Avond
Avond
Zon
gaat vissen
in de zeebaren
happen naar
haar hakenvisser
valt
in 't water
Pp
Ik kan niet schrijven zoals jij leest ...
Avond
Avond
Zon
gaat vissen
in de zeebaren
happen naar
haar hakenvisser
valt
in 't water
Pp
Woensdag
Woensdag
Hoe gewillig ze zich laat openen.
Door mijn handen.
Ik voel haar huid. Glad gestreken.
Ze geeft zich prijs.Meer nog. Ze neemt bezit van mij.
Overvalt me met haar zwart bedrukte kanten.
Langoureuse lingerie van letters.
Ze ontbloot haar woorden.Ik bloos. Ben een jongen.
Oud verloren. Verslingerd aan haar boorden.
Van weidse verten. Vertelde dromen.
Ze plant zich op mijn schoot.Ik draai haar om. En om.
Bekijk haar. Kolom na kolom.
Betast haar. Van noord naar zuid.
Van oost naar west. Ik lees ze uit.
Uitgelezen
"Uitgelezen" is de literaire bijlage van
De Morgen. Ze verschijnt op woensdag.
Navelvaarder
Navelvaarder
Alleen. Zitten we samen.
Zonder streng.
Draadloze navels.Staren door een venster.
Naar buiten. Naar binnen.
Bij de ander. Bij onszelf.Daartussen de ruimte.
Kosmisch geladen.
Golven belast en beladen.Met mezelf. Navelgaper.
Pp
Moeder
Moeder
Zij baart
hoogbejaarde pijnde tijd
ontmantelt haar levenin trage dagen
verkavelt zij herinneringdrijft zorgen
als schapen naar een stalnog even
verwart zij mijen telt de dood
af tot in de hemel
Pp
PS.
Misschien publiceer ik dit prematuur gedicht te vlug. En kom ik er later nog op terug.
Ik had gewoon goesting.
Verdronken land
Verdronken land
ik zie
op haar gestold gelaat
hoe ze zwijgt
in haar woorden
en hoe ze baadt
in twijfel
hoe een vloed
van zinnen
het strand verbergt
van haar golvende gevoelens
en niet gestelde vragen
als meeuwen schreeuwen
om mijn land
van vertrouwen
en vergeving
en bij ebbe
wat aangespoeld begrip
als een uitgestoken hand
Pp
Asperges me
Asperges me
besprenkel mij
met al je lettershet pril parfum
van je vergeten woordende happy geur
van je verzamelde gedachtenen weet
en zieik kleur je nachten
hemelsblauwlees je lichaam
tot de vroege ochtendin het langoureuse maanlicht
en de sterren in je ogenintroïtus, zal je kreunend bidden
op mijn amechtig altaarjubilate, juich ik dan
betreed je en besprenkel jou
Pp
Wiegendruk
Wiegendruk
hoe inkt
uit je lippen liep
tot letters
zoals regendruppels
aan een venster klevenzo schreef ik
jou het leven in
knipte je navelstreng
van zwijgen door
met een schreeuw op papier
legde een lint
tussen je bladen
blies leven in je zinnen
en sprak adem in je woorden
incunabel blauw
Pp
Zonder pedant te willen zijn.
Wiegendruk. Incunabel.
Boek dat voor 1501 gedrukt werd.
Maar ik vond het zo'n mooie woorden.
De stad ademt avond
De stad ademt avond
Het geluid is gehaast.
De gevels geduldig.Vensters vertellen hun verhaal.
Verleiden met groteske gebaren.Duister daalt uit de hemel tot over de straten.
Ze gapen met open deuren en ramen.Mensen vergapen zich aan uitgestalde waren.
Met uitgestelde betaling.Ze lenen voor het geluk.
Een stuk uit hun leven.
De memoires van een stoel
De memoires van een stoel
Ik heb ze nooit geteld of opgemeten
die vele vlaktematen
en hun belendende percelen
zij die preuts of zonder gêne
mij het zicht ontnamen
ik heb ze plichtsbewust gedragen
meer zelfs, ook met verdriet verdragen
gebukt, gekraakt
onder hun sortiment gewicht
ja, soms was ik bijna gezwicht
ik ken ze ondertussen wel het geschuifel
van hun vertrouw'lijke verhalen
venuslicht of geil geladen
het vurige van vrouwelijke lippen
het macho wiebelen van mannelijke slippen
hun vreemde voeten
die elkaar zochten
ze krunkelden in felle bochten
rondom de taille van m'n poten
ik voelde mij in functie dan wel eens wanhopen
en kwelde mij met de illustere gedachte :
waarom ik een stoel
in keuken, living of paleissalon
dergelijk lichtzinnig leven leiden kon.
Waarom, o Meubelmaker,
heb JIJ mij op deze plaats gezet?
Had JIJ mij niet tot een hoger klasse kunnen meten!
Zoals die notoire nicht van mij :
dat somptueuze bed!
gisteren was het Allerheiligen
gisteren was het Allerheiligen
ze hebben zich weer begraven
de fleurige toeristen
in hun warm verlichte kistenhet kerkhof en z'n werkeloze doden
alleen gelaten
enkel de trouwe kraaien klagennog met hun verkilde buren
over de prijzige chrysantenen dat ze vroeger
veel goedkoper waren
Pp
Tu t'en vas ...
Tu t'en vas ...
Liefste, in welke tranen
zal ik me kleden
op het feest van je doodzal ik een lach
om m'n schouders weven
en drapeer ik een regenboog
als voile voor m'n oogzet ik de wind
als een hoed over je haren
en laat ik de lucht
het blauw van je lippen vegenmisschien vergist hij zich nog wel
de doodwant op iedere bloem
penseel ik de kleur van je naam
in elk woord gesproken of geschreven
fluister ik jouw ziel naar mijn hemelen in het graf van mijn geheugen
beitel ik de eeuwige woorden:
langer dan het leven
verder dan de dood
Pp
Zal ik ...
Zal ik
het licht vangen
voor je dode ogenen de stilte van de avond
tot aan je oren drageneen zucht van de wind
op je lippen laten stervenen het rood van de horizon
doorheen je haren verven
zal ikademloos luisteren
naar je laatste ademen hem bewaren
voor laterals herinneringen
verdwalenin oude dagen
van nieuw verlangen
zal ik ...
Het bezette land
Het bezette land
Huid als grens. Tastbaar overschreden.
Geboeide stilte. Gedachten verlaten het zwijgen.
Het ledikant luistert. Het bed geeft zich over.
Helft en wederhelft. Eén teder territorium.
Hoofd bakent imaginaire grenzen.
Vingers worden woorden. Ze strelen je lichaam.
Van papier. Ik schrijf tederheid op je witte vlakte.
Ik ben je immigrant. Gastarbeider van de liefde.
Je weent verleden.
Verdriet dat je achterliet.
Je emigreerde.
Pp
leesblind
leesblind
verloren in het oker van oktober
laat gemis me rillen
verkillen in vermiste zinnenen hoor hoe letters lekken
op het gesloten raam
van m'n geloken ogengedoofde graven van gekrompen licht
ze spinnen webben over herinnering
van gedempte beelden in een leeg gedichtwazig als de wasem van donker dagen
ik hamster woorden tot geluk
op de regels van een blind verlaten alfabet
Bid en bemin
Ora et ama
verse lakens
ze bidden van verlangen
naar een lichaam
dat altaar van genotgebeden van gedempte kreten
een litanie van erotiek
en op mijn schild, de heraldiekvan een geslacht gedreven
in de monding
van mijn teder ingelijfd gebied
Pp
Stilleven
Stilleven
Ochtend. Kruimels licht laat hij vallen.
Op het tafellaken ligt de morgen.
Boterhammen. Confituur en kaas.
Het beleg van een Belg.De dag twijfelt.
Hij tuurt over de komende uren.
Als een herder over zijn kudde.
Schapen. Ze staren naar later.Eerst nog wat woorden vergaren.
Om daarin het leven toe te laten.
Plagiaat op papier.
Om het zo te bewaren.
Pp
Verloren vrouw
Verloren vrouw
de vrouw
is weg gewaaid
tot in haar wit verledenhet zuiden van haar ziel
ligt blauw te blinken
op een kierzij brak haar letters
bijna op de grepen
van het levenen struikelt
nu op weg terug
langs beeldenreeds opaal vergeten
naar haar strand
van gerimpelde herinneringeen bange bruid
met troosteloos boeket
en ogen als een kind gesluierdzo stapt zij blindelings
in de armen van de winter
haar zomer uit
Seizoensgebonden
Seizoensgebonden
Jij
smelt de lente
zoent de zomer
en wit de wintermaar mijn herfst
wat doe je daar mee ...
Queeste
Queeste
Waar is je stilte neergestreken?
Op het veld van je verwarde vingers,
tussen de dauw van je beloken ogen
of in de verte van je dromen?Met vragen baken ik je zwijgen af
verleg de grens van mijn verlangen
naar gemis in lege handen
en zinnen zonder stem onuitgesproken lang.Hoe kan ik je lichaam achterlaten
in lakens van herinnering
de warmte van je woorden horen
verloren tussen gisteren en morgen?
Pp
Zijn of niet
Oogappel
jij plukt mijn woorden
appels aan een rijpe boom
en kraakt de noten
van m'n stille wintermet ontelbaar tere handen
leg jij de klanken van m'n pijn
te rusten op je zoete lippen
en kust de wonden van het zijn
Pp