Alsof
Alsof
Alsof de lente
nooit stopt met bloesemen
zo wil ik je graag zienAlsof een rivier
nooit uitmondt in de zee
zo wil ik je beminnenAlsof de laatste dag
nooit komt
zo zal ik van je houden
Ik kan niet schrijven zoals jij leest ...
Alsof
Alsof
Alsof de lente
nooit stopt met bloesemen
zo wil ik je graag zienAlsof een rivier
nooit uitmondt in de zee
zo wil ik je beminnenAlsof de laatste dag
nooit komt
zo zal ik van je houden
I wish I was special
I wish I was special.
Mijn huis heeft geen muren. En ook geen dak.
M'n dorp ligt niet op de landkaart. Het wandelt in de wolken.
Een stem is m'n vergezicht.
Een lied, m'n heelal.Een vrouw is m'n vluchtheuvel. Misschien zelfs
een vakantieoord waar ik op adem kom.
In de baai van haar borsten deinen m'n gevoelens.
In haar armen rusten m'n gedachten.Wellicht, waarschijnlijk begrijp je niet wat ik je vertel.
Hoe een mens niet leeft van stenen en stoelen.
Maar overleeft in het timbre en de zachtheid van een stem.
En de gedachte die eruit wegfladdert als was het een vlinder.Ik ben nog diep onder de indruk.
Van een theatermaker.
Hij die mensen ontkleedt tot op gebaren.
En gevoelens aankleedt met acteurs.Ik noem geen naam.
Ik wil hem niet vangen in de cel van een paar woorden.
Hij kent geen tralies. Maar wel de hel.
Van het leven. Op weg naar de hemel.
En de contouren van het lijk van eenzaamheid.
Mensen rondom je. Geliefden zelfs.
En je staat in de woestijn. Met je existentie.
Alleen.
Misschien begrijp je niet wat ik je vertel.
Of, toch wel ...
Zij
Zij
Zij komt binnen gedwarreld, verkleed in een lichaam,
meer dan een halve eeuw meisje,
verborgen onder de huid van een vrouw,
wettelijk lenig, langoureus ontrouw.
Zij glimlacht de zomer in huis,
thuis in haar ogen, warm in haar armen.
Zij legt zich te spreiden,
wordt een wellustige weide.
Zij lacht en zij wacht.
Op dat jonge geweld van 'n oude man,
haar winter met bevende botten.
Ik bloesem uitbundig. De lakens zijn schuldig.
Zij koestert de traagheid
en kust teder m'n brekend blauw.
Ik schrijf haar organisch tot trouw.
In mijn verhaal van het leven.
Nog even.
En zij plooit weer de lakens
tot allenig vergeten.
De dichter en de trein
De dichter en de trein
Als ik me haast, zou het nog kunnen.
Van hier naar Gent. Dat haal ik nog net.
Neen, ik wil hem missen.Het is de enige manier om 'm vast te houden.
Zoals hij is. In woorden.
Als hij in m'n handen ligt te dromen.Een gids door mijn gevoelens.
Hij oogst wat de tijd in mij zaaide.
Weemoed. Naar de dingen die voorbij gaan.Hij reïncarneert grijs in blauw.
Ik ben blauwziek. Hij geneest me niet.
Ongeneeslijk verlangen. Een schoon verdriet.Hij gunt het mij.
Ik wentel me in zijn woorden.
Als een zonnebader op een blakend strand.Papier. En hoopjes verzen.
Een luchtkasteel.
Ik vlieger langs zijn pen naar boven.Godzijdank, mag ik hem missen vandaag.
Hij weet het niet.
In Gent zal hij zijn verzen in een stem veranderen.Ik sluit m'n oren.
Een god mag niet geboren worden in een mens.
Misschien ruikt z'n adem wel.Dag, Bernard Dewulf,
Tot morgen.
Ik haal de trein niet meer.
Pp
Dagboek
Dagboek
Ik leg je onder de leeslamp,
kras mijn ziel op je blad,
een dag als een ander,
zomaar wat blauw in het klad.Het leven klopt elders zo helder,
moedige minnaars en fatale dames,
ik snak naar de grote verhalen
met hun hoerige helden.Helaas, alleen jij legt je neer
in mijn ledige handen,
zonder het blauw
van een voelbare vrouw.
Hoevele dode letters lang
nog, spel ik een naam,
in de witte armen
van geduldig papier?
Met wit geschreven
Met wit geschreven
Er vallen vlinders,
verzen in vlokken
uit de luchtzinderende zinnen
geschreven
in volle vluchten het dwarrelend wit
dat teder tussen
mijn regels zucht.
Pp
De veervrouw
De veervrouw
Zo licht
ben ik vandaag
dat ik je vraag
niet te zuchten.Want
zelfs onbesproken luchten
laten mij in rook opgaan
als het blauw van sigaretten.Laat mij hier rusten
in dit witte graf,
graaf met je gave lippen
tot op de laatste letter.En zet mij over.
Pp
En de boer
En de boer
Als kromgegroeide boeren,
kijken knotwilgen over de dagen,
bewaren zij de tijd in hun huid,
knoestige herinneringen.
Weilanden waken
met ingehouden adem
over de wasem
van zichtbare stilte.
De boer beademt
met vruchtbare handen
het heilige der aarde,
zijn grond en geloof.
Zonder zonen,
zonder zonden,
bidt hij de zon en de maan
voor zijn godvergeten bestaan.
Hoe ik
Hoe ik
met de vermetele precisie
van ongerijmde poëzie
het vruchtvlees van verdriet
uit je letters lepelde breedtegraad van je verlangen
hertrek in de tijdzone van gemis
met meridianen van stilte
jouw lichaam overspanzodat het blauw van je ogen
weer weerkaatst
op de bladspiegel van mijn liefde
ongehinderd
Pp
Lezen is schrijven
Lezen is schrijven
Ik verdeel
de ochtend
in woorden
belast
met de erfenis
van ogen en oren
ik schrijf ze weg
en kijk hen na
tot ik ze niet meer zie
denkend
aan
de profeet:
jouw woorden
zijn
jouw woorden niet.
Pp
"Jouw kinderen, zijn jouw kinderen niet."
Kahlil Gibran.
Mijn tweede leven
Mijn tweede leven
Papier, mijn witte land,
waar ik verrijs uit woorden
op ieder blad opnieuw geboren word
in de strofen van een rozenlaarof in het blauw van golven,
zeeën vreemd vertrouwen
in een vrouw die leest
wat ik beleef in haar.Zij is mijn land en leven,
mijn neergeschreven stem,
mijn hoop, geloof en heden
en hoe ik daar haar elke dag herken.
Uvi
Gedicht
Gedicht
O, kon ik je maar ontkleden
tot de ascese
van een naakte taal.Niet het misbaar
van een verhaal
bekleed met woorden.Maar louter draad
nog te weven
door een lezer.
Dichter en toch verder
Dichter en toch verder
Moe
van al die woorden,schrijf ik
rood op rozenen blauw
over bevroren ogen.Het wit,
m'n liefste,bewaar ik
helemaal voor jou.
Alleen.
Pp
Wit van verlangen
Wit van verlangen
De daken liggen nog te slapen
in hun witte pyjama
te gapen naar de ochtend
te bidden voor wat bibberende zon.De dag aarzelt.
Heeft de nacht berouw
over haar zonden
van zedenloze bedden?En lauwe lakens rusten
boven het canvas van
een man met vrouw
nog even kleurloos trouw.Traag blauw verdampt
en wolken spinnen webben
over de horizon.
Zou de sneeuw ontwaken?
Pp
Pour Elle
Pour Elle
Vluchten naar woorden
een schuilplaats
voor verlangenals het buiten
guur is en donker
en binnenin ookals een rozelaar klimmen jouw zinnen
langs het alfabet
van Alpha naar Omegablauw bloed
over witte velden
gestolde stilteschrijf mijn naam
in de wolken
opdat ik mezelf zou lezen
L'egoliefde
L'egoliefde
Als ik
met de lego
van het alfabetwat letters
in elkaar knutsel
tot lievelingen wat rijmt
op hou en jou
dan bouw ikmetaforisch
een kasteel
en jijjij legt
het achteloos
naast je neerzodat het na een zucht
gegarandeerd
een geklasseerde ruïne wordt
AprilApril
Lente
schreef zij
in de lucht
en
zwaluwen
nestelden zich
in haar haren
vingers
vertakten tot
trossen seringen
en
een geduldige geur
dreef over
vol inktblauwe woorden
lankmoedige troost
voor een
uitgebloeide rijmelaar
Pp
Schrijvers
Schrijvers
Over de ochtend
hangt een mantel regen
licht, een bundel getemd vuur
verlicht mij
koestert het witte land van schrijversik warm me
aan de gloed van hun gedachten
het murmelen van hun gemijmer
het spreken van hun peneen tong van inkt
likt aan mijn ontroering
als een jonge hond
nog dartel van onwetendheidzij liggen in mijn hand
te slapen
ik streel ze wakker
en alsof gezeten bij een haardvuurhoor ik het geknetter
van hun letters
het gekwetter
van een literaire lente
in een weifelende winterals sneeuwvlokken
bedekken hun woorden
mijn verlangen
het zingen van hun zinnen
laat mijn hart vibreren
bewegen van bewonderingen ooit, ik weet het zeker,
schrijf ik, in een zeldzaam ogenblik,
mijn adoratie neer
in ongekende talen
verhalen van verwondering,
gemis, genot, herinnering ...
geschreven met rimpelingen
op het water
Pp
Zomaar
Zomaar
jij
schrijft stilte
op de doodwoorden van zwijgen
rondom verdriet
je wil het niet verliezenaan de dagen
die nog komen moeten
zomaarwaarin de ochtend
van de avond droomt
om in weg te slapenzomaar
zonder jou
Pp
Bonjour tristesseBonjour tristesse |
|
De winter, die kille couturier, had met sneeuw de bruid haar kleed gekleurd en tederheid had zich verscholen in een boeketje witte rozen de pas gepromoveerde bruidegom hulde zich in zwijgen en de sliert van sigarettenrook verbeeldde zich een suite en aan zijn arm een virtuele vrouw ik schrok en zag hoe de nabije scheiding zich comfortabel installeerde tussen hun stappen en hun handen nog nat van inkt en huwelijksplannen een beiaard speelde pijnlijk vrolijk de uren aan elkaar de tijd telde triviaal hun witte broodsverlangen hun jonggetrouwde lippen waren reeds vreemden voor mekaar | |