
Het beste geluid van mijn
kindertijd was jou sleutel in het slot.
'k zat altijd in je stoel tot je thuiskwam.
Dat was de speciale plaats voor het wachten,
de plaats die jou vorm had,
de geur van je boeken,
het oude kussen dat je in je rug stopte.
We hebben die stoel weggedaan,
maar ik mis hem nog steeds wanneer je er niet bent.
Weet je nog,Pap,die dagen toen 't huis mijn hele wereld was? Hoe kleine dingen groot dreigden?
Ik kende jouw wijdere wereld nog niet,
maar je boog je voorover en deelde mijn regenboogplassen,
kikkerkoppen aan de rand van 't water,
de glans van een kevervleugel,
kiezelstenen en kroonkurken.
Allemaal even spannend.
Jij toonde mij geheime dingen:
hyacinten die in de lente hun kopje uit de grond staken,
een noot gekraakt door een vogelsnavel.
Uitgelopende zaadjes.
Sporen van hondepoten in het stof.
Je tilde mij hoog op je schouders en liet mij de bomen aanraken.
Je gaf me een schelp om te bewaren.
Ik denk dat ik jou ook iets gegeven heb-
een wereld die je half vergeten had.
Een kleine hand in de jouwe.
Ik ben grootgegroeid,
maar die lange vriendschap heeft elke verandering doorstaan.
En alles wat je mij schonk,
is voor altijd een deel van mij.
(Met de groetjes van ploef) ('t Is wat mijn dochter schreef)