Naar de inhoud

Peter Leys

akke.beakke.be

Archief

Goed nieuws vanuit de VRT


Meer Nederlandstalige muziek op VRT-zenders

De VRT gaat meer Nederlandstalige muziek programmeren op Radio 1 en Radio 2. Daarnaast wil de openbare omroep de muziekprofielen van de radiozenders duidelijker aflijnen.

Afgelopen zomer voerde de VRT een kwalitatief onderzoek uit bij de luisteraars met als doel het muziekaanbod op de radio's nog beter af te stemmen op hun behoeftes.

(VRT)

"Alle radiozenders brengen muziek voor een breed publiek, maar het netprofiel van elke zender moet permanent afgestemd worden op de respectievelijke doelgroep", legt Isabelle Baele (foto), content directeur media, uit.

De muziekstroom van Radio 1 wordt classics, Radio 2 moet zich focussen op melodieuze muziek, Klara op jazz, Studio Brussel op alternatieve rock en MNM op hits.

"Nederlandstalig repertoire promoten"

Uit het onderzoek bleek niet expliciet dat de luisteraars meer Nederlandstalige muziek willen horen. "Om een duidelijk statement te maken dat de VRT absoluut het Nederlandstalig repertoire wil promoten, moet dat repertoire nog meer aandacht krijgen in de muziekprofielen van de openbare zenders", aldus Baele.

Radio 1 moet minstens 10% van zijn muziektijd besteden aan Nederlandstalige producties, bij Radio 2 moet dat stijgen tot 25%.

De openbare omroep pleit wel voor meer kwaliteitsvolle Vlaamse producties. In de week van 31 januari tot 6 februari organiseert de VRT de Vlaamse Muziekweek. Alle radio's besteden dan extra aandacht aan de Vlaamse muziek.


NVDR: Hopelijk komen ook volkse componisten zoals Hullebroeck, Preud'homme, ... en de ernstigere zoals Benoit, Tinel, Veremans, De Jong Van Hoof, ...... ook extra aan bod.

Reageer op dit bericht

Wannes Van de Velde


Wannes Van de Velde overleden

Wannes Van De Velde

Wannes Van de Velde, één van Vlaanderens grootste iconen uit de kleinkunst en volksmuziek, is op maandagochtend 10 november overleden aan een slepende ziekte.

Wannes (Wim) Van de Velde werd in 1937 geboren te Antwerpen. Hij was de zoon van de volkszanger Jaak van de Velde en groeide op in het Schipperskwartier en de Seefhoek in Antwerpen. Hij studeerde plastische kunsten, maar was al heel vroeg begeesterd door de muziek. Vooral Vlaamse volksliederen en flamenco boeiden hem, en op zijn eerste plaat in 1966 zong hij in het dialect. 

Van de Velde werd in de jaren 70 ook deel van de Antwerpse toneelscène, maar de vaste stroom in zijn leven bleef de muziek. Hij bracht veertien albums uit, waarvan het laatste In de maat van de seizoenen in 2006 verscheen. 

De zanger was al die jaren ook een aandachtig lezer en stelde zijn overpeinzingen meermaals te boek. Hij was ook vele jaren docent aan de toneelschool Studio Herman Teirlinck. 

Volgens vele critici was Wannes Van de Velde een van de belangrijkste naoorlogse zangers geworden in het Vlaamse muzieklandschap. Zijn compromisloze aanpak en eclectische aanpak wezen tegelijk op het belang van erfgoed en de noodzaak aan persoonlijkheid.

Reageer op dit bericht

ANZ (uiteraard) tegen afbraak monument Willem De Meyer!


ANZ tegen afbraak monument Willem De Meyer

Het begint een slechte gewoonte te worden. Andermaal is het ANZ in actie moeten treden om een monument te redden. 

afb1484.jpg

In het Te Boelaerpark in Borgerhout staat een monument ter ere van Willem De Meyer, de man die via zijn uitgeverij, zijn platenfirma, zijn radio- en tv-uitzendingen, maar vooral via zijn ontelbare zangstonden het Vlaamse lied promootte. Na zijn dood in 1983 werd mede op initiatief van het ANZ en met giften van honderden Vlamingen een monument van de hand van beeldhouwster May Claerhout opgericht in zijn woonplaats.

In het kader van de heraanleg van het park diende het kartel SP.A-Spirit-Groen in de districtsraad van Borgerhout onlangs een voorstel in om het monument af te breken. Hierop schreef het ANZ, in samenspraak met de familie De Meyer en de kunstenares, een open brief aan de districtsraad met de oproep het beeld te behouden. De lokale pers berichtte uitgebreid over de zaak en een storm van protest brak los. Met succes. Op de districtsraad van 20 oktober ll trok het kartel zijn voorstel in. De oppositie diende daarop een motie in om het monument te behouden, maar kreeg geen meerderheid. Uiteindelijk besliste de meerderheid geen uitspraak te doen over het beeld, maar de stedelijke commissie Beeld in de Stad te laten beslissen over een eventuele afbraak. Hiermee passeerde het district bewust zijn eigen Cultuurraad wetende dat die de oproep van het ANZ ondersteunt. Dit zal zeker nog een juridisch staartje krijgen.

Voorlopig is het beeld van de afbraak gered, maar het kan slechts uitstel van executie zijn. Hoedanook volgt het ANZ de zaak verder op.
Reageer op dit bericht

Warm aanbevolen lectuur....


De Gentse conservatoriumbibliotheek - Tien componisten in profiel
Jan Dewilde, Tom Janssens
256.jpg
Korte inhoud: Op vraag van het Festival van Vlaanderen-Mechelen doken musicologen Jan Dewilde en Tom Janssens de bibliotheek van het Gentse conservatorium in op zoek naar verborgen schatten uit ons Vlaams muzikaal erfgoed. Hun wetenschappelijk onderzoek resulteerde in een reeks concerten en dit boek + cd. Het boek (196 p.) begint met de geschiedenis van het conservatorium van 1835 tot nu en geeft dan een uitgebreide bespreking van 10 componisten die allen een bijzondere band met de instelling hadden: Martin-Joseph Mengal, Charles-Louis Hanssens, Armand Limnander van Nieuwenhove, Karel Miry, Adolphe Samuel, François-Auguste Gevaert, Jean Baptiste Van den Eeden, Hendrik Waelput, Emiel Hullebroeck en Robert Herberigs. Per componist is er een inventaris van de werken aanwezig in de bibliotheek opgenomen. In het boek zit tevens een cd waarop enkele van die verborgen schatten te beluisteren zijn.

Uitgeverij: Festival van Vlaanderen - Mechelen
Referentie: ANZ 511

Prijs: 20 Euro
Reageer op dit bericht

Naamsverandering Koninklijk Vlaams Conservatorium van Antwerpen


We vernamen dat het Vlaams Conservatorium van Antwerpen voortaan de titel 'Vlaams' laat vallen.
De instelling heet voortaan 'Koninklijk Conservatorium'.
Daarom stuurden we volgende brief aan de schooldirectie.

conservatorium.jpg

Geachte heer/mevrouw,

 Met verbijstering las ik in de media dat uw instelling het predicaat ‘Vlaams’ laat vallen.

Wat mag daar de reden voor zijn?

Front120.jpg

Uw stichter Peter Benoit heeft een zware en moedige strijd geleverd om de muziekschool van Antwerpen te verheffen tot een conservatorium en het instituut heette dan ‘Vlaams Conservatorium’.
Een logische naam voor een school in Vlaanderen die Vlaamse musici wil(de) opleiden.
En er is voorwaar een hele Vlaamse school uit dit conservatorium voortgekomen (of mogen we de term “Vlaamse school” die we in onze muziekgeschiedenislessen leerden, ook niet meer gebruiken?).
U kent deze componisten en andere musici beter dan ik: Edward Keurvels, Emile Wambach, Jan Blockx, Flor Alpaerts, Lodewijk Mortelmans, Jef Van Hoof, Lodewijk De Vocht, Marinus De Jong, Renaat Veremans, Emmanuel Durlet, Flor Peeters, Willem Kersters, Vic Nees, Luc Van Hove, Luc Brewaeys, Robert Groslot, ….. Generaties grote musici.

Groslot2x.jpg

De huidige schoolleiding heeft m.i. de zware verantwoordelijkheid om vandaag bekwame muzikanten te vormen. Maar ze heeft ook de taak om de traditie van het huis in ere te houden.  

En zo kom ik terug bij mijn eerste vraag: waarom moet het predicaat ‘Vlaams’ verdwijnen, net nu Vlaanderen meer en meer autonomie en internationale erkenning krijgt?

Zijn de eerder geciteerde musici minderwaardige vaklui geweest omdat hun school een Vlaamse school was?

Zullen de volgende generaties afgestudeerden betere musici zijn omdat het etiket Vlaams weg is?

 Waar is in godsnaam uw fierheid en respect voor uw voorgangers heen? En het respect voor uzelf?
Wat denken jullie op deze manier aan constructiefs bij te dragen aan de kwaliteit en identiteit van onze Vlaamse musici?

En kom niet af met het argument van ‘misplaatst nationalisme’ want dan zou u ook beter het label ‘Koninklijk’ laten vallen.

 Met beleefde groeten

Peter Leys

Reageer op dit bericht

Willem De Meyer


Dit jaar overleed Frans De Meyer, zoon van de legendarische Vlaamse bard Willem De Meyer.

wp70004cb4_0f.jpg

Frans De Meyer was de enige zoon van Willem De Meyer, stichter van het Vlaams Nationaal Zangfeest. Hij was gekend als promotor van de Vlaamse cultuur. Samen met zijn vader richtte hij de platenfirma Roeland op. Frans De Meyer was eveneens betrokken bij de Europeade, een volksdansfeest.


25 jaar geleden stierf Willem De Meyer (1899-1983).
Hij reisde doorheen heel Vlaanderen en ver daarbuiten om de Vlaamse componisten en hun liederen bekend en bemind te maken.
Hij stichtte samen met Jef Van Hoof in 1933 het Vlaams Nationaal Zangfeest. Jarenlang was hij er een graaggezien dirigent.
Hoeveel radio-uitzendingen (U mijn liefde, u mijn hart) stelde hij niet samen met een grote liefde en een groot hart voor Vlaanderen en de Vlaamse muziek?
Een ontelbaar aantal LP's werd door hem volgezongen met Vlaamse traditionals. Nog talrijker zijn de zangbundels die hij samenstelde en de partituren die hij uitgaf met zijn Roelanduitgaven.
Met de trekzak aan de zijde en het lied in ziel en mond doorkruiste hij de Vlaamse wegen en deed hij soldaten, moeders en vaders, zonen en dochters zingen over de Noordzee en de purperen hei.

Hopelijk is zijn inzet niet tevergeefs geweest en blijven er zangers en dirigenten opstaan om het Vlaamse lied, oud en nieuw, in ere te houden.

wp594467db.jpg

Graag drukken we hier een mooie hulde aan Willem bij zijn overlijden af:

Op achtjarige leeftijd belandde Willem de Meyer met zijn familie in Borgerhout, waar hij tot aan zijn dood bleef wonen. Hij kreeg er een opleiding als onderwijzer en zangleraar en werd vooral bekend als promotor van het Vlaamse lied.
Willem de Meyer publiceerde onder meer onder de titel "Zingende jeugd, zingend volk", vier delen liederen: een reeks marsliederen genaamd "Jong Vlaanderen marcheert", liederen voor de lagere scholen, onder meer gebundeld in "O nachtegaaltjes zingt maar dapper voort" en, samen met Clem De Ridder, "Zingen wij ons eigen lied", met honderd liederen uit de "Vlaamse liederenschat". In 1933 organiseerde hij het éérste Vlaams Nationaal Zangfeest en werd de éérste secretaris van het Vlaams Nationaal Zangverbond (VNZ), in 1948 omgedoopt tot het Algemeen Nederlands Zangverbond (ANZ). Dit zangverbond heeft méér dan zijn taak vervuld in de geschiedenis van de Vlaamse bewustwording.
Willem de Meyer werd echter vooral bekend door de ontelbare gecommentarieerde volkszangavonden die hij vanaf 1926 gedurende tientallen jaren in gans Vlaanderen en voor heel wat verschillende groepen organiseerde. Hij verspreidde het volkslied zowel bij de jeugd in de schoolklassen en jeugdbewegingen als bij de bejaarden en de militairen in het leger. Daarin ligt trouwens zijn grootste verdienste: dat hij ons volk weer zijn liederen leerde kennen én zingen. De rol die hij vervulde in het bewustwordingsproces van vele Vlamingen kan nauwelijks overschat worden.  Om de activiteiten van Willem de Meyer en zijn betekenis te schetsen, citeren we Emiel Hullebroeck, de componist die ook bekend was door zijn vele liederavonden in Vlaanderen én in het buitenland, zelfs tot in Zuid-Afrika. Wij mogen hem zeker als de voorganger van Willem de Meyer vernoemen. Naar aanleiding van Willems zestigste verjaardag schreef Hullebroeck een bijdrage in "De Toerist" van 16 december 1959: “Wat het werk van de Meyer heeft betekend al die opeenvolgende jaren is moeilijk te overzien. Toch willen wij beproeven er de lezer een blik in te gunnen. We nemen als voorbeeld het jaar 1959. de Meyer trad zowat 250 maal op (zangmiddagen en -avonden). Daarin zijn betrokken een zestigtal in vakantiekampen van de Kr. Mutualiteiten, voor ruim 12.000 kinderen tussen de 10 en 14 jaar. Verder een groot aantal zangmiddagen in de scholen, de resterende zangavonden in allerlei kringen. de Meyer handelt daarbij a-politiek, zoals ik destijds zelf deed. Wie hem vraagt, ziet hem verschijnen. (…) Niet minder dan 250 Vlaamse liederen heeft de Meyer voorgezongen en verspreid, natuurlijk een overwegend aantal volksliederen, aangezien hij zich hoofdzakelijk tot het volk richt. (…) Het lied moet bezingen alles wat de rijkdom en het geluk, het wel en het wee van het volk uitmaakt: zijn weiden als wiegende zeeën, zijn beierende klokketorens, zijn kunststeden, zijn Noordzee, zijn arbeiders en geleerden, zijn jeugd, zijn familieleven, zijn strijd voor eigen bestaan en taal. Ons volkslied is, goddank, Vlaams gebleven.”
En Hullebroeck besluit: “Zo heeft dan de Meyer in grote mate de weer-bewustwording van ons volk bewerkt en ieder van ons, die het Vlaamse hart op de rechte plaats draagt, moet zich dankbaar over dat reuzewerk verheugen.”
Het werk dat hier werd beschreven, heeft Willem de Meyer nog vele jaren voortgezet. Hij bleef zingen, maar verlegde wel stilaan zijn werkterrein van de jeugd, de scholen en het leger naar de ouderen waartoe hij stilaan zelf ging behoren. Het gaf hem zeker voldoening dat het Vlaamse lied bij deze groep bekend en geliefd was gebleven. In een huldebrochure naar aanleiding van zijn tachtigste verjaardag werd dit zo samengevat: “Wie hij in zijn jonge jaren had leren zingen en begrijpen wat men zong, kende, begreep en doorvoelde nog steeds bij ondergaande levensavond welke waarden hij had bijgebracht. Dat moet voor hem een troost, een kracht geweest zijn zo sterk, dat hij niet op kon geven ook al naderde hij de tachtig die hij thans heeft bereikt.”

wpad5f5565.jpg

Reageer op dit bericht

Willem Kersters 20 jaar overleden


wp19a1f362.jpg


Willem Kersters (1929-1988) studeerde aan het Koninklijk Muziekconservatorium van Antwerpen en Brussel. In 1961 ontving Willem Kersters de tweede prijs in de Koningin Elisabethwedstrijd voor de compositie van het ballet "Triomf van de Geest". In 1962 werd hij leraar harmonie aan het Koninklijk Muziekconservatorium van Antwerpen en docent aan het Conservatorium te Maastricht. Zijn werk omvat symfonieën, kamermuziek, orgelwerken, balletten, cantates en een opera.

wp3a5beadf.jpg
Reageer op dit bericht

Filip Rathé


Kremerata Baltica brengt Das Utopias van Filip Rathé

World Music Days

De Litouwse componistenvereniging, de festivals van Vilnius en de Litouwse afdeling van ISCM kondigen samen de ISCM World Music Days aan, die plaatsvinden van 24 oktober tot 8 november in de Litouwse hoofdstad Vilnius.

Het gaat om de eerste internationale bijeenkomst voor hedendaagse muziek in de Baltische regio, en de eerste ISCM World Music Days in dat gedeelte van Europa.  

Om de internationale ambities van het festival te onderstrepen, werd de Vlaming Lieven Bertels (Holland Festival) uitgenodigd als curator. Hij zal betrokken zijn bij de realisatie van verschillende projecten in het kader van het festival.  

Het festival nodigde componisten uit van heel de wereld om werk in te dienen voor deze gelegenheid. Een internationale jury, met o.a. componisten Jonathan Harvey (GB) en Peter Eötvös (HON), maakte een selectie van werken die het gekozen festivalthema 'InBetween' belichten.  

ISCM-Vlaanderen mocht als 'associate member'6 partituren indienen. 'Das Utopias', een compositie voor strijkinstrumenten van Filip Rathé werd geselecteerd en zal uitgevoerd worden op 5 november door de Kremerata Baltica, het kamerorkest dat werd opgericht door de gerenommeerde violist Gidon Kremer.  


Filip RathéFilip Rathé studeerde piano en directie aan het Koninklijk Conservatorium van Gent. Hij vervolmaakte zich verder als dirigent bij Laszlo Heltay en Pierre Cao en studeerde compositie bij Lucien Goethals. Aan de Universiteit van Gent behaalde hij een Meestergraad Musicologie bij Professor Herman Sabbe.

Sinds 1993 is Filip Rathé artistiek directeur en dirigent van het SPECTRA Ensemble waarmee hij concerteerde doorheen heel Europa en Zuid-Amerika en meer dan 60 nieuwe werken creëerde. Hij was gastdirigent van o.m. het Symfonieorkest van Vlaanderen, het Vlaams Radio Koor en verschillende ensembles (o.a. I Solisti del Vento, Hermes Ensemble, Aquarius Ensemble (N))

Filip Rathé 's werken werden gecreëerd door o.m. het Vlaams Radio Koor, ASKO (N), SPECTRA Ensemble en Collegium Instrumentale Brugense, en bekroond door ISCM-Vlaanderen.

Filip Rathé is leraar analyse en hedendaagse kamermuziek aan de Conservatoria van Gent en Antwerpen, en werkt aan onderzoeksproject rond de Duitse componist Nicolaus A. Huber.

Reageer op dit bericht

Koorcomponist Raymond Schroyens, 75 !


schroyens_r.jpg

Componist Raymond Schroyens 75 ! Een portret.


Op 14 maart werd de Vlaamse componist Raymond Schroyens 75. Hij is vandaag nog steeds springlevend en actief als componist. Een portret van de jarige.

Op 14 maart 1933 werd Raymond Schroyens in Mechelen geboren. Zijn eerste contacten met de muziekwereld dateren van in 1942. Als negenjarige knaap zong hij in het befaamde St.-Romboutskoor en kwam hij al meteen in contact met twee reuzen uit die tijd: dirigent Mgr. Jules Van Nuffel en organist Flor Peeters. Die ervaringen bij Van Nuffel waren voor Raymond Schroyens bepalend voor zijn verdere muzikale loopbaan. In 1950 startte Schroyens zijn studies aan het Lemmensinstituut in Mechelen. Daar kwam hij weer terecht bij Van Nuffel, maar ook bij Staf Nees en Marinus de Jong. Vanaf 1954 zocht hij in het Antwerpse conservatorium Flor Peeters op voor zijn orgelstudies.

Schroyens startte zijn professionele carrière in Dearborn (Michigan, VS) als kapelmester aan de St.-Alfonsuskerk. Hij verbleef daar van 1958 tot 1960. Van 1963 tot 1993 was hij verbonden aan de klassieke muziekzender van de BRT (Radio 3). Als klavecinist was hij van 1962 tot 1972 verbonden aan het Concertino J.B. Loeillet te Mechelen. Aan het Brusselse conservatorium doceerde hij klavecimbel (1970-1993) en in Mechelen onderwees hij van 1975 tot 1988 klavecimbel aan het Stedelijk Conservatorium. Hij zetelde in verschillende besturen en organisaties als muzikaal adviseur. We vermelden als voorbeelden het Festival van Vlaanderen – Mechelen, Ars Organi Mechelen en de Vlaamse Federatie van Jonge Koren in Gent. En zo zijn we bij de koorwereld terechtgekomen.

Behalve werken voor orgel, piano en klavecimbel componeert Schroyens hoofdzakelijk voor de menselijke stem, al dan niet met instrumentale begeleiding. De vroegste composities van Raymond Schroyens zijn een resultaat van een grote bewondering voor Van Nuffel, Peeters en de barokmuziek. We treffen uit die periode liedbewerkingen, koorcomposities en basso-continuo-uitwerkingen aan. Die muziek is gekenmerkt door modaliteit en dat kenmerk zal blijvend zijn. Hij tracht bij het componeren voor koor zo te schrijven dat de zingende muziek evengoed het hart als de ziel van de uitvoerders kan beroeren, wars van ingewikkelde of voor hen niet te vatten technieken. Simpeler gezegd: geen aartsmoeilijk of lelijk dissonant werk afleveren.

Net zoals zijn iets jongere vriend en stadsgenoot Vic Nees kwam hij onder de invloed van de vernieuwende Duitse koorstijl van Hugo Distler, Willi Träder, Karl Marx en Ernst Pepping. Bij hen leerde hij vooral lineair schrijven. Zoals bij de grote polyfonisten was er bij hen de drang om iedere stem een gelijkwaardig en boeiend melodisch verloop mee te geven. Zijn eerste fase van compositorisch koordenken vertrok dus vanuit een Rooms-katholieke ‘kathedraaltraditie’ (voornamelijk de Mechelse) en evolueerde vervolgens naar een Luthers-protestantse cantorij-esthetiek. De dimensies werden kleiner, de innerlijke drift minder exuberant en apologetisch, het spel van motieven en imitaties belangrijker. Naarmate de jaren verstreken kwam er een sensualisme van klankkleuren te voorschijn en werd het beeld tegelijkertijd meer homofoon. Andere invloeden kwamen erbij, bijvoorbeeld Engelse. Namen opsommen van componisten die zijn wegwijzers en hoefsmeden kunnen geweest zijn is moeilijk, maar de lijst gaat van Perotinus tot Penderecki, schat ik.

Kenmerkend in zijn koormuziek is eveneens de correcte behandeling van het woordaccent. Een beklemtoonde lettergreep wordt ook muzikaal onderstreept. Metrum en prosodie van de tekst bepalen het ritme van de muziek. In dit verband vroegen we hem naar zijn visie op volksmuziek en Vlaamse volksliederen in het bijzonder. Vergeten we niet dat hij talrijke volksliederen bewerkte. We verwijzen hier naar de bundel (uitgeverij De Monte) ‘Als de kerels te gare zijn’ met 10 liedzettingen voor gemengd koor. Hij componeerde zelf ook nieuwe volksliederen zoals ‘Ik ben door de sneeuw’, ‘Tel uw herinneringen’, ‘Voorbij de zon en de wind’, ‘Toen God de dingen maakte’ en ‘Treurige kerstleis’. In dit verband citeren we graag de jarige toondichter: “Het goede volkslied geniet mijn absoluut respect, het Vlaamse maakt daar allerminst uitzondering op. Voor elk volk betekent het eigen volkslied een weerspiegeling van zijn aard en geschiedenis. Bij ons is die aard veelal mystiek gericht, religieus gebonden, vaak contemplatief. De geschiedenis heeft de Vlaming met onderdrukking, berusting en cynisme gebrandmerkt. Dat weerkaatst zich in zijn gezelschapsliederen. Onze oudste volksliederen zijn voortgekomen uit de kerkzang, het latere Gregoriaans. Ze zijn niet zelden beschouwend en wat nostalgisch van aard, wat echter de nonsensachtige vrolijkheid bij sommige onder hen uitsluit noch misprijst. Door mijn opleiding in o.m. de religieuze muziek ben ik steeds nauw verbonden geweest met de lyriek en de uitstralingskracht van het volkslied, zowel van inheemse als van buitenlandse. Daardoor heb ik niet weinig volksliederen bewerkt of verwerkt in eigen composities. Ik deed dat gewoon omdat ik er zin in had, ofwel omdat men er mij om vroeg. Meestal het eerste, bijvoorbeeld in ‘Winterwijding’.”

Met enige terechte fierheid verwijst Raymond Schroyens naar de groep jonge toondichters die een 40-tal jaren geleden in navolging van eerbiedwaardige voorbeelden en onder toezicht van geëerde specialisten nieuwe eigentijdse volksliederen trachtten te schrijven. Er ontstonden toen enkele zeer verdienstelijke nieuwe volksliederen die –helaas té weinig- in het repertoire van nationale volksliederen terechtkwamen. We denken hier naast Schroyens ook aan componisten als Vic Nees, Paul Schollaert, Hans Dirken, Stan Van Vaerenbergh, Ward De Beer ….. van wie enkele liederen prijken in de bekende rode bundel ‘Lied om Lied’. Wat zijn de kenmerken van een goed volkslied, vroegen we hem dan. “Een goed volkslied bestrijkt volgens mij een beperkte melodische uitgestrektheid, het liefst binnen het octaaf en in het medium van de stem. Het gebruikt zelden grote, laat staan buitenissige toonafstanden en zeker geen intellectuele toonveranderingen of modulaties. Niets in een zuiver volkslied is tegennatuurlijk, de modulatie niet, de uitgestrektheid niet, de toonaard niet en de tekst niet. Het metrum en het ritme passen zich spontaan aan de woorden aan, zonder tegendraadse ingrepen.” En een koorbewerking van een volkslied? “Een passende koorbewerking van zo een lied volgt dezelfde premissen: de toonaard (modaal/tonaal) zij met respect en goede smaak toegepast. De stembewegingen wezen sierlijk en natuurlijk. Een zachte harmonische dissonant hier en daar kan pit geven aan het toonbeeld.” Het strikt volgen van het woord- en zinsaccent leidt soms tot heel wat maatwisselingen.

Harmonisch schrijft Raymond Schroyens in een vrije tonaliteit. Hij baseert zich enerzijds op de oude kerkmodi maar verrijkt die met welgekozen dissonanten. In ‘Nunc dimittis’ wordt het geheel doorweven met gregoriaanse citaten. We moeten toegeven dat de koormuziek van Schroyens niet altijd gemakkelijk uit te voeren is voor een doorsnee koor. Hij richt zich naar eigen zeggen tot de getrainde amateurs of de toegeeflijke professionals. Vaak hoor je beweren dat het Nederlands in vergelijking met andere talen een uiterst moeilijk zingbare taal is. Raymond Schroyens kan als geen ander vergelijken en nuanceert deze visie. Volgens hem is het Nederlands even zingbaar als het Italiaans, Frans, Duits of Engels. Je moet als componist uiteraard rekening houden met het klankvermogen van de taal, maar dat geldt voor alle talen. Weg dus met die ongerijmde vooroordelen. Raymond Schroyens verblijft vaak in de States. Volgens hem is er ginder zeker interesse voor de Vlaamse muziek maar de promotie ervoor vanwege de officiële Belgische kanalen is te beperkt of onbestaande.

Ondanks de 75 jaren zijn de dagen van Raymond Schroyens nog zeer gevuld. Hij speelt nog geregeld Bach, Händel, Scarlatti, …., componeert met korte tussenpozen, schrijft gedichten, teksten, e-mails. Hij leest graag, ergert zich aan sport, windt zich op aan politiek, verkneukelt zich in lichte handarbeid en kijkt dagelijks DVD’s uit eigen ruime collectie. Hij is bezig aan de compositie van een liedcyclus, aan een kamermuziekwerk en straks aan een koorcompositie.” Het moge hem nog vele jaren voor de wind gaan!

Reageer op dit bericht

Meer van Peter Leys

↑ Terug naar de berichten