
'T en is niet tegeloven,
dat de Heer niet werd geboren,
dat de hemel niet bestaat.
'T en is niet te geloven,
dat het kindje niet is geboren,
in een koude arme stal.
'T en is niet te geloven,
dat de heer zoveel moest lijden,
om het wereldse bestaan,
'Ten is niet te geloven,
dat ergens aan den overkant,
de Hemel daar niet zou bestaan.
'T en is niet te geloven,
dat op deze aarde zoveel kwaad geschiet,
dat de Heer zijn hooft buigt,
en weent om het verdriet,
dat hij op deze aarde ziet.
(Ten in niet mogelijk;
dat wij de Heer niet meer behagen;
altijd maar nog steen en been klagen,
zonder Hem vergiffenis te vragen.
'T en kan niet zijn;
dat de Hemel niet bestaat,
dat de Heer ons heeft verlaten,
zonder ons het te vergeven.
'Tis wel mogelijk;
dat God ons zal vergeven;
en ons al laten leven aan den overkant,
in zijn paradijs waar onze geliefden,
eeuwig leven.
(Met de groetjes van ploef) Zalig en gelukkig Kerst feest)