
Begin 2018 reikte het Peter Benoitfonds de Benoitprijs uit aan dirigent Frits Celis (°1929).
Een terechte bekroning voor de man die heel wat Vlaamse composities dirigeerde en zelf een rijk palmares aan composities kan voorleggen.
Celis schreef heel wat kamermuziek en symfonisch werk. Bovendien was hij ook nog directeur van de KVO en schreef hij o.a. een monografie over August De Boeck en Edward Keurvels.
Om die prijs wat meer kracht bij te zetten organiseerde het Peter Benoitfonds op donderdag 6 december een huldeconcert voor Frits Celis. 'Een prachtig Sinterklaasgeschenk', noemde de gevierde het zelf.
Op het programma stonden 4 kamermuziekwerken van Frits Celis en 1 Sonate voor alto en piano van Willem Kersters (1929-1998). Kersters en Celis legden een deels parallel circuit af als student, componist en professor aan het Antwerps Conservatorium.
Het concert opende (na de verwelkoming door Patrick Verhoeven, voorzitter van het Peter Benoitfonds) met Frits' Hymne aan August De Boeck van Merchtem voor harpsolo. Een uniek werk voor harp in de lyrische stijl van De Boeck en met een verwijzing naar De Boecks aria in Winternachtsdroom.
Mathilde Wauters vertolkte de partituur heel fijn en stemmig.
Daarna kwam Kersters aan de beurt met zijn eerder al vermelde Sonata voor alto en piano. Een jeugdwerk uit 1954, maar wellicht een van zijn beste werkjes. Hier en daar knipogend naar Hindemith baande de jonge Kersters zich een eigen weg als modern componist.
Javier Cubillas Olmo (altviool) en Stephanie Proot (piano) voerden ons gewillig mee in dit knap werkje dat Willem aan zijn ouders opdroeg en waarmee hij in 1956 de Prijs Albert De Vleeshouwer won.
Daarna was het voluit de beurt aan Celis. Het vermaarde Spiegel String Quartet speelde samen met fluitiste Anna Jansà Bayona het Quartetto 1. De fluit werd bewust niet als solo-instrument aangewend. Elk instrument kreeg in volle polyfoniestijl een evenwaardige rol. Ook de uitvoering bevestigde dit opzet. Een perfecte verwevenheid van de instrumenten in 1 geheel.
Pianiste Stephanie Proot betrad daarna opnieuw het podium in de Witte Zaal van DeSingel om Olivier Lemmens te begeleiden in de Sonate nr. 1 voor viool en piano.
Net zoals het werk van Kersters was dit een jeugdwerk van Celis (1948-1951). Fris, spontaan, afwisselend met lyriek, expressionisme, zangerigheid en ritmische contrasten.
Tot slot konden we opnieuw genieten van het Spiegel String Quartet in het Quartetto d'Archi. Een kwartet dat uit 1 deel bestaat. Een stil begin leidt via een zorgvuldig opgebouwde spanningslijn tot een soort hoogtepunt om daarna in een absolute verstilling te eindigen.
Na het beluisteren van deze werken menen we te mogen besluiten dat Celis perfect geslaagd is in zijn opzet: het overbruggen van de kloof tussen de hedendaagse componist en zijn al dan niet bereidwillige toehoorder.
Als volwaardige eclecticus beheerste hij de avant-garde, maar ook het lyrisme, het expressionisme, de zangerigheid....
Een dankbare en zichtbaar opgetogen Frits Celis, vergezeld door zijn echtgenote, nam ruimschoots de tijd om de uitvoerders te bedanken en te feliciteren en om het publiek te groeten. Onder hen o.a. eredirecteur Michaël Scheck, musicoloog Luc Leytens en componisten Roland Coryn, Koen Dejonghe en Wilfried Westerlinck.
Met een hartelijke receptie eindigde deze mooie en muzikaal rijke avond.