleer
waar is het jonge groen
bert
regen in de polderRegen
regen in de polder
warm dampend het schaap
de druppels paarlend op de wintervacht
geurend naar de stal
het paard
schuilt
onder de bladerloze boom
illusie van beschutting
de duif
kopje tussen de schouders verdoken
kraaloogjes kijken naar nergens
en zien het al
wiegende velden
halmen oogstensklaar
regen
mistroostig de uren tellen
meeleven met kip de pluimen waterdoordrenkt
monotoon betikt eenzaamheid keurloos de ramen
vreugdeloos doorregende uren
hoe lang nog
bert
potplant
De potplant strekt zijn wortels in de ochtendzon
voelt het aardewerk
en denkt de wereld te omvatten
bert