Goud op snee
Goud op snee
De lente
moet nog komen
en ik droom
al van oktober
alsof herfst
reeds in de bloesem kleeft
zoals dood
aan pasgeboren leven
Pp
Ik kan niet schrijven zoals jij leest ...
Goud op snee
Goud op snee
De lente
moet nog komen
en ik droom
al van oktober
alsof herfst
reeds in de bloesem kleeft
zoals dood
aan pasgeboren leven
Pp
Gevangen in papier
Gevangen in papier
De telefoon houdt nu z'n winterslaap.
Zo zonder haar. Zo zonder ziel.
De kraaien krassen zwart een naam.
In de stilte. Van m'n mannelijk bestaan.
Een boekje van papier
met legale letters over trouw,
ontvoert ze wettelijk. Een vrouw.
Gevangen als een dier.
Hier hangt haar geur nog in de lakens.
In het bedrogen bed
ligt haar afdruk vaag te slapen.
O, wat een slet, hoor ik je dogmatisch klagen.
Als je de volgende zinnen wil begrijpen
dan zou je best Karl May gelezen hebben.
Winnetou en Old Shatterhand.
Sommige mannen bezitten een vrouw.
Dragen ze als een scalp aan hun gordel.
Geen fee. Maar een trofee.
Krab even aan het pelletje beschaving
en je merkt meteen het échte materiaal.
Normen en waarden. Wij hanteren ze als een wapen.
Dus vooraleer je op deze zondige pianist schiet,
dwaal dan eerst even door 'ton petit jardin secret'.
O, dit is geen pleidooi pro domo.
Ik pleit schuldig.
Uvi
PS.
Een citaat van Gabriel Garcia Marquez:
"Ieder mens heeft drie levens. Een persoonlijk, een publiek en een geheim."
De lenige liefde
De lenige liefde
Ik trek de zolder op. Dichter bij de hemel.
En de bomen. Zo hoor ik hen beter.
Als de wind hun stem verheft.
Ah, ze lijken wel dansers. Een ballet van takken.
Hun lichaam, de lenige liefde.
Ja, Herman, van jou gestolen.
Straks wikkelt de avond ze in zwijgen.
Duizendmaal bladstil.
Onhoorbaar hijgend.
Nu klauteren kinderstemmen nog op de rug van de wind.
Ze verjagen de avond.
Nog even. En dan bidt de schemering.
De zon herdenkt Picasso. Zakt zalig onder in zijn gele vlek.
Trekt een lasso rond de horizon.
Het canvas wordt weer zwart als pek.
Uvi
PS.
Gevonden, zomaar tussen m'n ideetjes.
Zonder datum.
Het zal al wel zomer geweest zijn.
Herman = Herman de Coninck.
Ik refereer aan z'n (wellicht) meest succesvolle bundel:
De lenige liefde.
Zesenzestig
Zesenzestig
Soms
droomt de dood
in mijik voel
hoe zij
mijn knoken telten de jaren
nog te gaan
tot aan haar beltik maak haar wakker
voor ze met mij op een merrie
de nacht in snelt
Pp
Blauwzieke morgen
Blauwzieke morgen
Hoe kan een ochtend ontwaken
zonder de glimlach van een gedicht.
Ik houd een schrijver onder 't licht,
hij ligt blauwziek in m'n iele handen.
Te verdampen. Als de regen op een hete zomerdag.
Zijn zinnen nevelen in m'n ogen,
krinkelen als een druivelaar naar boven.
In mijn hoofd hangen ze de vlag
boven de kantelen van de bellettrie.
En zie, de woorden wapperen aan de waslijn,
witter dan de lentebloesem in een aanbeden schrijn.
Ik klap de ochtend dicht. Als een heilig relikwie.
Uvi
Onder de rekening
Onder de rekening
Alsof het exacte wetenschap was
dissecteer ik haar gebroken lach
de spiegel van haar stem
de barst in een craquelé verdriet.Zij vlucht proefondervindelijk gesloten
de huig van haar geheugen dichtgeklapt
in het huis van haar getraande ogen
bogen gespannen over onvervulde dromen.En op de tafel van ons leven
legt zij de boeken neer
de kinderen die wij samen
niet kregen, trokken een streep
Pp
In V-vlucht
In V-vlucht
En in haar hoofd ligt de ochtend nog te slapen.
Achter de horizon van blauw geloken ogen.
Verteerd verlangen.Ik schrijf lente over wit. Bloesem woorden open.
Draag haar adem op mijn ontsloten handen.
Vederlicht vermoeden.Tot aan de dageraad. Beklim ik de kim van haar bestaan.
Zij licht haar anker. Vaart verrukt mijn haven in.
Vermetel vertrouwen.
Pp
Ni dieu, ni maître
Ni dieu, ni maître
Met snijdende accuratesse
pelt hij de rokken van een ui,
kweekt hij, bijna achteloos, een adder
onder het nobele gras.Enkel voor wie de semantiek ontsluiert,
de AI van zijn geproclameerde eruditie,
summa cum laude boven de kast,
dr. Etalagist, in de vitrine van de wetenschap.En op de straat paradeert de parodie,
de heraldiek van de kritiek, het carnaval
van dure zinnen, hermetisch, bijna krenterig,
gesloten voor het poëtisch proletariaat.Met het dedain van een varkenshoeder strooit hij
nooit parlemoeren verzen voor de luie lezer,
slechts een bekroond boeketje voor de fine fleur.
Ni dieu, ni maître, maar wel Narcissus zet zich op de troon.
Pp
Marie, pleine de grâce,
Marie, pleine de grâce,
Mijn cursor rijdt over haar verzen
zonder m'n ziel open te rijten,
ik ben een snelheidsovertreder,
scheur over de zinnen van haar hart.Hoe weerloos worden haar woorden
over het virtuele vel getrokken,
zonder de witte warmte van papier, zonder
de omgeslagen traagheid van blad na blad.Deze lezer is een seniele sniper,
een seriewoordenaar, hij schiet kritiek,
hij mist, goddank, hij mist ook de geschiedenis,
gedachten en gevoelens van een schrijver.
Pp
Poète perdu
Poète perdu
Terwijl ik mij verberg
achter de droefheid van een horizon
snijd jij de huid
van m'n gevluchte woorden openonbarmhartig scherp schraap jij
de zinloosheid van al m'n tere dromen
jij laat geen letter heel
keert het alfabet onderstebovenen wijl ik nog een alpha
was schreef jij reeds omega
vooraan in het bleke blauw
van dauwvers ochtendglorenjij liet geen spaander rouw
ik koos die dood
jij koos voor leven
Pp
Alsof II
Alsof II
Alsof liefde
niet bestaat
zal ik je hatenAlsof de dood
niet tot het einde gaat
zal ik je leven latenAlsof eenzaamheid
niet door gemis ontstaat
zal ik je achterlaten
Alsof
Alsof
Alsof de lente
nooit stopt met bloesemen
zo wil ik je graag zienAlsof een rivier
nooit uitmondt in de zee
zo wil ik je beminnenAlsof de laatste dag
nooit komt
zo zal ik van je houden
I wish I was special
I wish I was special.
Mijn huis heeft geen muren. En ook geen dak.
M'n dorp ligt niet op de landkaart. Het wandelt in de wolken.
Een stem is m'n vergezicht.
Een lied, m'n heelal.Een vrouw is m'n vluchtheuvel. Misschien zelfs
een vakantieoord waar ik op adem kom.
In de baai van haar borsten deinen m'n gevoelens.
In haar armen rusten m'n gedachten.Wellicht, waarschijnlijk begrijp je niet wat ik je vertel.
Hoe een mens niet leeft van stenen en stoelen.
Maar overleeft in het timbre en de zachtheid van een stem.
En de gedachte die eruit wegfladdert als was het een vlinder.Ik ben nog diep onder de indruk.
Van een theatermaker.
Hij die mensen ontkleedt tot op gebaren.
En gevoelens aankleedt met acteurs.Ik noem geen naam.
Ik wil hem niet vangen in de cel van een paar woorden.
Hij kent geen tralies. Maar wel de hel.
Van het leven. Op weg naar de hemel.
En de contouren van het lijk van eenzaamheid.
Mensen rondom je. Geliefden zelfs.
En je staat in de woestijn. Met je existentie.
Alleen.
Misschien begrijp je niet wat ik je vertel.
Of, toch wel ...
Zij
Zij
Zij komt binnen gedwarreld, verkleed in een lichaam,
meer dan een halve eeuw meisje,
verborgen onder de huid van een vrouw,
wettelijk lenig, langoureus ontrouw.
Zij glimlacht de zomer in huis,
thuis in haar ogen, warm in haar armen.
Zij legt zich te spreiden,
wordt een wellustige weide.
Zij lacht en zij wacht.
Op dat jonge geweld van 'n oude man,
haar winter met bevende botten.
Ik bloesem uitbundig. De lakens zijn schuldig.
Zij koestert de traagheid
en kust teder m'n brekend blauw.
Ik schrijf haar organisch tot trouw.
In mijn verhaal van het leven.
Nog even.
En zij plooit weer de lakens
tot allenig vergeten.
De dichter en de trein
De dichter en de trein
Als ik me haast, zou het nog kunnen.
Van hier naar Gent. Dat haal ik nog net.
Neen, ik wil hem missen.Het is de enige manier om 'm vast te houden.
Zoals hij is. In woorden.
Als hij in m'n handen ligt te dromen.Een gids door mijn gevoelens.
Hij oogst wat de tijd in mij zaaide.
Weemoed. Naar de dingen die voorbij gaan.Hij reïncarneert grijs in blauw.
Ik ben blauwziek. Hij geneest me niet.
Ongeneeslijk verlangen. Een schoon verdriet.Hij gunt het mij.
Ik wentel me in zijn woorden.
Als een zonnebader op een blakend strand.Papier. En hoopjes verzen.
Een luchtkasteel.
Ik vlieger langs zijn pen naar boven.Godzijdank, mag ik hem missen vandaag.
Hij weet het niet.
In Gent zal hij zijn verzen in een stem veranderen.Ik sluit m'n oren.
Een god mag niet geboren worden in een mens.
Misschien ruikt z'n adem wel.Dag, Bernard Dewulf,
Tot morgen.
Ik haal de trein niet meer.
Pp
Dagboek
Dagboek
Ik leg je onder de leeslamp,
kras mijn ziel op je blad,
een dag als een ander,
zomaar wat blauw in het klad.Het leven klopt elders zo helder,
moedige minnaars en fatale dames,
ik snak naar de grote verhalen
met hun hoerige helden.Helaas, alleen jij legt je neer
in mijn ledige handen,
zonder het blauw
van een voelbare vrouw.
Hoevele dode letters lang
nog, spel ik een naam,
in de witte armen
van geduldig papier?
Met wit geschreven
Met wit geschreven
Er vallen vlinders,
verzen in vlokken
uit de luchtzinderende zinnen
geschreven
in volle vluchten het dwarrelend wit
dat teder tussen
mijn regels zucht.
Pp
De veervrouw
De veervrouw
Zo licht
ben ik vandaag
dat ik je vraag
niet te zuchten.Want
zelfs onbesproken luchten
laten mij in rook opgaan
als het blauw van sigaretten.Laat mij hier rusten
in dit witte graf,
graaf met je gave lippen
tot op de laatste letter.En zet mij over.
Pp
En de boer
En de boer
Als kromgegroeide boeren,
kijken knotwilgen over de dagen,
bewaren zij de tijd in hun huid,
knoestige herinneringen.
Weilanden waken
met ingehouden adem
over de wasem
van zichtbare stilte.
De boer beademt
met vruchtbare handen
het heilige der aarde,
zijn grond en geloof.
Zonder zonen,
zonder zonden,
bidt hij de zon en de maan
voor zijn godvergeten bestaan.
Hoe ik
Hoe ik
met de vermetele precisie
van ongerijmde poëzie
het vruchtvlees van verdriet
uit je letters lepelde breedtegraad van je verlangen
hertrek in de tijdzone van gemis
met meridianen van stilte
jouw lichaam overspanzodat het blauw van je ogen
weer weerkaatst
op de bladspiegel van mijn liefde
ongehinderd
Pp